Onze derde auto was een SAAB 96 uit 1969. Een lichtblauwe met ronde koplampen. Behalve het bijzondere uiterlijk zat de schakelpook aan het stuur. Deze stuurversnelling haperde steevast als je terugschakelde naar de eerste versnelling. We genoten van deze wagen en met spijt las ik vanmorgen dat het doek definitief is gevallen voor dit icoon.
We reden naar een kerstdiner op tweede kerstdag. We hadden er maar matig zin an. De echtgenoot van de gastvrouw was een betweter en autofanaat. Hij had sterke voorkeur voor Franse auto’s en vooral Scandinavische auto’s moesten het ontgelden. Pas veel later heb ik me bedacht dat hij misschien wel gewoon een pokkehekel aan ons had. Maar we zitten daar dus een tijdje en het oog van die man valt op onze auto die op de oprit stond. Hij lurkte aan zijn pijp, wreef over zijn kin en zei: “typisch zo’n merk wat een keertje omvalt, te weinig innovatie en geen verkoopstrategie, technisch zwak.” Ik liet me niet op de kast jagen en kennen door over Renault en Citroen te beginnen die uitsluitend door staatsteun overeind waren gebleven. Hij vervolgde met de verassende mededeling: “in zo’n bak zou ik dus nooit seks kunnen hebben.“
Dit was het moment waarop de gastvrouw zich mengde: “ik anders wel, maar niet met jou!“ Dit was het moment waarop mijn vriendin mij aankeek en die kerel ook. Want zoveel van die auto’s reden er ook weer niet rond. Wat was dit nou weer ? Gelukkig werd snel duidelijk dat ik er in ieder geval niets mee te maken en gingen we aan tafel. Echt gezellig werd niet meer, maar dat verschilde niet zoveel met die andere keren. Op de terugweg besloten we er nooit meer langs te gaan en we hebben ze nooit meer gezien. Tevreden over ons besluit genoten we van de zoevende SAAB en met spijt in ons hart deden we hem weg toen hij te slecht werd. Nog steeds als we er eentje zien rijden moeten we denken aan dat ene kerstdiner of aan dat andere ?
Dick Groen


