Salarisnieuws

Maandag, 06 Sep

Laatste update02:24:19 PM GMT

28 Taxi- en ambulancevervoer
U bevindt zich op 28 Taxi- en ambulancevervoer

28 Taxi- en ambulancevervoer

Sector 28 - Taxivervoer wijzigingen miv 1-1-2010

E-mailadres Afdrukken PDF
1/2
Wijzigingen per 1 januari 2010 CAO Taxi
Met ingang van 1 januari 2010 geldt voor het rijdend personeel een nieuw loongebouw.
Overschaling naar het nieuwe loongebouw:
• Op het moment dat de nieuwe loontabel van kracht wordt vindt inschaling plaats op
het naasthogere salaris in de hieronder opgenomen overschalingstabel A; er is (in
afwijking van hetgeen in artikel 3.4.2. is gesteld) geen tredeverhoging.
• Vervolgens worden de lonen uit de overschalingstabel A verhoogd met 2% plus de
prijscompensatie overeenkomstig artikel 3.4.1 (welke voor 2010 is vastgesteld op
0,4%) zoals opgenomen in de nieuwe loontabel B.
• De jeugdlonen zijn in het nieuwe loongebouw gerelateerd aan een percentage van
loontrede 1. Voor 18-, 19-, 20-, 21- en 22-jarigen geldt respectievelijk een percentage
van 70%, 75%, 80%, 85% en 90%.
• De werknemer kan in beginsel doorstijgen naar de hoogste trede van de nieuwe
schaal; werknemers die al meer krijgen betaald kunnen worden bevroren (dat wil
zeggen uitgesloten van de structurele loonsverhogingen), totdat zij correct zijn
ingeschaald.
Overschalingstabel A per 1 januari 2010 voor rijdend personeel
loontrede maandloon uurloon
0 t/m 4 mnd 1 1515,00 8,74
5 t/m 12 mnd 2 1550,00 8,94
3 1585,00 9,15
4 1620,00 9,35
5 1655,00 9,55
6 1690,00 9,75
7 1725,00 9,95
8 1760,00 10,16 Max. trede chauffeur straattaxi
9 1795,00 10,36
10 1830,00 10,56 Max. trede chauffeur contractvervoer beperkt
11 1865,00 10,76
12 1900,00 10,96
Let op:
• Ook de HAP chauffeurs worden in de nieuwe schaal ingedeeld. Om dit correct te
kunnen doen wordt zodra de nieuwe loontabel van kracht wordt €1,25 van hun
huidige uurloon afgehaald. Vervolgens worden zij vanuit de loontabel 1 juli 2009 (zie
art. 3.10.8) op het naasthogere salaris in de nieuwe schaal geplaatst.
• Voor de ‘chauffeur contractvervoer beperkt’ (uitsluitend als zodanig werkzaam) wordt
het maximum gesteld op loontrede 10. Nadat deze chauffeur op ander werk is
ingezet, zal wel doorgroei naar de hoogste trede in de nieuwe loonschaal
plaatsvinden.
• De ‘chauffeur straattaxi’ wordt in verband met inkomsten uit fooien, op een lager
maximum in de schaal gezet, te weten maximaal trede 8. Dit geldt alleen voor
chauffeurs die uitsluitend (dus 100% van hun arbeidstijd) als zodanig werkzaam zijn.
Nadat deze chauffeur op ander werk is ingezet, zal wel doorgroei naar de hoogste
trede in de nieuwe loonschaal plaatsvinden.
2/2
Nieuwe loontabel B per 1 januari 2010 rijdend personeel
(inclusief loonstijging van 2% en de prijscompensatie van 0,4%)
loontrede maandloon uurloon
18 jarige 1085,95 6,27
19 jarige 1163,52 6,71
20 jarige 1241,09 7,16
21 jarige 1318,66 7,61
22 jarige 1396,22 8,06
0 t/m 4 mnd 1 1551,36 8,95
5 t/m 12 mnd 2 1587,20 9,16
3 1623,04 9,37
4 1658,88 9,57
5 1694,72 9,78
6 1730,56 9,99
7 1766,40 10,19
8 1802,24 10,40 Max. trede chauffeur straattaxi
9 1838,08 10,61
10 1873,92 10,81 Max. trede chauffeur contractvervoer beperkt
11 1909,76 11,02
12 1945,60 11,23
Toelichting
Rekenvoorbeelden:
1. Chauffeur is nu ingeschaald in kolom C, trede 3 (maandloon sinds 1 juli 2009:
1.611,64). Met ingang van 1 januari 2010 gaat deze chauffeur naar loontrede 4
(€1620,-), zie tabel A. Daarbovenop komt de stijging van 2,4%. Het nieuwe loon
vanaf januari 2010 is €1658,88, zie tabel B.
2. HAP chauffeur, zit nu ingeschaald in kolom D, trede 2 van de HAP loontabel
(uurloon is €10,70). Met ingang van 1 januari 2010: €10,70 minus €1,25 = €9,45.
Deze chauffeur komt per januari 2010 in trede 5 terecht (€9,55 uurloon), zie tabel A.
Inclusief de loonstijging van 2,4% wordt het uurloon: €9,78, zie tabel B. NB:
chauffeurs die huisartsenvervoer verrichten, zijnde het in opdracht van een
huisartsenpost en / of huisarts vervoeren en desgewenst assisteren van een
huisarts in een speciaal daarvoor uitgerust en als zodanig kerkenbaar voertuig, dan
wel de chauffeurs die wachten op een huisartsenpost, ontvangen voor dit werk
vanaf 1 januari 2010 een toeslag van €1,25 bruto per uur (de zogenaamde HAP
toeslag).

Sector 28 - Taxivervoer 1-1-2009 tm 31-12-2013

E-mailadres Afdrukken PDF

1 januari 2009 tot en met 31 december 2013

Dit is de CAO Taxivervoer.

Let op
Zwart gedrukte tekst geldt voor iedereen.
Oranje gedrukte tekst geldt voor niet-rijdend personeel.
Groen gedrukte tekst zijn aanvullende bepalingen voor parttimers.
Tekst in blauwe kaders is toelichting.
• Overal waar in deze CAO ‘hij’ en werkgever/werknemer staat, kunt u ook ‘zij’ en
werkgeefster/werkneemster lezen.
• De CAO geldt ook voor werknemers die de pensioengerechtigde leeftijd reeds
hebben bereikt.
• Alle in deze CAO genoemde bedragen zijn bruto, tenzij anders vermeld.
• Deze CAO wordt aangemerkt als een minimum cao.
Alle rechten voorbehouden
Behoudens de door de auteurswet 1912 gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze
uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand
of op welke wijze dan ook openbaar worden gemaakt, zonder uitdrukkelijke
toestemming van CAO-partijen.
Voorlichtingsbrochure
arbeidsvoorwaarden
taxivervoer
1 januari 2009 tot en met 31 december 2013

Hoofdstuk 1
Algemene afspraken
1.1 Werkingssfeer van deze CAO
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op ondernemingen, op
werkgevers en werknemers van elke in Nederland gevestigde arbeidsorganisatie
• die tegen betaling vervoer van personen verricht, met een personenauto, krachtens
een vergunning op grond van de Wet Personenvervoer 2000 (in werking sinds
1 januari 2001, wet van 6 juli 2000, Stb. 2000, 314);
• en/of die tegen betaling vervoer van personen verricht, met een personenauto,
over de weg of over andere dan voor het openbaar verkeer openstaande wegen.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is ook van toepassing op ondernemingen, op
werkgevers en werknemers van elke in Nederland gevestigde arbeidsorganisatie die
arbeidskrachten ter beschikking stelt om
• tegen betaling vervoer van personen te verrichten, met een personenauto, krachtens
een vergunning op grond van de Wet Personenvervoer 2000 (in werking sinds
1 januari 2001, wet van 6 juli 2000, Stb. 2000, 314);
• en/of tegen betaling vervoer van personen te verrichten, met een personenauto,
over de weg of over andere dan voor het openbaar verkeer openstaande wegen.
Deze collectieve arbeidovereenkomst is niet van toepassing op:
• Uitzendondernemingen die lid zijn van de Nederlandse Bond voor Bemiddelingsen
Uitzendondernemingen (NBBU);
Rechten en plichten van werkgevers en werknemers AA
• Uitzendondernemingen die lid zijn van de Algemene Bond voor Uitzendondernemingen
(ABU);
• Uitzendondernemingen niet zijnde lid van NBBU of ABU, die weliswaar vallen
onder de werkingssfeer van de CAO Taxivervoer, doch die daarnaast voldoen aan
de volgende cumulatieve vereisten:
a. de bedrijfsactiviteiten van de uitzendonderneming bestaan uitsluitend uit het
ter beschikking stellen van arbeidskrachten als bedoeld in artikel 7:690 BW, én
b. de arbeidskrachten (uitzendkrachten) van die werkgever zijn voor tenminste
25 procent van de loonsom, betrokken bij werkzaamheden uitgeoefend in
enige andere tak van bedrijf dan in de werkingssfeer van de CAO Taxivervoer
omschreven, én
c. de werkgever zendt voor tenminste vijftien procent van het totale premieplichtig
loon op jaarbasis uit op basis van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding
als bedoeld in artikel 7:691 lid 2 BW, zoals nader gedefinieerd in artikel 1,
lid 1 en 2, en artikel 2 van het Besluit Indeling Uitzendbedrijven van het Lisv d.d.
6 oktober 1999, gepubliceerd in de Staatscourant nummer 49 van 9 maart
2000. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit, geldt dat
de uitzendonderneming aan dit criterium heeft voldaan indien en voor zover
dit door de uitvoeringsinstelling dan wel het Lisv is vastgesteld, én
d. de uitzendonderneming is geen onderdeel van een concern dat rechtstreeks of
door algemeenverbindendverklaring gebonden is aan de CAO Taxivervoer, én
e. de uitzendonderneming is geen paritair afgesproken arbeidspool.
• Payroll-ondernemingen die lid zijn van de Vereniging Payroll Ondernemingen
(VPO), tenzij deze binnen de werkingssfeer van de CAO Taxivervoer vallen en niet
voldoen aan de volgende cumulatieve vereisten:
a. de bedrijfsactiviteiten van deze payroll-onderneming bestaan uitsluitend uit
payrollen, én
b. de payroll-krachten in dienst van deze payroll-onderneming zijn voor tenminste
25 procent van de loonsom, betrokken bij werkzaamheden uitgeoefend in
enige andere tak van bedrijf dan in de werkingssfeer van de CAO Taxivervoer
omschreven, én
c. deze payroll-onderneming is geen onderdeel van een concern dat rechtstreeks
of door algemeenverbindendverklaring gebonden is aan de CAO Taxivervoer.
• Rijdend personeel van de KLM afdeling wegvervoer;
• Vervoer dat valt onder de CAO voor het personeel in de Ambulancezorg;
• Vervoer dat valt onder de CAO Openbaar Vervoer.

Toelichting op de werkingssfeer
Een payroll-onderneming is de natuurlijke of rechtspersoon als bedoeld in de
VPO-CAO 2008-2009 art.1 sub b, die werknemers ter beschikking stelt van
opdrachtgevers, zijnde de werkgever als bedoeld onder a. in de tekst van de werkingssfeerbepaling,
in de zin van titel 7.10 BW, welke werknemers echter niet
door de payroll-onderneming, doch door de opdrachtgever als hiervóór bedoeld
geworven worden.
Een payrollkracht is de werknemer in de zin van art. 1 sub d VPO-CAO 2008-
2009, aldus de werknemer in de zin van ‘werknemers’ hierboven vermeld onder
de definitie van ’payroll-onderneming’.

1.2 Ontheffing van deze CAO
Partijen bij deze CAO kunnen aan de werkgever die daarom vraagt ontheffing
verlenen van één of meer bepalingen in deze overeenkomst.
1.2.1 Vrijwillige aansluiting
Ondernemingen die niet ressorteren onder de werkingssfeer van deze CAO kunnen
zich vrijwillig aansluiten.
Ondernemingen die zich vrijwillig aansluiten verplichten zich om, gedurende de
looptijd van de CAO taxivervoer, de CAO Taxivervoer en de CAO SFT integraal toe te
passen.

1.3 Definities
a. Werkgeversorganisatie
Taxivervoer Nederland, verder te noemen KNV Taxi.
b. Werknemersorganisaties
FNV Bondgenoten en CNV BedrijvenBond.
c. Werkgever
De natuurlijke persoon of rechtspersoon, wiens onderneming valt onder de
werkingssfeer van deze CAO.
d. Werknemer
De persoon die met de werkgever een arbeidsovereenkomst heeft gesloten
voor bepaalde of onbepaalde tijd.
e. Fulltimer
De werknemer met wie in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen dat hij
gedurende de volledige werkweek werkzaamheden verricht.
f. Parttimer
De werknemer met wie in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen dat hij
gedurende een gedeelte van de volledige werkweek werkzaamheden verricht.
g. M.U.P.-kracht
De werknemer met wie in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen dat
hij een Uitgestelde Prestatieplicht (M.U.P.-overeenkomst) heeft en op afroep
werkzaamheden verricht (zie hoofdstuk 5).
h. Uitzendkracht
De ter beschikking gestelde arbeidskracht (zie hoofdstuk 6).
i. Kalenderweek
Een periode van 7 aaneengesloten dagen, die begint op maandag 00.00 uur
en eindigt op zondag 24.00 uur.
j. Loon
Het functieloon waarop de werknemer aanspraak maakt per betalingsperiode
van een kalenderweek, 4 weken, een maand of een kalenderkwartaal.
k. Pauze
zie artikel 2.1.4.
l. Meeruren
Arbeidsuren die uitgaan boven het aantal arbeidsuren dat is vastgelegd in de
arbeidsovereenkomst van een parttimer, niet zijnde overuren.
m. Overuren
zie artikel 3.10.3.
n. Echtgenoot
De huwelijkse partner, de wettelijk geregistreerde partner, of de partner met
wie de werknemer bij de notaris een samenlevingsovereenkomst heeft opgesteld.
o. Onderneming
De arbeidsorganisatorische eenheid in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden
(Wet van 28 januari 1971 (Staatsblad 1971,51), laatstelijk gewijzigd
bij Wet van 24 december 2004 (Staatsblad 2004, 652)).
p. Standplaats
De plek waar het bedrijf is gevestigd en waar de werknemer zijn dienst aanvangt
en beëindigt.
q. Uitzendonderneming
De natuurlijke of rechtspersoon die uitzendkrachten ter beschikking stelt van
(uitzendt naar) opdrachtgevers, zijnde de werkgever als bedoeld onder a., in de
zin van titel 7.10 BW.
r. Uitzendkracht
De natuurlijke persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst met een
uitzendbureau arbeid verricht ten behoeve van de inlenende werkgever. Onder
uitzendkrachten worden ook verstaan pay-rollers en gedetacheerden.
s. SFT
Sociaal Fonds Taxi
1.4 In dienst
1.4.1 De individuele arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer moet schriftelijk
worden aangegaan.
1.4.2 Arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd
In een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt geen einddatum opgenomen.
De werknemer blijft in dienst totdat de overeenkomst eindigt
• met wederzijds goedvinden;
• van rechtswege;
• door opzegging door de werknemer;
• door opzegging door de werkgever na verkregen toestemming van het CWI;
• door ontslag op staande voet, of
• door ontbinding door de kantonrechter.
Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde
leeftijd van de werknemer, zonder dat hiervoor opzegging is vereist.
1.4.3 Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
In een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is de bepaling opgenomen dat de
werknemer in dienst is voor een bepaalde periode.
Toelichting op de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde en bepaalde tijd
Een arbeidsovereenkomst is een contract tussen een werkgever en een werknemer,
waarin de laatste zich verplicht om tegen een bepaald salaris naar beste
kunnen werkzaamheden voor de werkgever te verrichten.
Een arbeidsovereenkomst kan worden aangegaan voor bepaalde tijd of voor
onbepaalde tijd.
Bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is geen einddatum overeengekomen.
Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd staat vast dat de overeenkomst
eindigt op een bepaalde datum of bij een bepaalde gebeurtenis. Voorbeelden
van dat laatste zijn het herstel van een zieke werknemer bij vervanging, of bij de
afronding van een bepaald project.
1.4.4 Arbeidsovereenkomst jaarurenregeling (schoolvervoer)
1. De jaarurenregeling is van toepassing op al dat taxivervoer waarbij personen
behorend tot een beperkte groep volgens een schema op regelmatige tijden
worden vervoerd, waarbij de opdrachtgever expliciet bepaalt wanneer vervoer
verricht dient te worden.
2. Indien en voor zover de werknemer op parttime-basis schoolvervoer verricht,
mogen in afwijking van artikel 3.2 en artikel 3.3.2 (tekst in groen) en artikel 3.10.4
de arbeidsuren en de daarop gebaseerde beloning worden gemiddeld over een
periode van maximaal 12 maanden, te rekenen vanaf 1 augustus van enig jaar
met dien verstande dat per betalingsperiode een evenredig gedeelte van dat
jaargemiddelde uitbetaald wordt. Uiterlijk 1 augustus van het daaropvolgende
kalenderjaar worden de meeruren in het kader van de jaarurenregeling uitbetaald.
De minder gemaakte uren zijn voor rekening van werkgever.
3. De werkgever die gebruik wil maken van de jaarurenregeling dient hiervan mededeling
te doen aan CAO partijen, uiterlijk 1 maand na de eerste betalingsperiode,
onder vermelding van het aantal werknemers.
4. In het kader van de jaarurenregeling dient in de loonberekening de vakantieaanspraak
te worden opgenomen conform het volgende schema.
25 vakantiedagen = 25 : 235 (260 werkbare dagen minus 25) x 100 % = 10,63 %
Bestaande rechten worden gerespecteerd, dat wil zeggen bij:
26 vakantiedagen = 26 : 234 (260 werkbare dagen minus 26) x 100% = 11,11%
27 vakantiedagen = 27 : 233 (260 werkbare dagen minus 27) x 100% = 11,58%
Toelichting op de arbeidsovereenkomst jaarurenregeling:
Indien de werknemer naast de jaarurenregeling ook nog andere werkzaamheden
verricht waaruit meeruren voortvloeien, dan dienen deze meeruren op de
gebruikelijke wijze betaald te worden en mogen niet worden opgespaard en
uitbetaald in augustus van het daarop volgend jaar (zie artikel 3.10.3 en 3.10.4).

1.5 Proeftijd
De proeftijd moet voor de indiensttreding schriftelijk worden overeengekomen.
Een mondeling overeengekomen proeftijd is niet rechtsgeldig.
De wettelijk toegestane maximale proeftijd bedraagt bij arbeidsovereenkomsten
voor:
• minder dan 2 jaar.......................................................................................1 maand
• 2 jaar of langer...................................................................................... 2 maanden
• onbepaalde tijd..................................................................................... 2 maanden
• bepaalde tijd zonder vooraf bepaalde einddatum......................................1 maand
(bijvoorbeeld voor de duur van een project of de vervanging van een zieke
werknemer)
Toelichting op de proeftijd
De proeftijd heeft een maximumduur. Deze varieert al naar gelang de duur van
de arbeidsovereenkomst. Een proeftijd die langer is dan de wet toestaat, is niet
rechtsgeldig.
Het verlengen van de proeftijd is niet toegestaan, ook niet wanneer de werknemer
tijdens zijn proeftijd ziek is geweest.
Van een niet toegestane verlenging van de proeftijd is ook sprake wanneer een
werknemer vóór de in de arbeidsovereenkomst genoemde indiensttredingdatum
al begint met werken. Dit gebeurt in de praktijk nog al eens wanneer er
een groot werkaanbod is en de werkgever eerder dan de afgesproken datum van
de diensten van de werknemer gebruik wil maken.
Indien de werkgever de werknemer tijdens de proeftijd wil ontslaan, hoeft hij
geen ontslagvergunning aan te vragen. Er geldt dan ook geen opzegtermijn.
Dit betekent dat de werkgever de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd met
ingang van iedere dag kan beëindigen.
Dit geldt ook voor de werknemer die tijdens de proeftijd zelf ontslag wil nemen.
Als de werkgever of de werknemer de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd
opzegt en de andere partij mondeling of schriftelijk vraagt om de reden van het
ontslag, is de partij die opzegt verplicht die reden schriftelijk mede te delen.
Aanbevelingen
• Stel de arbeidsovereenkomst op en laat deze door de werknemer ondertekenen
vóór de in de overeenkomst genoemde datum van indiensttreding. Laat
de werknemer vóór die datum niet met zijn werkzaamheden beginnen.
• Een eventuele proeftijd moet in de arbeidsovereenkomst worden opgenomen.
Let daarbij goed op de maximale duur van de proeftijd. Deze verschilt al naar
gelang de duur van de arbeidsovereenkomst. Een te lange proeftijd is niet
geldig.
1.6 Identificatie door de werknemer
De werknemer toont bij indiensttreding een geldig legitimatiebewijs zoals bedoeld
in de Wet op de Identificatieplicht. Hiermee is de werkgever in staat om de identiteit
van de werknemer vast te stellen.
Een rijbewijs wordt bij indiensttreding niet als identiteitsbewijs geaccepteerd. Bij
controles tijdens het werk wordt het rijbewijs wel aangemerkt als identiteitsbewijs.
De werkgever maakt een kopie van het identiteitsbewijs. Hij bewaart de kopie bij de
loonadministratie tot en met 5 jaar na het einde van het kalenderjaar waarin het
dienstverband is geëindigd.
Op verzoek van daartoe bevoegde personen, zoals controleurs van de Belastingdienst,
toont de werknemer een geldig identiteitsbewijs zoals bedoeld in de Wet op
de Identificatieplicht.

1.7 CAO-uitgave
CAO partijen brengen een CAO boekje uit. Werkgevers en werknemers ontvangen
kosteloos een gedrukt exemplaar van het cao boekje.
CAO partijen brengen daarnaast een apart boekje uit, waarin voor de taxibranche
relevante arbeidswetgeving wordt opgenomen. In dit boekje worden tevens opgenomen
voorbeelden van arbeidsovereenkomsten en nadere relevante details over
de pensioenregeling en over de collectieve ongevallenverzekering. Werkgevers en
werknemers ontvangen kosteloos een gedrukt exemplaar van dit boekje.
Op verzoek kunnen zij tevens via Sociaal Fonds Taxi een digitale versie van de boekjes
verkrijgen.

1.8 Overgang vervoerscontracten
Als een vervoerscontract overgaat naar een andere vervoerder en de daarbij
betrokken werknemer in dienst treedt bij die nieuwe vervoerder, dan behoudt de
werknemer zijn aanspraken volgend uit de dienst- en ervaringsjaren die hij - binnen
een soortgelijke functie - bij de overdragende vervoerder heeft opgebouwd.
Het gaat hierbij om de volgende aanspraken:
• De periode waarover tijdens ziekte 100% aanvulling geldt bij loondoorbetaling.
• De vakantieaanspraken volgens de CAO-staffel leeftijd en dienstjaren.
De regeling overgang vervoerscontracten is opgenomen in bijlage 3 van deze CAO.

1.9 Arbeidsovereenkomst met werknemers die de pensioengerechtigde
leeftijd hebben bereikt
De CAO is van toepassing op alle werknemers, ook op de werknemers die de pensioengerechtigde
leeftijd hebben bereikt.

1.10 Verplichtingen van werkgever en werknemer
1.10.1 Taakuitvoering door de werknemer
De werknemer dient de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen werkzaamheden
te verrichten. Als het in het belang van de onderneming noodzakelijk is en dit
ook redelijkerwijs van de werknemer kan worden verlangd, kan de werkgever hem
ook andere werkzaamheden opdragen.
1.10.2 Niet kunnen werken: meldingsplicht
De werknemer die zich in omstandigheden bevindt waarin hij niet kan werken, doet
daarvan onmiddellijk mededeling aan de werkgever.
1.10.3 Toestemming voor ander werk
De werknemer is verplicht bij indiensttreding de werkgever te melden of hij elders
(betaalde of onbetaalde) werkzaamheden verricht.
De werknemer heeft van de werkgever schriftelijk toestemming nodig voor:
• het vervullen van een betaalde functie anders dan in dienst van de werkgever;
• het uitoefenen van een beroep of bedrijf of het drijven van handel;
• het ontwerpen, leiden, uitvoeren van en houden van toezicht op ander werk dan
dat van de werkgever.
De werkgever geeft toestemming, tenzij dit strijdig is met de belangen van de onderneming
of strijdig met wettelijke bepalingen.
Toelichting op toestemming voor ander werk
De werknemer is verplicht bij indiensttreding de werkgever te melden of hij
elders (betaalde of onbetaalde) werkzaamheden verricht, dit om de werkgever
in staat te stellen na te gaan of de bepalingen uit de ATW en ATB-V al dan niet
worden overtreden. Omwille van de privacy behoeft de werknemer niet aan te
geven waar (bij wie) hij de werkzaamheden verricht.
1.10.4 Geheimhouding bedrijfsinformatie
De werknemer moet informatie geheimhouden die niet voor derden bestemd is, met
uitzondering van mededelingen die van hem kunnen worden verlangd op grond van
wettelijke bepalingen of bedrijfsvoorschriften.
Iedere werknemer is echter, met inachtneming van het in het vorige zin gestelde,
bevoegd mededelingen die wensen en bezwaren inhouden, aan de bestuurders van
zijn vakvereniging mee te delen en toe te lichten.
1.10.5 Uiterlijke verzorging en dienstkleding
De werknemer zorgt ervoor dat hij tijdens diensttijd voldoet aan de in het bedrijf
geldende normen voor uiterlijke verzorging en kleding.
Als de werkgever specifieke kleding voorschrijft, wordt dit aangemerkt als dienstkleding
die door de werkgever wordt betaald.
Toelichting op dienstkleding
De werkgever kan verlangen dat de werknemer er verzorgd en correct gekleed
uitziet als hij zijn werk doet. Dat kan betekenen dat spijkerkleding en open overhemd
niet zijn toegestaan en dat het dragen van een stropdas verplicht is.
Als de werkgever echter bepaalde kleding voorschrijft, bijvoorbeeld een zwart
pak met rode stropdas, dan komt deze kleding voor rekening van de werkgever.
Indien de werkgever dienstkleding verstrekt, stelt de fiscus daar eisen aan, om
te voorkomen dat het voor de werknemer aantrekkelijk is om die dienstkleding
ook privé te gebruiken. Want dan geldt de kleding als loon in natura waarover de
werknemer belasting zou moeten betalen.
De fiscus bepaalt daarom onder meer dat dienstkledingstukken moeten zijn
voorzien van een logo of firmanaam van een bepaald formaat.
1.10.6 Beheer geld van de werkgever
De werknemer dient gelden, die hem in het kader van zijn functievervulling zijn
toevertrouwd en/of aan hem zijn afgedragen, zorgvuldig te bewaren of te gebruiken
voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. Deze gelden moeten worden afgedragen
zodra hij de gelden voor zijn dienst niet meer nodig heeft of wanneer de werkgever
daarom vraagt, verlies ervan dient zo spoedig mogelijk te worden gemeld. De werknemer
dient de afdracht van deze gelden op door de werkgever aan te geven wijze te
bevestigen.
1.10.7 Afdracht geld aan de werkgever
De werkgever dient de werknemer, rekening houdend met het tijdstip waarop de
dienst zal eindigen, gelegenheid te bieden om op nader aan te geven wijze tijdens
diensttijd ontvangen gelden tegen ontvangstbewijs af te dragen.
1.10.8 Schade
Schade, die de werknemer bij de uitvoering van zijn werkzaamheden toebrengt aan
de werkgever of aan een derde tegenover wie de werkgever verplicht is schade te
vergoeden, kan in beginsel niet op de werknemer worden verhaald.
Hoge uitzondering op dit beginsel is de situatie waarin de schade het gevolg is van
opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
Van opzet is sprake wanneer de werknemer de bedoeling heeft gehad om schade toe
te brengen.
Van bewuste roekeloosheid is alleen dan sprake wanneer de werknemer zich letterlijk
bewust is van zijn handelingen en van het feit dat die handelingen tot schade kunnen
leiden.
De bewijslast ligt in beide situaties bij de werkgever.
Als moet worden aangenomen dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste
roekeloosheid dan moet de werkgever de volgende stappen ondernemen:
• aan de werknemer binnen één maand nadat hij van de gebeurtenis kennis heeft
genomen schriftelijk mee delen dat hij vergoeding van de schade zal eisen;
• het bedrag van de schade zo snel mogelijk vaststellen, doch uiterlijk binnen één
jaar nadat hij van de gebeurtenis kennis heeft genomen.
De hoogte van de vergoeding van de schade kan niet meer bedragen dan de kosten
voor herstel of vervanging.
1.10.9 Rijvaardigheid beïnvloedende middelen
De werknemer dient vanaf het begin tot aan het eind van zijn diensttijd vrij te zijn van
alcohol en andere middelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
Als de werknemer geneesmiddelen gebruikt, dient hij aan zijn arts te vragen of deze
middelen de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. De werknemer stelt de werkgever op
de hoogte van het oordeel van de arts. De werkgever neemt dat oordeel over.
1.10.10 Boetes verkeersovertredingen
Boetes die voortkomen uit verkeersovertredingen van de werknemer kunnen door de
werkgever worden ingehouden op het loon.
Hierbij is het een voorwaarde dat de werkgever moet kunnen aantonen dat hij de
werknemer tijdig in de gelegenheid heeft gesteld om tegen de boete bezwaar aan te
tekenen of ertegen in beroep te gaan. De werkgever moet dan ook kunnen aantonen
dat de werknemer van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt, of dat het
bezwaar of beroep is afgewezen.
1.10.11 Medewerking aan medische keuringen
De werknemer verleent zijn medewerking aan medische keuringen die door de werkgever
ten behoeve van zijn taakvervulling nodig worden geacht, tenzij dwingende
medische bezwaren en/of wettelijke regelingen zich hiertegen verzetten.
1.10.12 Kosten voor de werkgever
Voor rekening van de werkgever komen de kosten voortkomend uit:
• de geneeskundige verklaring daaronder begrepen de daarvoor benodigde medische
keuring;
• overige keuringen en onderzoeken bedoeld in artikel 1.10.11;
• wettelijke bepalingen voor zover de daarin geregelde kosten ten laste van de
werkgever worden gebracht;
• specifieke bedrijfskleding die door de werkgever verplicht is gesteld;
• de volgende kosten voor het verlengen van de chauffeurspas:
• de administratieve kosten (kosten IVW);
• de kosten voor de aanvraag van de verklaring omtrent het gedrag.
Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen 6 maanden na aanvang kunnen
de in dit artikel genoemde kosten door de werkgever op de werknemer als volgt
worden verhaald:
• in de eerste twee maanden volledig;
• in de derde maand tot 80 %;
• in de vierde maand tot 60 %;
• in de vijfde maand tot 40 %;
• en in de zesde maand tot 20 %.
1.10.13 Informatieplicht door de werkgever aan de werknemer
In geval van onduidelijkheden en onjuistheden bij berekening van vakantietoeslag,
vakantiedagen en andere CAO-bepalingen die op de beloning betrekking hebben,
waaronder afrekening van ritopbrengsten, onkostenvergoedingen en dergelijke, die
mogelijk in het nadeel van de werknemer kunnen uitpakken en ter oplossing waarvan
een beroep op de administratie van de werkgever noodzakelijk is, dient de werkgever
de relevante documenten te verstrekken, betrekking hebbend op een periode van
maximaal een half jaar.
1.10.14 Arbeidstijdadministratie van de werknemer (rittenstaten)
De werknemer is verplicht rittenstaten volgens de instructie van de werkgever in te
vullen en op tijd in te leveren.

1.11 Loondoorbetaling bij ziekte
1 De werknemer die wegens ziekte niet in staat is om zijn werkzaamheden te
verrichten, heeft recht op:
• doorbetaling van 90 % van zijn laatstverdiende loon gedurende de eerste 8
weken van de arbeidsongeschiktheidsperiode.
Perioden van ziekte worden samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking
van minder dan vier weken opvolgen.
Per kalenderjaar geldt voor de loondoorbetaling van 90 % van het laatstverdiende
salaris een maximum van 8 weken.
• doorbetaling van 100 % van zijn laatstverdiende loon gedurende de weken 9
tot en met 104 van de arbeidsongeschiktheid.
• deze regeling mag er nimmer toe leiden dat per betalingsperiode van 4 weken
of een maand minder dan het minimumloon wordt uitbetaald.
2 De werkgever is bevoegd vanaf de 3e ziekmelding binnen één kalenderjaar een
wachtdag toe te passen. Registratie van wachtdagen dient schriftelijk te worden
vastgelegd.
Deze wachtdag mag er nimmer toe leiden dat per betalingsperiode van 4 weken
of een maand minder dan het minimumloon wordt uitbetaald.
Met ingang van 1 januari 2010 geldt de volgende regeling:
De werkgever is bevoegd bij de 1e, 2e en 3e ziekmelding binnen één kalenderjaar
één wachtdag en bij de 4e ziekmelding en volgende binnen één
kalenderjaar twee wachtdagen toe te passen. Registratie van wachtdagen
dient door de werkgever schriftelijk te gebeuren.
De wachtdagen mogen er nimmer toe leiden dat minder dan het
minimumloon wordt uitbetaald.
Op verzoek van de werknemer kan de werkgever, in plaats van het
toepassen van een wachtdag, een bovenwettelijke vakantiedag afschrijven
van het tegoed aan vakantiedagen van de werknemer.
3 De verplichting tot loondoorbetaling ontstaat vanaf de eerste dag dat de
werknemer verhinderd is om zijn arbeid te verrichten. In geval de werkgever een
wachtdag toepast ingevolge lid 2 van dit artikel, geldt deze verplichting vanaf de
tweede dag dat de werknemer verhinderd is om zijn arbeid te verrichten.
Met ingang van 1 januari 2010 geldt de volgende regeling:
De verplichting tot loondoorbetaling ontstaat vanaf de eerste dag dat de
werknemer verhinderd is om zijn arbeid te verrichten. In geval de werkgever
één of twee wachtdagen toepast als gevolg van lid 2 van dit artikel,
geldt deze verplichting vanaf de tweede (bij één wachtdag) resp. de derde
(bij twee wachtdagen) dag dat de werknemer verhinderd is om zijn arbeid
te verrichten.
4 De werknemer kan geen aanspraak maken op loondoorbetaling:
• indien de ziekte door zijn opzet is veroorzaakt of een gevolg is van een gebrek
waarover hij in het kader van een aanstellingskeuring valse informatie heeft
verstrekt en daardoor de toetsing aan de voor de functie opgestelde belastbaarheideisen
niet juist kon worden uitgevoerd;
• voor de tijd, gedurende welke door zijn toedoen zijn genezing wordt belemmerd
of vertraagd;
• voor de tijd, gedurende welke hij, hoewel hij daartoe in staat is, zonder deugdelijke
grond passende arbeid voor de werkgever of een door de werkgever met
toestemming van de uitvoeringsinstelling waarbij deze is aangesloten aangewezen
derde, waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt, niet verricht.
5 In geval van ziekte wordt onder laatstverdiend loon in de zin van dit artikel
verstaan, het loon vastgesteld op basis van het functieloon verhoogd met het
bedrag dat de betrokken werknemer gemiddeld over een periode van 13 weken
voorafgaand aan de ziekte heeft genoten aan:
a. onregelmatigheidstoeslag (vervalt mi.v. 1 januari 2010);
b. overuren (tot een maximum van 15 overuren per week).
Voor overuren geldt dat de werknemer laatstelijk, voor de aanvang van de ongeschiktheid
tot werken, werkzaam was in een functie waarin gedurende het gehele
of nagenoeg gehele jaar regelmatig overwerk diende te worden verricht.
Indien de hoofdregel (verdiensten over 13 weken direct voorafgaande aan de
eerste ziektedag) tot een onredelijke uitkomst leidt, kan de werkgever en/of
de werknemer verzoeken om een referteperiode van 52 weken aan te houden.
CAO‑partijen beslissen op het verzoek.
Voor parttimers en M.U.P.-krachten met wisselende aantallen arbeidsuren wordt
in geval van ziekte onder laatstverdiend loon verstaan, het gemiddelde brutoloon
over de laatste 13 volle weken voorafgaande aan de ziekte, gedeeld door 65
(dagen).
6 Indien de ongeschiktheid tot werken van de werknemer het gevolg is van een
gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, heeft de werkgever op grond van
art 6:107A BW een wettelijk verhaalsrecht ter zake van het doorbetaalde netto
loon.
Toelichting loonbetaling bij ziekte
De wet geeft aan dat de werknemer aanspraak heeft op vakantie van ten minste
vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week (= wettelijk minimum).
Met de term ’bovenwettelijk’ in lid 2 wordt bedoeld de vakantiedagen die de
werknemer extra krijgt bovenop het wettelijk minimum aantal dagen van 20
dagen bij fulltime dienstverband.
Voor de wachtdagen genoemd in lid 2 geldt dat voor zowel de 1e, als de 2e als
de 3e ziekmelding steeds 1 wachtdag ingehouden mag worden. Vanaf de 4e
ziekmelding mogen per ziekmelding steeds 2 wachtdagen ingehouden worden.
Indien derden, bijvoorbeeld voor werknemers die onder de UWV-No-Riskpolis
vallen, ziektedagen vergoeden, kan de werkgever geen wachtdag (-en) inhouden.

1.12 SUWI/Opdrachtgeverschap
De werkgever is verplicht om arbeidsongeschikte werknemers, die niet meer in de
eigen onderneming aan het werk kunnen, met ondersteuning van een
reïntegratiebedrijf bij een andere werkgever aan werk te helpen.
De werkgever dient daarbij gebruik te maken van een reïntegratiebedrijf dat in het
bezit is van het Borea (brancheorganisatie voor reïntegratiebedrijven) Keurmerk
Reïntegratie.
De werkgever die een ander dan een Borea-reïntegratiebedrijf wenst in te schakelen
– dat minimaal voldoet aan de kwaliteitseisen gesteld door Borea – dient daarvoor
ontheffing aan CAO-partijen te vragen.
1.12.1 Reïntegratie/WGA
De werkgever dient er voor te zorgen dat een gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer
met een WGA-uitkering, in het kader van de reïntegratie kwalitatief goede
ondersteuning krijgt van arbo-dienst of reïntegratiebedrijf. De werkgever dient zich in
te spannen deze werknemer zoveel mogelijk te begeleiden van werk naar werk.
1.12.2 WGA premie
De werkgever is bevoegd een gedeelte van de WGA-premie te verhalen op het loon
van de werknemer.
De werkgever dient ieder jaar aan iedere werknemer opgave te doen van de totale
WGA-premie. De werkgever stelt in het begin van het kalenderjaar de werknemer in
het bezit van een afschrift van de door de belastingdienst voor dat jaar vastgestelde
WGA-premie.
Op de totale WGA-premie moet de zogeheten rentehobbel in mindering worden
gebracht. Van de WGA-premie die dan overblijft, mag de werkgever 50 % verhalen
op het loon van de werknemer.
Indien de werknemer van mening is dat de premie die door de werkgever- eigen
risicodrager wordt ingehouden op zijn loon uitzonderlijk hoog is, kan de werknemer
SFT verzoeken een oordeel te geven omtrent de hoogte van de premie.
Toelichting op de WGA-premie
Voor eigenrisicodragers zonder private verzekering wordt als basis voor verhaal
een fictieve premie geïntroduceerd. De fictieve premie wordt berekend door de
lasten van de eigenrisicodragers te delen door de loonsom. Voor eigenrisicodragers
met private verzekering geldt de premie voor de private verzekering als basis
voor verhaal. Hieraan wordt de randvoorwaarde gesteld dat nooit meer mag
worden verhaald dan de helft van de premie voor het eigenrisicodragen WGA
conform de wet. Dit betekent dat in geval van een ruimere dekking (bijvoorbeeld
een combinatie met een verzuimverzekering) dan alleen de WGA-eigenrisicodekking
separaat door de verzekeraar zal worden berekend en getoond. Op
deze wijze wordt voorkomen dat werknemers onbedoeld meebetalen aan extra
dekkingen of andere verzekeringen, die in combinatie met de WGA-eigenrisicodekking
worden aangeboden.

1.13 Vakbondswerk in de onderneming
Kaderlid van een werknemersorganisatie is de in de onderneming werkzame
persoon, die een bestuurlijke of vertegenwoordigende functie uitoefent voor de
werknemersorganisatie waarvan hij lid is en die als zodanig door die organisatie bij de
werkgever schriftelijk is aangemeld.
De werkgever draagt er zorg voor, dat een kaderlid van de werknemersorganisaties uit
hoofde van zijn verenigingswerk in de onderneming niet in zijn positie als werknemer
wordt geschaad.
Afwezigheid zonder behoud van loon wordt toegestaan voor het verrichten van
werkzaamheden ten behoeve van een werknemersorganisatie die partij is bij deze
overeenkomst, tot ten hoogste 20 dagen per kalenderjaar, voor zover de dienst het
toelaat.
1.13.1 Vakbondscontributie
De werkgever werkt mee aan fiscaal vriendelijke verwerking van contributie, verschuldigd
door de werknemer die lid is van een werknemersorganisatie zoals bedoeld in de
CAO taxi volgens het reglement uit bijlage 5.

1.14 Arbeidsomstandigheden
Bij het aanvaarden en uitvoeren van iedere arbeidsovereenkomst, is de
Arbeidsomstandigheden wet (Arbo-wet) onverkort van toepassing.
De werkgever zal er op toezien en bevorderen, dat ten behoeve van de werknemer
alle passende maatregelen worden getroffen, die nodig zijn ter uitvoering van de
wettelijke voorschriften met betrekking tot de veiligheid, de gezondheid en het
milieu.
De werkgever zal de nodige informatie verstrekken en voorlichting geven aan de
werknemer over de aard van het werk, die mogelijkerwijs de veiligheid, de gezondheid
en het milieu in gevaar kunnen brengen.
De werknemer is gehouden alle wettelijke voorschriften en de instructie met betrekking
tot de veiligheid, de gezondheid en het milieu op te volgen en de aan hem
verstrekte beschermingsmiddelen te dragen en/of te gebruiken.

1.15 Scholing
Onder scholing wordt verstaan: elke vorm van een gestructureerde activiteit die,
ongeacht of de scholing wordt aangemerkt als een aan de functie van de werknemer
verbonden wettelijke verplichting, gericht is op het door de werknemer verkrijgen van
kennis en/of vaardigheden.
Onder scholingskosten wordt, in de ruimste zin van het woord, onder andere
verstaan: de cursuskosten; de kosten voor het organiseren van een interne en/of
externe scholing; de vergoedingen van reis- en verblijfskosten en de ontwikkelingskosten.
Opleidingstijd voor het in opdracht van de werkgever volgen van een, voor de functie
vereiste, opleiding is voor rekening van de werkgever.
Onder een gestructureerde activiteit wordt verstaan een activiteit die aan de
volgende voorwaarden voldoet: bij de scholing is begeleiding vereist; daar waar
scholing mogelijk is door middel van een interactief systeem, dient begeleiding
beschikbaar te zijn en na afloop wordt door of namens de werkgever de scholing met
de werknemer geëvalueerd.
Ieder jaar, of zoveel eerder als wenselijk, dient de werkgever met de werknemer een
gesprek te voeren over zijn behoefte aan scholing. Daarbij wordt tevens aan de orde
gesteld in hoeverre de individuele scholingsbehoefte van de werknemer aansluit bij
het opleidingsaanbod van de werkgever. Wanneer aan de werknemer scholing wordt
aangeboden, komen de werkgever en de werknemer dit schriftelijk overeen.
Indien de werkgever scholing noodzakelijk acht vanwege opleidingsvereisten van
opdrachtgevers of vanwege de uitoefening van de functie door de werknemer, dan is
de werknemer verplicht aan deze scholing mee te werken c.q. deel te nemen.
De scholingskosten, zoals eerder genoemd, komen volledig voor rekening van de
werkgever.
In afwijking hiervan komen de scholingskosten (met uitzondering van de opleidingstijd)
gedeeltelijk voor rekening van de werknemer wanneer de werknemer ontslag
neemt resp. wordt ontslagen, waarbij dit ontslag de werknemer te verwijten is:
a. binnen één jaar na het behalen van een diploma of certificaat 75%
b. binnen twee jaar na het behalen van een diploma of certificaat 50%
c. binnen drie jaar na het behalen van een diploma of certificaat 25%
Toelichting op scholing
Indien aan een bepaalde scholing geen diploma/certificaat is gekoppeld dan
blijft de terugbetalingsregeling onverkort van kracht. De terugbetalingsregeling
blijft ook onverminderd van kracht indien de werknemer wel heeft deelgenomen
aan de scholing maar definitief is gezakt en als gevolg daarvan geen
diploma/certificaat heeft ontvangen. In beide situaties dient terugbetaling dan
plaats te vinden aan de hand van de aanwezigheidsregistratie.

1.16 Melding werknemers bij SFT
Ten behoeve van onder andere de algemeen verbindend verklaring van de cao is
het noodzakelijk een goede registratie van in de taxibranche werkzame werknemers
te hebben. Het is daarom verplicht dat iedere werkgever al zijn medewerkers (dus
ook al het niet-rijdend personeel en personeel dat wordt ingehuurd) bij SFT aan- en
afmeldt. Dit kan via elektronische melding, dan wel via een formulier, dat bij SFT
verkrijgbaar is. SFT is bevoegd deze gegevens te gebruiken ten behoeve van de statutaire
doelstellingen van SFT.

Hoofdstuk 2
Werk en rusttijden

2.1 Arbeidstijd rijdend personeel
2.1.1 Werkweek
Voor fulltime rijdend personeel geldt een arbeidstijd van 40 uren per week, verdeeld
over gemiddeld 5 dagen per week.
De parttime werknemer heeft een arbeidsovereenkomst van minder dan 40 uur per
week. Het aantal overeengekomen uren moet in de arbeidsovereenkomst worden
vastgelegd.
2.1.2 Arbeidstijd en Diensttijd
Arbeidstijd
Arbeidstijd is de tijd tussen het tijdstip waarop de dienst aanvangt en het tijdstip
waarop de dienst eindigt, na aftrek van de werkelijk genoten pauzes en na aftrek van
de tijdsvakken waarin de werknemer, in overeenstemming met de werkgever, niet ter
beschikking/of op afroep beschikbaar staat.
Diensttijd
De tijd gelegen tussen het tijdstip waarop de dienst aanvangt en het tijdstip waarop
de dienst eindigt, begrensd door de wettelijk onafgebroken rust.

Toelichting op arbeidstijd en diensttijd
De CAO maakt onderscheid tussen arbeidstijd en diensttijd.
Diensttijd is de tijd gelegen tussen het tijdstip waarop de dienst aanvangt en het
tijdstip waarop de dienst eindigt.
Stel de werknemer begint volgens rooster om 07.00 uur en eindigt volgens
rooster exact om 17.00 uur. Zijn diensttijd is dan 10 uren. Stel vervolgens dat
deze werknemer tussen 12.30 en 13.00 uur gaat eten en ’s morgens en ’s middags
telkens een pauze heeft van 15 minuten. Dan staat hij tijdens zijn diensttijd
1 uur (30 minuten en 2x 15 minuten) níet ter beschikking van de werkgever.
De diensttijd minus de werkelijk gemaakte onderbrekingen is de arbeidstijd. In
dit voorbeeld is de te betalen arbeidstijd: 10 uren minus 1 uur = 9 uren. Gedurende
deze 9 uren staat de werknemer ter beschikking van de werkgever. Over
die uren is loon verschuldigd, ook al zou er gedurende bepaalde perioden van
deze 9 uren geen werk zijn verricht.
Ter beschikking staan.
Op het woonadres op afroep ter beschikking staan valt niet onder ter beschikking
staan en wordt volgens CAO dus niet als arbeidstijd gezien.
2.1.3 Taakuitvoering
De werknemer is verplicht om een voor het einde van zijn diensttijd opgedragen rit uit
te voeren, tenzij op het moment van de opdracht was te voorzien dat daardoor wordt
gehandeld in strijd met het Arbeidstijdenbesluit Vervoer.
2.1.4 Pauze
A. Pauze is een tijdsruimte waarmee de arbeid tijdens de dienst wordt onderbroken
en de werknemer geen enkele verplichting heeft ten aanzien van zijn werk.
B. Indien de werknemer buiten standplaats langdurig moet wachten, kan van hem
worden verlangd dat hij een pauze opneemt. De pauze buiten standplaats kan
niet eerder aanvangen dan 3 uur na het begin van zijn diensttijd. De duur van
deze pauze bedraagt, bij een diensttijd tussen 4,5 uur en 10,5 uur, in geen geval
meer dan een half uur, en bestaat uit 1 aaneengesloten tijdsvak. Bij een diensttijd
van 10,5 uur of meer bedraagt deze pauze in geen geval meer dan een uur, en
mag maximaal uit 2 aaneengesloten tijdsvakken bestaan, mits hij deze pauze niet
al op standplaats heeft genoten. Het staat de werkgever niet vrij de werknemer te
verzoeken pauze of andere vormen van onbetaalde tijd op te nemen anders dan
in dit lid bepaald.
C. De dagelijkse pauze op of buiten standplaats mag niet worden opgedeeld in meer
dan vier aaneengesloten tijdvakken. Geen van deze tijdvakken mag korter zijn dan
15 minuten.
Toelichting op pauze
Pauze buiten standplaats
De voorgestelde tekst geeft duidelijk aan waarover het gaat, te weten de pauze
buiten de standplaats van de medewerker. Tevens is de tekst aangescherpt om
duidelijk te maken dat langere pauzes of het opnemen van vrije tijd buiten de
standplaats niet mogen worden gegeven c.q. gevraagd ook niet in overleg met
de medewerker.
Voorbeeld:
Indien een werknemer die er 7 uur diensttijd op heeft zitten buiten standplaats
gedurende twee uur moet wachten, kan hem gevraagd worden maximaal
een half uur pauze op te nemen. De resterende anderhalf uur wordt gezien als
arbeidstijd.
Dagelijkse pauze
Deze bepaling is bedoeld om versnipperen van pauzes tegen te gaan. Het is
bekend dat deze ongewenste handelwijze voorkomt.
Voor het overige zijn de regels uit de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit-
vervoer uitgangspunt.
2.1.5 Normering rijtijd
De rijtijd kan worden genormeerd bij taxivervoer waarbij personen behorend tot
een beperkte groep volgens een schema op regelmatige tijden voor de duur van
minimaal 6 maanden worden vervoerd. Normering vindt in dat geval plaats volgens
de onderstaande methode:
a. De werkgever bepaalt in eerste instantie de normtijd.
b. Gedurende 14 dagen na aanvang van de werkzaamheden zal de werknemer
dagelijks de tijd gemoeid met het rijden van de route noteren of via in het voertuig
beschikbare meetapparatuur laten registreren.
c. Op basis van de uitkomsten van de onder b gehouden meting wordt de definitieve
normtijd vastgesteld, schriftelijk vastgelegd en door beide partijen ondertekend.
De definitieve normtijd gaat onmiddellijk in. Voor de arbeidstijdberekening wordt
de nieuwe normtijd gehanteerd vanaf de datum van aanvang van de procedure.
d. In geval van structurele wijzigingen die van invloed zijn op de tijdsduur van de
vervoerroute wordt de procedure onder a t/m c herhaald.
De tijd besteed aan andere werkzaamheden, waaronder tanken en schoonmaken,
wordt niet genormeerd en dient afzonderlijk als arbeidstijd te worden
geteld.
2.1.6 Normering woon-werkverkeer
De werkgever en de werknemer die belast is met vervoer kunnen in overleg besluiten
dat de werknemer een personenauto bij einde van de dienst mee naar huis neemt.
In dat geval parkeert de werknemer het voertuig in de nabijheid van zijn woning.
Bij aanvang van de volgende dienst kan de werknemer dan direct over het voertuig
beschikken. In die situatie wordt de diensttijd als volgt bepaald:
De diensttijd is de tijd gelegen tussen het moment van vertrek tot aan het moment
van thuiskomst. Op de totale diensttijd worden maximaal 15 minuten per dag in
mindering gebracht zijnde maximaal 7,5 minuten tot het eerste ophaaladres voor
aanvang en maximaal 7,5 minuten vanaf het laatste uitstapadres. De tijd gemoeid
met woon- werkverkeer is daarmee verrekend. Indien de tijd tot het eerste ophaaladres
voor aanvang en de tijd vanaf het laatste uitstapadres minder dan 7,5 minuten
bedraagt dient deze (werkelijke) tijd in mindering te worden gebracht op de totale
diensttijd.
2.1.7 Arbeidstijdadministratie van de werkgever
De werkgever dient een inzichtelijke en deugdelijke administratie te voeren van de
dagelijkse arbeidstijd van de werknemer.
Uit deze administratie kan worden afgeleid op welke tijdstippen de dienst begint,
eindigt en wordt onderbroken in die zin dat de werknemer niet ter beschikking van de
werkgever staat.

2.2 Arbeidstijd niet-rijdend personeel
2.2.1 Werkweek
Voor fulltime niet-rijdend personeel geldt een arbeidstijd van 40 uren per week,
verdeeld over gemiddeld 5 dagen per week.
De parttime werknemer heeft een arbeidsovereenkomst van minder dan 40 uur per
week. Het aantal overeengekomen uren moet in de arbeidsovereenkomst worden
vastgelegd.
2.2.2 Arbeidstijd
Onder arbeidstijd wordt verstaan de tijd, gelegen tussen het tijdstip waarop de dienst
aanvangt en het tijdstip waarop de dienst eindigt na aftrek van de genoten pauzes.
2.2.3 Pauze
Pauze is een tijdruimte waarmee de arbeid tijdens de dienst wordt onderbroken en
de werknemer geen enkele verplichting heeft ten aanzien van zijn werk.

2.3 Dienstrooster
De werkgever stelt het dienstrooster vast in overleg met:
a. de ondernemingsraad, of als die ontbreekt
b. de gekozen personeelskern, of als die ontbreekt
c. het personeel
2.3.1 Wettelijke regels voor arbeid en rust
a. De werkgever die een arbeids- en rusttijdenpatroon voor de bij hem werkzame
werknemers vaststelt of opnieuw vaststelt, deelt dit zo tijdig mogelijk aan de
werknemers mee. Met betrekking tot de tijdigheid geldt hetgeen daaromtrent
bij collectieve regeling is bepaald of, indien geen collectieve regeling van toepassing
is dan wel een collectieve regeling ter zake geen bepaling bevat, telkens met
instemming van de betrokken werknemer is bepaald.
b. Indien een bepaling inzake de tijdigheid, bedoeld in de tweede zin van het eerste
lid, ontbreekt, deelt de werkgever het arbeids- en rusttijdenpatroon ten minste 28
dagen van te voren aan de werknemer mee.
c. Indien in verband met de aard van de arbeid toepassing van het tweede lid onmogelijk
is, deelt de werkgever ten minste 28 dagen van te voren aan de werknemer
mee op welke dag de rusttijd, bedoeld in de artikelen 5:5 en 5:6 van de
Arbeidstijdenwet (ATW), begint. Tevens maakt hij aan de werknemer ten minste 4
dagen van te voren de tijdstippen bekend waarop hij arbeid moet verrichten.
2.3.2 Langer werken door de werknemer en intrekken vrije dag
1. Bij een plotselinge en onvoorziene opeenhoping van werk waarbij de werkgever
in redelijkheid geen andere oplossing kan vinden, kan de werkgever verlangen
dat de werknemer meer uren werkt dan het aantal uren dat is vastgelegd in zijn
arbeidsovereenkomst.
2. De werkgever kan na overleg met de werknemer een (on)betaalde vrije dag, niet
zijnde buitengewoon verlof of een vakantieperiode, intrekken als er op die dag
onvoorzien sprake is van:
• een verhoogde vraag naar vervoer en/of
• uitval van werknemers die op die dag dienst zouden hebben.
3. De werkgever geeft binnen 14 dagen een andere vrije dag terug als compensatie
van de ingetrokken roostervrije dag. Als het bedrijfsbelang het toekennen van deze
compensatieroostervrije dag binnen 14 dagen niet toelaat, ontvangt de werknemer
voor deze dag een dagloon bij de eerstvolgende loonbetaling.

2.4 Zwangere werknemers en nachtarbeid
Zwangere werknemers kunnen gedurende 3 maanden voor de vermoedelijke bevallingsdatum
en 3 maanden na de bevalling niet verplicht worden ’s nachts te werken.

2.5 Ouderenbeleid
CAO-partijen bevelen aan om werknemers vanaf 55 jaar op hun verzoek vrij te stellen
van zware en onregelmatige arbeid.
Werknemers vanaf 57 1/2 jaar worden op hun verzoek vrijgesteld van nachtarbeid
(00.00 – 06.00 uur) en/of zware arbeid.
Onder zware arbeid wordt verstaan rolstoelvervoer met een auto die niet is uitgerust
met liftinstallatie.
Door CAO partijen zal binnen de taxibranche een individueel gericht Levensfase
Bewust Personeelsbeleid worden ontwikkeld. Zie hiervoor ook artikel 9.8.10.

2.6 Feestdagen
Op algemeen erkende feestdagen wordt in de regel geen arbeid verricht, tenzij
de werknemer volgens dienstrooster is ingedeeld voor arbeid. In overleg en met
instemming van de werkgever is het voor de werknemer mogelijk algemeen erkende
feestdagen om te ruilen voor niet-Nederlandse feest- en gedenkdagen. De werkgever
geeft binnen 14 dagen een andere vrije dag terug als compensatie van de
gewerkte feestdag.
Erkende feestdagen:
• Nieuwjaarsdag
• beide paasdagen
• Hemelvaartsdag
• beide pinksterdagen
• beide kerstdagen
• Koninginnedag
• 5 mei (in lustrumjaren)
Toelichting op feestdagen
Eens in de 5 jaar is 5 mei een vrije dag en wel in lustrumjaren. Lustrumjaren zijn
2010, 2015, 2020 enz.
Voor elk gewerkt uur op een feestdag moet een compensatie-uur worden
gegeven, ongeacht op welke dag van de week de feestdag valt.
Voorbeeld
De dienst van de werknemer begint om 23.00 uur op Oudejaarsavond en
eindigt op Nieuwjaarsdag om 8.30 uur. In deze dienst heeft de werknemer
gepauzeerd van 4.00 tot 4.30 uur. Op Nieuwjaarsdag heeft de werknemer dus 8
uur gewerkt.
In dit voorbeeld heeft hij gewerkt op een erkende feestdag. Hij krijgt salaris over
de 9 gewerkte uren binnen zijn dienst. Bovendien krijgt hij de 8 op de feestdag
gewerkte uren gecompenseerd met 8 betaalde vrije uren.
Let op
• In de praktijk kan het voorkomen dat een werknemer staat ingeroosterd voor
een erkende feestdag, maar dat er op de bewuste dag géén werk voor hem is.
• In dat geval is de werkgever toch verplicht het loon door te betalen. Alleen
hoeft hij dan uiteraard geen compensatie-uren te geven.
De werknemer die niet is ingeroosterd op een erkende feestdag en ook niet
werkt, heeft geen recht op doorbetaling van zijn loon en ook geen recht op
compensatie-uren.
Schema
Erkende feestdag  Aanspraak werknemer:
Niet ingeroosterd, niet gewerkt  Geen loon, geen compensatie-uren.
Wel ingeroosterd, niet gewerkt  Loon over ingeroosterde uren, geen compensatie-
uren.
Ingeroosterd én gewerkt  Loon over gewerkte uren en compensatie in tijd van
die uren.

Hoofdstuk 3
Inschaling en beloning

3.1 Inschaling
a. De werknemer van 23 jaar of ouder zonder ervaringsjaren, wordt bij indiensttreding
ingeschaald in de loonschaal en op loontrede die horen bij zijn
opleidingsniveau. Hij begint op de eerste loontrede van de betreffende loonschaal.
De werknemer van 23 jaar of ouder mét ervaringsjaren wordt bij indiensttreding
ingeschaald in de loonschaal behorend bij zijn opleidingsniveau (stap 1).
Vervolgens wordt de trede bepaald, rekeninghoudend met de ervaringsjaren die
hij in de voorafgaande loonschalen heeft opgebouwd (stap 2).
Vervolgens wordt hieraan toegevoegd het aantal treden dat overeenkomt met het
aantal ervaringsjaren dat hij in de loonschaal behorend bij zijn huidig opleidingsniveau
heeft opgebouwd (stap 3).
b. Werknemers die doorstromen uit de loonschaal voor jeugdigen naar de vakvolwassenloonschaal
worden op het moment van het bereiken van de 23-jarige
leeftijd meteen ingeschaald op de loontrede van 4/12 maanden.
Voor werknemers van 23 jaar of ouder die zonder ervaring in dienst treden, blijft
de loontrede van 0/3 maanden onveranderd van kracht.
Werknemers in het leer-werktraject worden ingeschaald in loonschaal A
Met ingang van 1 januari 2010 vervalt voorgaande tekst en geldt de volgende
regeling:
Bij inschaling van nieuw personeel moet de werkgever rekening houden met
eerder opgebouwde ervaring. De werknemer komt in de loonschaal op de
loontrede die hoort bij zijn ervaring die hij heeft opgebouwd in de bedrijfstak.
3.1.1 Ervaringsjaar
Een ervaringsjaar is ieder vol jaar waarin een werknemer van 23 jaar of ouder in deze
bedrijfstak, op basis van een arbeidsovereenkomst, in een soortgelijke functie heeft
gewerkt als de functie waarvoor hij wordt aangesteld.
Indien de werknemer heeft gewerkt op basis van arbeidsovereenkomsten voor
bepaalde tijd worden voor de vaststelling van het aantal ervaringsjaren de tijdvakken
van de afzonderlijke arbeidsovereenkomsten bij elkaar geteld.
Voor M.U.P.-krachten geldt dat de opgebouwde ervaring voor 1 maart 2003 niet
meetelt.
3.1.2 Dienstjaar
Een dienstjaar is ieder vol jaar dat de werknemer in dienst is van de werkgever.
Als de werknemer werkte op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en
de arbeidsovereenkomsten elkaar binnen 3 maanden hebben opgevolgd, worden
voor de vaststelling van het aantal dienstjaren de tijdvakken van de afzonderlijke
arbeidsovereenkomsten bij elkaar geteld.

3.2 Loonbetaling
De werkgever zorgt ervoor dat de werknemer uiterlijk op de eerste dag na afloop van
de betalingsperiode over zijn loon kan beschikken.
Variabele loonbestanddelen (waaronder overuren en toeslagen) worden uiterlijk in de
daarop volgende betalingsperiode uitbetaald.
Voor M.U.P.-krachten geldt dat zij gedurende de eerste 6 maanden van hun contract
uiterlijk op de laatste dag van de volgende betalingsperiode kunnen beschikken over
hun loon. Na deze 6 maanden worden de contractueel overeengekomen uren aan
het eind van de betreffende betalingsperiode betaald; eventuele extra uren worden
uiterlijk op de laatste dag van de volgende betalingsperiode uitbetaald.
3.2.1 Loonspecificatie
De werkgever verstrekt per betalingsperiode van een kalenderweek, 4 weken, maand
of kalenderkwartaal een loonspecificatie.
De specificatie wordt uiterlijk in de volgende betalingsperiode verstrekt.
Op de specificatie staan naast de door de werkgever gewenste vermeldingen, in elk
geval - voor zover van toepassing - de navolgende bestanddelen:
• Functieloon
• Dienst-/ervaringsjaren
• Overuren
• Toeslagen:
• EHBO-toeslag (vervalt m.i.v. 1 januari 2010)
• onregelmatigheidstoeslag (vervalt m.i.v. 1 januari 2010)
• Inhoudingen voor:
• ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds
• loonheffing
• sociale verzekeringen (ZFW, WW)
• prepensioen
• sociale fondsen
• wachtdagen
Toelichting op loonspecificatie en loonbetaling
De werknemer moet uiterlijk de eerste dag van de betalingsperiode volgend op
die waarin arbeid verricht is, kunnen beschikken over zijn loon (met uitzondering
van hetgeen hierover in artikel 3.2 is gesteld met betrekking tot MUP krachten).
Variabele loonbestanddelen, die pas na verwerking van de arbeidstijdadministratie
kunnen worden berekend (zoals overuren en onregelmatigheidstoeslag),
worden uiterlijk in de daaropvolgende betalingsperiode uitbetaald.
Over elke betalingsperiode moet een loonspecificatie worden opgemaakt, die
uiterlijk de daaropvolgende betalingsperiode verstrekt wordt.
3.2.2 Kwartaalafrekeningen
Kwartaalafrekeningen mogen alleen plaatsvinden als dat al gebruikelijk was op
31-12-1982.
Per betalingsperiode van een kalenderweek, 4 weken of maand, wordt het loon
uitbetaald. Uiterlijk bij de verstrekking van de kwartaalspecificatie dienen eventueel
boven het loon verworven inkomsten te worden afgerekend.

3.3 Lonen rijdend personeel
Voor het rijdend personeel gelden de lonen volgens de loontabel voor rijdend
personeel. De lonen gelden voor een arbeidstijd van 40 uren per week, verdeeld over
gemiddeld 5 dagen per week.
Onder rijdend personeel wordt verstaan alle werknemers die in het bezit zijn van
een geldige chauffeurspas en een personenauto (motorvoertuig ingericht om naast
de bestuurder maximaal 8 personen te vervoeren) besturen in opdracht van de
werkgever. Dit laat onverlet dat rijdend personeel zo nodig ook andere met de chauffeursfunctie
samenhangende werkzaamheden dient te verrichten.
Loontabel rijdend personeel per 1 juli 2008
A B C D
leeftijd
loontrede
maandloon
uurloon
maandloon
uurloon
maandloon
uurloon
maandloon
uurloon
18 jaar 0 688,94 3,97 698,65 4,04 701,89 4,05 714,87 4,12
19 jaar 0 794,92 4,59 806,15 4,65 809,89 4,67 824,86 4,76
20 jaar 0 931,19 5,38 944,36 5,45 948,74 5,48 966,26 5,57
21 jaar 0 1.097,75 6,34 1.113,08 6,42 1.118,42 6,46 1.139,09 6,58
22 jaar 0 1.287,01 7,43 1.305,19 7,54 1.311,25 7,57 1.335,48 7,71
0/3
mnd 0 1.469,48 8,47 1.490,87 8,61 1.497,99 8,65 1.526,49 8,81
4/12
mnd 0 1.514,13 8,74 1.535,52 8,86 1.542,64 8,90 1.571,15 9,06
1 1.529,20 8,82 1.550,58 8,94 1.557,71 8,99 1.586,22 9,15
2 1.544,73 8,91 1.565,35 9,03 1.572,22 9,07 1.601,27 9,24
3 1.560,25 9,00 1.580,11 9,12 1.587,82 9,16 1.616,32 9,33
4 1.575,78 9,10 1.594,88 9,21 1.601,25 9,24 1.631,37 9,41
5 1.604,50 9,26 1.625,88 9,38 1.633,01 9,42 1.660,97 9,59
6 1.638,37 9,46 1.655,03 9,55 1.660,58 9,59 1.689,48 9,75
7 1.660,58 9,59 1.682,26 9,71 1.689,48 9,75 1.717,99 9,91
8 - - 1.710,87 9,87 1.717,99 9,91 1.746,49 10,08
9 - - - - - - 1.775,00 10,24
10 - - - - - - 1.802,43 10,40
11 - - - - - - 1.832,01 10,57
12 - - - - - - 1.860,53 10,73

Loontabel rijdend personeel per 1 juli 2009 incl.1,5 %
A B C D
leeftijd
loontrede
maandloon
uurloon
maandloon
uurloon
maandloon
uurloon
maandloon
uurloon
18 jaar 0 699,28 4,03 709,13 4,10 712,42 4,11 725,59 4,18
19 jaar 0 806,85 4,66 818,24 4,72 822,04 4,74 837,24 4,83
20 jaar 0 945,16 5,46 958,52 5,54 962,97 5,56 980,75 5,66
21 jaar 0 1.114,22 6,43 1.129,78 6,52 1.135,19 6,55 1.156,17 6,68
22 jaar 0 1.306,32 7,54 1.324,77 7,65 1.330,92 7,68 1.355,51 7,83
0/3
mnd 0 1.491,52 8,60 1.513,23 8,73 1.520,46 8,78 1.549,39 8,94
4/12
mnd 0 1.536,85 8,87 1.558,56 8,99 1.565,78 9,03 1.594,72 9,20
1 1.552,13 8,96 1.573,84 9,08 1.581,07 9,12 1.610,01 9,29
2 1.567,90 9,04 1.588,83 9,17 1.595,81 9,21 1.625,29 9,38
3 1.583,65 9,13 1.603,81 9,25 1.611,64 9,30 1.640,56 9,47
4 1.599,42 9,23 1.618,80 9,34 1.625,27 9,38 1.655,84 9,55
5 1.628,56 9,40 1.650,27 9,52 1.657,50 9,56 1.685,89 9,73
6 1.662,95 9,60 1.679,85 9,70 1.685,49 9,73 1.714,82 9,90
7 1.685,49 9,73 1.707,50 9,85 1.714,82 9,90 1.743,76 10,06
8 - - 1.736,53 10,02 1.743,76 10,06 1.772,69 10,23
9 - - - - - - 1.801,63 10,40
10 - - - - - - 1.829,47 10,56
11 - - - - - - 1.859,49 10,73
12 - - - - - - 1.888,44 10,89
Met ingang van 1 januari 2010 geldt voor het rijdend personeel een nieuw loongebouw.
De jaarlijks in november bekend te maken nieuwe loonscha(a)l(en) geld(t)en
met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar.
Met betrekking tot inschaling wordt het volgende gehanteerd:
• Per 1-1-2010 vindt inschaling op het naasthogere salaris in de nieuwe salarisschaal
plaats; er is geen tredeverhoging (in afwijking van hetgeen in artikel 3.4.2 is
gesteld) op die datum.
• Vervolgens worden de lonen verhoogd overeenkomstig de in artikel 3.4.1 aangegeven
systematiek.

3.3.1 Berekening dagloon
Het dagloon wordt berekend door het functieloon per maand te delen door 21,66 of
door het functieloon per week te delen door 5.
3.3.2 Berekening uurloon
Het uurloon wordt berekend door het functieloon per maand te delen door 173,3 of
door het functieloon per week te delen door 40.
Het loon van de parttimer wordt vastgesteld overeenkomstig de bij de functie behorende
loonschaal naar rato van het aantal overeengekomen arbeidsuren.

3.4 Loonsverhogingen rijdend personeel
3.4.1 CAO-stijgingen
De CAO-lonen voor het rijdend personeel worden geïndexeerd met:
• 1,5 % met ingang van 1 juli 2009
• 2 % met ingang van 1 januari 2010 + prijscompensatie (zie hieronder)
• 2 % met ingang van 1 januari 2011 + prijscompensatie (zie hieronder)
• 3 % met ingang van 1 januari 2012 + prijscompensatie (zie hieronder)
• 3 % met ingang van 1 januari 2013 + prijscompensatie (zie hieronder)
De lonen van werknemers die reeds boven het cao loon worden betaald kunnen
worden ‘bevroren’ totdat zij correct zijn ingeschaald. De hieronder genoemde prijscompensatie
wordt wel toegekend.
Ter compensatie van de stijging van de kosten van levensonderhoud zal in beginsel
per 1 januari 2010 (gebaseerd op de cijfers oktober 2008 en oktober 2009), per 1
januari 2011 (gebaseerd op de cijfers van oktober 2009 en oktober 2010); per 1 januari
2012 (gebaseerd op de cijfers oktober 2010 en oktober 2011) en per 1 januari 2013
(gebaseerd op de cijfers van oktober 2011 en oktober 2012) prijscompensatie over de
lonen worden uitgekeerd. Een daling van het prijsindexcijfer (negatieve prijscompensatie)
wordt dienovereenkomstig op de cao – lonen toegepast. De hoogte van deze
prijscompensatie wordt bepaald op basis van de CBS – consumenten - prijsindexcijfers
(reeks alle huishoudens - afgeleid).
Bij de toepassing van deze consumenten - prijsindexeringregeling wordt steeds van
de voorlopige CBS - consumentenprijsindexcijfers uitgegaan. Dit betekent, dat met
eventuele correcties, welke achteraf in het voorlopige indexcijfer over een bepaalde
maand worden aangebracht, geen rekening wordt gehouden.
De jaarlijks in november bekend te maken nieuwe loonscha(l(en) geld(t)en met
ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar.
3.4.2 Tredeverhoging
Een tredeverhoging gaat in op 1 januari van het kalenderjaar. Bij normale uitvoering
van zijn werkzaamheden maakt de werknemer telkens op 1 januari van het kalenderjaar
aanspraak op een salarisverhoging die gelijk is aan één loontrede van de
loonschaal waarin de werknemer is ingedeeld, tot het maximum van die loonschaal
is bereikt.
3.4.3 Onthouding tredeverhoging
De werkgever is bevoegd om in de navolgende situaties en/of bij verkeersovertredingen
– waarbij de eerste 3 verkeersovertredingen van de lichtste categorie niet
worden meegeteld – de werknemer per periodiekdatum een tredeverhoging te
onthouden indien de werknemer in het kalenderjaar daaraan voorafgaand:
• hetzij meer dan tweemaal schade, daaronder mede begrepen letselschade, heeft
veroorzaakt door aantoonbare schuld;
• hetzij schuldig is bevonden en beboet voor de volgende verkeersovertredingen:
• eenmaal meer dan 30 km harder rijden dan toegestaan dan wel;
• tweemaal meer dan 10% harder dan toegestaan doch minder dan 30 km te
hard dan wel;
• tweemaal door een rood verkeerslicht is gereden of tweemaal over de vluchtstrook
dan wel;
• driemaal andersoortige overtredingen heeft begaan.
Wanneer de werkgever niet overgaat tot tredeverhoging op een van de in deze bepaling
genoemde gronden, doet hij daarvan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 31
december van het jaar waarin de overtreding is geconstateerd, schriftelijk mededeling
aan de werknemer.
Toelichting op onthouding tredeverhoging
De datum waarop de beschikking is verzonden (bijvoorbeeld door middel van
een acceptgiro tot betaling van de boete) is bepalend of de werkgever in dat jaar
een trede aan de werknemer kan onthouden.
Het boeteschema is te vinden op www.om.nl.
3.4.4 Vakdiploma’s
Na het behalen van een diploma als genoemd in de loontabel voor rijdend personeel
vindt de daarop volgende betalingsperiode horizontale overschaling plaats naar de
naastliggende trede van de loonschaal die hoort bij het desbetreffende diploma.
Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2010.

3.5 Inschalingsmatrix
Omschrijving diploma loongroep loongroep loongroep loongroep
A B C D
vrijstelling van het wettelijk verplichte examen voor
het CCV Chauffeursdiploma Taxi
(= chauffeurs die in het bezit zijn van een chauffeurspas
van vóór 1 juli 2001)
X
of
CCV Chauffeursdiploma Taxi (beperkt)
(= vaste routes, vaste tijden, vaste klanten etc.)
X
CCV Chauffeursdiploma Taxi (volledig) of X
Diploma CCV-Taxivervoer of X
uitslagformulier/aantekening opleidingspaspoort
TC 1
X
Diploma CCV-Taxivervoer plus of X
uitslagformulier/aantekening opleidingspaspoort
TC2 of
X
CCV diploma Sociale Vaardigheden of CCV diploma
Doelgroepenvervoer Taxi
X
SKKP Vakdiploma Taxivervoer of X
CCV Vakdiploma Taxivervoer of X
Omschrijving diploma loongroep loongroep loongroep loongroep
A B C D
CCV Chauffeursdiploma Taxi en
CCV diploma Sociale Vaardigheden en
CCV diploma Doelgroepenvervoer Taxi X
De werknemer die is vrijgesteld van het wettelijk verplicht examen die één deelcertificaat
heeft, valt in loonschaal C.
De werknemer die is vrijgesteld van het wettelijk verplichte examen die twee deelcertificaten
heeft, valt in loonschaal D.
Omschrijving diploma loongroep loongroep loongroep loongroep
A B C D
vrijstelling van het wettelijk verplichte examen voor
het CCV Chauffeursdiploma Taxi
(= chauffeurs die in het bezit zijn van een chauffeurspas
van vóór 1 juli 2001)
of
CCV Chauffeursdiploma Taxi (beperkt)
(= vaste routes, vaste tijden, vaste klanten etc.)
en
Diploma CCV-Taxivervoer plus of X
uitslagformulier/aantekening opleidingspaspoort
TC2 of
X
CCV diploma Sociale Vaardigheden of CCV diploma
Doelgroepenvervoer Taxi
X
en
SKKP Vakdiploma Taxivervoer of X
CCV Vakdiploma Taxivervoer of X
CCV Chauffeursdiploma Taxi en
CCV diploma Sociale Vaardigheden en
CCV diploma Doelgroepenvervoer Taxi X
Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2010.
3.6 CAO-lonen en een provisiesysteem
Een provisieloon moet minstens gelijk zijn aan het loon waarop de werknemer recht
heeft volgens de CAO (over dezelfde loonperiode en bij hetzelfde aantal arbeidsuren).
Valt het provisieloon lager uit dan heeft de werknemer recht op bijbetaling tot het
loon volgens de CAO.
De onregelmatigheidstoeslag moet apart betaald worden, boven de verdiensten uit
het provisieloon.
De onregelmatigheidstoeslag vervalt met ingang van 1 januari 2010.
De berekening van het loon, provisie en/of toeslagen vindt veelal plaats aan de hand
van gegevens die na afsluiting van de betalingsperiode beschikbaar komen. In dat
geval moet een voorschotbetaling plaatsvinden ten minste op het niveau van het
(CAO)loon. In de daarop volgende betalingsperiode worden provisie en/of toeslagen
uitbetaald.
Een verlofdag moet worden afgerekend tegen CAO-dagloon.
Voorbeelden van loonberekeningen met provisiesysteem zijn opgenomen in
bijlage 2.

3.7 Functiebeschrijvingen niet-rijdend personeel
Telefonist(e)
Doel van de functie:
Het correct en klantvriendelijk beantwoorden en bewerken van al het binnenkomende
telefoonverkeer.
Resultaatgebied:
• Het bedienen van de telefooncentrale.
• Het registreren van ritopdrachten en klantgegevens ten behoeve van de uitvoering
van ritopdrachten.
• Het verwerken van mutaties en het invoeren hiervan in het operationele systeem.
• Het verstrekken van (product)informatie aan klanten.
Centralist(e)/Planner
Doel van de functie:
Het efficiënt registreren, plannen en uitgeven van ritaanvragen.
Resultaatgebied:
• Het aannemen en verdelen van ritten binnen wettelijke en bedrijfskaders, resulterend
in een efficiënte verdeling en uitvoering van diensten.
• Het aansturen van het rijdend personeel bij de toewijzing van ritten.
• Het signaleren van afwijkende vervoersprocessen.
• Het ondersteunen van andere afdelingen.
• Het uitvoeren van administratieve werkzaamheden.
Administratieve kracht op bedrijfsniveau
Doel van de functie:
Het uitvoeren van algemene administratief ondersteunende werkzaamheden, die in
een directe relatie staan tot het taxivervoerproces.
Resultaatgebied:
• Het verwerken van uren, ritopdrachten en rittenstaten.
• Het verrichten van voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de
facturering.
• Het administreren van kwantitatieve gegevens.
• Het verrichten van voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de
financiële administratie.
• Het ondersteunen van andere afdelingen.

3.8 Lonen niet-rijdend personeel
Voor het niet-rijdend personeel gelden de lonen volgens de loontabel voor
niet-rijdend personeel.
De lonen gelden voor een arbeidstijd van 40 uren per week, verdeeld over gemiddeld
5 dagen per week.
Onder niet-rijdend personeel wordt in ieder geval de centralist/planner, telefonist
en administratieve kracht verstaan, zoals omschreven in artikel 3.7. Voor zover de
functie van niet-rijdend personeel niet onder één van de beschrijvingen uit artikel 3.7
valt, kan de werkgever deze in de loonschaal ‘overige’ plaatsen.

Loontabel voor niet rijdend personeel per 1 juli 2008
overige telefonist [e] administr. Medew. centralist/planner
leeftijd loontrede
maandloon
uurloon maandloon
uurloon maandloon
uurloon maandloon
uurloon
15 jaar 0 444,08 2,56 444,08 2,56 456,81 2,64 485,36 2,80
16 jaar 0 510,68 2,94 510,68 2,94 525,29 3,03 558,17 3,22
17 jaar 0 584,69 3,37 584,69 3,37 601,45 3,47 639,06 3,69
18 jaar 0 673,51 3,88 673,51 3,88 692,82 4,00 736,13 4,24
19 jaar 0 777,12 4,48 777,12 4,48 799,39 4,61 849,38 4,90
20 jaar 0 910,35 5,26 910,35 5,26 936,44 5,40 994,99 5,74
21 jaar 0 1.073,18 6,20 1.073,18 6,20 1.103,93 6,37 1.172,95 6,77
22 jaar 0 1.258,21 7,26 1.258,21 7,26 1.294,27 7,47 1.375,18 7,94
0/3
mnd
0 1.435,06 8,28 1.435,06 8,28 1.476,08 8,52 1.568,36 9,05
4/12
mnd
0 1.480,25 8,54 1.480,25 8,54 1.522,66 8,79 1.617,86 9,34
1 1.495,30 8,63 1.512,09 8,73 1.554,40 8,97 1.660,20 9,58
2 1.524,89 8,80 1.543,82 8,91 1.586,14 9,15 1.702,50 9,83
3 1.570,07 9,06 1.573,46 9,07 1.617,86 9,34 1.744,80 10,07
4 1.605,03 9,26 1.607,29 9,27 1.649,61 9,52 1.787,11 10,31
5 1.637,85 9,46 1.639,02 9,46 1.681,35 9,71 1.829,43 10,56
6 - 1.670,77 9,64 1.713,07 9,88 1.871,73 10,80
7 - 1.702,50 9,83 1.744,80 10,07 1.914,04 11,05
8 - 1.734,23 10,01 1.776,54 10,25 1.956,35 11,29
9 - 1.765,96 10,19 1.808,27 10,44 1.998,68 11,53
10 - 1.797,70 10,37 1.840,01 10,61
2.040,98
11,78
11 - - - 1.871,73 10,80 2.083,29 12,02
12 - - - - - 2.125,60 12,27

Loontabel niet rijdend personeel per 1 juli 2009 incl. 1,5 %
overige telefonist [e] administr. Medew. centralist/planner
leeftijd loontrede
maandloon
uurloon maandloon
uurloon maandloon
uurloon maandloon
uurloon
15 jaar 0 450,74 2,60 450,74 2,60 463,66 2,68 492,64 2,85
16 jaar 0 518,35 2,99 518,35 2,99 533,17 3,08 566,55 3,27
17 jaar 0 593,46 3,42 593,46 3,42 610,47 3,52 648,64 3,74
18 jaar 0 683,61 3,94 683,61 3,94 703,21 4,06 747,17 4,31
19 jaar 0 788,78 4,55 788,78 4,55 811,38 4,68 862,12 4,97
20 jaar 0 924,01 5,34 924,01 5,34 950,49 5,48 1.009,91 5,82
21 jaar 0 1.089,27 6,29 1.089,27 6,29 1.120,49 6,47 1.190,55 6,87
22 jaar 0 1.277,08 7,37 1.277,08 7,37 1.313,68 7,58 1.395,81 8,06
0/3
mnd
0 1.456,59 8,40 1.456,59 8,40 1.498,22 8,65 1.591,89 9,19
4/12
mnd
0 1.502,45 8,67 1.502,45 8,67 1.545,50 8,92 1.642,13 9,48
1 1.517,73 8,76 1.534,78 8,86 1.577,72 9,10 1.685,10 9,72
2 1.547,76 8,93 1.566,98 9,04 1.609,93 9,29 1.728,04 9,97
3 1.593,63 9,20 1.597,06 9,21 1.642,13 9,48 1.770,97 10,22
4 1.629,11 9,40 1.631,40 9,41 1.674,35 9,66 1.813,91 10,46
5 1.662,42 9,60 1.663,60 9,60 1.706,57 9,85 1.856,87 10,72
6 - - 1.695,83 9,79 1.738,77 10,03 1.899,81 10,96
7 - - 1.728,04 9,97 1.770,97 10,22 1.942,75 11,21
8 - - 1.760,25 10,16 1.803,19 10,41 1.985,69 11,46
9 - - 1.792,45 10,34 1.835,39 10,59 2.028,66 11,70
10 - - 1.824,66 10,53 1.867,61 10,77 2.071,60 11,96
11 - - - - 1.899,81 10,96 2.114,54 12,20
12 - - - - - - 2.157,48 12,45

3.9 Loonsverhogingen niet-rijdend personeel
3.9.1 CAO-stijgingen
De CAO-lonen voor het niet-rijdend personeel worden geïndexeerd met:
• 1,5 % met ingang van 1 juli 2009
• 2 % met ingang van 1 januari 2010 + prijscompensatie (zie hierna)
• 2 % met ingang van 1 januari 2011 + prijscompensatie (zie hierna)
• 3 % met ingang van 1 januari 2012 + prijscompensatie (zie hierna)
• 3 % met ingang van 1 januari 2013 + prijscompensatie (zie hierna)
De lonen van werknemers die reeds boven het CAO loon worden betaald kunnen
worden ‘bevroren’ totdat zij correct zijn ingeschaald. Dit in afwijking van het
bepaalde in artikel 3.9.3 van deze cao. De hierboven genoemde prijscompensatie
wordt wel toegekend.
Ter compensatie van de stijging van de kosten van levensonderhoud zal in beginsel
per 1 januari 2010 (gebaseerd op de cijfers oktober 2008 en oktober 2009), per 1
januari 2011 (gebaseerd op de cijfers van oktober 2009 en oktober 2010); per 1 januari
2012 (gebaseerd op de cijfers oktober 2010 en oktober 2011) en per 1 januari 2013
(gebaseerd op de cijfers van oktober 2011 en oktober 2012) prijscompensatie over de
lonen worden uitgekeerd. Een daling van het prijsindexcijfer (negatieve prijscompensatie)
wordt dienovereenkomstig op de CAO – lonen toegepast. De hoogte van deze
prijscompensatie wordt bepaald op basis van de CBS – consumenten - prijsindexcijfers
(reeks alle huishoudens - afgeleid).
Bij de toepassing van deze consumenten - prijsindexeringregeling wordt steeds van
de voorlopige CBS - consumentenprijsindexcijfers uitgegaan. Dit betekent, dat met
eventuele correcties, welke achteraf in het voorlopige indexcijfer over een bepaalde
maand worden aangebracht, geen rekening wordt gehouden.
De jaarlijks in november bekend te maken nieuwe loonscha(l(en) geld(t)en met
ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar.
3.9.2 Tredeverhoging
Een tredeverhoging gaat in op 1 januari van het kalenderjaar.
Bij normale uitvoering van zijn werkzaamheden maakt de werknemer op 1 januari
van het kalenderjaar aanspraak op een salarisverhoging die gelijk is aan één loontrede
van de loonschaal waarin de werknemer is ingedeeld, tot het maximum van die
loonschaal is bereikt.
3.9.3 Garantieregeling
Voor werknemers met een loon dat hoger is dan het functieloon volgens de hoogste
loontrede van de schaal die op hen van toepassing is, geldt de volgende regeling. Het
loon wordt geïndexeerd met maximaal de CAO-verhoging te berekenen over het
functieloon volgens de hoogste loontrede van de schaal die op hen van toepassing is.

3.10 Toeslagen en vergoedingen
3.10.1 Vakantietoeslag
1. Uiterlijk op 31 mei krijgt de werknemer de vakantietoeslag uitbetaald, die hij heeft
opgebouwd vanaf 1 mei in het voorafgaande kalenderjaar tot en met 30 april in
het lopende jaar. De toeslag bedraagt 8% van het loon (zie lid 4) over de referteperiode.
Voor 2010 geldt dat de werknemer uiterlijk 31 mei de toeslag uitbetaald
krijgt die hij heeft opgebouwd over de periode 1 januari 2009 tot en met 30 april
2010.
2. De werknemer met een dienstverband voor bepaalde tijd heeft recht op 1/12 van
de genoemde vakantietoeslag voor elke aaneengesloten periode van 30 dagen
dat deze overeenkomst op hem van toepassing is. Zijn vakantietoeslag wordt
uitbetaald bij het einde van het dienstverband.
3. Als de werknemer langdurig ziek is, betaalt de werkgever over de eerste 2 jaar van
de ziekte 8% vakantietoeslag over het ten laste van de werkgever komende loon.
4. Loon voor de berekening van de 8% vakantietoeslag is alles wat uit hoofde van de
arbeidsovereenkomst van werkgever is ontvangen, met uitzondering van:
• verdiensten uit overwerk
• onregelmatigheidstoeslag (vervalt m.i.v. 1 januari 2010)
• vakantietoeslag
• winstuitkeringen
• uitkeringen bij bijzondere gelegenheden
• uitkeringen als gevolg van aanspraken om na verloop van tijd of onder een
voorwaarde één of meer uitkeringen te ontvangen
• vergoedingen, voor zover zij bedoeld zijn ter bestrijding van noodzakelijke kosten,
die de werknemer in verband met zijn dienstverband heeft te maken.
Met ingang van 1 januari 2011 zal de HAP toeslag geen onderdeel meer
uitmaken van de berekening van de vakantietoeslag.
5. De werkgever verstrekt bij uitbetaling en/of verrekening van de vakantietoeslag
een specificatie met het bedrag aan genoten loon en de data van de perioden
waarover dit is berekend. Plus de verrekeningen van eventueel daarop verleende
voorschotten en inhoudingen wegens loonheffing, premies Sociale
Verzekeringen, premies (pre)pensioen en premies Sociaal Fonds Taxi.
3.10.2 Onregelmatigheidstoeslag
Voor gewerkte uren op maandag tot en met zondag tussen 22.00 en 06.00 uur
ontvangt de werknemer een onregelmatigheidstoeslag van € 1,05 per uur.
De onregelmatigheidstoeslag vervalt met ingang van 1 januari 2010.
Toelichting onregelmatigheidstoeslag
Deze onregelmatigheidstoeslag is alleen verschuldigd als de werknemer tijdens
de aangegeven uren ter beschikking staat van de werkgever. Over de tijdstippen
dat er gepauzeerd wordt, hoeft geen onregelmatigheidstoeslag te worden
betaald.
3.10.3 Overurenvergoeding
Rijdend personeel en centralisten/planners met dienstrooster
• Overuren zijn de uren die de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd van 40 uur per
week – berekend over de periode van het geldende dienstrooster, ook als deze
periode langer is dan de betaalperiode – te boven gaan; uren waarop incidenteel
wordt gewerkt boven het bij rooster vastgestelde aantal uren.
• Afwijkingen ten opzichte van het geldende dienstrooster mogen worden verrekend.
Dit moet echter gebeuren binnen de gebruikelijke betalingsperiode van de
lonen (vier weken of één kalendermaand). Verrekening over een langere periode is
slechts toegestaan onder goedkeuring van CAO partijen.
• Bij het in overleg ad hoc aanpassen van de roosteruren, mag het saldo van de
aangepaste uren niet minder worden dan -16 uur per 4 weken of -17,3 uur per
kalendermaand. De werkgever moet achteraf kunnen aantonen dat het in ad hoc
aanpassen van de roosteruren in overeenstemming met de werknemer tot stand
is gekomen.
• De werkgever mag de werknemer niet voorstellen minuren te verrekenen met de
vakantierechten van de werknemer.
Met ingang van 1 januari 2010 vervalt de huidige tekst van artikel 3.10.3.
Hiervoor in de plaats komt onderstaande tekst:
Overuren zijn de uren die de gemiddelde arbeidstijd van 40 uur per week
berekend over een periode van één kalenderkwartaal te boven gaan.
Rijdend personeel en centralisten/planners zonder dienstrooster
Overuren zijn de uren die de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd van 40 uur te boven
gaan. De gemiddelde arbeidstijd per week wordt berekend over vooraf aangegeven
en elkaar opvolgende betalingsperioden van 1 kalendermaand of 4 weken.
Vervalt m.i.v. 1 januari 2010.
Niet-rijdend personeel (met uitzondering van centralisten/planners)
Overuren zijn uren waarmee de wekelijkse arbeidstijd van 40 uur per kalenderweek
wordt overschreden.
Vervalt m.i.v. 1 januari 2010.
Vergoeding van overuren in tijd en/of geld
De werknemer bepaalt hoe hij de overurenvergoeding ontvangt: in geld, in tijd of in
combinaties daarvan. In alle gevallen krijgt hij een toeslag van 20%:
• tijd + toeslag van 20% in tijd; dan wel
• tijd + toeslag van 20% in geld; dan wel
• uurloon + toeslag van 20% in geld.
Bij berekening van de vergoeding wordt de duur van het overwerk afgerond volgens
onderstaand schema:
• 00 – 14 minuten = 0 minuten overwerk
• 15 – 44 minuten = 30 minuten overwerk
• 45 – 60 minuten = 60 minuten overwerk
De werknemer krijgt de overwerkvergoeding uiterlijk 2 maanden na de periode waarin
deze is opgebouwd. Op aangeven van de werknemer kan de termijn van 2 maanden
worden verruimd naar 12 maanden.
De overwerkregeling wordt niet toegepast op:
• overuren voor leidinggevenden, die zelf bevoegd zijn tot het laten verrichten van
overwerk;
• overuren door werknemers met een zelfstandige functie, voor wie geen diensttijden
zijn vastgesteld;
• overuren die zijn ontstaan door eigen schuld of toedoen van de werknemer.
Toelichting overurenvergoeding
De voorgestelde tekst voor ‘rijdend personeel en centralisten/planners met
dienstrooster’ is duidelijker dan voorheen. De rechtszekerheid van de medewerker
is gediend met de beperking van de verrekenmogelijkheid (behoudens
instemming van CAO partijen) tot de betaalperiode.
Tevens is de rechtszekerheid van de medewerker gediend met het maximeren
van het aantal minuren gedurende één kalendermaand. Hiermee wordt het
maken van relatief veel plusuren in een kort tijdsbestek tegen het einde van de
kalendermaand voorkomen.
Voorts bevat de tekst een bescherming van de werknemer tegen aantasting van
zijn vakantierechten.
De tekst verzet zich niet tegen het toepassen van een gemiddeld (contract-)loon
per maand of per vier weken in de situatie dat de regelmaat van de werkzaamheden
wordt gekenmerkt door een “lange golf” van bijvoorbeeld één jaar.
De toelichting komt met ingang van 1 januari 2010 te vervallen.
3.10.4 Meeruren en overuren door de parttimer
Indien meer uren worden gewerkt dan het contractueel overeengekomen aantal
arbeidsuren worden deze uitbetaald conform de bepalingen in deze CAO. Over deze
meeruren tot maximaal 40 uur per week bouwt de werknemer vakantietoeslag- en
vakantie-uren op.
Arbeidsuren die de arbeidstijd van 40 uur per week te boven gaan worden met
inachtneming van artikel 3.10.3 aangemerkt als overuren.
3.10.5 Procedure bij overuren en meeruren
a. De werknemer dient op 1 januari van ieder kalenderjaar schriftelijk aan te geven of
hij overuren (of de meeruren als bedoeld in artikel 1.3 sub l en 3.10.4) in tijd of in
geld vergoed wil hebben. Indien de werknemer kiest voor vergoeding in geld dan
dient de uitbetaling plaats te vinden in de maand volgend op de periode waarin
deze zijn opgebouwd.
b. Als de werknemer overuren/meeruren omzet in vrije uren, moet hij die binnen
12 maanden na 1 januari van het kalenderjaar opnemen volgens de in het bedrijf
geldende regels.
Overuren/meeruren die niet binnen 12 maanden zijn opgenomen moeten alsnog
in geld worden uitbetaald. Uitbetaling vindt plaats in de maand januari van het
daaropvolgende kalenderjaar.
c. De werkgever verstrekt minimaal eens per 3 maanden een overzicht van het
opgebouwde urentegoed.
d. Opname door de werknemer van uren uit het opgebouwde urentegoed dient
door de werkgever schriftelijk te worden vastgelegd.
3.10.6 Bedrijfshulpverlening
De werknemer met een fulltime dienstverband, die daadwerkelijk belast is met
bedrijfshulpverlening maakt aanspraak op een toelage van € 20,77 bruto per maand.
Als er sprake is van een parttime dienstverband geldt de aanspraak op de toelage
naar rato van de omvang van het dienstverband.
3.10.7 EHBO
Aan de werknemer die in het kader van zijn functie door zijn werkgever verplicht
wordt in het bezit te zijn van een EHBO-diploma wordt een toeslag van € 10,50 bruto
per maand toegekend.
De EHBO-toeslag vervalt met ingang van 1 januari 2010.
3.10.8 Uurlonen bij huisartsenvervoer
1. Onder Huisartsenvervoer wordt verstaan het in opdracht van een huisartsenpost
en/of huisarts vervoeren en desgewenst assisteren van een huisarts in een
speciaal daartoe uitgerust en als zodanig herkenbaar voertuig. Het voertuig is
eventueel uitgerust met optische en geluidssignalen.
2. Aan de chauffeur die met een voertuig beschreven onder 1 huisartsenvervoer
verricht, wordt voor de betreffende ingeroosterde arbeidstijd (artikel 2.1.2) in
plaats van het uurloon volgens de CAO taxivervoer op basis van horizontale overschaling
een uurloon toegekend conform de tabel in lid 3.

3. Loontabel huisartsenchauffeur.
tabel huisartsenvervoer per 1 juli 2008
B
(ongecertificeerd)
D
(gecertificeerd)
leeftijd loontrede uurloon uurloon
0/3 mnd 0 € 9,91 € 10,12
4/12 mnd 0 € 10,16 € 10,37
1 € 10,25 € 10,46
2 € 10,34 € 10,54
3 € 10,43 € 10,63
4 € 10,51 € 10,72
5 € 10,69 € 10,90
6 € 10,86 € 11,05
7 € 11,01 € 11,22
8 € 11,18 € 11,39
9 € - € 11,54
10 € - € 11,71
11 € - € 11,88
12 € - € 12,04
tabel huisartsenvervoer per 1 juli 2009 incl. 1,50%
B
(ongecertificeerd)
D
(gecertificeerd)
leeftijd loontrede uurloon uurloon
0/3 mnd 0 € 10,06 € 10,27
4/12 mnd 0 € 10,31 € 10,53
1 € 10,40 € 10,62
2 € 10,50 € 10,70
3 € 10,59 € 10,79
4 € 10,67 € 10,88
5 € 10,85 € 11,06
6 € 11,02 € 11,22
7 € 11,18 € 11,39
8 € 11,35 € 11,56
9 € - € 11,71
10 € - € 11,89
11 € - € 12,07
12 € - € 12,22
4. De chauffeur die beschikt over het wettelijk verplichte diploma taxichauffeur
wordt voor het verrichten van het onder lid 1 beschreven werk betaald volgens de
loontabel B uit lid 3.
De chauffeur die het onder lid 1 beschreven werk verricht en beschikt over alle
certificaten voor HAP-chauffeurs (dus over het HAP-vakdiploma) heeft voor
de betreffende uren recht op de uurbedragen uit loontabel D uit lid 3. Na het
behalen van het HAP-vakdiploma wordt bij de eerstvolgende betalingsperiode
loontabel D gehanteerd (horizontaal ‘overschalen’).
5. Als een chauffeur die HAP-vervoer verricht niet meer voldoet aan de vereisten
voor het HAP-vakdiploma, valt hij/zij terug op de HAP-uurbedragen uit loonschaaltabel
B, in dezelfde trede. Het verschil in loon voor deze HAP-chauffeur
wordt dan uitbetaald als een persoonlijke toeslag die niet meestijgt met CAO
verhogingen.
6. Voor deze HAP-uurlonen geldt dat ze als grondslag dienen voor opbouw
pensioen, dagloon bij arbeidsongeschiktheid en grondslag waarover
vakantietoeslag wordt berekend. De HAP uurlonen worden bij volgende
CAO-loonsverhogingen met hetzelfde percentage verhoogd als de gewone taxiuurlonen.
7. a Bij de inwerkingtreding van bovenstaande uurbedragen vervalt de bestaande
HAP-toeslag van € 1,- per uur.
b Met ingang van 1 juli 2007 is de werkgever bevoegd eenmalig een bedrag van
€1,25 per uur met de tot dan door hem aan de werknemer betaalde toeslagen
te verrekenen. De verrekeningsclausules komen met de inwerkingtreding van
bovenstaande bedragen en na de eventuele eenmalige verrekening te vervallen.
8. De werkgever die HAP-vervoer verricht op basis van een vervoerscontract waarin
wordt gevraagd om het HAP-vakdiploma (of de deelcertificaten ervan), stelt de
werknemer in staat om het volledige HAP-vakdiploma (of de betreffende deelcertificaten
ervan) te behalen, waarbij de opleidingskosten en de certificaten (te
behalen en te behouden) volledig voor rekening van de werkgever komen.
De werkgever is bevoegd de werkelijk door hem gemaakte opleidings- en
examenkosten terug te vorderen van de werknemer als het dienstverband eindigt
binnen 2 jaar na het behalen van het examen (of na de start van de opleiding
waarvan het diploma niet wordt behaald) en wel in de zin dat voor iedere maand
die verstreken is 1/24e deel van de kosten minder wordt teruggevorderd door:
• vrijwillige opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer;
• ontslag op staande voet (tenzij de rechter dat ongedaan maakt).
De tijd die gemoeid is met het bijwonen van lessen van hierboven genoemde
opleidingen en het afleggen van bijbehorende toetsen/examens komt voor minimaal
50 % voor rekening van de werkgever. Werkgevers die voor de ingangsdatum
van deze regeling al meer dan 50 % van de tijd die gemoeid is met het bijwonen
van de lessen van de hierboven genoemde opleidingen en het afleggen van bijbehorende
toetsen/examens vergoedden, dienen dit te blijven doen.
9. CAO partijen spreken af dat zij zich er gezamenlijk nadrukkelijk voor zullen
inspannen om voor 1 januari 2008 met de Vereniging Huisartsenposten Nederland
(VHN) een convenant af te sluiten waarin staat dat het bezitten van het
HAP-vakdiploma zo snel als mogelijk een eis wordt die HAP-posten stellen aan
alle chauffeurs die huisartsen vervoeren tijdens hun werk.
Met ingang van 1 januari 2010 vervalt de tekst van 3.10.8. Hiervoor in de
plaats komt onderstaande tekst:
Chauffeurs, die daadwerkelijk huisartsenvervoer verrichten, zijnde het in
opdracht van een huisartsenpost en/of huisarts vervoeren en desgewenst
assisteren van een huisarts in een speciaal daartoe uitgerust en als zodanig
herkenbaar voertuig, dan wel de chauffeurs, die wachten op de huisartsenpost,
ontvangen voor dit werk vanaf 1-1-2010 een toeslag ad € 1,25 bruto per
uur (zogenaamde HAP-toeslag).
Met ingang van 1 januari 2010 worden de HAP chauffeurs in de loonschaal
voor het rijdend personeel ingeschaald (zonder extra toeslagen). Inschaling
vindt plaats door het huidige uurloon van de HAP chauffeur met € 1,25 te
verminderen. Vervolgens wordt de HAP chauffeur op het naasthogere salaris
in de nieuwe loonschaal geplaatst.
3.10.9 Eenmalige uitkering
Iedere werknemer die op 1 november 2009 in dienst is van een werkgever vallend
onder deze cao heeft recht op uitbetaling in november 2009 van een eenmalige
uitkering van € 150,- bruto.
Parttimers en MUP-krachten maken aanspraak op een eenmalige uitkering naar
rato van de omvang van hun dienstverband. Voor de bepaling van de omvang van
het dienstverband geldt een referteperiode van 13 weken voorafgaand aan
1 november 2009.

Hoofdstuk 4
Vakantiedagen en Verlof

4.1 Vakantiedagen
Het vakantiejaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
De werknemer heeft recht op 25 vakantiedagen, op basis van een fulltime dienstverband.
In geval van parttime medewerkers wordt het aantal vakantiedagen bepaald
naar rato van het aantal gewerkte uren.
Het eventueel hogere aantal vakantiedagen van 25 van de medewerkers die op
1 januari 2009 al in dienst zijn blijft gehandhaafd, maar wordt niet verder meer
verhoogd.
Toelichting op vakantiedagen
De werknemer die op 31 december 2008 minder dan 25 vakantiedagen had
krijgt met ingang van 1 januari 2009 25 vakantiedagen (op basis van fulltime
dienstverband en volledig dienstjaar).
De werknemer die op 31 december 2008 in dienst was en 25, 26 of 27 vakantiedagen
had, behoudt dit aantal vakantiedagen.

4.2 Opbouw van vakantiedagen
De werknemer heeft ten minste aanspraak op vakantie in verhouding tot het
verstreken deel van het jaar, indien het dienstverband op enig tijdstip nog geen jaar of
niet wederom een jaar heeft geduurd.
De totale aanspraak op vakantie wordt bij het einde van het vakantiejaar (en/of
bij het einde van het dienstverband) naar boven afgerond op halve dagen, indien
het dienstverband van de werknemer ten minste 2 maanden onafgebroken heeft
geduurd.

4.3 Vakantiekaart
De werkgever dient de werknemer jaarlijks een vakantiekaart te verstrekken, tenzij de
loonspecificatie het tegoed aan vakantiedagen vermeldt.
De werkgever is verplicht aantekening te houden van de door de werknemer opgenomen,
respectievelijk aan hem uitbetaalde vakantiedagen. Deze aantekening wordt
door de werknemer geparafeerd.

4.4 Opnemen vakantie
Eén vakantiedag staat gelijk aan 8 werkuren.
Als een volgens rooster opgenomen vakantiedag een hiervan afwijkend aantal werkuren
heeft, wordt het werkelijke aantal arbeidsuren in mindering gebracht op het
tegoed aan vakantie-uren.
Voor de toepassing van deze systematiek is de instemming van de OR of Personeelsvertegenwoordiging
vereist.
De werknemer vraagt vakantie aan volgens de regels in het bedrijf. Deze regels
moeten zijn opgesteld met de OR of Personeelsvertegenwoordiging en aan de werknemer
ter kennis zijn gebracht.
De werknemer die daarvoor voldoende vakantiedagen heeft opgebouwd, wordt in de
gelegenheid gesteld ten minste 16 kalenderdagen aaneengesloten vakantiedagen op
te nemen.
Bij beëindiging van het dienstverband wordt aanspraak op te veel genoten vakantiedagen
verrekend.
Vakantiedagen die aan het einde van het vakantiejaar nog niet zijn opgenomen,
worden meegenomen naar het volgende vakantiejaar en worden aangemerkt als
‘oude’ vakantiedagen. Bij het opnemen van vakantiedagen worden de ‘oude’ vakantiedagen
als eerste afgeschreven. ‘Oude’ vakantiedagen verjaren en vervallen 5 jaar
na de opbouw van deze vakantiedagen.

4.5 Betaald verlof
Afwezigheid mét behoud van loon wordt toegestaan:
• Bij overlijden van de echtgeno(o)t(e) of een inwonend tot het gezin behorend
kind, pleegkind of stiefkind: te rekenen vanaf de dag van overlijden 4
dagen.
• Bij het huwelijk van de werknemer en bij het overlijden van één van zijn
ouders of schoonouders of niet-inwonende kinderen, pleegkinderen,
stiefkinderen, schoonzoons of schoondochters: mits de plechtigheid wordt
bijgewoond 2 dagen.
• Bij de bevalling van zijn echtgenote: 2 dagen.
• Bij het huwelijk van een kind, pleegkind of stiefkind, broer of zuster,
zwager of schoonzuster van de werknemer: mits het huwelijk wordt bijgewoond
1 dag.
• Bij het overlijden van een broer, zuster, zwager, schoonzuster, één der
wederzijdse grootouders of een kleinkind van de werknemer: mits de
uitvaart wordt bijgewoond 1 dag.
• Bij priesterwijding van een kind, pleegkind, stiefkind of broer van de
werknemer, en bij de eeuwige kloostergelofte van een kind, pleegkind,
stiefkind, broer of zuster van de werknemer: mits de plechtigheid wordt
bijgewoond 1 dag.
• Bij het 25- of 40-jarige huwelijk van de werknemer: 1 dag.
Voor zover het binnen arbeidstijd noodzakelijk is, wordt afwezigheid mét
behoud van loon toegestaan:
• Bij het 25-, 40-, 50- of 60-jarige huwelijk van de ouders of schoonouders:
1 dag.
• Bij het 25-, 40- of 50-jarig dienstjubileum: 1 dag.
• Bij verhuizing in geval van overplaatsing: 1 dag.
• Na opzegging van het dienstverband door werkgever voor het zoeken van
een nieuwe baan: indien de werknemer ten minste 6 weken onafgebroken in
dienst is geweest ten hoogste 5 uur, al of niet ineens.
• Bij vervulling van een van overheidswege, zonder geldelijke vergoeding,
opgelegde persoonlijke verplichting: de werkelijk benodigde tijd, maar maximaal
12 uur.
• Bij ondertrouw van de werknemer: 1 dag.
• Voor het afleggen van een vakexamen (wettelijk verplicht examen en/of
examen doelgroepenvervoer CCV en/of examen sociale vaardigheden CCV
en die vakexamens die als zodanig door de werkgever zijn aangemerkt) en
wettelijk verplichte examen(s): de daarvoor benodigde tijd met een minimum
van 1 dag.
• Voor bezoek aan arts, tandarts of specialist: als de werknemer aannemelijk
maakt dat deze afspraken niet buiten werktijd mogelijk zijn, de tijd die daarvoor
nodig is.

4.6 Onbetaald verlof
Afwezigheid zonder behoud van loon wordt toegestaan voor:
• Het uitoefenen van het lidmaatschap van een openbaar bestuurslichaam, tenzij
het bedrijfsbelang zich daartegen verzet.

Hoofdstuk 5
M.U.P.-krachten

5.1 De M.U.P.-kracht
De werknemer met een arbeidsovereenkomst Met een Uitgestelde Prestatieplicht
(M.U.P.) verricht werkzaamheden op afroep.
De werkgever doet een beroep op de M.U.P.-kracht als hij werk voor hem heeft.
De tijden waarop de M.U.P.-kracht beschikbaar is om te werken, worden in onderling
overleg vastgesteld tussen de werkgever en de M.U.P.-kracht.

5.2 Arbeidsovereenkomst M.U.P.-krachten
Een M.U.P.-arbeidsovereenkomst moet schriftelijk worden aangegaan.
De CAO geldt ook voor M.U.P.-krachten, met uitzondering van de regels voor:
• Arbeidstijden (werkweek 2.1.1, arbeidstijd 2.1.2, pauze 2.1.4, normering rijtijd 2.1.5;
normering woon-werkverkeer 2.1.6).
• Feestdagen (2.6).

5.3 Loontabellen M.U.P.-kracht identiek aan loontabellen
rijdend personeel
De loontabellen voor M.U.P.-krachten (rijdend personeel) zijn gelijk aan de loontabellen
voor rijdend personeel, zie artikel 3.3.

5.4 Aanvullende regels voor de beloning van M.U.P-kracht
5.4.1 Vakantietoeslag en vakantiedagen M.U.P.-kracht
De vakantietoeslag en de vakantiedagen ontstaan naar rato van het aantal
gewerkte uren. De M.U.P.-kracht kan ervoor kiezen het uit te betalen uurloon te
laten verhogen met de vakantiedagen volgens onderstaande berekening en/of het
uurloon te laten verhogen met de vakantietoeslag (8%).
Indien de MUP kracht ervoor kiest zijn uurloon te laten verhogen met de vakantiedagen
dan geldt dat verhoogd uurloon als basisloon voor het berekenen van de
vakantietoeslag (van 8 %).
25 vakantiedagen = 25 : 235 (260 werkbare dagen minus 25) x 100 % = 10,63 %
Bestaande rechten worden gerespecteerd, dat wil zeggen bij:
26 vakantiedagen = 26 : 234 (260 werkbare dagen minus 26) x 100% = 11,11%
27 vakantiedagen = 27 : 233 (260 werkbare dagen minus 27) x 100% = 11,58%
5.4.2 Overuren M.U.P.-kracht
De M.U.P.-kracht valt onder de CAO-regels voor overuren en de overurenvergoeding.
Zie voor de precieze regels de artikelen 3.10.3, 3.10.4 en 3.10.5.
5.4.3 Ziekte M.U.P.-kracht
Voor M.U.P.-krachten met wisselende aantallen gewerkte uren wordt in geval van
ziekte onder ‘naar tijdruimte vastgesteld brutoloon’ verstaan: het totale brutoloon
over de laatste 13 volle weken voorafgaande aan de ziekte, gedeeld door 65 (dagen).
Zie voor de precieze regels artikel 1.11.
Toelichting op M.U.P.-krachten
De M.U.P.-overeenkomst is een arbeidsovereenkomst met een uitgestelde
prestatieplicht. Op voorhand ligt niet precies vast op welke dagen en tijden de
M.U.P.-kracht moet werken.
De werkgever is verplicht de M.U.P.-kracht op te roepen als er werk voorhanden
is. De M.U.P.-kracht is verplicht aan een oproep gehoor te geven.
Een M.U.P.-arbeidsovereenkomst kan voor bepaalde of voor onbepaalde tijd
worden afgesloten, al dan niet met een proeftijd.
Bij beëindiging van de overeenkomst gelden de gebruikelijke opzeggingsbepalingen,
tenzij de overeenkomst van rechtswege eindigt.

Hoofdstuk 6
Uitzendkrachten

6.1 Regels betreffende uitzendkrachten
1. De artikelen 2.1 (arbeidstijd rijdend personeel ), 2.2 (arbeidstijd niet rijdend personeel),
2.3 (dienstrooster) -echter met uitzondering van art. 2.3.2 (langer werken
door de werknemer en intrekken roostervrije dag)-, 3.1(inschaling), 3.3 (lonen
rijdend personeel), 3.4 (loonsverhoging rijdend personeel), 3.5 (inschalingsmatrix),
3.7 (functiebeschrijving niet rijdend personeel), 3.8 (lonen niet rijdend personeel),
3.9 (loonsverhoging niet rijdend personeel), 3.10.2 (onregelmatigheidstoeslag)
3.10.3 (overurenvergoeding), 3.10.4 (meeruren en overuren door de parttimer) en
de bepalingen in hoofdstuk 7 van deze CAO zijn van overeenkomstige toepassing
op de uitzendkracht als vakkracht (en op de uitzendkracht die langer dan 26
weken werkzaam is bij een werkgever), met dien verstande dat voor die vakkracht
respectievelijk uitzendkracht de bij zijn functie behorende loonschaal geldt naar
rato van het aantal gewerkte uren en met dien verstande dat met ‘werkgever’
steeds ‘inlener’ bedoeld wordt.
2. Als vakkracht wordt aangemerkt de uitzendkracht die als taxichauffeur wordt
uitgezonden en in het bezit is van een geldige chauffeurspas.
3. De uitzendorganisatie dient aan de uitzendkrachten en vakkrachten de bij de
functie behorende loonschaal en toeslagen naar rato van het aantal gewerkte
uren te betalen met inachtneming van lid 1.
4. De werkgever dient zich er van te verzekeren dat aan uitzendkrachten en
vakkrachten die aan zijn onderneming te beschikking zijn gesteld loon, overige
vergoedingen en premies worden betaald overeenkomstig lid 1.

6.2 Regels betreffend uitzendbureaus
NEN-regeling
1. a De werkgever is verplicht zich er van te verzekeren dat ten aanzien van
werknemers die aan zijn onderneming ter beschikking zijn gesteld gedurende
deze periode de relevante wettelijke verplichtingen door de uitlener worden
nageleefd.
b. De werkgever is verplicht zich er van te verzekeren dat ten aanzien van werknemers
die aan zijn onderneming ter beschikking zijn gesteld gedurende deze periode
de betaling van de van toepassing zijnde pensioenpremie van de uitlener
plaatsvindt.
c. De werkgever is verplicht zich er van te verzekeren dat ten aanzien van werknemers
die aan zijn onderneming ter beschikking zijn gesteld gedurende deze
periode de afdracht aan de voor de uitlener van toepassing zijnde bedrijfstakfondsen
plaatsvindt.
2. De werkgever wordt geacht het bepaalde onder lid 1 van dit onderdeel te zijn
nagekomen indien hij gebruik maakt van gecertificeerde bedrijven die ingeschreven
staan in het Register Normering Arbeid en lid zijn van ABU of NBBU.
Het eerdergenoemde register is te vinden op www.normeringarbeid.nl.

6.3 Regels betreffende inhuur
De werkgever mag niet meer dan 15% van de vigerende bruto loonsom (CAO
loonsom en kosten ingehuurd personeel) aanwenden voor de inhuur van werknemers
die niet onder de werkingssfeer van de CAO taxivervoer vallen.
Toelichting op inhuur van werknemers
Inhuur is het uitvoeren van werkzaamheden tegen betaling in opdracht van de
inlener door een derde die niet in dienst is van de inlener en die in gezagsverhouding
tot de inlener staat. Indien wordt ingehuurd van een organisatie die
niet onder de werkingssfeer van deze cao valt mag maar 15 % van de totale brutoloonsom
(dat is de loonsom van het eigen CAO personeel en de kosten voor
ingehuurd personeel) worden aangewend voor inhuur. Als ingehuurd wordt van
een organisatie die wél onder de werkingssfeer van deze cao valt dat mag voor
100 % worden ingehuurd.
Beperking van inhuur is bedoeld om verdere “uitholling” van de collectieve regelingen,
zoals SFT en pensioen, tegen te gaan.
Het gaat hier onder andere om uitzendkrachten, payrollers en gedetacheerden.

Hoofdstuk 7
Openbaar vervoer en besloten busvervoer

7.1 Uurloon bij dienst in Openbaar Vervoer
Aan de chauffeur die met een personenauto openbaar vervoer verricht (als bedoeld
in de Wet personenvervoer 2000) wordt in plaats van het uurloon voor taxivervoer
een uurloon toegekend van.€ 12,05 m.i.v. 1 januari 2009.
Het openbaar vervoeruurloon wordt vergoed over arbeidsuren besteed aan:
• het daadwerkelijk verrichten van openbaar vervoer;
• de aan- en afrijtijd voorafgaand aan en volgend op het verrichten van openbaar
vervoer als de werknemer gedurende de gehele dienst exclusief beschikbaar is
voor het openbaar vervoer;
• de aan- of afrijtijd voorafgaand aan of volgend op het verrichten van openbaar
vervoer als de werknemer gedurende een deel van de dienst exclusief beschikbaar
is voor het openbaar vervoer en voor het andere dienstdeel beschikbaar is voor
regulier taxivervoer.

7.2 Onregelmatigheidstoeslag bij dienst in Openbaar vervoer
Aan de werknemer die openbaar vervoer verricht, wordt voor gewerkte uren op
werkdagen tussen 19.00 en 07.30 uur en op zaterdagen, zon- en feestdagen een
onregelmatigheidstoeslag toegekend van € 3,96 m.i.v. 1 januari 2009.

7.3 Wijziging in CAO Openbaar vervoer
Bij wijzigingen van de CAO Openbaar Vervoer die gevolgen hebben voor de
uurlonen en/of de onregelmatigheidstoeslag worden de in artikel 7.1 en 7.2
genoemde bedragen overeenkomstig aangepast.

7.4 CAO Openbaar Vervoer of CAO Taxivervoer?
Deze CAO Taxivervoer geldt alléén voor ondernemingen waarvan het pakket openbaar
vervoer niet meer omvat dan 30.000 arbeidsuren per jaar.
Wordt dit aantal overschreden, dan dient de onderneming de CAO Openbaar Vervoer
toe te passen op het aantal arbeidsuren dat de 30.000 per jaar overschrijdt.
Ondernemingen waarvan het personeel openbaar vervoer verricht met een personenauto
- maar in totaal minder dan 30.000 arbeidsuren per jaar - vallen wel onder
deze CAO Taxivervoer. Met uitzondering van de bepalingen over uurloon en de
onregelmatigheidstoeslag.
Toelichting Openbaar Vervoer
Taxiondernemingen hebben de mogelijkheid om ook openbaar vervoer te
verrichten. Omdat het beloningsniveau in de CAO Openbaar Vervoer hoger ligt,
is bepaald dat een chauffeur die in dienst van een taxionderneming openbaar
vervoer verricht, voor die uren en voor hetzelfde werk recht heeft op een uurloon
dat in belangrijke mate overeenkomt met het uurloon volgens de CAO Openbaar
Vervoer.
• Per 1 januari 2009 bedraagt dit uurloon € 12,05.
• Bij wijziging van de lonen in de CAO Openbaar Vervoer wordt dit uurloon gelijktijdig
aangepast.
Vervolg Toelichting Openbaar Vervoer
Voor vergoeding tegen het hogere uurloon komen in aanmerking de arbeidsuren
besteed aan:
• het daadwerkelijk verrichten van openbaar vervoer: dat is populair gezegd het
vervoer tussen de haltepalen;
• de aan- en afrijtijd voorafgaand aan en volgend op het verrichten van openbaar
vervoer als de werknemer gedurende de gehele dienst exclusief beschikbaar is
voor het verrichten van openbaar vervoer;
• de aan- of afrijtijd voorafgaand aan en volgend op het verrichten van openbaar
vervoer als de werknemer gedurende een deel van de dienst exclusief beschikbaar
is voor het openbaar vervoer en voor het andere dienstdeel beschikbaar
moet zijn voor regulier taxivervoer.
Met exclusieve beschikbaarheid wordt bedoeld dat aan de werknemer over die
uren geen ander werk dan openbaarvervoerwerk kan worden opgedragen.
Als de uren waarop openbaar vervoer wordt verricht vallen op een zaterdag,
zondag of feestdag of op werkdagen tussen 19.00 en 07.30 uur heeft de
werknemer bovendien recht op een onregelmatigheidstoeslag van € 3,96
(per 1/1/2009).Voor alle overige werkzaamheden blijven de gebruikelijke arbeidsvoorwaarden
van deze CAO Taxivervoer van toepassing.

7.5 Besloten Busvervoer
Op arbeidsuren die worden besteed aan het verrichten van Besloten Busvervoer zijn
niet de bepalingen in deze CAO, maar de bepalingen uit de CAO Besloten Busvervoer
van toepassing.

Hoofdstuk 8
Collectieve Regelingen

8.1 Pensioen
De werkgever is voor werknemers van 21 jaar en ouder verplicht aangesloten bij het
Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg in Amsterdam.
Uitgezonderd is de werkgever die voor de aanvang van het BPF in 1964 al over een
eigen ondernemingspensioenregeling beschikte. De hieraan verbonden premie kan
voor maximaal de helft worden verhaald op de werknemer.
Voor zover er in een bedrijf een eigen ondernemingspensioenregeling bestaat,
nemen werknemers van 21 jaar en ouder verplicht aan deze regeling deel onder de
voorwaarden en de reglementen van deze regeling.

8.2 Vut en prepensioen
Met ingang van 1 januari 2004 is gestart met een prepensioenregeling met een spilleeftijd
van 62 jaar ter vervanging van de VUT-regeling.

8.3 Pensioenregeling
Op www.devervoerssite.nl vindt u actuele informatie over het pensioen.
Telefoon 0900-1964.

8.4 Spaarloonregeling
De werkgever is verplicht de werknemer gelegenheid te geven deel te nemen aan een
spaarloonregeling. De werknemer bepaalt of hij daarvan gebruik maakt.

8.5 Collectieve ongevallenverzekering
1. De werkgever is verplicht voor zijn werknemers een collectieve ongevallenverzekering
af te sluiten.
2. De polisvoorwaarden hiervan liggen op de vestiging(en) voor iedere werknemer ter
inzage.
3. De verzekering dekt ten minste de risico’s van ongevallen binnen diensttijd en 1
uur voor aanvang tot 1 uur na einde diensttijd. De verzekering dekt ook de risico’s
van ongevallen tijdens activiteiten die uit hoofde van het werk buiten diensttijd
zijn georganiseerd.
4. De gerechtigde van de uitkering is de verzekerde werknemer of diens nagelaten
betrekkingen. Hieronder wordt verstaan:
1. de echtgenoot/echtgenote;
2. de erfgenamen.
De fiscale consequenties bij uitbetaling komen voor rekening van de gerechtigde.
5. Als door nalatigheid van de werkgever bij een ongeval, dat de dood of blijvende
invaliditeit veroorzaakt, geen recht op de hierboven beschreven uitkeringen
bestaat, dan is de werkgever verplicht de betrokkene(n) schadeloos te stellen.
6. Behoudens de uitkering uit de ongevallenverzekering of de schadeloosstelling,
hebben de werknemer en/of diens nabestaanden eveneens recht op de wettelijke
uitkering bij overlijden.

Hoofdstuk 1
Algemene afspraken

9.1 De CAO-partijen
Partij ter ene zijde:
Taxivervoer Nederland
ir. J. Zaaijer, voorzitter
ir. H.J. Andela, secretaris
Partijen ter andere zijde:
FNV Bondgenoten
R. Mast, bestuurder vervoer
CNV BedrijvenBond
J. Jongejan, voorzitter
A.J. Huizinga, bestuurder

9.2 CAO-procedures en verplichtingen
9.2.1 Verplichting werkgeversorganisatie
Op KNV Taxi rust de verplichting om zoveel mogelijk te bevorderen dat haar leden
de CAO-bepalingen naleven. In het bijzonder rust op haar de verplichting om tijdens
de looptijd van de CAO geen uitsluitingclausules toe te passen waarvan het doel is
wijzigingen aan te brengen in de bepalingen van de CAO.

9.2.2 Verplichting werknemersorganisaties
Op FNV Bondgenoten en CNV BedrijvenBond rust de verplichting om zoveel mogelijk
te bevorderen dat hun leden de CAO-bepalingen naleven. In het bijzonder rust op
hen de verplichting om zich te onthouden van steun aan een werkstaking waarvan
het doel is wijzigingen aan te brengen in de bepalingen van de CAO.
9.2.3 Verplichtingen bij fusies en reorganisatie en Overgang personeel bij
overgang vervoerscontracten
A. Verplichtingen bij fusies en reorganisatie
Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de fusiegedragsregels van
de SER, is de (overnemende) werkgever verplicht om bij fusies, bedrijfssluitingen,
reorganisaties, concentraties, surséances van betaling, faillissementen, overnames
en dergelijke, zo spoedig mogelijk de werkgevers- en werknemersorganisatie(s) en
Sociaal Fonds Taxi daarvan in kennis te stellen, indien 1 van de betrokken bedrijven
ten minste 10 werknemers in dienst heeft.
Indien sprake is van overgang van vervoerscontracten waarbij ten minste 10
werknemers betrokken zijn, is de overdragende vervoerder verplicht de betrokken
vakorganisaties binnen 2 weken over de beoogde overgang in te lichten.
Als een werknemer als gevolg van een fusie, reorganisatie, overname van bedrijf of
bedrijfsonderdelen, formeel of feitelijk in dienst komt van een bij deze fusie, reorganisatie,
surséance van betaling, faillissement of overname betrokken bedrijf, moeten
de dienstjaren doorgebracht in het vorige bedrijf meetellen voor de vaststelling van
het loon in de desbetreffende loonschaal.
B. Overgang personeel bij overgang vervoerscontracten
De regeling overgang van personeel bij overgang van vervoerscontracten is neergelegd
in de CAO Stichting Sociaal Fonds Taxi en in bijlage 3 van deze CAO.

9.3 Kernbepalingen
Sociaal Fonds Taxi (SFT), opgericht door CAO-partijen, is ondermeer belast met
controle op naleving van de CAO ter bevordering van eerlijke concurrentie (geen
concurrentie op arbeidsvoorwaarden).
In het bijzonder wordt gecontroleerd op onderstaande kernbepalingen:
1. het betalen van het functieloon en de inschaling en/of toepassing van de juiste
loontrede;
2. het toepassen van de arbeidstijdbepalingen;
3. het volgen van de procedure bij schadeverhaal;
4. het betalen van de vakantietoeslag;
5. het betalen van de onregelmatigheidstoeslag; (vervalt m.i.v. 1 januari 2010)
6. het betalen van de overige toeslagen;
7. de vergoeding van de meer- en overuren;
8. de toekenning van het geldende aantal vakantiedagen;
9. de toekenning van vervangende vrije dagen;
10. toezien op de inning en afdracht aan het sociaal fonds;
11. toezien op de inning en afdracht aan het pensioenfonds;
12. het voeren van een deugdelijke en inzichtelijke administratie ter controle van alle
kernbepalingen.
Met ingang van 1 januari 2010 worden de volgende kernbepalingen toegevoegd:
13. het toepassen van loondoorbetaling bij ziekte en van wachtdagen bij ziekmeldingen;
14. de registratie van het personeel bij SFT (in verband met de voor AVV benodigde
gegevens);
15. het toepassen van de NEN – regeling en het percentage van de loonsom
voor ingehuurde medewerkers dat niet onder de werkingssfeer van zowel
de CAO taxivervoer als de CAO SFT valt.
9.4 Geschillen en geschillencommissie
1. Geschillen tussen de partijen die betrokken zijn bij deze CAO over de uitleg van
deze overeenkomst worden door de meest gerede partij voorgelegd aan de
geschillencommissie, die bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt
ingesteld.
2. De geschillencommissie bestaat uit 5 leden en 4 plaatsvervangende leden. Elk van
de partijen benoemt 2 leden en 2 plaatsvervangende leden. Door deze partijen
wordt gezamenlijk een onpartijdige voorzitter aangewezen.
3. De commissie doet zo mogelijk binnen 2 maanden nadat het geschil is voorgelegd
uitspraak. Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
4. De geschillencommissie regelt haar werkzaamheden volgens het reglement in
bijlage 1.

9.5 Veranderingen in de algemeen sociaal-economische
verhoudingen
In geval van buitengewone veranderingen in de algemeen sociaal - economische
verhoudingen in Nederland en/of wijziging in de loon- en prijspolitiek van de
regering, zijn zowel partij ter ene zijde als partijen ter andere zijde gerechtigd tijdens
de duur van de overeenkomst wijzigingen van die overeenkomst, welke met deze
veranderingen in direct verband staan, aan de orde te stellen.
Partijen zijn in deze gevallen verplicht de aan de orde gestelde voorstellen in behandeling
te nemen.
Onverminderd het voorgaande komen partijen voorts overeen dat, indien en voor
zover tijdens de duur van dit contract in overleg tussen de regering en het georganiseerde
bedrijfsleven wijziging wordt gebracht in de bij de totstandkoming van dit
contract ten aanzien van de loonvorming geldende gedragsregels of daarbij gehanteerde
formules, in gezamenlijk overleg zal worden nagegaan of en op welke wijze
een voorziening zal worden getroffen om één en ander, met inachtneming van de
dan geldende spelregels, te realiseren.

9.6 Instellingen van CAO-partijen
9.6.1 Stichting Sociaal Fonds Taxi
De stichting Sociaal Fonds Taxi is opgericht door de CAO-partijen in de taxibranche:
KNV Taxi, FNV Bondgenoten en CNV Bedrijvenbond. De stichting houdt zich bezig
met activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen in
de taxibranche, zowel op sociaal als economisch niveau. Hiermee draagt de stichting
bij aan verdere professionalisering van de taxibranche.
Achtergrond
Met ingang van 1 januari 2005 is de naam van de Stichting Sociaal Fonds Vervoer van
Personen met Personenauto’s (SFVP) gewijzigd in Stichting Sociaal Fonds Taxi. Tegelijkertijd
werden binnen deze stichting de activiteiten gebundeld van voorheen CNC
(Commissie Naleving CAO) en SKKP (Stichting Kwaliteitsbevordering Kleinschalig
Personenvervoer). Doel van de samenvoeging was om één centraal punt in te richten
als toezichthouder en kenniscentrum binnen de taxibranche. De activiteiten worden
sindsdien uitgevoerd vanuit de nieuwe locatie in Culemborg.
Doelen
Sociaal Fonds Taxi zet zich in voor:
1. goede arbeidsverhoudingen tussen werkgevers en werknemers in de taxibranche;
2. vergroting van de vakbekwaamheid;
3. goede arbeidsomstandigheden, veiligheid en gezondheid;
4. eerlijke concurrentieverhoudingen in de bedrijfstak.
Missie
Sociaal Fonds Taxi vervult binnen de bedrijfstak Taxi de rol van toezichthouder en
kenniscentrum op het gebied van Opleidingen, Arbo, Veiligheid en CAO Taxivervoer.
Ondernemers en werknemers mogen rekenen op een betrouwbaar, deskundig advies
en een correcte uitvoering van de controlewerkzaamheden. Sociaal Fonds Taxi
profileert zich als onafhankelijk en betrouwbaar gesprekspartner voor allerlei partijen
in het speelveld van de taxibranche.
Met onze activiteiten bevorderen we de goede arbeidsverhoudingen in de bedrijfstak
Taxi ten gunste van werkgevers en werknemers.
Onze medewerkers mogen rekenen op een inspirerende en veilige werkomgeving.
Maar evenzeer doen we een beroep op hun persoonlijke verantwoordelijkheid.
Activiteiten
1. Sociaal Fonds Taxi ziet toe op naleving CAO taxivervoer
• De CAO-controleurs van Sociaal Fonds Taxi controleren ondernemingen
die onder de werkingssfeer van deze CAO vallen, op het naleven van de CAO
Taxivervoer.
• Uitgangspunt is dat er geen concurrentie op arbeidsvoorwaarden mag plaatsvinden.
De bedrijven worden in principe om de drie jaar gecontroleerd op de
naleving van de kernbepalingen, genoemd in artikel 9.3. CAO, daarbij worden
ook de premieafdrachten aan het pensioen- en sociaalfonds en de loonheffingen
aan de fiscus in het onderzoek betrokken.
• Concreet onderbouwde klachten dat een onderneming een of meerdere
kernbepalingen structureel overtreedt, kunnen aanleiding zijn om een bedrijf
eerder te controleren.
Met betrekking tot SFT controles is het navolgende bepaald:
• bedrijven die in de categorie “slecht” of “onvoldoende” scoren, worden 1 x per
jaar gecontroleerd.
• bedrijven die in de categorie “voldoende” scoren, worden 1 x per 2 jaar gecontroleerd.
• bedrijven die in de categorie “goed” scoren, worden 1 x per 3 jaar gecontroleerd
of krijgen na 2 jaar een quick scan.
De kwalificaties “slecht, onvoldoende, voldoende en goed” worden door caopartijen
binnen het bestuur van SFT vastgesteld.
Een werkgever die naar aanleiding van een SFT controle of een uitspraak van de
rechter (een) werknemer(s) nabetaling moet doen, moet 10% extra over de nabetaling
aan de betreffende werknemer(s) betalen.
2. Sociaal Fonds Taxi geeft voorlichting en informatie
Chauffeurs en werkgevers kunnen bij Sociaal Fonds Taxi terecht voor vragen over
de juiste interpretatie en toepassing van de CAO Taxivervoer, vakopleidingen, Arbo
en veiligheid. De stichting fungeert als gesprekspartner bij diverse brancheprojecten
en zet zich in voor de ontwikkeling en kwaliteitsbewaking van opleidingen
en examens. Sociaal Fonds Taxi voert activiteiten uit om het ziekteverzuim in de
taxibranche terug te dringen.
Financiële middelen
Goede arbeidsverhoudingen dragen bij aan een in sociaal-economisch opzicht
optimaal functioneren van een bedrijfstak. Om dit te bevorderen hebben de CAOpartijen
bestedingsdoelen en bestedingsactiviteiten geformuleerd. Sociaal Fonds Taxi
dient er voor te zorgen dat deze doelen en activiteiten gefinancierd dan wel gesubsidieerd
worden en dat zij worden uitgevoerd door de stichting zelf of door derden.
Sociaal Fonds Taxi wordt gefinancierd uit de bijdragen van werkgevers en werknemers,
zij dragen premies af zoals afgesproken in de CAO Taxivervoer. De premies
worden afgedragen aan de administrateur van SFT. In totaal wordt 0,6% premie
van de jaarlijkse loonsom afgedragen. Werknemers dragen 0,35% af en werkgevers
0,25%. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van subsidies.

9.7 Deze CAO en de looptijd
9.7.1 Duur van de CAO-overeenkomst
Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking met ingang van 1 januari
2009 tot en met 31 december 2013.
9.7.2 Opzegging/stilzwijgende verlenging van de overeenkomst
1. Wanneer geen van de partijen uiterlijk 3 maanden voor het einde van deze
overeenkomst schriftelijk aan de wederpartij te kennen heeft gegeven, dat zij deze
overeenkomst niet wenst te verlengen, wordt de overeenkomst geacht stilzwijgend
voor de tijd van 1 jaar te zijn verlengd. Deze wijze van verlenging geldt voor
elke periode van 1 jaar.
2. In het geval dat 1 van de partijen uiterlijk 3 maanden voor het einde van deze overeenkomst
bij aangetekend schrijven aan de wederpartij te kennen heeft gegeven,
dat zij deze overeenkomst niet wenst te verlengen, verplichten de partijen zich in
overleg te treden, teneinde een nieuwe CAO aan te gaan.
3. Indien na het einde van de overeenkomst door partijen wordt vastgesteld dat
geen volledige overeenstemming is bereikt, zullen de alsdan resterende geschilpunten
binnen 2 weken aan een commissie van ten hoogste 5 leden worden
voorgelegd om te trachten door bemiddeling tot overeenstemming te komen.
Deze commissie dient binnen 2 weken nadat haar de geschilpunten zijn voorgelegd
een bemiddelingsvoorstel te doen, waarover partijen zich binnen 2 weken na
de datum waarop het voorstel is gedaan, moeten uitspreken.
De uitspraak van 1 van de partijen, dat zij het bemiddelingsvoorstel niet kan
aanvaarden, die bij aangetekend schrijven aan alle andere partijen moet
geschieden, heeft tot gevolg, dat 1 week na de datum van dit schrijven het overleg
als beëindigd wordt beschouwd.
4. Tijdens het overleg als bedoeld in de leden 2 en 3 blijft de overeenkomst volledig
van kracht. Na beëindiging van het overleg als bedoeld in lid 3 wordt de overeenkomst
als beëindigd beschouwd.
5. De bemiddelingscommissie als bedoeld in lid 3 zal worden samengesteld uit een
gelijk aantal leden, benoemd door partij ter ene zijde en partij ter andere zijde.
Door deze partijen wordt gezamenlijk een onpartijdige voorzitter aangewezen.
6. De leden van deze commissie zullen niet in dienstverband mogen zijn bij partij ter
ene zijde of partij ter andere zijde.
7. De kosten die voortvloeien uit de werkzaamheden van de commissie komen voor
gezamenlijke rekening van partijen.

9.8 Maatregelen tijdens de contractduur van de CAO
9.8.1 Overleg bij knelpunten
Indien zich tijdens de looptijd knelpunten in de uitvoering of naleving van deze
overeenkomst voordoen, verplichten partijen zich onverwijld het overleg daarover te
openen.
9.8.2 Veiligheid
Partijen zijn overeengekomen dat zij gezamenlijk beleid gaan ontwikkelen inzake
(sociale) veiligheid binnen de branche.
9.8.3 Reïntegratie/WIA
De werkgever dient er voor te zorgen dat een gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer
met een WGA-uitkering in het kader van de reïntegratie kwalitatief goede
ondersteuning krijgt van arbo-dient of reïntegratiebedrijf. De werkgever dient zich in
te spannende WGA-werknemer zoveel mogelijk te begeleiden van werk naar werk.
Sociaal Fonds Taxi zal hiertoe beleid ontwikkelen.
9.8.4 Zorgverzekeringswet
Sociaal Fonds Taxi sluit voor de branche een collectief contract af voor ziektekostenverzekering.
Doelstelling is een goede ziektekostenverzekering tegen een scherpe prijs
mogelijk te maken. Sociaal Fonds Taxi zal dit actief promoten.
9.8.5 Levensloopregeling.
Op verzoek van sociale partners heeft Sociaal Fonds Taxi een collectief contract
gesloten voor de levensloop regeling. Sociaal Fonds Taxi zal dit actief promoten.
9.8.6 Scholing
Partijen zijn van mening dat het scholen van personeel, in het bijzonder van taxichauffeurs,
van zodanig belang is dat het niet alleen aan individuele werkgevers
overgelaten kan worden.
Partijen zijn daarom overeengekomen dat zij gezamenlijk een scholingsstructuur
voor taxichauffeurs in loondienst zullen ontwikkelen.
Partijen zijn van mening dat het onderwerp ‘scholing van taxichauffeurs in loondienst’
in alle zorgvuldigheid nader uitgewerkt moet worden. De uitwerking zal op
zodanige wijze plaatsvinden dat de nieuwe scholingsstructuur recht doet aan de
diversiteit van de taxibranche.
Partijen hebben een inspanningsverplichting om de nieuwe scholingsstructuur voor 1
oktober 2009, of zoveel eerder als mogelijk is, uitgewerkt te hebben.
De inhoud en verdere details van de structuur zullen in een convenant, aanvullend
op de CAO, tussen partijen worden vastgelegd.
Het convenant zal in ieder geval afspraken bevatten omtrent:
• het scholen c.q. inwerken van nieuw personeel;
• minimale eisen waaraan scholing van personeel moet voldoen;
• het jaarlijks bijscholen van personeel;
• minimale eisen waaraan de jaarlijkse bijscholing moet voldoen;
• de dekking van de kosten die met de nieuwe structuur gemoeid zijn, en
• de wijze van toetsen van het niveau van de scholing d.m.v. of onafhankelijk
toezicht op de wijze van scholen door werkgever of onafhankelijk toetsen van
personeel dat scholing heeft ondergaan.
• SFT heeft een rol in de borging van hetgeen partijen in het convenant gaan
afspreken.
9.8.7 Evaluatie resultaten CAO controles
Partijen komen overeen dat in 2011, halverwege de looptijd van de CAO, de resultaten
van de door SFT uitgevoerde cao – controles, waarin de NEN bepaling en het
percentage door bedrijven ingehuurde werknemers dat niet onder de werkingssfeer
van de CAO taxi valt aan de orde is, worden geëvalueerd.
9.8.8 NEA indexclausule
CAO-partijen zullen zich er voor inspannen dat in de contracten met opdrachtgevers
de zogenaamde “NEA indexclausule” wordt opgenomen.
9.8.9 Budget voor inzet kaderleden
CAO – partijen komen overeen om, ten laste van de reserves van SFT, een budget
ad € 20.000, - per jaar gedurende de looptijd van deze cao ter beschikking te stellen
voor de inzet van kaderleden door vakbonden. De betaling geschiedt op basis van
declaratie via SFT.
9.8.10 Levensfase Bewust Personeelsbeleid
Binnen de taxi branche zal een individueel gericht Levensfase Bewust Personeelsbeleid
door CAO partijen worden ontwikkeld. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar
de zwaarte en onregelmatigheid van het werk en naar de noodzaak van het al dan
niet vrijstellen van nachtarbeid. In het kader van het vast te stellen LBP zal door cao
partijen worden besloten of (het algemeen geldende) artikel 2.5 van de CAO gehandhaafd
kan blijven.

Deel C
Bijlagen

Bijlage 1
Reglement Geschillencommissie

Artikel 1
1. De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor de duur van de
CAO.
2. De geschillencommissie wijst uit haar midden of daarbuiten een secretaris aan,
die van alle vergaderingen der commissie notulen houdt.
3. Indien de secretaris geen lid is der commissie, heeft hij een adviserende stem.
4. Voor de benoeming van een secretaris die geen lid is van de commissie is de
goedkeuring vereist van de bij de CAO betrokken partijen.

Artikel 2
1. De leden der commissie oordelen zonder last van of ruggespraak met hun
organisaties.
2. Ieder lid brengt één stem uit.
3. De commissie besluit bij gewone meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.
Blanco stemmen zijn van onwaarde.
4. Voor het nemen van rechtsgeldige beslissingen door de commissie is de aanwezigheid
vereist van alle leden of hun plaatsvervangers.

Artikel 3
1. Indien er een geschil bestaat betreffende de uitleg der CAO, heeft elk der bij deze
CAO betrokken partijen het recht om zich bij gemotiveerd klaagschrift tot de
geschillencommissie te wenden.
2. Alvorens het klaagschrift in behandeling wordt genomen, zal de beklaagde partij
dienen aan te tonen dat zij ernstig getracht heeft het geschil in der minne te
regelen.
3. De commissie zal in hoogste ressort uitspraak doen. Deze uitspraak heeft de
kracht van een bindend advies.

Artikel 4
1. Het klaagschrift moet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 6 maanden
nadat het verschil van mening over de uitlegging der CAO is ontstaan, worden
ingediend bij de secretaris der commissie.
2. De secretaris stelt onverwijld na ontvangst van het klaagschrift de leden der
commissie hiervan in kennis.
3. In bijzondere gevallen kan de commissie, indien zij daartoe termen aanwezig
acht, verlenging van de termijn, genoemd in dit artikel, met ten hoogste 6
maanden toestaan.

Artikel 5
Indien de commissie de zaak zonder nadere behandeling voor minnelijke schikking
vatbaar acht, is zij gerechtigd de betrokken partijen op te roepen teneinde een schikking
te beproeven.

Artikel 6
1. Indien de commissie geen schikking beproeft of indien een schikkingpoging geen
resultaat heeft gehad, zendt de secretaris zo spoedig mogelijk afschrift van het
klaagschrift aan de aangeklaagde partij(en).
2. De aangeklaagde partij(en) heeft (hebben) gedurende 15 dagen gelegenheid om
een gemotiveerd verweerschrift in te zenden aan de klagende partij(en).
3. De secretaris zendt zo spoedig mogelijk afschrift van het verweerschrift toe aan elk
van de leden der commissie en aan de klagende partij(en).
4. Nadat de termijn, bedoeld in lid 2, is verstreken, belegt de voorzitter zo spoedig
mogelijk een zitting van de commissie op de door hem te bepalen tijd en plaats
en roept de betrokken partijen op om aldaar te verschijnen. Deze oproepingen
geschieden bij aangetekende brieven die uiterlijk op de zesde dag aan de
zittingsdag voorafgaande, per post moeten zijn bezorgd.

Artikel 7
1. De commissie hoort de betrokken partijen voor zover zij ter zitting zijn verschenen
en bepaalt zonodig de wijze waarop het geding verder zal worden gevoerd.
2. Een lid of plaatsvervangend lid der commissie dat op enigerlei wijze bij het geschil
is betrokken, mag aan de behandeling of beslissing niet deelnemen.
3. De commissie is bevoegd voor de behandeling van geschillen getuigen of
deskundigen op te roepen.

Artikel 8
1. De commissie doet uitspraak naar goede trouw en billijkheid en zij omkleedt haar
beslissingen met redenen.
2. De beslissingen worden aan de betrokken partijen toegezonden.

Artikel 9
1. De commissie bepaalt het bedrag der kosten, welke door het geding zijn veroorzaakt
en bepaalt in welke verhouding betrokken partijen die zullen dragen.
2. Onder de kosten worden niet begrepen kosten van eventuele bijstand van partijen
of kosten, welke niet strikt noodzakelijk zijn.

Bijlage 2
Voorbeelden loonberekening met provisiesysteem
Voorbeeld I
Werkgever A hanteert het volgende beloningssysteem: een basisloon van €1.100,-
per maand + 15% van het opgereden bedrag.
Stel dat het opgereden bedrag in een bepaalde maand € 2.750,- bedraagt.
De chauffeur heeft daarvoor 10 overuren gemaakt.
Op basis van het provisiesysteem ontvangt hij:
• basisloon € 1.100, 00
• 15% van € 2.750,- € 412,50
€ 1.512,50
Op basis van de CAO heeft hij recht op:
• loon per 1-1-2009 (3 jaar in dienst, gediplomeerd) € . 1.603,81
• 10 overuren ( € 9,25+ 20%) € 111,00
€ 1.714,81
In dit geval leidt het provisiesysteem tot een uitkomst beneden het niveau van de
CAO.
Er moet een bijbetaling plaatsvinden van € 202,31.
Als voorschot zal in dit geval in de betreffende maand ten minste € 1.603,81 (CAOloon)
betaald moeten worden.
Voorbeeld II
Werkgever B hanteert het volgende beloningssysteem: een basisloon van €1.250,-
per maand + 15% van het opgereden bedrag.
Stel dat het opgereden bedrag in een bepaalde maand € 3.650,- bedraagt.
De chauffeur heeft daarvoor 5 overuren gemaakt.
Op basis van het provisiesysteem ontvangt hij:
• basisloon € 1.250,00
• 15% van € 3650,- € 547,50
€ 1.797,50
Bijlage 2
94
Op basis van de CAO heeft hij recht op:
• loon per 1-1-2009 (5 jaar in dienst, gediplomeerd) € 1.650,27
• 5 overuren ( € 9,08+ 20%) € 57,12
€ 1.707,39
In dit geval pakt het provisieloon hoger uit dan het loon volgens de CAO.

Bijlage 3
Overgang personeel bij overgang vervoerscontracten

Definities
1. Betrokken werknemer
1.1 Rijdend
Een betrokken werknemer is een parttimer, fulltimer of M.U.P.-kracht die tenminste
gedurende 6 maanden onafgebroken werkzaamheden heeft uitgevoerd ten behoeve
van het vervoerscontract. Toetsingsmoment is de datum van definitieve gunning met
voorliggende 6 maanden. Een werknemer waarvan het bepaalde tijd contract afloopt
tussen de definitieve gunning en de datum aanvang vervoer is geen betrokken werknemer,
met uitzondering van hetgeen vermeld wordt in 1.3.

1.2 Niet-rijdend
Telefonisten, centralisten en planners die in de laatste 6 maanden voor afloop van
het vervoerscontract, voor ten minste 50 % van hun werkzaamheden betrokken zijn
bij een contract.

1.3 Zieke werknemer
Een werknemer waarvan op de datum van definitieve gunning vaststaat dat hij ziek
is, en waarvan vanaf de datum van arbeidsongeschiktheid vaststaat dat terugkeer
binnen de wettelijke termijnen naar het eigen werk bij de eigen werkgever, mogelijk
is.

1.4 Vervanger
De werknemer die de zieke werknemer vervangt als op de datum van definitieve
gunning vaststaat dat terugkeer van de zieke werknemer binnen de wettelijke
termijnen naar het eigen werk bij de eigen werkgever niet mogelijk is.

2. Contractwaarde
De waarde exclusief BTW per jaar van het totale oude of nieuwe contract, berekend
over het totaal der percelen en contractpartijen. Bij vervoerscontracten waarbij
de contractwaarde vooraf niet vastgesteld is, wordt de geraamde contractwaarde
gebuikt.
3a. Geregeld vervoer
Taxivervoer van personen behorende tot een beperkte groep, over een bepaalde
verbinding, op vaste tijden.
3b. Ongeregeld vervoer
Al het overige vervoer, niet vallend onder 3a.
4. Contractpartij(en)
De partij(en) waar mee de aanbestedende opdrachtgever het contract sluit of heeft
gesloten.
5. Vervoerder(s)
De partij(en) die het feitelijk vervoer verricht (verrichten) of heeft (hebben) verricht.
6. Definitieve gunning
De datum waarop de opdrachtgever de opdracht gunt aan de contractpartij(en) na
het verstrijken van de bezwaartermijn.
7. Vervoerscontract
Een overeenkomst waarbij de contractpartij(en) zich verplicht(en) om bepaalde
vormen van dienstverlening te verrichten welke valt onder de CAO taxivervoer.
8. Betrokkenheidpercentage
Het gemiddeld aantal uur dat een werknemer betrokken is bij een vervoerscontract/
arbeidscontract x 100% berekend over de 6 maanden voorafgaand aan de definitieve
gunning.
9. Anciënniteit
De tijd die de werknemer heeft gewerkt in dienst van de werkgever op het moment
van definitieve gunning.
10. Aanbesteding
Een aanbesteding is de procedure waarbij een opdrachtgever bekend maakt, dat hij
een opdracht wil laten uitvoeren en bedrijven vraagt om een offerte in te dienen.
Op een vooraf bepaalde datum worden de inschrijvingen gesloten en selecteert de
opdrachtgever het bedrijf dat de opdracht krijgt.
11. Kwalificatie-eisen
Eisen die een opdrachtgever stelt aan het door de contractpartij in te schakelen
personeel waaraan een werknemer dient te voldoen, dan wel binnen een bepaalde
tijd de gelegenheid krijgt om aan die eisen te voldoen om de werkzaamheden te
mogen uitvoeren.
12. Vervoersmakelaar
Een partij die een vervoerscontract verwerft of heeft verworven zonder het zelf uit te
voeren of voor (een deel) van de uitvoering gebruik maakt van (een) vervoerder(s).
Regeling
De regeling overgang personeel bij overgang vervoerscontracten is van toepassing op
vervoerscontracten die worden aanbesteed en waarbij de waarde van de opdracht
per contractjaar groter is dan of gelijk is aan € 300.000,- excl. BTW.
Indien over de waarde van de opdracht geen duidelijkheid bestaat, stelt Sociaal Fonds
Taxi de waarde vast.

Hoofdregel protocol
1. Uiterlijk 4 weken na publicatiedatum van de aanbesteding waarin ten minste
een deel van de door de huidige vervoerder verzorgd vervoer aan de orde is, dient
de contractpartij schriftelijk opgave te doen van het betrokken personeel bij de
vervoersopdracht die aanbesteed wordt. Deze opgave dient aangetekend te
worden verstuurd aan Sociaal Fonds Taxi. De huidige contractpartij dient een
volledige opgave te doen aan Sociaal Fonds Taxi van:
Betrokken personeel per perceel, dan wel per vervoerder (inclusief eigen personeel
of ingeschakelde derden)
a. (s), achternaam
b. Adresgegevens
c. Geboortedatum
d. Datum in dienst
e. Aantal contracturen per maand/periode
f. Betrokkenheidpercentage
g. Type dienstverband: fulltime/parttime/M.U.P. en bepaalde/onbepaalde tijd
h. Einde arbeidsovereenkomst bij bepaalde tijd
De opgave wordt door Sociaal Fonds Taxi bewaard met gegarandeerde geheimhouding
tot het moment van definitieve gunning. Wanneer blijkt dat de
vervoersopdracht opnieuw aan de huidige contractpartij is gegund, dan zal de
opgave van personeel worden teruggestuurd. Wanneer de vervoersopdracht is
gegund aan een andere dan de huidige contractpartij, zal de opgave worden
doorgestuurd aan de verkrijgende contractpartij en de vakorganisaties betrokken
bij de CAO taxivervoer.
Indien de huidige contractpartij nalaat om binnen de termijn van vier weken
na publicatiedatum aan Sociaal Fonds Taxi deze opgave te doen, verbeurt hij
aan Sociaal Fonds Taxi een boete van € 1.000,- per dag waarmee de hiervoor
aangegeven termijn van vier weken wordt overschreden dit tot een maximum van
€ 25.000,-.
Indien binnen de hiervoor genoemde termijn geen opgave wordt gedaan aan
genoemde instanties, dan zal de overdragende vervoerder nog eenmaal in de
gelegenheid worden gesteld zijn verzuim te herstellen en wel binnen één week, bij
gebreke waarvan hij genoemde boete verschuldigd zal zijn.
Indien de huidige contractpartij het vervoerscontract heeft verloren dient de
contractpartij op verzoek Sociaal Fonds Taxi eventuele mutaties in de opgave
van het personeel binnen 7 werkdagen na definitieve gunning door te geven
aan Sociaal Fonds Taxi. Indien de huidige contractpartij nalaat om binnen deze
termijn aan Sociaal Fonds Taxi deze eventuele mutaties door te geven, verbeurt
hij aan Sociaal Fonds Taxi een boete van € 1.000,- per dag waarmee de hiervoor
aangegeven termijn wordt overschreden, dit tot een maximum van € 25.000,-.
2. De verkrijgende contractpartij dient aan 75% van de werknemers bedoeld onder
lid 1 een baanaanbod te doen. Voorwaarde daarbij is dat de overkomende werknemer
voldoet aan de kwalificaties, dus inclusief de eventuele tijd die nodig is om
aan de gestelde kwalificatie-eis te voldoen, die de opdrachtgever heeft gesteld bij
de aanbesteding van het betreffende vervoerscontract.
3. Indien overwegingen van bedrijfsvoering en doelmatigheid dat noodzakelijk
maken, staat het de verkrijgende contractpartij vrij om na overleg met de
overkomende werknemer hem binnen zijn arbeidsorganisatie op ander maar
wel soortgelijk vervoer in te zetten in de zelfde regio waar de werknemer voor de
overgang van het vervoerscontract werkzaam was.
4. Onverminderd het hiervoor bepaalde dient de inhoud van de arbeidsovereenkomst
op de onderdelen contractduur en arbeidsomvang gelijk te zijn aan de
arbeidsovereenkomst die betreffende werknemer had bij de verliezende contractpartij
en dienen de opgebouwde ervaringsjaren bij de inschaling meegenomen te
worden.
5. Bij de berekening, van de onder lid 2 bedoelde 75% wordt binnen de groep
betrokken werknemers een splitsing gemaakt tussen bepaalde tijd contracten
(fulltime en parttime), onbepaalde tijd contracten (fulltime en parttime) en
M.U.P.-contracten. Per categorie wordt 75% van de werknemers geselecteerd,
overeenkomstig de berekening in lid 6.
6. Berekening geregeld vervoer:
De verkrijgende contractpartij dient de lijst te splitsen naar fulltime en parttime
contracten voor bepaalde en onbepaalde tijd en M.U.P.-contracten. Vervolgens
wordt van iedere werknemer het betrokkenheidpercentage vastgesteld. De lijsten
worden gesorteerd op betrokkenheidpercentage en vervolgens op anciënniteit.
Bij gelijke betrokkenheid heeft de werknemer met een langer dienstverband meer
rechten.
Vervolgens worden van de lijsten 75% van de werknemers geselecteerd beginnend
met de werknemer met het hoogste betrokkenheidpercentage. Deze
werknemers krijgen een baanaanbod overeenkomstig lid 7.
Berekening ongeregeld vervoer:
De verkrijgende contractpartij dient de lijst te splitsen naar fulltime en parttime
contracten voor bepaalde en onbepaalde tijd en MUP contracten. Vervolgens
wordt van iedere werknemer de datum in dienst vastgesteld. De lijsten worden
gesorteerd op anciënniteit.
Vervolgens worden van de lijsten 75% van de werknemers geselecteerd beginnend
met de werknemer met de grootste anciënniteit. Deze werknemers krijgen
een baanaanbod overeenkomstig lid 7.
7. Bij een baanaanbod is de CAO Taxivervoer van toepassing. Arbeidsvoorwaarden
die bij de overdragende vervoerder golden en die boven de CAO Taxivervoer
uitgaan, worden buiten beschouwing gelaten. De verkrijgende contractpartij doet
de werknemer een passend baanaanbod ter grootte van het aantal contracturen
dat de werknemer bij de overdragende vervoerder had. Vier kenmerken van het
bestaande arbeidscontract blijven ten minste gelijk:

• aantal contracturen
• contractduur, bepaalde of onbepaalde tijd
• datum in dienst ten behoeve van vakantiedagenberekening
• de inhoud van de functie
Het opnemen van een uitzendbeding in de nieuwe arbeidsovereenkomst is niet
toegestaan.
8. Indien de huidige contractpartij bij de uitvoering van het vervoerscontract gebruik
maakt van andere vervoerders dienen deze andere vervoerders de opgave van
betrokken personeel zoals genoemd onder lid 1, te verstrekken aan de huidige
contractpartij. De huidige contractpartij dient erop toe te zien dat de hierboven
genoemde andere vervoerders, waarvan hij voor de uitvoering van de vervoersopdracht
gebruik maakt c.q. gebruik heeft gemaakt, de onder 1 t/m 7 genoemde
verplichtingen daadwerkelijk nakomen.
Indien de verkrijgende contractpartij bij de uitvoering van het verworven vervoerscontract
gebruik maakt van andere vervoerders dienen deze andere vervoerders
de opgave van betrokken personeel, zoals genoemd in lid 1, te verstrekken aan de
verkrijgende contractpartij. De verkrijgende contractpartij dient erop toe te zien
dat de hierboven genoemde andere vervoerders, waarvan hij voor de uitvoering
van de vervoersopdracht gebruik maakt c.q. gebruik zal gaan maken, de hiervoor
omschreven verplichtingen daadwerkelijk nakomen.
Indien de huidige en/of verkrijgende contractpartij gebruik maakt van andere
vervoerder(s) zijn de andere vervoerder(s) in gelijke mate gebonden aan deze regeling
en kunnen ook zelfstandig worden aangesproken op de naleving van deze
regeling. Sociaal Fonds Taxi kan de onder lid 1 en lid 10 genoemde boete alleen
rechtstreeks bij andere vervoerders opvorderen na behoorlijke ingebrekestelling.
9. Na verzending van de opgave bedoeld onder lid 1 (inclusief eventuele mutaties)
door Sociaal Fonds Taxi aan de verkrijgende contractpartij en vakbonden, kan
op initiatief en onder leiding van Sociaal Fonds Taxi een periode van 2 weken
aanvangen waarbinnen overleg kan worden gestart tussen verliezende en verkrijgende
contractpartijen en vakbonden betrokken bij de CAO taxivervoer .
10. Indien de verkrijgende contractpartij nalaat om binnen vier weken na ontvangst
van de definitieve personeelsopgave door Sociaal Fonds Taxi aan Sociaal Fonds
Taxi de volledige rapportage met betrekking tot de verplichtingen voortvloeiend
uit dit artikel toe te sturen, verbeurt hij aan Sociaal Fonds Taxi een boete van
€ 1.000,- per dag waarmee de hiervoor aangegeven termijn wordt overschreden.
Dit tot een maximum van 10 % van de contractwaarde.
Indien binnen de hiervoor genoemde termijn geen opgave wordt gedaan aan
genoemde instanties, dan zal de overdragende vervoerder nog eenmaal in de
gelegenheid worden gesteld zijn verzuim te herstellen en wel binnen één week, bij
gebreke waarvan hij genoemde boete verschuldigd zal zijn.
Uitzondering op de hoofdregel
1. Indien de verkrijgende contractpartij aan Sociaal Fonds Taxi aan kan tonen dat hij
het nieuw verworven vervoerscontract geheel met eigen personeel kan opvangen
is de hoofdregel niet van toepassing.
2. Indien de verkrijgende contractpartij aan Sociaal Fonds Taxi aan kan tonen dat
hij het nieuw verworven vervoerscontract gedeeltelijk met eigen personeel kan
opvangen geldt de hoofdregel voor het deel van het vervoer dat niet met eigen
personeel kan worden opgevangen.
3. Indien de verkrijgende contractpartij aan Sociaal Fonds Taxi aan kan tonen dat
het nieuw verworven vervoerscontract in omvang substantieel kleiner is dan het
oude, dan wel hij nieuwe vervoerstechnieken inzet waardoor er substantieel
minder personeel nodig is, geldt de hoofdregel naar rato van het restdeel van het
vervoer.
De verkrijgende vervoerder dient ten behoeve van de drie hierboven genoemde
uitzonderingen op de hoofdregel daartoe desgevraagd de arbeidsovereenkomsten
te tonen daterend van een periode van minimaal 6 maanden voorafgaand aan de
gunning.
4. Indien het vervoer van één of meerdere percelen als onderdeel van een aanbesteding
die valt onder deze regeling, 6 maanden of later aanvangt dan het vervoer
van de (het) overige perce(e)l(en), dan geldt voor dit deel (op een later tijdstip
aan te vangen) vervoer onverkort de regeling overgang personeel bij overgang
vervoerscontracten. In dat geval dient de in lid 1 van de Hoofdregel protocol
gestelde personeelsopgave voor dat specifieke deel/perceel, uiterlijk 3 maanden
voor daadwerkelijke aanvang van dit vervoer, bij Sociaal Fonds Taxi te worden
aangeleverd.
Binnen Sociaal Fonds Taxi is een onafhankelijke beroepscommissie ingesteld. De
beroepscommissie bestaat uit 3 leden. Werkgevers- en werknemersorganisaties
betrokken bij de CAO taxivervoer dragen ieder een onafhankelijke kandidaat en
vervanger voor. De voorzitter van de beroepscommissie is de directeur Sociaal
Fonds Taxi, echter zonder stemrecht. Sociaal Fonds Taxi zal het secretariaat
voeren.
De beroepscommissie doet op verzoek van de overdragende én de verkrijgende
vervoerder gezamenlijk een bindende uitspraak bij unanimiteit van stemmen
over voorgelegde procedures betreffende de overgang van personeel bij overgang
vervoerscontracten. Indien één van de beide partijen de beroepscommissie
verzoekt een uitspraak te doen over de voorgelegde procedures betreffende de
overgang van personeel bij overgang van vervoerscontracten zal dit niet anders
kunnen zijn dan in de vorm van een advies, waarna de weg naar de burgerlijke
rechter open staat.
Binnen Sociaal Fonds Taxi worden deze aanbestedingen gecontroleerd en wordt
er actief gecontroleerd op de juiste uitvoering van het bovenstaande.

Beslismatrix
Werknemer betrokken?
nee
ja
Regeling niet van
toepassing
Keert werknemer
terug in functie?
• Ja, is dossier
op orde?
• Nee, dan telt
vervanger
Hoogste
perc.
|
|
|
|
|
|
|
|
Laagste
perc. 4)
M.U.P.-kracht
Geregeld vervoer 2) Ongeregeld vervoer 3)
Meeste
dienstjaren
|
|
|
|
|
|
|
|
Minste
dienstjaren 5)
75% van de werknemers per categorie krijgt een
baanaanbod
75% van de werknemers per categorie krijgt een
baanaanbod
1) Steeds meer aanbesteed vervoer bevat meerdere vervoerssoorten n.a.v. de bundeling van
doelgroepenvervoer.
2) Leerlingenvervoer/dagbehandeling/werknemersvervoer/etc.
3) WMO/CVV/ziekenvervoer/etc.
4) Bij een gelijk betrokkenheidpercentage binnen een categorie heeft anciënniteit prioriteit.
5) Bij een gelijke anciënniteit binnen een categorie heeft het betrokkenheidpercentage prioriteit.
Anciënniteit
Soort vervoer? 1)
Werknemer ziek?
Betrokkenheidpercentage
FT/PT Bepaalde tijd
FT/PT Onbepaalde tijd
FT/PT Bepaalde tijd
FT/PT Onbepaalde tijd
M.U.P.-kracht
nee
ja
Bijlage 3
104
Tijdpad overgang vervoerscontracten
1 Ontvangst publicatie van de aanbesteding
2 Informatieve brief aan opdrachtgever
3
4
5
6 Uitvraag opdrachtgever over huidige contractpartij(en) en details
7 Administratie SFT huidige contractpartij(en) en details
8 Brief aan huidige contractpartij(en) over opgave personeel
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24 Opgave personeel ontvangen?
25
26 Aanzegging boete!
27
28 Administratie SFT opgave personeel met gegarandeerde anonimiteit tot definitieve gunning.
29
30
ja nee

Dagen na definitieve gunning
1 Telefonische uitvraag opdrachtgever na definitieve gunning
2 Vervoer blijft in handen zelfde contractpartij(en)?
3 Opgave personeel terugsturen
4
5 Huidige contractpartij(en) bellen, eventuele mutaties in opgave?
6 Mutaties verwerken
7
8 Brief aan verkrijgende contractpartij(en) met opgave van personeel
9
10 Aanvang eventueel overleg vakbonden
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24 Akkoord overgang personeel met vakbonden?
25 Afronding dossier
26
27 Volledige rapportage ontvangen van verkrijgende contractpartij(en)?
28 Aanzegging boete!
29
30 Afronding dossier
ja nee
nee ja
nee ja
nee ja
Bijlage 4
106

Bijlage 4
CAO-loon rijdend personeel
CAO loon rijdend personeel per 1 juli 2008
Ervaringsjaren
Fulltimer/Parttimer M.U.P. -kracht*
(inclusief vakantiedagen)
25 vkd 26 vkd 27 vkd
A maandln uurloon overuur 10,63% 11,11% 11,58%
18 jarige € 688,94 3,97 4,76 4,39 4,41 4,43
19 jarige € 794,92 4,59 5,51 5,08 5,10 5,12
20 jarige € 931,19 5,38 6,45 5,95 5,97 6,00
21 jarige € 1.097,75 6,34 7,60 7,01 7,04 7,07
22 jarige € 1.287,01 7,43 8,91 8,22 8,25 8,29
0-3 mnd € 1.469,48 8,47 10,17 9,38 9,42 9,46
4-12 mnd € 1.514,13 8,74 10,48 9,66 9,71 9,75
1 jaar € 1.529,20 8,82 10,59 9,76 9,80 9,85
2 jaar € 1.544,73 8,91 10,69 9,86 9,90 9,94
3 jaar € 1.560,25 9,00 10,80 9,95 10,00 10,04
4 jaar € 1.575,78 9,10 10,92 10,06 10,11 10,15
5 jaar € 1.604,50 9,26 11,11 10,24 10,29 10,33
6 jaar € 1.638,37 9,46 11,35 10,46 10,51 10,55
7 jaar € 1.660,58 9,59 11,50 10,61 10,65 10,70

Vervolg CAO loon rijdend personeel per 1 juli 2008
Ervaringsjaren
Fulltimer/Parttimer M.U.P. -kracht*
(inclusief vakantiedagen)
25 vkd 26 vkd 27 vkd
B maandln uurloon overuur 10,63% 11,11% 11,58%
18 jarige € 698,65 4,04 4,84 4,46 4,48 4,50
19 jarige € 806,15 4,65 5,58 5,14 5,16 5,18
20 jarige € 944,36 5,45 6,54 6,03 6,06 6,08
21 jarige € 1.113,08 6,42 7,71 7,11 7,14 7,17
22 jarige € 1.305,19 7,54 9,04 8,34 8,37 8,41
0-3 mnd € 1.490,87 8,61 10,33 9,52 9,56 9,60
4-12 mnd € 1.535,52 8,86 10,63 9,80 9,84 9,88
1 jaar € 1.550,58 8,94 10,73 9,89 9,94 9,98
2 jaar € 1.565,35 9,03 10,84 9,99 10,03 10,08
3 jaar € 1.580,11 9,12 10,94 10,09 10,13 10,17
4 jaar € 1.594,88 9,21 11,05 10,18 10,23 10,27
5 jaar € 1.625,88 9,38 11,26 10,38 10,42 10,47
6 jaar € 1.655,03 9,55 11,47 10,57 10,62 10,66
7 jaar € 1.682,26 9,71 11,65 10,74 10,79 10,83
8 jaar € 1.710,87 9,87 11,84 10,92 10,97 11,01
C maandln uurloon overuur 10,63% 11,11% 11,58%
18 jarige 701,89 4,05 4,86 4,48 4,50 4,51
19 jarige 809,89 4,67 5,60 5,16 5,19 5,21
20 jarige 948,74 5,48 6,57 6,06 6,08 6,11
21 jarige 1118,42 6,46 7,75 7,14 7,17 7,20
22 jarige 1311,25 7,57 9,08 8,37 8,41 8,45
0-3 mnd 1497,99 8,65 10,38 9,57 9,61 9,65
4-12 mnd 1542,64 8,90 10,68 9,85 9,89 9,93
1 jaar 1557,71 8,99 10,78 9,94 9,99 10,03
2 jaar 1572,22 9,07 10,89 10,04 10,08 10,13
3 jaar 1587,82 9,16 10,99 10,14 10,18 10,22
4 jaar 1601,25 9,24 11,09 10,22 10,26 10,31
5 jaar 1633,01 9,42 11,31 10,43 10,47 10,51
6 jaar 1660,58 9,59 11,50 10,61 10,65 10,70
7 jaar 1689,48 9,75 11,70 10,79 10,83 10,88
8 jaar 1717,99 9,91 11,90 10,97 11,02 11,06

Vervolg CAO loon rijdend personeel per 1 juli 2008
Ervaringsjaren
Fulltimer/Parttimer M.U.P. -kracht*
(inclusief vakantiedagen)
25 vkd 26 vkd 27 vkd
D maandln uurloon overuur 10,63% 11,11% 11,58%
18 jarige 714,87 4,12 4,95 4,56 4,58 4,60
19 jarige 824,86 4,76 5,71 5,26 5,28 5,31
20 jarige 966,26 5,57 6,69 6,17 6,19 6,22
21 jarige 1139,09 6,58 7,89 7,28 7,31 7,34
22 jarige 1335,48 7,71 9,25 8,53 8,57 8,60
0-3 mnd 1526,49 8,81 10,58 9,75 9,79 9,83
4-12 mnd 1571,15 9,06 10,88 10,03 10,07 10,11
1 jaar 1586,22 9,15 10,98 10,12 10,17 10,21
2 jaar 1601,27 9,24 11,09 10,22 10,26 10,31
3 jaar 1616,32 9,33 11,19 10,32 10,36 10,41
4 jaar 1631,37 9,41 11,29 10,41 10,46 10,50
5 jaar 1660,97 9,59 11,50 10,61 10,65 10,70
6 jaar 1689,48 9,75 11,70 10,79 10,83 10,88
7 jaar 1717,99 9,91 11,90 10,97 11,02 11,06
8 jaar 1746,49 10,08 12,09 11,15 11,20 11,24
9 jaar 1775,00 10,24 12,29 11,33 11,38 11,43
10 jaar 1802,43 10,40 12,49 11,51 11,56 11,61
11 jaar 1832,01 10,57 12,68 11,69 11,74 11,79
12 jaar 1860,53 10,73 12,88 11,87 11,92 11,97

CAO loon rijdend personeel per 1 juli 2009
Ervaringsjaren
Fulltimer/Parttimer Parttime/M.U.P. -kracht
(inclusief vakantiedagen)
25 vkd 26 vkd 27 vkd
A maandln uurloon overuur 10,63% 11,11% 11,58%
18 jarige 699,28 4,03 4,84 4,46 4,48 4,50
19 jarige 806,85 4,66 5,59 5,16 5,18 5,20
20 jarige 945,16 5,46 6,55 6,04 6,06 6,09
21 jarige 1114,22 6,43 7,72 7,12 7,15 7,18
22 jarige 1306,32 7,54 9,05 8,34 8,38 8,41
0-3 mnd 1491,52 8,60 10,32 9,52 9,56 9,60
4-12 mnd 1536,85 8,87 10,64 9,81 9,85 9,89
1 jaar 1552,13 8,96 10,75 9,91 9,95 9,99
2 jaar 1567,90 9,04 10,85 10,01 10,05 10,09
3 jaar 1583,65 9,13 10,96 10,10 10,15 10,19
4 jaar 1599,42 9,23 11,08 10,21 10,26 10,30
5 jaar 1628,56 9,40 11,28 10,40 10,44 10,49
6 jaar 1662,95 9,60 11,52 10,62 10,66 10,71
7 jaar 1685,49 9,73 11,68 10,77 10,81 10,86
B maandln uurloon overuur 10,63% 11,11% 11,58%
18 jarige 709,13 4,10 4,92 4,53 4,55 4,57
19 jarige 818,24 4,72 5,66 5,22 5,24 5,26
20 jarige 958,52 5,54 6,64 6,12 6,15 6,18
21 jarige 1129,78 6,52 7,82 7,21 7,24 7,28
22 jarige 1324,77 7,65 9,18 8,46 8,50 8,54
0-3 mnd 1513,23 8,73 10,48 9,66 9,70 9,75
4-12 mnd 1558,56 8,99 10,79 9,94 9,99 10,03
1 jaar 1573,84 9,08 10,89 10,04 10,09 10,13
2 jaar 1588,83 9,17 11,00 10,14 10,18 10,23
3 jaar 1603,81 9,25 11,11 10,24 10,28 10,33
4 jaar 1618,80 9,34 11,21 10,34 10,38 10,43
5 jaar 1650,27 9,52 11,42 10,53 10,58 10,62
6 jaar 1679,85 9,70 11,64 10,73 10,77 10,82
7 jaar 1707,50 9,85 11,82 10,90 10,95 10,99
8 jaar 1736,53 10,02 12,02 11,08 11,13 11,18

Vervolg CAO loon rijdend personeel per 1 juli 2009
Ervaringsjaren
Fulltimer/Parttimer Parttime/M.U.P. -kracht
(inclusief vakantiedagen)
25 vkd 26 vkd 27 vkd
C maandln uurloon overuur 10,63% 11,11% 11,58%
18 jarige 712,42 4,11 4,93 4,54 4,56 4,58
19 jarige 822,04 4,74 5,69 5,24 5,26 5,29
20 jarige 962,97 5,56 6,67 6,15 6,17 6,20
21 jarige 1135,19 6,55 7,86 7,25 7,28 7,31
22 jarige 1330,92 7,68 9,22 8,50 8,54 8,57
0-3 mnd 1520,46 8,78 10,53 9,71 9,75 9,80
4-12 mnd 1565,78 9,03 10,84 9,99 10,04 10,08
1 jaar 1581,07 9,12 10,95 10,09 10,14 10,18
2 jaar 1595,81 9,21 11,05 10,19 10,23 10,28
3 jaar 1611,64 9,30 11,16 10,29 10,33 10,38
4 jaar 1625,27 9,38 11,25 10,37 10,42 10,46
5 jaar 1657,50 9,56 11,48 10,58 10,63 10,67
6 jaar 1685,49 9,73 11,68 10,77 10,81 10,86
7 jaar 1714,82 9,90 11,88 10,95 11,00 11,04
8 jaar 1743,76 10,06 12,08 11,13 11,18 11,23

Vervolg CAO loon rijdend personeel per 1 juli 2009
Ervaringsjaren
Fulltimer/Parttimer Parttime/M.U.P. -kracht
(inclusief vakantiedagen)
25 vkd 26 vkd 27 vkd
D maandln uurloon overuur 10,63% 11,11% 11,58%
18 jarige 725,59 4,18 5,02 4,63 4,65 4,67
19 jarige 837,24 4,83 5,79 5,34 5,36 5,39
20 jarige 980,75 5,66 6,79 6,26 6,29 6,31
21 jarige 1156,17 6,68 8,01 7,38 7,42 7,45
22 jarige 1355,51 7,83 9,39 8,66 8,70 8,73
0-3 mnd 1549,39 8,94 10,73 9,90 9,94 9,98
4-12 mnd 1594,72 9,20 11,04 10,18 10,22 10,26
1 jaar 1610,01 9,29 11,15 10,28 10,32 10,36
2 jaar 1625,29 9,38 11,25 10,37 10,42 10,46
3 jaar 1640,56 9,47 11,36 10,47 10,52 10,56
4 jaar 1655,84 9,55 11,46 10,57 10,62 10,66
5 jaar 1685,89 9,73 11,68 10,77 10,81 10,86
6 jaar 1714,82 9,90 11,88 10,95 11,00 11,04
7 jaar 1743,76 10,06 12,08 11,13 11,18 11,23
8 jaar 1772,69 10,23 12,27 11,32 11,37 11,41
9 jaar 1801,63 10,40 12,47 11,50 11,55 11,60
10 jaar 1829,47 10,56 12,67 11,68 11,73 11,78
11 jaar 1859,49 10,73 12,87 11,87 11,92 11,97
12 jaar 1888,44 10,89 13,07 12,05 12,10 12,15
Bijlage 5
112

Bijlage 5
Reglement vergoeding van lidmaatschapskosten van een
werknemersorganisatie voor werknemers werkzaam bij taxibedrijven

Artikel 1
De werknemer kan bij de werkgever een verzoek indienen tot verlaging van het bruto
loon ter hoogte van de door hem in het betreffende kalenderjaar betaalde kosten
voor het lidmaatschap van een werknemersorganisatie. De werkgever zal dit verzoek
inwilligen in ruil voor een onkostenvergoeding gelijk aan de op de voormelde bruto
looncomponent ingehouden bedrag, zoals nader bepaald in dit reglement.

Artikel 2
a. De werknemer dient schriftelijk opgave te doen van de werkelijke kosten van
het lidmaatschap. Daartoe dient hij het ,,Declaratieformulier vergoeding van de
lidmaatschapskosten van een werknemersorganisatie of een aanvulling op de
arbeidsovereenkomst’’ volledig in te vullen en te ondertekenen.
b. Om aanspraak te kunnen maken op een vergoeding van de lidmaatschapskosten
van de werknemersorganisatie, dient de werknemer uiterlijk op …………..van het
betreffende kalenderjaar het genoemde declaratieformulier aan de werkgever te
overleggen. Hierbij worden kopieën van betalingsbewijzen van de kosten van het
lidmaatschap in ………….. en ………….. van het betreffende jaar of een verklaring
van de werknemersorganisatie bijgevoegd. Bij bankafschriften mogen, behoudens
naam, adres en afschrijving van kosten van het lidmaatschap, de overige
gegevens onleesbaar worden gemaakt. Overschrijding van genoemde datum leidt
tot uitsluiting van deelname.
c. De in lid 1 bedoelde vergoeding wordt vastgesteld op basis van de door de
werknemer op het declaratieformulier vermelde gegevens en op basis van de
toepasselijke fiscale en premierechtelijke wet- en regelgeving.
d. Indien door de werknemer is voldaan aan het gestelde in lid 2 wordt de vergoeding
zoals bedoeld in artikel 1 door de werkgever aan de werknemer betaald tezamen
met de betaling in de maand ………….. van het betreffende kalenderjaar.

Artikel 3
Bij beëindiging van het dienstverband, ongeacht de reden hiertoe, eindigt het recht
op vergoeding als bedoeld in artikel 1.

Artikel 4
Indien bij controle door de inspecteur der belastingen of de inspecteur van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen blijkt dat de belastingen premievrije
vergoeding ten onrechte of tot een te hoog bedrag is uitbetaald en dientengevolge
naheffing bij de werkgever plaatsvindt, dan komt deze naheffing (inclusief eventuele
rente en boete) voor rekening van de werknemer indien uitsluitend de oorzaak van de
naheffing aan de werknemer kan worden verweten.

NB Financiële consequenties
Bij ontslag kan deelname leiden tot een lagere uitkering in verband met dagloonberekening,
die ook uitgaat van het verlaagde bruto salaris.
Wettelijke regelingen kunnen in de loop van de tijd veranderen, daarom kunnen aan
de inhoud van deze toelichting geen rechten worden ontleend.
Declaratieformulier vergoeding van de lidmaatschapskosten van een werknemersorganisatie
Door de werknemer uiterlijk ............................ van het betreffende kalenderjaar in te
leveren bij de werkgever
Ondergetekende, ......................................................................... (naam werknemer)
BSNnummer: ..............................................................................................................
is ter zake van zijn arbeidsovereenkomst bij .................................................................
(naam werkgever) lid van ........................................... (naam werknemersorganisatie)
en betaalt in dit verband kosten voor het lidmaatschap;
verklaart akkoord te gaan met het gestelde in het Reglement Vergoeding van de
lidmaatschapskosten van een voor werknemers werkzaam bij....................................;
verklaart dat de kosten voor het jaar............. (jaartal) die krachtens dit reglement voor
vergoeding in aanmerking komen als volgt bedragen:
kosten voor lidmaatschap van de onder a. genoemde werknemersorganisatie in........
(jaartal): ........ euro;
verklaart over de ......................................... van het kalenderjaar afstand te doen van
een bedrag met een geldwaarde ter grootte van het hierboven onder c. aangegeven
bedrag. Dit bedrag wordt onttrokken aan de ..............................................................;
verklaart zich bewust te zijn van het feit dat door vergoeding van de kosten een tijdige
declaratie bij zijn werkgever nodig is (uiterlijk ................................van het betreffende
kalenderjaar);
verklaart zich er van bewust te zijn dat het afzien van een deel van het salaris
gevolgen kan hebben voor het bruto loon sociale verzekeringen, pensioenopbouw,
e.d;
als bijlage bij dit formulier betalingsbewijzen overlegt als bedoeld in artikel 2, lid 2 van
het reglement.
Datum: .......................................................................................................................
Handtekening

Aanvulling op Arbeidsovereenkomst
De ondergetekenden :.............................................................................
Bedrijf :.............................................................................
Adres :.............................................................................
Postcode :.............................................................................
Woonplaats :.............................................................................
:.............................................................................
ten deze vertegenwoordigd door :.............................................................................
hierna te noemen werkgever,
en
Naam :.............................................................................
Adres :.............................................................................
Postcode :.............................................................................
Woonplaats :
Geboren op :.............................................................................
BSNnummer :.............................................................................
hierna te noemen de werknemer,
verklaren te zijn overeengekomen als volgt:
Ingaande.......................vindt de volgende aanvulling op de arbeidsovereenkomst van
bovengenoemde werknemer plaats:
Vanaf deze datum zal in de maand december de werknemer afstand doen van
een deel van zijn brutoloon, waar tegelijkertijd een netto onkostenvergoeding
tegenover zal staan voor hetzelfde bedrag, dit om de betaalde vakbondscontributie
voordelig fiscaal te verrekenen. Voorwaarde om aanspraak op deze vergoeding van
lidmaatschapskosten van de werknemersorganisatie te kunnen maken, dient de
werknemer uiterlijk op 30 november van het betreffende kalenderjaar een bewijsvoering
(betalingsafschriften of verklaring werknemersorganisatie) aan de werkgever te
overleggen, waaruit blijkt dat de kosten van lidmaatschap daadwerkelijk betaald zijn.
Overschrijding van genoemde datum leidt tot uitsluiting van deelname.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en getekend te............................
Werkgever Werknemer

Bijlage 6
Belangrijke adressen
Adressen CAO-partijen

Secretariaat CAO partijen Taxivervoer
Postbus 19365
2500 CJ Den Haag
tel: 070 - 375 17 01
FNV Bondgenoten
Postbus 9208
3506 GE Utrecht
tel: 0900-9690
www.fnvbondgenoten.nl/taxi
www.fnvbondgenoten.nl
www.fnvtaxi.nl

Adressen instellingen CAO-partijen
Sociaal Fonds Taxi
Boschweg 2
4105 DL Culemborg
tel: 0345 - 47 84 73
www.sociaalfondstaxi.nl

Overige adressen

Pensioen, prepensioen en VUT
PVF Nederland NV, sector vervoer
Informatie over pensioen, VUT en
prepensioen
Postbus 9251
1006 AG Amsterdam
tel: 0900-1964
www.devervoerssite.nl

KNV (Koninklijk Nederland Vervoer)
Postbus 19365
2500 CJ Den Haag
tel: 070 - 375 17 51
www.knv.nl

CNV BedrijvenBond
Postbus 2525
3500 GM Utrecht
tel: 030 - 751 10 07
www.cnvtaxi.nl
www.cnvbedrijvenbond.nl

Met ingang van 1 januari 2010 zal de
pensioenuitvoerder wijzigen.
Voor informatie kunt u terecht bij
Sociaal Fonds Taxi of op de website
www.sociaalfondstaxi.nl

 

VISIE
SALARISNIEUWS

Voor en door salarisadministrateurs & HR specialisten.

Salarisadministratie is een kennisintensief en dynamisch vakgebied.
Het up-to-date houden van kennis begint met delen van kennis…

CAO 
SALARISADMINISTRATIE

Zoek gratis in onze Cao's database. Heb je tips of vragen? Reageer of mail!


SALARIS
SOFTWARE

Deel je positieve ervaringen en frustraties.
Geef je mening en advies!

OPLEIDING EN MEER

SALARISADMINISTRATIE 

Jezelf blijven ontwikkelen binnen de salarisadministratie is een must. Opleidingen zoals Praktijkdiploma Loonadministratie (PDL) & Vakopleiding Payroll Services (VPS) . Congressen en vakbladen voor up-to-date informatie.

Salarisnieuws LinkedIn


Salarisnieuws Twitter