FONDS-CAO
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST
EN BIJLAGEN
INZAKE
SOCIAAL FONDS
RECREATIE
Van 1 januari 2008 tot 1 januari 2013
ARTIKEL 1 DEFINITIES
In deze fonds-cao en de daarvan uitmakende bijlagen wordt verstaan onder:
1. Partijen: de werkgeversvereniging RECRON gevestigd te Driebergen en de vakverenigingen - FNV Horecabond gevestigd te Almere;
- CNV BedrijvenBond gevestigd te Utrecht;
- Abvakabo FNV gevestigd te Zoetermeer.
2. Werkgever: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, dan wel de maatschap, de vennootschap gevormd door twee of meer natuurlijke en/of rechtspersonen gezamenlijk, die een bedrijf exploiteert waarvan de activiteiten bestaan uit het verrichten van werkzaamheden in de verblijfsrecreatie en/of zweminrichting en/of buitensportonderneming, en daartoe werknemers in de zin van deze
overeenkomst in dienst heeft.
3. Werknemer: de natuurlijke persoon (m/v) die op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst is van de werkgever.
4. Verblijfsrecreatie: het bieden van gelegenheid tot verblijf buiten de eigen woning in tent, caravan, of vergelijkbaar kampeermiddel, dan wel in bungalow, appartement of vergelijkbare accommodatie, al dan niet in privé-eigendom van de gast, dan wel in groepsaccommodatie, voor met name vakantie of ontspanning, van ten minste één overnachting, al dan niet in combinatie aangeboden met
diverse voorzieningen te weten winkels, horeca, sport- en spelaccommodatie en (andere) recreatieve voorzieningen. Onder verblijfsrecreatie wordt niet verstaan het hotel-, restaurant-, café- of het pension- en kamerverhuurbedrijf.
4a. Zweminrichting: een privaatrechtelijke onderneming waarin gelegenheid tot zwemmen en/of baden wordt gegeven, voorzover het zwembad in de onderneming groter is dan 125 m2, al dan niet in combinatie aangeboden met diverse voorzieningen te weten horeca, sport- en spelaccommodatie en overige recreatieve voorzieningen.
4b. Buitensportonderneming: een onderneming die, anders dan in verenigings- of clubverband meer dan 50% van de omzet genereert, uit het organiseren van sportieve en recreatieve activiteiten en waaraan tegen betaling kan worden deelgenomen en welke onder begeleiding, dan wel met voorafgaande instructie plaatsvindt en waarbij lichamelijke inspanning en avontuurlijke beleving een rol speelt en waarbij gebruik wordt gemaakt van hulpmiddelen. Onder buitensportondernemingen vallen niet ski-hallen, golfbanen, maneges, zeilscholen, dierentuinen, dagattractiebedrijven en kartbanen.
5. Bedrijf: een onderneming, al dan niet bestaand uit verschillende bedrijfsonderdelen, waarin activiteiten in de verblijfsrecreatie en/of zweminrichting en/of buitensportonderneming, zoals boven omschreven, worden verricht.
6. Leerling: de werknemer (m/v) die op basis van een praktijkovereenkomst zoals bedoeld in de artikelen 7.2.8 en 7.2.9 van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) (staatsblad 501, 31-10-1995) bij een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) of een Agrarisch Opleidingscentrum (AOC) een opleiding volgt in de beroepsbegeleidende leerweg vallend onder de WEB in een leerbedrijf dat is erkend door een kenniscentrum.
7. Salaris: al hetgeen de werkgever in verband met de dienstbetrekking aan de werknemer rechtens bruto verschuldigd is met uitzondering van vakantiegeld, vakantietoeslag en overige toeslagen.
8. Administrateur: de conform artikel 10 van de statuten door SFRecreatie aangewezen administrateur.
9. Kleine bedrijven: bedrijven met een loonsom tot € 140.000,- per kalenderjaar.
10. Middelgrote bedrijven: bedrijven met een loonsom van € 140.000,- tot € 450.000,- per kalenderjaar.
11. Grote bedrijven:
categorie a: bedrijven met een loonsom groter dan € 450.000,- tot € 1.000.000,- per kalenderjaar.
categorie b: bedrijven met een loonsom groter dan € 1.000.000,- tot € 5.000.000,- per kalenderjaar.
categorie c: bedrijven met een loonsom groter dan € 5.000.000,- per kalenderjaar.
12. Cursus: opleiding, cursus, workshop, training, masterclass, congres en coaching.
13 SFRecreatie: Stichting Sociaal Fonds Recreatie.
14. GORecreatie: Georganiseerd overleg Recreatie
15 a. Fonds-cao: collectieve arbeidsovereenkomst Sociaal Fonds Recreatie.
b. cao: collectieve arbeidsovereenkomst Recreatie.
c. cao’s: collectieve arbeidsovereenkomst recreatie en de collectieve arbeidsovereenkomst Sociaal Fonds Recreatie.
ARTIKEL 2 WERKINGSSFEER
1. Toepassing van de fonds-cao
De bepalingen van de fonds-cao zijn van toepassing op de arbeidsovereenkomst die is gesloten tussen de werkgever in de verblijfsrecreatie en/of zweminrichting en/of buitensportonderneming en de werknemer. Voorzover een werkgever een bedrijf exploiteert dat niet in hoofdzaak activiteiten
verricht die tot de verblijfsrecreatie en/of zweminrichting en/of buitensportonderneming behoren, is de fonds-cao alleen van toepassing op de werknemers die activiteiten verrichten op het terrein van de verblijfsrecreatie en/of zweminrichting en/of buitensportonderneming, tenzij deze werknemers
reeds onder de werkingssfeer van een andere cao vallen.
Een bedrijf wordt geacht in hoofdzaak activiteiten in de verblijfsrecreatie of zweminrichting of buitensportonderneming te verrichten, indien de omzet uit verblijfsrecreatie of zweminrichting of buitensportonderneming meer dan 50% van de totale omzet uitmaakt.
2. Uitzondering dagrecreatie
Voorzover de werkgever een bedrijf exploiteert waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit dagrecreatie is deze fonds-cao niet van toepassing. Onder dagrecreatie wordt verstaan het bieden van een product op het gebied van recreatie, educatie en/of cultuur, dat de consument binnen een dag kan afnemen. Dagrecreatie wordt gezien als hoofdactiviteit van een bedrijf indien meer dan 50% van de totale
inkomsten wordt verworven uit activiteiten in de dagrecreatie die niet worden toegerekend aan de verblijfsrecreatie en/of zweminrichting en/of buitensportonderneming, te berekenen volgens onderstaande formule.
inkomsten dagrecreatie = aantal entreebetalende bezoekers x entreeprijs volwassene + kind x 1,665
3. Vrijwillige aansluiting
Bedrijven, verwant met de verblijfsrecreatie en/of zweminrichtingen en/of buitensportonderneming en niet vallend onder een andere cao, kunnen desgevraagd in aanmerking komen voor vrijwillige aansluiting bij het geheel van regelingen en fondsen voortvloeiend uit de fonds-cao. De bedrijven die vrijwillig zijn aangesloten, verplichten zich de cao’s integraal toe te passen op alle bij hun in dienst zijnde werknemers.
4. Ontheffing
Indien de werkgever ontheffing wenst van de toepassing van bepalingen van deze fonds-cao, dient hij daartoe een schriftelijk verzoek in te dienen bij GORecreatie. Alleen als GORecreatie schriftelijk ontheffing heeft verleend voor de toepassing van bepalingen van deze fonds-cao, behoeven de bepalingen waarvoor door GORecreatie ontheffing is verleend, niet toegepast te worden.
In alle andere gevallen blijven de bepalingen van deze fonds-cao onverminderd van kracht.
5. Commissie Werkingssfeer
Bij geschil over de vraag of in een concreet geval sprake is van activiteiten op het terrein van verblijfsrecreatie en/of zweminrichting en/of buitensportonderneming zoals in deze fonds-cao bedoelde zin, beslist de Commissie Werkingssfeer op verzoek van de meest gerede partij.
De uitspraak van de Commissie Werkingssfeer heeft het karakter van een bindend advies voor betrokken partijen indien deze vooraf schriftelijk zijn overeengekomen deze uitspraken als zodanig te accepteren. Toetsing door de burgerlijk rechter blijft daarnaast openstaan.
De samenstelling, taak en werkwijze van de Commissie Werkingssfeer is geregeld in een reglement en een daarbij behorende bijlage en maakt deel uit van deze fonds-cao. (zie bijlage 1 en 1a).
ARTIKEL 3 ALGEMENE BEPALINGEN
1. Uitvoering
De uitvoering van deze cao is aan de (SFRecreatie) opgedragen en geschiedt volgens de statuten en reglementen van de stichting. De statuten en reglementen van SFRecreatie zijn een integraal onderdeel van deze cao en zijn als bijlagen aan deze cao gehecht. De statuten en reglementen zullen geen bepaling bevatten in strijd met deze cao. SFRecreatie kan de uitvoering delegeren aan een
administrateur onder verantwoordelijkheid van het bestuur van SFRecreatie.
2. A Gegevensverstrekking
Werkgevers en werknemers zijn verplicht de gegevens te verstrekken die door SFRecreatie dan wel die door de SFRecreatie aangewezen administrateur in het kader van de uitvoering van de statuten of reglementen worden opgevraagd. Werkgevers en werknemers zijn verplicht zich te houden aan het bepaalde in de statuten en reglementen van SFRecreatie.
Indien de werkgever of de werknemer – ook na aanmaning - niet voldoet, is SFRecreatie, dan wel de door de stichting aangewezen administrateur, bevoegd deze gegevens zelf naar beste weten vast te stellen.
B Uitwisseling van gegevens
SFRecreatie en de door SFRecreatie aangewezen administrateur zijn gerechtigd bij elkaar en de uitvoeringsinstelling gegevens op te vragen en uit te wisselen die nodig zijn voor een goede uitvoering van de regelingen, ongeacht de vraag of de betreffende gegevens al dan niet na aanmaning bij de werkgever zijn opgevraagd. Hierbij worden de bepalingen uit de Wet Bescherming persoonsgegevens in acht genomen.
3. Rechten van werknemer en werkgever
In beginsel heeft iedere werknemer en iedere werkgever het recht deel te nemen aan c.q. gebruik te maken van (de resultaten van) de door SFRecreatie gefinancierde of gesubsidieerde activiteiten. Deze activiteiten zijn opgenomen in het reglement van SFRecreatie (zie bijlage 2 artikel 2) en zijn in doelstellingen uitgewerkt in de statuten van SFRecreatie.
ARTIKEL 4 STICHTING SOCIAAL FONDS RECREATIE
1. Stichting Sociaal Fonds Recreatie
Er is een Stichting Sociaal Fonds Recreatie, hierna te noemen SFRecreatie. De reglementen van dit fonds worden geacht onderdeel uit te maken van deze fondscao.
2. Doelstelling van SFRecreatie
SFRecreatie stelt zich ten doel het financieren, subsidiëren en ontwikkelen van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van de bedrijfstak verblijfsrecreatie en zweminrichtingen en buitensportonderneming. Deze activiteiten zijn nader uitgewerkt in artikel 2 sub a t/m l van het reglement SFRecreatie (zie bijlage 2). SFRecreatie stelt zich daarnaast ten doel het
financieren van de activiteiten benodigd voor het doen naleven van de voor de bedrijfstak overeengekomen arbeidsvoorwaarden, waaronder begrepen de taken van GORecreatie zoals uitgewerkt in artikel 5 van de fonds-cao, inclusief haar commissies en het reglement van GORecreatie (zie bijlagen 11 en 12, 13 en 14) Uitgezonderd zijn het cao-overleg en de werkzaamheden van de
redactiecommissie.
3. Bijdrage aan SFRecreatie
a. De werkgever is per kalenderjaar aan SFRecreatie een financiële bijdrage verschuldigd. De bijdrage wordt berekend over de loonsom SV van alle werknemers met een maximum premiedagloon in de zin van artikel 9 lid 1 van de Wet Financiering Sociale Verzekeringen. De financiële bijdrage
bedraagt 1% van de genoemde loonsom.
b. Van de genoemde heffing zal vijftig procent door de werkgever op het loon van de werknemer worden ingehouden.
c. De hoogte van de bijdrage kan jaarlijks door het bestuur overeenkomstig het bepaalde in het reglement van SFRecreatie worden gewijzigd. Voor de vaststelling van de totale loonsom waarover de bijdrage is verschuldigd worden alle werknemers die in dienst zijn van de werkgever
en vallen onder de fonds-cao meegenomen.
d. Ten behoeve van de vaststelling van de verschuldigde bijdrage doet de werkgever aan de administrateur van SFRecreatie opgave van de bij hem in dienst zijnde werknemers door vermelding van namen, adressen, woonplaatsen en geboortedata, alsmede van jaarsalarissen. De werkgever
moet deze loongegevens vermelden op de individuele jaaropgave.
e. De bestemming van de in sub a bedoelde bijdrage aan SFRecreatie wordt vastgesteld door het bestuur, zoals is uitgewerkt in de artikelen 5 en 6 van het Reglement Stichting Sociaal Fonds Recreatie (bijlage 2)
ARTIKEL 5 GEORGANISEERD OVERLEG RECREATIE
Georganiseerd Overleg Recreatie rekent tot haar taken:
1. Vaststellen beleid
Vaststellen van beleid dat landelijk, regionaal, plaatselijk en op locatie kan worden uitgevoerd specifiek ten behoeve van projecten voor de doelgroepen van SFRecreatie gericht op:
- arbeidsmarkt- en scholingsbeleid;
- vermindering ziekteverzuim en re-integratie;
- verbetering arbeidsomstandigheden;
- leeftijdbewust personeelsbeleid;
- medezeggenschap.
2. Bevordering naleving cao’s (cao en de fonds-cao Recreatie)
GORecreatie bevordert de naleving van de cao’s door het verstrekken van neutrale en feitelijke informatie op het totale gebied van arbeidsvoorwaarden en de daarmee verband houdende sociale verzekeringen, pensioenrechten en dergelijke.
3. Uitleg te geven over de bepalingen van de cao’s
GORecreatie kan op verzoek van een individuele werkgever of individuele werknemer of op verzoek van één of meerdere partijen bij de cao’s, ter bevordering van een juiste en eenvormige toepassing en naleving van de cao’s, nadere uitleg geven aan de bepalingen van de cao’s.
4. Het geven van een bindend advies bij geschillen
Op verzoek van één of meer werkgevers tezamen met één of meer werknemers, in een geschil over toepassing van de cao’s, uitbrengen van een bindend advies. Een dergelijk bindend advies wordt alleen dan uitgebracht als beide partijen hiertoe een schriftelijk verzoek indienen.
5. Het geven van ontheffing van bepalingen van de cao’s
Het geven van een ontheffing van één of meerdere bepalingen van de cao’s. Een ontheffing wordt slechts voor bepaalde tijd verleend.
6. Vrijwillige aansluiting
Het behandelen van verzoeken voor vrijwillige aansluiting bij het geheel van regelingen en fondsen betreffende de recreatie, ingediend door aan de recreatie verwante bedrijven.
7. Behandelen klachten Gedragscode Anti-Rassendiscriminatie die is
vastgesteld door het Bedrijfschap Horeca en Catering
Het behandelen van klachten als bedoeld in de door het Bedrijfschap Horeca en Catering vastgestelde Gedragscode Anti-Rassendiscriminatie en het doen van uitspraak daarover. Deze gedragscode is op schriftelijk verzoek verkrijgbaar bij GORecreatie.
8. Verlenen van goedkeuring van een beoordelingssysteem met daaraan
gekoppeld een beloningssystematiek
Het beoordelen, en indien correct, het verlenen van goedkeuring van een verzoek van de werkgever voor toepassing van een afwijkend beoordelingssysteem met een daaraan gekoppelde beloningssystematiek. Het systeem moet de instemming hebben van de ondernemingsraad c.q. de personeelsvertegenwoordiging. Taak en werkwijze van het GORecreatie zijn nader geregeld in het reglement voor het
GORecreatie (zie bijlage 11)dat deel uitmaakt van de fonds-cao.
ARTIKEL 6 SLOTBEPALINGEN Duur van de fonds-cao
Deze fonds-cao heeft een looptijd van 1 januari 2008 tot 1 januari 2013.
Indien geen van de partijen bij deze fonds-cao uiterlijk drie maanden voor het eindigen van de duur door middel van een aangetekend schrijven aan de wederpartijen heeft opgezegd, wordt de fonds-cao geacht telkens voor een jaar stilzwijgend te zijn verlengd.
Partijen ter ener zijde:
Vereniging van Recreatieondernemers Nederland
Partijen ter andere zijde:
FNV Horecabond
CNV BedrijvenBond
Abvakabo FNV
BIJLAGEN BIJ DE FONDS-CAO
1. Reglement Commissie Werkingssfeer
1a. Bijlage Reglement Commissie Werkingssfeer
2. Reglement Stichting Sociaal Fonds Recreatie
3. Reglement tegemoetkoming cursuskosten via de werkgever
4. Reglement tegemoetkoming cursuskosten voor de individuele werknemer
5 Reglement erkenning opleidingsinstituten en cursussen
6. Reglement tegemoetkoming cursuskosten BOP en maatwerkcursussen
7. Reglement erkenning opstellers voor een bedrijfsopleidingsplan
8. Reglement tegemoetkoming opleidingskosten
9. Reglement tegemoetkoming Vakbondsverlof
10.Reglement Garantstelling Verlofsparen
11.Reglement Georganiseerd Overleg Recreatie
Verder zijn toegevoegd de volgende reglementen waarvan de uitvoering onder de verantwoordelijkheid van het GORecreatie valt.
12. Reglement Onafhankelijke Klachtencommissie
13. Reglement Beroepscommissie Functie-indeling Recreatie
14. Reglement Bezwaarcommissie Stichting Pensioenfonds Recreatie
15. Model verlofkaart
16. Statuten Stichting Sociaal Fonds Recreatie
BIJLAGE 1A FONDS-CAO Reglement Commissie Werkingssfeer
1. De Commissie Werkingssfeer bestaat uit negen leden, waarvan er drie worden aangewezen door Koninklijk Horeca Nederland dan wel door de HISWA, drie door RECRON en drie door de FNV Horecabond, CNV BedrijvenBond en Abvakabo FNV tezamen. Een lid kan te allen tijde worden vervangen door de organisatie(s) die hem heeft benoemd. Ontstaat een vacature in de Commissie dan wordt deze vervuld door de organisatie(s) door wie het gedefungeerde lid was benoemd.
2. De Commissie Werkingssfeer heeft tot taak in concrete gevallen te bepalen of al dan niet sprake is van activiteiten in het kader van verblijfsrecreatie en/of zweminrichting en/of buitensportonderneming, waarop de cao Recreatie van toepassing is, dan wel van activiteiten waarop de collectieve arbeidsovereenkomst voor het horeca- en aanverwante bedrijf (cao voor het Horecabedrijf en de
fondsen-cao voor het Horecabedrijf), dan wel de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Houten en Kunststoffen Jachtbouw alsmede waterrecreatieondersteunende activiteiten (HISWA-cao) van toepassing is.
3. De Commissie Werkingssfeer neemt haar onder 2 bedoelde, voor de betrokkenen bindende besluit, indien deze vooraf schriftelijk zijn overeengekomen deze uitspraak als zodanig te accepteren. Toetsing door de burgerlijke rechter blijft daarnaast openstaan. Zodanig verzoek kan worden gedaan door ieder van de partijen bij de cao Recreatie, de cao voor het Horecabedrijf en de fondsen-cao
voor het Horecabedrijf en de HISWA-cao alsmede, wat betreft de eigen onderneming, door iedere werkgever op wie één van die cao's in redelijkheid van toepassing kan worden geacht alsmede door iedere werknemer van zodanige werkgever. De Commissie beslist niet dan na genoemde cao-partijen alsmede de betrokken werkgever in de gelegenheid te hebben gesteld terzake van hun opvattingen te doen blijken. Het besluit van de Commissie wordt schriftelijk vastgelegd
en in afschrift aan belanghebbenden gezonden.
4. Partijen bij de cao Recreatie en de cao voor het Horecabedrijf en de fondsen-cao voor het Horecabedrijf dan wel de HISWA-cao tezamen benoemen een vertrouwenspersoon. Komt de functie van vertrouwenspersoon vacant, dan wordt in die vacature zo spoedig mogelijk voorzien door partijen bij de cao Recreatie en de cao voor het Horecabedrijf en de fondsen-cao voor het Horecabedrijf dan wel de HISWA-cao tezamen en, bij gebreke van eenstemmigheid tussen die partijen, op verzoek van de meest gerede van hen door de voorzitters van de Stichting van de Arbeid. De vertrouwenspersoon heeft tot taak de gevallen waarin de Commissie Werkingssfeer niet tot een besluit kan komen, op een verzoek voorgelegd aan die Commissie te beslissen.
5. Een besluit van de Commissie Werkingssfeer behoeft de steun van zeven of meer leden van de Commissie. Ontbreekt in een voorkomend geval zodanige meerderheid, dan wordt het dossier in handen gesteld van en het besluit genomen door de vertrouwenspersoon.
6. De Commissie Werkingssfeer respectievelijk de vertrouwenspersoon baseert zich bij haar respectievelijk zijn besluiten op de in de cao Recreatie en de cao voor het Horecabedrijf en de fondsen-cao voor het Horecabedrijf dan wel de HISWA-cao neergelegde werkingssfeerbepalingen, en onderzoekt met name of in een concreet geval al dan niet van activiteiten in het kader van recreatie sprake is, zoals in die cao's bij wijze van karakteristiek omschreven.
BIJLAGE 1B FONDS-CAO Bijlage Reglement Commissie Werkingssfeer
A. Partijen bij de cao voor het Horecabedrijf en de fondsen-cao voor het
Horecabedrijf en de cao Recreatie zijn het volgende overeengekomen:
Ter beoordeling van grensgevallen op het punt van "logiesverstrekking" gelden de
volgende criteria:
Onder verblijfsrecreatie wordt niet verstaan het bieden van verblijf in een "hotel"-
accommodatie, wanneer tijdens het verblijf van de gast minimaal twee van de
volgende werkzaamheden worden verricht:
a. het schoonhouden van vertrekken;
b. het verstrekken van schoon linnengoed;
c. het opmaken van bedden;
d. het bieden van "roomservice" waaronder mede wordt verstaan het wekken en het eventueel verstrekken van spijzen of dranken in de accommodatie. In deze gevallen is sprake van de verstrekking van logies gepaard gaande met dienstverlening in de zin van de cao voor het Horecabedrijf en de fondsen-cao voor het Horecabedrijf.
B. Partijen bij de HISWA-cao en de cao Recreatie zijn het volgende overeengekomen:
Partijen bij de HISWA-cao en de cao Recreatie erkennen dat zich collisieproblemen kunnen voordoen in ondernemingen waarin de navolgende activiteiten worden verricht:
a. het bieden van overnachtingen, anders dan als hotel;
b. het bieden van vaaronderricht, in combinatie met verblijfsgelegenheid.
Partijen bij de HISWA-cao en de cao Recreatie hebben met betrekking tot de toepassing van een der cao's afgesproken dat de navolgende criteria zullen gelden om tot bepaling van de hoofdactiviteit te komen:
Ten aanzien van punt a: minimaal 50% van de omzet.
Ten aanzien van punt b: indien de activiteiten van het bieden van verblijfsgelegenheid een ondersteunende is ten opzichte van het vaaronderricht en uit dien hoofde de verblijfsgelegenheid in beginsel niet voor derden toegankelijk is, is de HISWA-cao van toepassing. Andersom zal sprake zijn van toepassing van de cao Recreatie.
BIJLAGE 2 FONDS-CAO Reglement Stichting Sociaal Fonds Recreatie
ARTIKEL 1 DEFINITIES
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 van deze fonds-cao.
ARTIKEL 2 REALISERING VAN HET DOEL
Om de doelstellingen te realiseren financiert de stichting de volgende activiteiten:
a. Verstrekken van een tegemoetkoming ter bevordering van de scholingsgraad van werkgevers ten behoeve van de arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer. Verstrekken van een tegemoetkoming ter bevordering van de scholingsgraad van de werknemers en werkgevers die in de bedrijfstak werkzaam zijn. Hierbij gaat het om cursussen die een onderdeel zijn van een vakopleiding en inzet van e-assessment, zoals uitgewerkt in het Reglement tegemoetkoming cursuskosten via de werkgever en het Reglement tegemoetkoming cursuskosten voor de individuele werknemer (zie bijlagen 3 en 4);
b. Verstrekken van een tegemoetkoming ter bevordering van de opleiding van leerlingen in het kader van de Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL), zoals uitgewerkt in het Reglement tegemoetkoming (zie bijlage 8);
c. Verstrekken van een tegemoetkoming voor verletkosten bij deelname aan landelijke bijeenkomsten en scholings- en vormingscursussen van werknemersorganisaties, zoals uitgewerkt in het Reglement tegemoetkoming Vakbondsverlof (zie bijlage 9).
d. Onderzoek en uitvoering van beleid dat landelijk, regionaal, plaatselijk en op locatie kan worden uitgevoerd specifiek ten behoeve van projecten gericht op vermindering ziekteverzuim, verbetering arbeidsomstandigheden, re-integratie, leeftijdbewust personeelsbeleid, arbeidsmarkt- en scholingsbeleid, medezeggenschap en doelgroepen van SFRecreatie;
e. Advisering en ondersteuning van werkgevers en werknemers bij de toepassing van beleid rond ziekteverzuim, arbeidsomstandigheden, re-integratie, leeftijdbewust personeelsbeleid, arbeidsmarkt- en scholingsbeleid, kinderopvang, medezeggenschap en doelgroepen van SFRecreatie, alsmede ontwikkeling van instrumenten die het toepassen van dit beleid vereenvoudigen en inzichtelijk
maken;
f. Bevordering van de instroom van geschoolde en ongeschoolde werknemers in de bedrijfstak door het geven van voorlichting en informatie aan potentiële werknemers en werkgevers en het financieren van concrete projecten op het terrein van instroom;
g. Bevordering van bij- en nascholing van werkgevers en werknemers die in de bedrijfstak werkzaam zijn door het geven van voorlichting en informatie op dit terrein en het ontwikkelen en stimuleren van gebruik van instrumenten om scholingsbehoeften vast te stellen;
h. Bevordering van toegankelijkheid voor werknemers, werkgevers en doelgroepen van de arbeidsmarkt- en scholingsinfrastructuur door het geven van informatie en voorlichting en het realiseren en financieren van innovatie van het beroepsonderwijs met gebruikmaking van bestaande overheidssubsidieregelingen. De scholingsinfrastructuur en de innovatie wordt ondersteund door landelijke en regionale werkgroepen. Overleg wordt gevoerd met gesubsidieerde en particuliere
onderwijsinstellingen met als doel het creëren van kwalitatief en kwantitatief scholingsaanbod en het beïnvloeden van wet- en regelgeving;
i. Bevordering van voldoende opleidingsmogelijkheden en- plaatsen door middel van het realiseren en financieren van voorlichtings- en wervingscampagnes;
j. Uitvoering van de Regeling Garantstelling verlofsparen, zoals uitgewerkt in het Reglement Garantstelling Verlofsparen (zie bijlage 10);
k. Bekostiging van activiteiten ter bevordering van een eenvormige toepassing van de voor de bedrijfstak overeengekomen arbeidsvoorwaarden, waaronder begrepen de taken van GORecreatie zoals uitgewerkt in artikel 5 van de fonds-cao, inclusief haar commissies en het reglement van GORecreatie (zie bijlagen 11, 12, 13 en 14). Aan deze activiteit wordt invulling gegeven door het geven van voorlichting aan alle werkgevers en werknemers. Uitgezonderd zijn het cao-overleg en de
werkzaamheden van de redactiecommissie;
l. Financiering van kosten met betrekking tot het bestuurlijke, financiële en administratieve beheer van SFRecreatie.
ARTIKEL 3 AANLEVEREN GEGEVENS DOOR WERKGEVER
De werkgever levert periodiek, per vier weken dan wel per maand, de voor de premievaststelling benodigde gegevens aan. De aanlevering is uiterlijk twee weken na de verloonde periode. Indien geen gegevens zijn verstrekt over een periode zal de verschuldigde premie over die periode voorlopig (ambtshalve) worden vastgesteld. De werkgever is verplicht alsnog gegevens aan te leveren over deze periode(s). Zodra deze gegevens ontvangen zijn zal een correctie plaatsvinden op de eerdere ambtshalve vaststelling.
ARTIKEL 4 INNING EN VERDELING VAN DE BIJDRAGEN
- De werkgever ontvangt periodiek na iedere aanlevering een nota voor de af te dragen premies, die hij binnen de daarvoor gestelde termijn dient te voldoen. De nota wordt gebaseerd op de gegevens zoals die door de werkgever aan de administratie zijn verstrekt.
- Een achterstallig bedrag aan premiebetaling wordt vermeerderd met de wettelijke rente, zoals bedoeld in artikel 6:119 en 6:120 van het Burgerlijk Wetboek, vanaf de dag waarop de premie was verschuldigd. Onder een achterstallig bedrag wordt tevens verstaan de premie die niet door de stichting als verschuldigd kon worden vastgesteld als gevolg van niet tijdige aanmelding van deelnemers door de werkgever. Bovendien worden de achterstallige premies en de daarop in rekening gebrachte wettelijke rente vermeerderd met € 20 boete. Daarnaast worden de buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Voordat een boete wordt opgelegd zal altijd een rappel aan de werkgever worden gezonden. De werkgever krijgt vier weken, nadat het rappel is verzonden, de gelegenheid om het verschuldigde te voldoen. Cao-partijen hebben hun bevoegdheid tot het instellen van vorderingen als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de Collectieve Arbeidsovereenkomst en artikel 3 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten gedelegeerd aan SFRecreatie.
- De werkgever is bevoegd om de helft van het bedrag dat hij per werknemer aan de stichting verschuldigd is, bij de werknemer op het loon in mindering te brengen.
- De hoogte van de bijdrage als bedoeld in artikel 4 lid 3 sub a van de fonds-cao wordt jaarlijks voor 1 december vastgesteld door het bestuur.
- De verdeling van de op grond van artikel 4 lid 3 sub a van de fonds-cao ontvangen gelden wordt door het bestuur bepaald aan de hand van: - de ingediende subsidieaanvragen van de werkgevers- en werknemersorganisaties en de daarbij behorende begrotingen, zoals nader uitgewerkt in artikel 5; - de begroting van de activiteiten van SFRecreatie welke zijn opgenomen in artikel 2 van dit reglement.
ARTIKEL 5 TOEKENNING VAN SUBSIDIE AAN WERKGEVERS- EN
WERKNEMERSORGANISATIES EN WERKWIJZE
- Werkgevers- en werknemersorganisaties kunnen voor het uitvoeren van activiteiten bij SFRecreatie een aanvraag doen voor financiering dan wel subsidiëring daarvan. De aanvraag dient schriftelijk bij het bestuur te worden ingediend en wel: - voor eenmalige subsidies: zo spoedig mogelijk; - voor periodieke subsidies: jaarlijks voor de 1e december voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. Bij een aanvraag om subsidie dient een begroting te worden ingezonden, gespecificeerd volgens de bestedingsdoelen.
- Behoudens een subsidie voor activiteiten waarvan de kosten verantwoord worden door middel van een gespecificeerde factuur van een derde, dient de verantwoording omtrent de besteding van de ontvangen gelden vergezeld te gaan van een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 2:393 tweede lid BW. De verantwoording wordt schriftelijk bij het bestuur ingediend, en wel: - voor eenmalige subsidies: zo spoedig mogelijk na de besteding van deze gelden - voor periodieke subsidies: jaarlijks voor de 15e mei volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking had.De verantwoording moet zijn gespecificeerd volgens de bestedingsdoelen.
- Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften te geven waaraan de bij de subsidieaanvraag mee te zenden begroting c.q. schriftelijke verantwoording dient te voldoen.
- Bij toekenning van subsidies aan werkgevers- en werknemersorganisaties zullen daarbij nimmer meer gelden aan de werknemersorganisaties ter beschikking worden gesteld dan aan de werkgeversorganisaties en omgekeerd.
- Aan de toekenning van subsidies aan werkgevers- en werknemersorganisaties is de voorwaarde verbonden dat de betreffende gelden niet kunnen worden gestort in stakingskassen of weerstandskassen, of dergelijke fondsen.
ARTIKEL 6 TOEKENNING VAN TEGEMOETKOMING AAN INDIVIDUELE
WERKGEVER EN/OF WERKNEMER
- Het recht op verstrekking voor individuele werknemers en/of werknemers en werkgevers op het gebied van tegemoetkoming cursuskosten is geregeld in het Reglement tegemoetkoming cursuskosten via de werkgever en in het Reglement tegemoetkoming cursuskosten voor de individuele werknemer.
- Het recht op verstrekking voor individuele werkgevers op het gebied van uitkeringen voor leerlingen is geregeld in het Reglement tegemoetkoming opleidingskosten.
- Het recht op verstrekking voor individuele werkgevers op het gebied van vakbondsverlof van hun werknemers is geregeld in het Reglement tegemoetkoming Vakbondsverlof.
- Het recht op een uitkering voor individuele werknemers op grond van de werkloosheidswet ingeval van faillissement of betalingsonmacht van de werkgever is geregeld in het Reglement Garantstelling Verlofsparen.
BIJLAGE 3 FONDS-CAO Reglement tegemoetkoming cursuskosten via werkgever
ARTIKEL 1 DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN.
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 van deze fonds-cao.
ARTIKEL 2 TEGEMOETKOMING CURSUSKOSTEN VIA WERKGEVER
1. Een werknemer kan maximaal vijf dagen per jaar met behoud van salaris een erkende
cursus bij een door de bedrijfstak erkend opleidingsinstituut volgen. De werkgever
ontvangt hiervoor een tegemoetkoming voor de cursuskosten.
2. Een werknemer kan tevens maximaal twee dagen per jaar met behoud van salaris
examens afleggen van een cursus bij een door SFRecreatie erkend opleidingsinstituut. De
werkgever ontvangt hiervoor een tegemoetkoming voor de cursuskosten.
3. Een werkgever heeft recht op een tegemoetkoming indien hij een cursus volgt die een
relatie heeft met de arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer en als deze
cursus door het bestuur is vastgesteld.
ARTIKEL 3 VOORWAARDEN VOOR EEN TEGEMOETKOMING
1. De werkgever is werkgever in de zin van de Fonds-cao.
2. De werknemer is werknemer in de zin van de Fonds-cao.
3. De werkgever heeft de premie SFRecreatie afgedragen.
3. De werkgever heeft tijdens de duur van de cursus en/of examen het salaris aan de
werknemer doorbetaald.
4. De cursus moet erkend zijn door SFRecreatie en moet door een erkend
opleidingsinstituut gegeven worden en opgenomen zijn in het cursusprogramma van
SFRecreatie.
5. De erkende cursus is door de werkgever met het erkend opleidingsinstituut gepland.
6. De werkgever dient binnen drie maanden na afloop van de cursus het
‘declaratieformulier tegemoetkoming cursuskosten via de werkgever’ inclusief de
bijbehorende stukken in. Het declaratieformulier is te downloaden via
www.sectorrecreatie.nl.
7. De werkgever dient bij het declaratieformulier de volgende stukken mee te sturen:
- een kopie van de salarisspecificatie van de werknemer over de periode
waarin de cursus is gevolgd;
- een kopie van de rekening van de cursuskosten van het opleidingsinstituut;
- een kopie van een bewijs van deelname aan de cursus (getekende
presentielijst of certificaat/diploma);
- indien van toepassing een bewijs, waaruit de hoogte blijkt van de (te)
ontvangen subsidie of tegemoetkoming van een ander dan SFRecreatie
zoals bedoeld in artikel 4.
8. Voor werknemers die buiten het seizoen een cursus volgen dient de werkgever een
arbeidsovereenkomst van minimaal zeven maanden van het afgelopen seizoen te
overleggen en een garantieverklaring dat hij de betreffende werknemer ook volgend
seizoen voor minimaal zeven maanden in dienst neemt.
ARTIKEL 4 UITSLUITINGSGROND
Het recht op een tegemoetkoming vervalt indien de werkgever of werknemer:
- via een andere regeling recht heeft op een tegemoetkoming of subsidie die gelijk of
hoger is dan de tegemoetkoming uit deze regeling. Een gedeeltelijke tegemoetkoming of
subsidie wordt in mindering gebracht op de tegemoetkoming.
- een opleiding volgt in het kader van door de overheid bekostigd beroepsonderwijs
- een cursus volgt die wordt gesubsidieerd uit het Europees Sociaal Fonds.
ARTIKEL 5 HOOGTE VAN DE TEGEMOETKOMING
1. Voor de cursus en/of het examen van de werknemer, zoals bedoeld in artikel 2 worden
de cursuskosten van de werknemer aan de werkgever voor 100% vergoed. De
tegemoetkoming aan de werkgever bedraagt maximaal € 300,- per kalenderjaar per
werknemer.
2. De cursuskosten, zoals bedoeld in artikel 2, van de werkgever worden aan de
werkgever voor 100% vergoed. De tegemoetkoming voor de werkgever bedraagt
maximaal € 300,- per kalenderjaar.
3. De tegemoetkoming bedraagt per kalenderjaar per bedrijf:
- maximaal € 2.500,- voor kleine bedrijven;
- maximaal € 4.950,- voor middelgrote bedrijven;
- maximaal € 9.000,- voor grote bedrijven van categorie a;
- maximaal € 25.000,- voor grote bedrijven van categorie b; en
- maximaal € 40.000,- voor grote bedrijven van categorie c.
4. De tegemoetkoming wordt verstrekt zolang de beschikbare middelen hiervoor
aanwezig zijn. De eerste cursusdag bepaalt onder welk kalenderjaar een cursus
gebudgetteerd wordt.
ARTIKEL 6 TEGEMOETKOMING VOOR CONGRESSEN EN MASTERCLASSES
1. Een werknemer kan met behoud van salaris een congres of masterclass volgen bij
een door de bedrijfstak erkend opleidingsinstituut. De werkgever ontvangt hiervoor een
tegemoetkoming van € 125,- per congres of masterclass.
2. Een werkgever heeft recht op een tegemoetkoming van € 125,- voor het volgen van
een congres of masterclass bij een door de bedrijfstak erkend opleidingsinstituut.
3. De tegemoetkoming maakt onderdeel uit van de maximum bedragen zoals bepaald in
artikel 5.
ARTIKEL 7 TOEKENNING EN BETALING VAN DE TEGEMOETKOMING
1. Na ontvangst van het declaratieformulier en als aan alle gestelde voorwaarden is
voldaan, betaalt SFRecreatie de tegemoetkoming binnen één maand uit.
2. SFRecreatie verstrekt bij iedere betaling een specificatie met de begindatum van de
cursus en de berekening van de tegemoetkoming.
3. Indien de werkgever het declaratieformulier niet getrouw en naar waarheid heeft
ingevuld, kan de door SFRecreatie onverschuldigd betaalde tegemoetkoming worden
teruggevorderd.
ARTIKEL 8 HARDHEIDSCLAUSULE
In gevallen waarin toepassing van dit reglement tot onbillijkheden leidt, kan het bestuur
een beslissing nemen in afwijking van de bepalingen van het reglement.
ARTIKEL 9 ONVOORZIENE GEVALLEN
In onvoorziene gevallen beslist het bestuur.
Artikel 10 INWERKTREDING
Dit reglement is in werking getreden met ingang van 1 april 1996 en is laatstelijk
gewijzigd op 26 november 2009.
BIJLAGE 4 FONDS-CAO
Reglement tegemoetkoming cursuskosten voor de individuele werknemer
ARTIKEL 1 DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN.
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 van deze fonds-cao.
ARTIKEL 2 TEGEMOETKOMING CURSUSKOSTEN VOOR DE INDIVIDUELE WERKNEMER
1. Een werknemer heeft recht op een tegemoetkoming voor het volgen van een erkende cursus bij een door de bedrijfstak erkend opleidingsinstituut.
2. Een werknemer heeft eenmaal per drie jaar recht op een tegemoetkoming voor een
scholingsadvies door middel van e-assessment. De werknemer hoeft hiervoor geen
toestemming te hebben van zijn leidinggevende.
ARTIKEL 3 VOORWAARDEN VOOR EEN TEGEMOETKOMING
1. De werknemer is werkzaam bij een werkgever in de zin van de fonds-cao.
2. De werknemer is werknemer in de zin van de fonds-cao.
3. De werkgever heeft de premie SFRecreatie afgedragen.
4. De cursus moet erkend zijn door SFRecreatie en moet door een erkend opleidingsinstituut gegeven worden en opgenomen zijn in het cursusprogramma van SFRecreatie.
5. De erkende cursus is door de werknemer met het erkend opleidingsinstituut gepland.
6.De werknemer dient binnen drie maanden na afloop van de cursus het ‘declaratieformulier tegemoetkoming cursuskosten voor de individuele werknemer’ inclusief de bijhorende stukken in. Het declaratieformulier is te downloaden via www.sectorrecreatie.nl.
7.De werknemer dient bij het ‘declaratieformulier tegemoetkoming cursuskosten voor de individuele werknemer’ de volgende stukken mee te sturen:
- een kopie van zijn salarisstrook over de periode waarin de cursus is gevolgd;
- een kopie van de rekening van de cursuskosten van het opleidingsinstituut,
- een kopie van een bewijs van deelname aan de cursus (getekende presentielijst of certificaat/diploma);
- indien van toepassing een plaatsbewijs van het openbaar vervoer, dan wel het aantal kilometers;
- indien van toepassing een bewijs waaruit de hoogte blijkt van de (te) ontvangen subsidie of tegemoetkoming van een ander dan SFRecreatie zoals bedoeld in artikel 4.
8. De werknemer dient bij het ‘declaratieformulier e-assessement’ een kopie van de rekening mee te sturen waaruit de hoogte van de cursuskosten blijkt.
ARTIKEL 4 UITSLUITINGSGROND
Het recht op een tegemoetkoming vervalt indien de werknemer:
- via een andere regeling recht heeft op een tegemoetkoming of subsidie die gelijk of hoger is dan de tegemoetkoming uit deze regeling. Een gedeeltelijke tegemoetkoming of subsidie wordt in mindering gebracht op de tegemoetkoming.
- een opleiding volgt in het kader van door de overheid bekostigd beroepsonderwijs
- een cursus volgt die wordt gesubsidieerd uit het Europees Sociaal Fonds.
ARTIKEL 5 HOOGTE VAN DE TEGEMOETKOMING
1. De werknemer krijgt de cursuskosten, zoals bedoeld in artikel 2 voor 100% vergoed.
2. De werknemer krijgt de kosten voor scholingsadvies, zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 voor 100% vergoed.
3. De tegemoetkoming voor cursussen en scholingsadvies aan de werknemer bedraagt samen maximaal € 300,- per kalenderjaar.
4. De tegemoetkoming wordt verstrekt voor zolang de beschikbare middelen hiervoor aanwezig zijn. De eerste cursusdag bepaalt onder welk kalenderjaar een cursus gebudgetteerd wordt.
ARTIKEL 6 TOEKENNING EN BETALING VAN DE TEGEMOETKOMING
1. Na ontvangt van het declaratieformulier en als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan, betaalt SFRecreatie de tegemoetkoming binnen één maand uit.
2. SFRecreatie verstrekt bij iedere betaling een specificatie met de begindatum van de cursus en de berekening van de tegemoetkoming.
3. Indien de werknemer het declaratieformulier niet getrouw en naar waarheid heeft ingevuld, kan de door SFRecreatie onverschuldigd betaalde tegemoetkoming worden teruggevorderd.
ARTIKEL 7 HARDHEIDSCLAUSULE
In gevallen waarin toepassing van dit reglement tot onbillijkheden leidt, kan het bestuur een beslissing nemen in afwijking van de bepalingen van het reglement.
ARTIKEL 8 ONVOORZIENE GEVALLEN
In onvoorziene gevallen beslist het bestuur.
ARTIKEL 9 INWERKINGTREDING
Dit reglement is in werking getreden met ingang van 1 januari 2003 en is laatstelijk gewijzigd op 26 november 2009.
BIJLAGE 5 FONDS-CAO
Reglement erkenningen opleidingsinstituten en cursussen
ARTIKEL 1 DEFINITIES
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1
van deze fonds-cao.
Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
a. Erkend opleidingsinstituut
Opleidingsinstituut dat van het bestuur SFRecreatie erkenning heeft verkregen
voor het geven van cursussen aan bij SFRecreatie aangesloten werkgevers en
werknemers.
b. Cursusjaar
1 januari tot en met 31 december
ARTIKEL 2 VOORWAARDEN VOOR ERKENNING VAN EEN OPLEIDINGSINSTITUUT
1. Een opleidingsinstituut kan door SFRecreatie erkend worden als opleidingsinstituut indien het instituut cursussen aanbiedt die vallen binnen de doelstellingen van SFRecreatie zoals opgenomen in artikel 2 van bijlage 3 van de fonds-cao Recreatie.
2. Het opleidingsinstituut dient daarnaast te voldoen aan:
a. het kunnen en willen aangaan van een schriftelijke overeenkomst met het bestuur van SFRecreatie voor onbepaalde tijd;
b. het kunnen en willen geven van cursussen volgens een vooraf vastgestelde allin prijs voor open aanbod en in company;
c. het kunnen en willen gebruiken van het logo van SFRecreatie welke door SFRecreatie ter beschikking wordt gesteld;
d. het kunnen en willen verstrekken van informatie aan cursisten over de mogelijkheden voor een tegemoetkoming van cursuskosten en het gebruik van formulieren hiervoor;
e. het kunnen en willen verstrekken van presentielijsten aan het secretariaat van SFRecreatie en aan de aanvragers van een tegemoetkoming;
f. het kunnen en willen plegen van acquisitie voor het werven en clusteren van cursisten voor zowel aanbod- als vraaggerichte scholingsprogramma’s;
g. het kunnen en willen geven van cursussen in de door de aanvrager gewenste regio en op een locatie die goed bereikbaar is en waar een goede verzorging, zonder geluidsoverlast, is;
h. het kunnen en willen toelaten van het aantal deelnemers (minimum en maximum) per cursus dat vooraf aangegeven is op het aanvraagformulier erkenning cursus;
i. het kunnen en willen toelaten van alle bij SFRecreatie aangesloten werkgevers en werknemers;
j. het kunnen en willen samenwerken met andere erkende opleidingsinstituten om bij onder andere te weinig deelnemers een cursus vol te krijgen;
k. het kunnen en willen opsturen van een evaluatierapport, conform het format van SFRecreatie, binnen 10 dagen na afloop van de cursus;
l. het kunnen en willen dragen van verantwoordelijkheid voor de cursusplanning;
m. het kunnen en willen doorgeven van de cursusplanning aan SFRecreatie;
n. het kunnen en willen toestaan dat SFRecreatie bij cursus aanwezig is;
o. het kunnen en willen aanwezig zijn bij voorlichtingsbijeenkomsten van SFRecreatie;
p. voor de cursus praktijkbegeleider: het kunnen en willen gebruik maken van cursusmappen en cursusinhoud van SFRecreatie welke door SFRecreatie kosteloos worden verstrekt aan cursisten van werkgevers die vallen onder de werkingssfeer van de fonds-cao, maar waarbij de verzendkosten van de mappen aan het einde van ieder jaar door SFRecreatie in rekening worden gebracht bij het opleidingsinstituut;
q. Het opleidingsinstituut betaalt €75,- aan SFRecreatie voor cursusmappen met cursusinhoud praktijkbegeleider die verstrekt worden aan cursisten die niet werkzaam zijn bij werkgevers die vallen onder de werkingssfeer van de fondscao;
r. het kunnen en willen accepteren dat het diploma voor de opleiding praktijkbegeleider alleen door SFRecreatie wordt uitgegeven;
s. Het verstrekken van certificaten en diploma’s aan cursisten met het gewaarmerkt logo van SFRecreatie;
t. Het kunnen en willen betalen van de door SFRecreatie jaarlijks vastgestelde bijdrage.
3. Voor het vaststellen van de kwaliteit van een opleidingsinstituut wordt gebruik gemaakt van:
a. de aanvraagformulieren erkenning opleidingsinstituut en cursussen met de daarbij behorende bijlagen; en
b. het jaarlijkse evaluatierapport opgesteld door SFRecreatie; en
c. het formulier toetsingscriteria opleidingsinstituut en cursussen.
4. Een verzoek tot erkenning dient voor 1 juli van het nieuwe cursusjaar, te worden ingediend bij het bestuur van SFRecreatie. Een verzoek tot erkenning als opleidingsinstituut dient vergezeld te worden met een verzoek tot erkenning cursus(sen).
5. Een verzoek tot erkenning kan door SFRecreatie worden afgewezen indien er al voldoende instituten en cursussen erkend zijn met een soortgelijk cursusaanbod en cursusinhoud.
6. Het bestuur erkent een opleidingsinstituut voor onbepaalde tijd vanaf de datum van erkenning.
7. De erkenning wordt verleend per 1 januari van het nieuwe cursusjaar.
8. Het opleidingsinstituut kan alleen erkend worden als het geen erkende cursussen onderbrengt bij een ander opleidingsinstituut dat niet door SFRecreatie erkend is.
9. SFRecreatie neemt informatie over de erkende instituten en cursussen op in de cursusbrochure, op de website en/of soortgelijke communicatiemiddelen.
10. Opleidingsinstituten dienen in het eerste jaar dat ze erkend zijn het basisbedrag van € 250,- te betalen aan SFRecreatie. In de volgende jaren van erkenning wordt de bijdrage gebaseerd op het aantal gevolgde cursussen in het afgelopen cursusjaar:
- basisbedrag voor elke erkenning € 250,- (geldt tot 50 deelnemers)
- extra voor 50 tot 100 deelnemers € 350,-
- extra voor 100 tot 200 deelnemers € 700,-
- extra voor 200 tot 400 deelnemers € 1.000,-
- extra voor 400 tot 600 deelnemers € 1.250,-
ARTIKEL 3 VERSTREKKING VAN GEGEVENS VOOR ERKENNING VAN HET
OPLEIDINGSINSTITUUT
1. Het opleidingsinstituut dient een aanvraag tot erkenning als opleidingsinstituut te doen bij SFRecreatie door middel van het ‘aanvraagformulier erkenning opleidingsinstituut’. Dit formulier is te downloaden via www.sectorrecreatie.nl.
2. Bij de aanvraag tot erkenning van het opleidingsinstituut dient het opleidingsinstituut gedegen bewijsstukken mee te sturen, zoals vermeld op het ‘aanvraagformulier erkenning opleidingsinstituut’.
ARTIKEL 4 INTREKKING VAN EEN ERKENNING ALS OPLEIDINGSINSTITUUT
1. Het bestuur kan een erkenning van een opleidingsinstituut intrekken indien:
a. niet meer wordt voldaan aan de in artikel 2 genoemde voorwaarden;
b. blijkt dat de erkenning is verleend op basis van onjuist verstrekte informatie/gegevens;
c. het opleidingsinstituut en/of de cursussen niet aan de in artikel 2 lid 3 genoemde kwaliteitsnorm van de jaarlijkse informatie- en evaluatieprocedure voldoen;
d. het bestuur besluit dat om andere redenen erkenning van opleidingsinstituut niet meer wenselijk is.
2. De intrekking van een erkenning wordt door SFRecreatie schriftelijk aan het betreffende opleidingsinstituut meegedeeld.
3. De intrekking van een erkenning kan op elk moment geschieden en heeft directe werking.
4. Een opleidingsinstituut kan voor 1 juli voor ieder nieuw cursusjaar schriftelijk aangeven niet langer erkend te willen zijn.
ARTIKEL 5 VOORWAARDEN VOOR ERKENNING VAN EEN CURSUS
1. Een cursus kan door SFRecreatie worden erkend, indien:
a. er een erkenning voor het opleidingsinstituut is afgegeven;
b. de cursus een aantoonbare meerwaarde heeft voor de werknemers dan wel werkgevers in de bedrijfstak. Hieronder wordt verstaan de cursus die gericht is op functieverbetering, verbreding van het vakgebied en/of doorgroeimogelijkheden van de werknemer;
c. binding met de branche aangetoond wordt;
2. Een verzoek tot erkenning van een (nieuwe) cursus dient voor 1 juli van het nieuwe cursusjaar, te worden ingediend bij het bestuur van SFRecreatie.
3. Een verzoek tot erkenning kan door SFRecreatie worden afgewezen indien er al voldoende instituten en cursussen erkend zijn met een soortgelijk cursusaanbod en cursusinhoud.
4. Het bestuur erkent een (nieuwe) cursus voor onbepaalde tijd vanaf de datum van erkenning.
5. De erkenning van een (nieuwe) cursus wordt verleend per 1 januari van het nieuwe cursusjaar.
6. De prijs van een erkende cursus kan eenmaal per jaar gewijzigd worden. Deze wijziging moet aangevraagd worden voor 1 juli van het nieuwe cursusjaar en gaat in per 1 januari van het nieuwe cursusjaar.
ARTIKEL 6 VERSTREKKING VAN GEGEVENS VOOR ERKENNING VAN EEN CURSUS
1. Het opleidingsinstituut dient een aanvraag tot erkenning voor de cursus te doen bij SFRecreatie, door middel van het ‘aanvraagformulier erkenning cursus’. Dit formulier is te downloaden via www.sectorrecreatie.nl.
2. Bij de aanvraag tot erkenning van de cursus dient het opleidingsinstituut gedegen bewijsstukken over de inhoud, duur, prijs en certificering mee te sturen, zoals vermeld op het aanvraagformulier.
3. SFRecreatie beoordeelt aan de hand van het aanvraagformulier en de ontvangen bewijsstukken, of de cursus voldoet aan de door het SFRecreatie gestelde eisen.
4. Een cursus wordt niet door het SFRecreatie erkend, indien de cursus niet valt binnen de doelstelling van SFRecreatie zoals opgenomen in artikel 2 van bijlage 3 van de fonds-cao.
ARTIKEL 7 INTREKKING VAN EEN ERKENNING VAN EEN CURSUS
1. Het bestuur kan een erkenning van een cursus intrekken indien:
a. niet meer wordt voldaan aan de in artikel 5 genoemde voorwaarden
b. blijkt dat de erkenning is verleend op basis van onjuist verstrekte informatie/gegevens;
c. de cursus(sen) en/of het opleidingsinstituut niet aan de in artikel 2 lid 3 genoemde kwaliteitsnorm van de jaarlijkse informatie- en evaluatieprocedure voldoen;
d. geen overeenstemming is over de prijs van de cursus(sen);
e. het bestuur besluit dat om andere redenen erkenning van de cursus(sen) niet meer wenselijk is.
2. De intrekking van een erkenning wordt door het SFRecreatie schriftelijk aan het betreffende opleidingsinstituut meegedeeld.
3. De intrekking van een erkenning kan op elk moment geschieden en heeft directe werking.
4. Een opleidingsinstituut kan voor 1 juli voor ieder nieuw cursusjaar schriftelijk aangeven een cursus niet langer aan te bieden.
ARTIKEL 8 ALGEMENE BEPALINGEN
De erkenning van een opleidingsinstituut of cursus verplicht SFRecreatie niet automatisch gebruik te maken van het opleidingsinstituut en/of de cursussen van het opleidingsinstituut. Dit is afhankelijk van de behoefte en noodzaak op dat moment hetgeen wordt bepaald door de beleidslijnen voor die periode.
ARTIKEL 9 HARDHEIDSCLAUSULE
In gevallen waarin toepassing van dit reglement tot onbillijkheden leidt, kan het bestuur een beslissing nemen in afwijking van de bepalingen in dit reglement.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2003 en is laatstelijk gewijzigd op 26 november 2009.
BIJLAGE 6 FONDS-CAO
Reglement tegemoetkoming cursuskosten BOP en maatwerkcursus
ARTIKEL 1 DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 van deze fonds-cao. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
a. Bedrijfsopleidingsplan (BOP)
Rapportage van een werkgever met daarin de resultaten van een onderzoek naar de
toekomstige behoefte van de werkgever en werknemers op het gebied van opleidingen
en cursussen.
b. Maatwerkcursus
Cursus die is opgenomen in een BOP en niet in het cursusprogramma van SFRecreatie.
Maatwerkcursussen dienen gegeven te worden door bedrijfsexterne opleiders.
ARTIKEL 2 TEGEMOETKOMING BOP EN MAATWERK
1. De werkgever heeft recht op een tegemoetkoming voor het opstellen van een BOP.
2. In het BOP kunnen cursussen uit het cursusprogramma opgenomen zijn en maatwerkcursussen. Een werknemer kan met behoud van salaris deze cursussen volgen. De werkgever ontvangt hiervoor een tegemoetkoming voor de cursuskosten.
3. De tegemoetkoming van de cursussen uit het cursusprogramma is geregeld in bijlagen 3 en 4. De tegemoetkoming van de maatwerkcursussen is geregeld in artikel 6 van dit reglement.
ARTIKEL 3 VOORWAARDEN VOOR TEGEMOETKOMING BOP
1. De werkgever is werkgever in de zin van de fonds-cao.
2. De werkgever heeft de premie SFRecreatie afgedragen.
3. Het BOP is opgesteld, conform het door SFRecreatie vastgesteld format, binnen drie maanden na het intakegesprek in samenwerking met een onafhankelijk bureau dat hiervoor door SFRecreatie erkend is.
4. Het BOP bevat cursussen die brancherelevant zijn en die voldoen aan de doelstellingen van SFRecreatie. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van cursussen uit het cursusprogramma van SFRecreatie.
5. Een samenvatting van het BOP is aan werknemers ter beschikking gesteld.
6. De looptijd van het BOP is maximaal twee jaar.
7. De werkgever dient bij het ‘declaratieformulier BOP’ de volgende stukken mee te sturen:
- het complete BOP;
- een kopie van de rekening van het onafhankelijke bureau dat het BOP heeft opgesteld;
- een schriftelijke goedkeuring van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.
ARTIKEL 4 HOOGTE VAN DE TEGEMOETKOMING BOP
1. De werkgever ontvangt een tegemoetkoming van 50% van de kosten voor het opstellen van het BOP, tot een maximum van € 1.250,-. De tegemoetkoming kan één keer per twee jaar toegekend worden.
2. De tegemoetkoming wordt verstrekt zolang de beschikbare middelen hiervoor aanwezig zijn.
ARTIKEL 5 TOEKENNING EN BETALING VAN DE TEGEMOETKOMING BOP
1. Na ontvangst van het declaratieformulier en als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan, betaalt SFRecreatie de tegemoetkoming binnen één maand uit.
2. Een gedeeltelijk opgestelde BOP wordt niet vergoed.
3. SFRecreatie verstrekt bij iedere betaling een specificatie met de ingangsdatum van het BOP en de berekening van de tegemoetkoming.
4. Indien het BOP niet getrouw en naar waarheid is opgesteld, kan de door SFRecreatie onverschuldigd betaalde tegemoetkoming worden teruggevorderd.
ARTIKEL 6 VOORWAARDEN VOOR TEGEMOETKOMING MAATWERK
1. De werkgever is werkgever in de zin van de fonds-cao.
2. De werknemer is werknemer in de zin van de fonds-cao.
3. De werkgever heeft de premie SFRecreatie afgedragen.
4. De werknemer heeft een cursus gevolgd die is opgenomen in het BOP.
5. De werkgever heeft tijdens de duur van de cursus het salaris aan de werknemer doorbetaald.
6. De werkgever dient een externe opleider te kiezen voor het geven van maatwerkcursussen.
7. De werkgever declareert de kosten van de cursussen uit het goedgekeurde BOP volgens de procedure zoals bepaald in bijlage 4 van de fonds-cao en middels het ‘declaratieformulier tegemoetkoming cursuskosten via werkgever’. Cursussen EHBO, Sociale Hygiëne en/of BHV kunnen niet gedeclareerd worden.
8. De werkgever kan voor de cursussen uit het BOP, met instemming van de werknemer, gebruik maken van het budget tegemoetkoming cursuskosten voor de individuele werknemer. Het is hiervoor noodzakelijk dat de werknemer het formulier ‘afstandsverklaring individueel budget’ ondertekend. Het formulier is te downloaden via www.sectorrecreatie.nl. Deze verklaring wordt meegestuurd met het ‘declaratieformulier tegemoetkoming cursuskosten via werkgever’.
ARTIKEL 7 HARDHEIDSCLAUSULE
In gevallen waarin toepassing van dit reglement tot onbillijkheden leidt, kan het bestuur een beslissing nemen in afwijking van de bepalingen van het reglement.
ARTIKEL 9 ONVOORZIENE GEVALLEN
In onvoorziene gevallen beslist het bestuur.
ARTIKEL 10 INWERKTREDING
Dit reglement is in werking getreden met ingang van 26 november 2009.
BIJLAGE 7 FONDS-CAO
Reglement erkenningen opstellers voor een bedrijfsopleidingsplan (BOP)
ARTIKEL 1 DEFINITIES
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 van deze fonds-cao. Voorts wordt in de reglement verstaan onder:
a. Opsteller BOP
Het onafhankelijk bureau dat door SFRecreatie is erkend om bedrijfsopleidingsplannen op te stellen.
ARTIKEL 2 VOORWAARDEN VOOR ERKENNING VAN EEN OPSTELLER BOP
1. Een organisatie kan als opsteller BOP erkend worden indien de organisatie zich bezig houdt met het geven van adviezen over beroepsopleidingen, trainingen, cursussen en workshops. Organisaties die ook de uitvoering van beroepsopleidingen, trainingen, cursussen e.d. aan werkgevers verzorgen, komen niet in aanmerking voor een erkenning. Ook onderhoudt de organisatie geen contacten met opleidingsinstituten.
2. Om als opsteller BOP erkend te worden dient hij daarnaast te voldoen aan:
a. het kunnen en willen aangaan van een schriftelijke overeenkomst met het bestuur van SFRecreatie voor de duur van één jaar;
b. het kunnen en willen opstellen van een BOP volgens het format van SFRecreatie bij werkgevers;
c. het kunnen en willen opstellen van een BOP volgens een vooraf vastgestelde all-in prijs;
d. het kunnen en willen opstellen van een BOP binnen drie maanden na het intakegesprek met betrokken werkgever;
e. het kunnen en willen opstellen van een BOP met branchrelevante cursussen die voldoen aan de doelstellingen van SFRecreatie. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van cursussen uit het cursusprogramma van SFRecreatie;
f. het kunnen en willen plegen van acquisitie voor het werven van opdrachten voor het maken van een BOP;
g. het kunnen en willen gebruiken van het logo van SFRecreatie welke door SFRecreatie ter beschikking wordt gesteld;
h. het kunnen en willen verstrekken van informatie aan werkgevers over de mogelijkheid voor tegemoetkoming cursuskosten BOP en maatwerkcursussen;
i. het kunnen en willen beantwoorden van vragen en/of het afhandelen van klachten van werkgevers en SFRecreatie.
3. Voor het vaststellen van de kwaliteit van de opsteller BOP, beoordeelt SFRecreatie of de opsteller BOP:
- kennis heeft van de doelstellingen van SFRecreatie zoals opgenomen in bijlage 2 van de fonds-cao;
- kennis heeft van de recreatiebranche;
- kennis heeft van opleidingen in de branche;
- ervaring heeft met het opstellen van een BOP.
4. Een verzoek tot erkenning dient voor 1 oktober van het jaar waarvoor de erkenning wordt gevraagd, te worden ingediend bij het bestuur van SFRecreatie.
5. De erkenning wordt verleend per 1 januari van het jaar waarvoor de erkenning is aangevraagd. Het bestuur erkent een opsteller BOP voor de duur van één jaar vanaf de datum van erkenning.
6. Verlenging van de erkenning dient te worden aangevraagd voor 1 oktober van het jaar waarin de erkenning afloopt.
7. Een verzoek tot erkenning kan door SFRecreatie worden afgewezen indien er al voldoende opstellers BOP erkend zijn.
8. De opsteller BOP kan alleen erkend worden als hij geen BOP’s laat opstellen door een ander bureau dat niet door SFRecreatie erkend is.
9. SFRecreatie neemt de erkende opstellers BOP op in het cursusprogramma, op de website en/of soortgelijke communicatiemiddelen.
10. De opsteller BOP biedt SFRecreatie de mogelijkheid bij het opstellen van een BOP aanwezig te zijn;
ARTIKEL 3 VERSTREKKING VAN GEGEVENS VOOR ERKENNING VAN EEN OPSTELLER BOP
1. Een opsteller BOP dient een aanvraag tot erkenning te doen bij SFRecreatie, door middel van het ‘aanvraagformulier erkenning opsteller BOP’. Dit formulier is te downloaden via www.sectorrecreatie.nl.
2. Bij de aanvraag tot erkenning van de opsteller BOP dient hij gedegen bewijsstukken mee te sturen, zoals vermeld in het ‘aanvraagformulier erkenning opsteller BOP’.
ARTIKEL 4 INTREKKING VAN EEN ERKENNING ALS OPSTELLER BOP
1. Het bestuur kan een erkenning van een opsteller BOP intrekken indien:
a. niet meer wordt voldaan aan de in artikel 2 genoemde voorwaarden;
b. blijkt dat de erkenning is verleend op basis van onjuist verstrekte informatie/gegevens;
c. evaluaties van BOP’s regelmatig gemiddeld/onvoldoende scoren
2. De intrekking van een erkenning wordt door het SFRecreatie schriftelijk aan het betreffende opsteller BOP meegedeeld.
3. Na intrekking van de erkenning moeten de procedures en formats bij het secretariaat SFRecreatie worden ingeleverd.
4. De intrekking van een erkenning kan op elk moment geschieden en heeft directe werking.
ARTIKEL 6 ALGEMENE BEPALINGEN
De erkenning van een opsteller BOP verplicht SFRecreatie niet automatisch gebruik te maken van de opsteller BOP. Dit is afhankelijk van de behoefte en noodzaak op dat moment hetgeen wordt bepaald door de beleidslijnen voor die periode.
ARTIKEL 7 HARDHEIDSCLAUSULE
In gevallen waarin toepassing van dit reglement tot onbillijkheden leidt, kan het bestuur een beslissing nemen in afwijking van de bepalingen in dit reglement.
ARTIKEL 8 INWERKINGTREDING
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2008.
BIJLAGE 8 FONDS-CAO
Reglement tegemoetkoming opleidingskosten
ARTIKEL 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 van deze fonds-cao. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
a. Leerbedrijf
Een werkgever die door een kenniscentrum is erkend om leerlingen op te leiden.
ARTIKEL 2 RECHT OP EEN TEGEMOETKOMING
1. Het leerbedrijf heeft één keer per opleidingsjaar recht op een tegemoetkoming als zij een leerling opleidt in de Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL).
2. Het leerbedrijf is werkgever in de zin van de fonds-cao.
3. De leerling is werknemer in de zin van de fonds-cao.
4. Het leerbedrijf heeft de premie SFRecreatie afgedragen.
5. Om aanspraak te maken op de tegemoetkoming stuurt het leerbedrijf uiterlijk 30 juni van het jaar dat volgt op het opleidingsjaar het ‘declaratieformulier tegemoetkoming opleidingskosten’in. Het declaratieformulier is te downloaden via www.sectorrecreatie.nl.
6. Het leerbedrijf dient bij het declaratieformulier een kopie van de arbeidsovereenkomst en praktijkovereenkomst van de leerling mee te sturen.
7. SFRecreatie bepaalt na ontvangst van het declaratieformulier de omvang van de tegemoetkoming. Hierbij wordt rekening gehouden met de duur van de arbeidsovereenkomst en praktijkovereenkomst. De praktijkovereenkomst dient te zijn afgesloten tussen de onderwijsinstelling, het leerbedrijf, de leerling en mede ondertekend te worden door een kenniscentrum.
8. SFRecreatie betaalt de tegemoetkoming volledig als het opleidingsjaar voltooid is en als de omvang van de arbeidsovereenkomst minimaal 26 (inclusief 6 schooluren) en maximaal 38 uur bedroeg. Als het opleidingsjaar niet volledig voltooid is zal de tegemoetkoming worden betaald naar rato van het aantal maanden dat de leerling feitelijk in opleiding is geweest.
9. Bij een langdurige ziekte (langer dan 29 dagen) van de leerling moeten de ziektedagen in mindering worden gebracht op het aantal dagen dat de leerling daadwerkelijk in opleiding is geweest. Het leerbedrijf geeft dit aan op het declaratieformulier.
10. Het recht op een tegemoetkoming vervalt als de leerling een opleiding volgt in een project dat wordt gesubsidieerd uit het Europees Sociaal Fonds.
ARTIKEL 3 HOOGTE VAN DE TEGEMOETKOMING
1. De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt maximaal € 300,- per leerling per opleidingsjaar.
2. De tegemoetkoming bedraagt per leerbedrijf per opleidingsjaar:
- maximaal € 2.500,- voor kleine bedrijven;
- maximaal € 4.950,- voor middelgrote bedrijven:
- maximaal € 9.000,- voor grote bedrijven van categorie A;
- € 25.000,- voor grote bedrijven van categorie B;
- € 40.000,- voor grote bedrijven van categorie C.
3. De tegemoetkoming wordt verstrekt zolang de beschikbare middelen op grond van de door het bestuur vastgestelde begroting hiervoor aanwezig zijn.
4. Het bestuur kan besluiten dat in een jaar geen tegemoetkoming op grond van dit reglement wordt verstrekt.
ARTIKEL 4 BETALING VAN DE TEGEMOETKOMING
1. Na ontvangst van het declaratieformulier en als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan, betaalt SFRecreatie de tegemoetkoming na afloop van het opleidingsjaar, doch uiterlijk 1 december uit.
2. SFRecreatie verstrekt bij iedere tegemoetkoming een specificatie van de hoogte van de tegemoetkoming met begin en einddatum van de arbeidsovereenkomst en praktijkovereenkomst.
3. Indien het leerbedrijf het declaratieformulier niet getrouw en naar waarheid heeft ingevuld, kan de door SFRecreatie onverschuldigd betaalde tegemoetkoming worden terug gevorderd.
ARTIKEL 5 SLOTBEPALINGEN
1. Indien de inkomsten van SFRecreatie na het bekendmaken van de beschikbare middelen voor een bepaald jaar teruglopen, behoudt het bestuur zich het recht voor de tegemoetkomingen achteraf aan te passen.
2. Het bestuur kan besluiten de beschikbare middelen in de loop van het uitkeringsjaar te wijzigen.
3. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
Artikel 6 INWERKINGTREDING
Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2003 en is laatstelijk gewijzigd op 1 januari 2009.
Bijlage 9 FONDS-CAO
Reglement tegemoetkoming vakbondsverlof
ARTIKEL 1 DEFINITIES
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 van deze fonds-cao.
ARTIKEL 2 TEGEMOETKOMING VAKBONDSVERLOF
1. De werknemer, lid van een vakbond, heeft recht op vakbondsverlof met behoud van salaris voor het bijwonen van landelijke bijeenkomsten en scholings- en vormingscursussen van werknemersorganisaties tot een maximum van acht dagen per jaar. De werkgever ontvangt hiervoor een tegemoetkoming.
2. Een werknemer, kaderlid van een vakbond, heeft recht op vakbondsverlof met behoud van salaris voor het bijwonen landelijke bijeenkomsten en scholings- en vormingscursussen van werknemersorganisaties tot een maximum van elf dagen per jaar. De werkgever ontvangt hiervoor een tegemoetkoming.
3. De werknemer heeft recht op vakbondsverlof voor zover de bedrijfsomstandigheden dit toelaten.
ARTIKEL 3 VOORWAARDEN VOOR DE TEGEMOETKOMING
1. De werkgever is werkgever in de zin van de fonds-cao.
2. De werknemer is werknemer in de zin van de fonds-cao.
3. De werkgever heeft de premie SFRecreatie afgedragen.
4. Door een werknemersorganisatie is schriftelijk verlof aangevraagd voor een door de werknemersorganisatie aangegeven periode.
5. De werkgever heeft tijdens de duur van het vakbondsverlof het salaris aan de werknemer doorbetaald.
6. De werkgever dient binnen twee maanden nadat hij het salaris van de werknemer heeft uitbetaald het ‘aanvraagformulier tegemoetkoming vakbondsverlof’ in. Het aanvraagformulier is te downloaden via www.sectorrecreatie.nl.
7. De werkgever dient bij het ‘aanvraagformulier tegemoetkoming vakbondsverlof’ de volgende stukken mee te sturen:
a. een kopie van de verklaring van een werknemersorganisatie van deelname waaruit de duur van het vakbondsverlof blijkt;
b. een kopie van de salarisstrook van de werknemer over de periode waarin het vakbondsverlof is genoten.
c. een kopie van de arbeidsovereenkomst
ARTIKEL 4 UITSLUITINGSGROND
Indien de werkgever of werknemer tijdens de duur van het vakbondsverlof recht heeft op
een subsidie of tegemoetkoming terzake van het vakbondsverlof, gelijk of hoger dan het
bedrag van de tegemoetkoming, vervalt het recht op tegemoetkoming.
ARTIKEL 5 HOOGTE VAN DE TEGEMOETKOMING
1. De tegemoetkoming bedraagt 100% van het salaris, welk salaris door de werkgever aan de werknemer is uitbetaald tijdens de duur van het vakbondsverlof.
2. De tegemoetkoming wordt verleend over maximaal acht dagen voor vakbondleden dan wel elf dagen bij kaderleden, per kalenderjaar per werknemer. Onder een dag wordt verstaan maximaal 7,6 uur en onder een dagdeel wordt verstaan maximaal 3,8 uur.
ARTIKEL 6 BETALING VAN DE TEGEMOETKOMING
1. Na ontvangst van het declaratieformulier en als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan, betaalt SFRecreatie de tegemoetkoming binnen één maand uit.
2. SFRecreatie verstrekt bij iedere betaling een specificatie met de datum van het vakbondsverlof en de berekening van de tegemoetkoming.
3. Indien de werknemer het aanvraagformulier niet getrouw en naar waarheid heeft ingevuld, kan de door SFRecreatie onverschuldigd betaalde tegemoetkoming worden terug gevorderd.
ARTIKEL 7 HARDHEIDSCLAUSULE
In gevallen waarin toepassing van dit reglement tot onbillijkheden leidt, kan het bestuur een beslissing in afwijking van de bepalingen van het reglement nemen.
ARTIKEL 8 ONVOORZIENE GEVALLEN
In onvoorziene gevallen beslist het bestuur.
ARTIKEL 9 INWERKINGTREDING
Dit reglement is in werking getreden met ingang van 1 januari 2003 en laatstelijk gewijzigd op 1 januari 2008.
Bijlage 10 FONDS-CAO
Reglement garantstelling verlofsparen
ARTIKEL 1 DEFINITIES
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 deze fonds-cao. Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
a. Verlofspaardagen
Het niet opgenomen gedeelte van de verlofspaardagen zoals bedoeld in artikel 14 van de arbeidsvoorwaarden-cao
ARTIKEL 2 GARANTSTELLING
SFRecreatie stelt zich garant voor de uitbetaling van opgespaarde verlofspaardagen ingeval van faillissement of betalingsonmacht van de werkgever onder de voorwaarden die in dit reglement zijn opgenomen.
ARTIKEL 3 VOORWAARDEN VOOR EEN UITKERING
1. De werknemer was direct voorafgaand aan de uitkering als bedoeld in lid 1 werknemer in de zin van de cao’s.
2. Werkgever en werknemer hebben vooraf schriftelijk afgesproken gebruik te maken van de mogelijkheid tot verlofsparen.
3. Werkgever en werknemer maken gebruik van de model verlofkaart zoals opgenomen in bijlage 15 van de fonds-cao.
4. Aan de werknemer is een uitkering verstrekt op grond van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet.
5. De werknemer heeft in aansluiting op de uitkering zoals bedoeld in lid 2 recht op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet als gevolg van werkloosheid, ontstaan door betalingsonmacht van de werkgever. Met dit recht wordt gelijkgesteld het recht dat, door tijdelijke werkhervatting op aanwijzing van de curator bij een andere werkgever dan de werkgever in de zin van de cao’s, is opgeschort.
6. De curator of bewindvoerder dient een verklaring af te geven dat de opgespaarde verlofdagen niet voor uitkering in aanmerking komen als erkende vordering.
ARTIKEL 4 TERMIJN VOOR HET INDIENEN VAN EEN AANVRAAG
1. De werknemer dient zijn verzoek om toepassing van de garantstelling verlofsparen in bij SFRecreatie binnen twee maanden nadat het bericht is ontvangen van de uitvoeringsinstelling met de toekenning van een uitkering.
ARTIKEL 5 VERSTREKKEN VAN GEGEVENS
De werknemer dient aan SFRecreatie ter vaststelling van het recht op uitkering en de hoogte daarvan de volgende gegevens te verstrekken:
a. De toekenning van de uitvoeringsinstelling inzake de uitkering ingevolge hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet;
b. De toekenning van de uitvoeringsinstelling inzake de uitkering ingevolge hoofdstuk II van de Werkloosheidswet;
c. De betalingsspecificatie van de uitvoeringsinstelling over de periode tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst indien en voor zover vakantiedagen zijn vergoed door de uitvoeringsinstelling;
d. De verlofkaart zoals opgenomen in bijlage 15 van de fonds-cao;
e. Een recente loonstrook waaruit het reguliere salaris blijkt;
f. Een verklaring van de curator of bewindvoerder waaruit blijkt dat de opgespaarde verlofspaardagen niet voor uitkering in aanmerking komen als erkende vordering;
g. Een kopie van een identiteitsbewijs;
h. Een kopie van de arbeidsovereenkomst;
i. Een loonbelastingverklaring.
ARTIKEL 6 HOOGTE VAN DE UITKERING
1. Op basis van de verstrekte loongegevens wordt door SFRecreatie het bruto uur- of dagloon vastgesteld. Op basis daarvan wordt berekend welk bruto salaris overeenkomt met het aantal opgespaarde verlofdagen.
2. Reguliere verlofdagen die niet onder de verlofspaarregeling vallen, komen niet voor vergoeding in aanmerking.
3. Ten hoogste wordt een vergoeding gegeven voor 250 opgespaarde verlofspaardagen dan wel het maximaal aantal te sparen verlofspaardagen conform de regeling indien het dienstverband een parttime-functie betrof.
ARTIKEL 7 BETALING VAN DE UITKERING
1. Op de uitkering worden loonbelasting en premies ingehouden en door SFRecreatie aan de juiste instanties voldaan.
2. SFRecreatie verstrekt bij betaling een specificatie van de berekening.
3. De garantstelling als bedoeld in dit reglement is geldig indien en voor zover en voor zolang de daartoe bestemde reserves van SFRecreatie toereikend zijn.
ARTIKEL 8 HARDHEIDSCLAUSULE
In gevallen waarin toepassing van dit reglement tot onbillijkheden leidt, kan het bestuur van SFRecreatie een beslissing nemen in afwijking van de bepalingen in dit reglement.
ARTIKEL 9 BEZWAAR
Tegen beslissing kan bezwaar worden gemaakt bij het Georganiseerd Overleg recreatie.
ARTIKEL 10 ONVOORZIENE GEVALLEN
In onvoorziene gevallen beslist het bestuur van SFRecreatie.
ARTIKEL 11 INWERKINGTREDING
Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2003 en is laatstelijk gewijzigd op 1 januari 2008.
BIJLAGE 11 FONDS-CAO
Reglement voor het Georganiseerd Overleg Recreatie
ARTIKEL 1 DEFINITIES
1. Er is een Georganiseerd Overleg Recreatie, hierna te noemen GORecreatie.
2. De werkzaamheden van GORecreatie zijn omschreven in artikel 5 van de fondscao.
3. In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 van de (laatstelijk) geldende fonds-cao Recreatie.
ARTIKEL 2 BENOEMING LEDEN GORECREATIE
1. GORecreatie bestaat uit vijf leden benoemd door de RECRON evenals vijf leden benoemd door de FNV Horecabond, CNV BedrijvenBond en Abvakabo FNV samen. De organisaties benoemen tevens voor ieder lid een plaatsvervanger.
2. GORecreatie kiest uit haar midden een voorzitter. In de even kalenderjaren wordt de voorzitter gekozen uit de werkgeversvertegenwoordiging en de plaatsvervangende voorzitter uit de werknemersvertegenwoordiging. In de oneven kalenderjaren gebeurt het omgekeerde.
3. Indien in GORecreatie een vacature ontstaat, wordt door de tot benoeming gerechtigde organisatie zo spoedig mogelijk in de vacature voorzien.
4. GORecreatie benoemt en ontslaat een secretaris en zo nodig een plaatsvervangende secretaris; zij kunnen geen werkgever of werknemer in de recreatie zijn.
ARTIKEL 3 VERGADERINGEN
1. GORecreatie komt bijeen indien de voorzitter dit noodzakelijk acht, dan wel op verzoek van ten minste twee leden.
2. De secretaris stelt in overleg met de voorzitter de te behandelen agenda op.
3. Leden van GORecreatie die persoonlijk betrokken zijn bij een zaak, mogen aan de behandeling daarvan niet deelnemen.
4. Stukken die zijn ingekomen bij de secretaris, nadat de agenda aan de leden is verzonden, worden niet in behandeling genomen, tenzij de voorzitter anders beslist.
5. De vergaderingen van GORecreatie zijn niet openbaar.
6. GORecreatie neemt geen beslissingen als niet meer dan de helft van het aantal der leden aanwezig is. In dit geval wordt na ten minste drie dagen doch binnen een maand een nieuwe vergadering belegd waarin, ongeacht het aantal aanwezige leden, beslissingen kunnen worden genomen over zaken, waarover wegens het ontbreken van voldoende leden in de eerstbedoelde vergadering geen beslissingen konden worden genomen.
7. In de vergadering van GORecreatie brengen de aanwezige leden van
werkgeverszijde evenveel stemmen uit als de aanwezige leden van
werknemerszijde gezamenlijk. Is het aantal aanwezige leden van werkgeverszijde even groot als het aantal aanwezige leden van werknemerszijde, dan brengt ieder lid één stem uit. Is het aantal aanwezige leden van werkgeverszijde niet even groot als het aantal aanwezige leden van werknemerszijde, dan brengen de leden van de groep waarvan het grootste aantal aanwezig is, evenveel stemmen uit als het aantal dat van de andere groep leden aanwezig is.
8. Besluiten kunnen ook buiten de vergadering worden genomen, mits schriftelijk en met eenparigheid van stemmen van alle commissieleden. Een dergelijk besluit staat gelijk met een besluit genomen in de vergadering.
ARTIKEL 4 VERANTWOORDING Geldmiddelen
De werkzaamheden van GORecreatie worden gefinancierd vanuit het Sociaal Fonds Recreatie, met uitzondering van het cao-overleg en de redactiecommissie. GORecreatie stelt de vacatiegelden van GORecreatie en de door GORecreatie benoemde commissies vast. De secretaris legt binnen drie maanden na het einde van het kalenderjaar aan GORecreatie rekening en verantwoording af van door
GORecreatie uitgegeven en ontvangen gelden over dat kalenderjaar.
ARTIKEL 5 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
1. Vaststellen beleid
Vaststellen van beleid dat landelijk, regionaal, plaatselijk en op locatie kan worden uitgevoerd specifiek ten behoeve van projecten voor de doelgroepen van SFRecreatie gericht op:
- arbeidsmarkt- en scholingsbeleid;
- vermindering ziekteverzuim en re-integratie;
- verbetering arbeidsomstandigheden;
- leeftijdbewust personeelsbeleid;
- medezeggenschap.
2. Bevordering naleving cao’s (cao en de fonds-cao Recreatie)
GORecreatie bevordert de naleving van de cao’s door het verstrekken van neutrale en feitelijke informatie op het totale gebied van arbeidsvoorwaarden en de daarmee verband houdende sociale verzekeringen, pensioenrechten en dergelijke.
3. Uitleg geven over cao-bepalingen (besluit interpretatie cao-bepalingen)
GORecreatie kan op verzoek van een individuele werkgever of individuele werknemer of op verzoek van één of meerdere partijen bij de cao’s, ter bevordering van een juiste en eenvormige toepassing en naleving van de cao’s, nadere uitleg geven aan de bepalingen van de cao’s. De te volgen werkwijze is beschreven onder artikel 6 en verder.
4. Het geven van bindend advies bij geschilllen
GORecreatie kan bindend advies uitbrengen op verzoek van één of meer werkgevers samen met één of meer werknemers over de toepassing van de cao’s. Een dergelijk bindend advies wordt alleen dan uitgebracht als beide partijen hiertoe gezamenlijk een schriftelijk verzoek indienen. De te volgen werkwijze zoals beschreven onder artikel 6 en verder is, voorzover nodig, van overeenkomstige toepassing op de procedure bindend advies.
5. Het geven van ontheffing van bepalingen van de cao’s
GORecreatie kan ontheffing geven van bepalingen van de cao’s. Een ontheffing wordt verleend voor bepaalde tijd gelijk aan de looptijd van de desbetreffende cao plus drie maanden, tenzij in het ontheffingsbesluit anders is overeengekomen. Het ontheffingsverzoek dient schriftelijk te worden gedaan en met redenen omkleed.
6. Vrijwillige aansluiting
Het behandelen van verzoeken voor vrijwillige aansluiting bij het geheel van regelingen en fondsen betreffende de recreatie, ingediend door aan de recreatie verwante bedrijven.
7. Behandelen klachten Gedragscode Anti-Rassendiscriminatie die is
vastgesteld door het Bedrijfschap Horeca en Catering
Het behandelen van klachten als bedoeld in de door het Bedrijfschap Horeca en Catering vastgestelde Gedragscode Anti-Rassendiscriminatie en het doen van uitspraak daarover. Deze gedragscode is op schriftelijk verzoek verkrijgbaar bij GORecreatie.
8. Verlenen van goedkeuring van een beoordelingssysteem met daaraan
gekoppeld een beloningssystematiek
Het beoordelen, en indien correct, het verlenen van goedkeuring van een verzoek van de werkgever voor toepassing van een afwijkend beoordelingssysteem met een daaraan gekoppelde beloningssystematiek. Het systeem moet de instemming hebben van de ondernemingsraad c.q. de personeelsvertegenwoordiging.
ARTIKEL 6 WERKWIJZE BIJ HET AANHANGIG MAKEN VAN EEN VERZOEK
1. Verzoeker dient het verzoek binnen zes weken nadat hij redelijkerwijs kennis had kunnen nemen van het definitieve standpunt van de andere partij aanhangig maken.
2. Een der partijen fungeert als eisende partij en zendt het verzoekschrift in bij de secretaris van GORecreatie.
3. het verzoekschrift dient ten minste te omvatten:
a. NAW-gegevens van verzoeker;
b. NAW-gegevens van tegenpartij;
c. indien verzoeker zich wil laten bijstaan: schriftelijke machtiging met de NAW-gegevens van de gemachtigde;
d. een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van het geschil;
e. alle voorafgaande correspondentie in het geschil.
4. De secretaris van GORecreatie zendt onverwijld een ontvangstbevestiging aan verzoeker. De secretaris zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de wederpartij met het verzoek binnen twee weken schriftelijk te reageren op het verzoekschrift. Tevens ontvangen partijen het reglement van GORecreatie.
5. Na ontvangst van het inhoudelijk en gemotiveerd verweerschrift zendt de secretaris van GORecreatie onverwijld een afschrift van het verweerschrift aan verzoeker toe.
6. Indien na beoordeling van de stukken nog punten onduidelijk zijn, zal de secretaris partijen verzoeken deze punten nog nader toe te lichten.
ARTIKEL 7 BEHANDELING VAN EEN VERZOEK
1. Nadat het verzoekschrift en het verweerschrift zijn ontvangen, zal het verzoek in de eerstvolgende vergadering van GORecreatie behandeld worden. De secretaris zal een afschrift van de stukken twee weken voor de vergadering aan GORecreatie toesturen. De secretaris zal partijen informeren over de datum van behandeling van het verzoek.
2. GORecreatie kan bij meerderheid van stemmen beslissen, indien ze daartoe termen aanwezig acht, verzoeken die niet tijdig aanhangig zijn gemaakt, toch in behandeling te nemen.
3. De voorzitters kunnen bepalen dat op de stukken recht zal worden gedaan tenzij GORecreatie anders beslist. De voorzitters zullen met de secretaris GORecreatie vooraf hierover overleggen.
4. Indien GORecreatie geen beslissing kan nemen op de stukken, zal een hoorzitting worden gehouden.
5. Indien een partij zich door een gemachtigde wenst te laten vervangen dan wel door een ander te laten bijstaan dient zij de secretaris van GORecreatie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vier dagen voor de aanvang van de vergadering van GORecreatie, daarvan mededeling te doen onder vermelding van naam, adres en beroep van de gemachtigde of van de persoon, die bijstand verleent; de secretaris stelt hiervan voor de aanvang van de vergadering zo spoedig mogelijk de andere partij schriftelijk in kennis; de gemachtigden dienen ter vergadering een schriftelijke machtiging over te leggen.
6. De secretaris van GORecreatie roept partijen en eventuele getuigen en deskundigen namens GORecreatie op. Partijen die worden opgeroepen voor GORecreatie te verschijnen, zijn verplicht aan deze oproep gehoor te geven.
7. Indien een verzoekschrift of verweerschrift door meer dan één werkgever of werknemer is ingediend, kan GORecreatie volstaan met slechts één werkgever of werknemer te horen.
8. De voorzitter van GORecreatie regelt de gang van het onderzoek tijdens de
vergadering.
9. Met betrekking tot het aanhangig gemaakte geschil verstrekken partijen, of haar gemachtigden, aan GORecreatie alle door haar leden gewenste informatie. Daarnaast geven zij inzage van alle bescheiden waarvan GORecreatie de inzake verlangt, en gedragen zij zich naar de aanwijzingen van de voorzitter.
10. Indien de wederpartij geen verweerschrift heeft ingediend of indien een der partijen ondanks behoorlijke oproeping niet ter vergadering verschijnt zonder opgave van een reden, geldig naar het oordeel van GORecreatie, of indien een der partijen weigert de gevraagde inlichtingen te geven of inzage van bescheiden te verlenen, kan zij zich naderhand niet op nalatigheid, afwezigheid of weigering beroepen om een nieuwe behandeling van het geschil te voeren.
11. GORecreatie zal in een geval, als in het vorige lid bedoeld, een beslissing ten gunste van de andere partij kunnen nemen, tenzij zij zulk een beslissing kennelijk ongegrond acht.
ARTIKEL 8 TERUGNEMEN VAN EEN VERZOEK
Partijen kunnen een aanhangig gemaakt verzoek slechts terugnemen, indien zij ten minste twee dagen voordat de behandeling van het geschil door GORecreatie zou plaats hebben, aan de secretaris een gezamenlijke schriftelijke verklaring hebben gezonden, waarin zij vermelden dat het verzoek niet langer gestand is.
ARTIKEL 9 BESLISSING INZAKE EEN VERZOEK
1. Een beslissing kan bestaan uit een uitspraak, niet zijnde een bindend advies, met betrekking tot een verzoek tot interpretatie van cao-bepalingen zoals bedoeld in artikel 5 lid 3 of uit een bindend advies met betrekking tot een verzoek dat is gedaan op grond van artikel 5 lid 4.
2. GORecreatie kan, teneinde te beraadslagen of te beslissen, te allen tijde in raadkamer gaan, waarbij buiten haar alleen de secretaris wordt toegelaten.
3. Geen lid van GORecreatie mag zich van stemming onthouden.
4. De voorzitter van GORecreatie stemt het laatst.
5. Alle beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen.
6. De beslissingen worden met redenen omkleed.
7. Zij bevatten geen melding van de gevoelens van een minderheid, tenzij GORecreatie anders beslist.
8. Ingeval bij het nemen van een beslissing de stemmen staken wordt de kwestie geschorst en aan een arbitragecommissie voorgelegd, welke een beslissing in hoogste aanleg zal nemen.
9. De arbitragecommissie bestaat uit drie personen. Werknemerszijde en werkgeverzijde wijzen binnen twee weken ieder een deskundige aan. In de arbitragecommissie zal tevens een onafhankelijk voorzitter plaatsnemen.
10. De arbitragecommissie doet binnen zes weken uitspraak.
11. De leden en plaatsvervangende leden, evenals de secretaris en plaatsvervangende secretaris van GORecreatie, zijn verplicht geheimhouding te betrachten omtrent de door de leden van GORecreatie uitgebrachte stemmen. Zij zijn voorts verplicht geheimhouding te betrachten wanneer daartoe in bepaalde gevallen door GORecreatie is besloten, evenals omtrent alle feiten en bijzonderheden waarvan zij kennis hebben genomen of konden nemen en waarvan het voor de hand ligt dat geheimhouding geboden is.
12. GORecreatie beslist zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes maanden nadat het geschil aanhangig is gemaakt.
13. De secretaris zendt uiterlijk twee weken, nadat het GORecreatie haar beslissing heeft genomen, een door de voorzitter en secretaris gewaarmerkt afschrift van de beslissing aan ieder der partijen.
ARTIKEL 10 KLACHTENBEHANDELING RASSENDISCRIMINATIE
1. Het GORecreatie wijst een klachtencommissie aan, die belast is met de behandeling van klachten van werknemers als bedoeld in de door het Bedrijfschap Horeca en Catering opgestelde Gedragscode Anti-Rassendiscriminatie.
2. De klachtencommissie bestaat uit twee leden, die zich elk door een plaatsvervanger kunnen doen vervangen.
3. De leden worden benoemd vanuit het GORecreatie. Een lid wordt benoemd door de werkgeversorganisatie RECRON en een lid wordt benoemd door de werknemersorganisaties FNV Horecabond, CNV BedrijvenBond en Abvakabo FNV gezamenlijk.
4. De leden van de klachtencommissie wijzen een voorzitter aan, in de even kalenderjaren een werkgeversvertegenwoordiger en in de oneven kalenderjaren een werknemersvertegenwoordiger.
5. De leden, evenals hun plaatsvervangers hebben zitting voor een termijn van drie jaar en zijn herbenoembaar.
6. De klachtencommissie laat zich bijstaan door de secretaris. De functie van de secretaris wordt uitgeoefend door of vanwege de secretaris van het GORecreatie.
7. De klachtencommissie kan zich in voorkomende gevallen laten adviseren door een externe deskundige.
8. Het GORecreatie stelt een vacatieregeling vast.
ARTIKEL 11 PROCEDURE VAN DE KLACHTENBEHANDELING INZAKE RASSENDISCRIMINATIE
1. De werknemer dient zijn klacht te melden bij het GORecreatie. Het GORecreatie legt de klacht schriftelijk voor aan de klachtencommissie.
2. De secretaris van de klachtencommissie inventariseert de klacht door middel van informatie van de klager en vraagt een reactie van de werkgever van de klager. Klager wordt hiervan in kennis gesteld. Daarna legt de secretaris de klacht voor aan de klachtencommissie.
3. De klachtencommissie kan de klager, zijn werkgever en andere personen betrokken bij de klacht horen.
4. De klager, zijn werkgever en andere betrokkenen bij de klacht zijn verplicht om te verschijnen. Bij niet verschijnen, kan het GORecreatie bij het nemen van haar beslissing daaruit zodanige gevolgtrekkingen maken als het GORecreatie zal vermenen te behoren.
5. De secretaris zal partijen betrokken bij de klacht ten minste veertien dagen voor de zitting oproepen.
6. De zitting van de klachtencommissie is niet openbaar, tenzij de klachtencommissie anders bepaalt en geen der betrokkenen zich hiertegen verzet.
7. De klager en zijn werkgever zijn verplicht om desgevraagd schriftelijk dan wel mondeling alle gegevens te verstrekken welke noodzakelijk worden geoordeeld voor de behandeling van een klacht, binnen de door de klachtencommissie te bepalen termijn.
8. De klachtencommissie adviseert het GORecreatie in een uitspraak uiterlijk twee maanden nadat de klachtencommissie heeft vastgesteld dat de stukken volledig zijn. Het GORecreatie doet uitspraak binnen twee weken na ontvangst van het advies. In onvoorziene gevallen beslist het GORecreatie.
SLOTBEPALINGEN
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist voorlopig de voorzitter, onder nadere goedkeuring binnen twee maanden van het GORecreatie. Het GORecreatie zendt een exemplaar van haar reglement aan de werkgever of werknemer, als deze hiertoe een schriftelijk verzoek heeft ingediend. Het reglement is in werking getreden op 1 april 1996 en is laatstelijk gewijzigd op 1 januari 2008.
BIJLAGE 12 FONDS-CAO
Reglement Onafhankelijke Klachtencommissie recreatie
ARTIKEL 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Er wordt een Onafhankelijke Klachtencommissie recreatie ingesteld (OKR), die belast is met de behandeling van klachten over de naleving van de cao recreatie.
ARTIKEL 2 TAAK
De OKR heeft tot taak het behandelen van klachten over de naleving van de cao, waarvoor geen andere procedures in de cao zijn opgenomen.
ARTIKEL 3 SAMENSTELLING
1. De OKR bestaat uit drie leden.
2. Het GORecreatie benoemt een buiten partijen staande onafhankelijke deskundige als voorzitter. De leden worden eveneens door het GORecreatie benoemd, één op voordracht van werkgeversvertegenwoordigers en één op voordracht van werknemersvertegenwoordigers in het GORecreatie. Deze leden mogen geen zitting hebben in het GORecreatie en mogen geen deelnemer zijn of zijn geweest van het laatste cao-overleg.
3. Het GORecreatie kan, in voorkomende gevallen, plaatsvervangende leden benoemen. Voor hen gelden dezelfde benoemingscriteria als voor de leden.
4. De leden, alsmede hun plaatsvervangers, hebben zitting voor een termijn van drie jaar en zijn herbenoembaar.
ARTIKEL 4 SECRETARIAAT
1. De OKR laat zich bijstaan door een secretaris. De secretaris maakt geen deel uit van de OKR en heeft geen stemrecht.
2. De functie van secretaris wordt uitgeoefend door of vanwege de secretaris van het GORecreatie.
3. De OKR bepaalt de taken van de secretaris.
ARTIKEL 5 WERKWIJZE BIJ HET AANHANGIG MAKEN VAN EEN PROCEDURE
1. De werknemer, die van oordeel is dat de werkgever de cao niet, dan wel niet volledig naleeft, kan door het indienen van een ondertekend en gedagtekend klaagschrift bij de secretaris van de OKR deze klacht aanhangig maken.
2. Het klaagschrift dient tenminste te omvatten:
a. NAW-gegevens van verzoeker;
b. NAW-gegevens van tegenpartij;
c. indien verzoeker zich wil laten bijstaan: schriftelijke machtiging met de NAW-gegevens van de gemachtigde;
d. een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de klacht en de hierop gebaseerde vordering, met vermelding van de data en/of duur dat de CAO niet is toegepast;
e. alle voorafgaande correspondentie.
ARTIKEL 6 BEHANDELING VAN EEN KLACHT
1. De OKR heeft tot taak te onderzoeken:
1. of er sprake is van een klacht over de naleving van de cao;
2. of deze klacht gegrond is;
3. en/of de procedures die de cao voorschrijft in voorkomende gevallen zijn gevolgd.
2. Na ontvangst van het door de werknemer bij de OKR ingediende klaagschrift, zorgt de secretaris voor onverwijlde bevestiging van de ontvangst van het klaagschrift aan de werknemer.
3. Indien het klaagschrift, naar het oordeel van de voorzitter van de OKR , niet aan de in de artikel 5 genoemde voorwaarden voldoet, stelt de secretaris de werknemer in de gelegenheid om binnen veertien dagen na dagtekening het klaagschrift aan te vullen of te verduidelijken.
4. Na ontvangst van het klaagschrift c.q. van het aangevulde of verduidelijkte klaagschrift zendt de secretaris een afschrift van het klaagschrift aan de wederpartij met het verzoek binnen twee weken schriftelijk te reageren op het klaagschrift.
5. Na ontvangst van het inhoudelijk en gemotiveerd verweerschrift zendt de secretaris onverwijld een afschrift van het verweerschrift aan verzoeker toe.
6. Indien na beoordeling van de stukken nog punten onduidelijk zijn, zal de secretaris partijen verzoeken deze punten nog nader toe te lichten.
7. De secretaris draagt er zorg voor dat de voorzitter en de leden van de OKR een afschrift van het klaagschrift c.q. van het aangevulde of verduidelijkte klaagschrift ontvangen alsmede van het verweerschrift.
8. De klager en zijn werkgever zijn verplicht om desgevraagd schriftelijk dan wel mondeling alle gegevens te verstrekken welke noodzakelijk worden geoordeeld voor de behandeling van een klacht, binnen de door de OKR te bepalen termijn.
9. De OKR hoort partijen over de ingediende klacht tenzij de OKR van oordeel is dat het een eenvoudig geschil betreft waarbij het klaagschrift wordt afgedaan op basis van de stukken. De voorzitter draagt zorg voor bepaling van datum, plaats en aanvangsuur van de zitting waarin de mondelinge behandeling plaatsvindt.
10. De secretaris zal partijen tenminste veertien dagen van te voren voor de zitting oproepen. Partijen mogen zich desgewenst laten bijstaan door een deskundige of een vertrouwenspersoon.
11. De zitting van de OKR is niet openbaar, tenzij de OKR anders bepaalt en geen der partijen zich hiertegen verzet.
12. Indien de wederpartij geen verweerschrift heeft ingediend of indien een der partijen ondanks behoorlijke oproeping niet ter vergadering verschijnt zonder opgave van een reden, geldig naar het oordeel van de OKR, of indien een der partijen weigert de gevraagde inlichtingen te geven of inzage van bescheiden te verlenen, kan zij zich naderhand niet op nalatigheid, afwezigheid of weigering beroepen om een nieuwe behandeling van het geschil te voeren.
13. De OKR zal in een geval, als in het vorige lid bedoeld, een uitspraak ten gunste van de andere partij kunnen nemen, tenzij zij zulk een beslissing kennelijk ongegrond acht.
ARTIKEL 7 UITSPRAAK
1. De OKR doet zo spoedig mogelijk, doch in beginsel binnen drie maanden nadat de secretaris het klaagschrift c.q. het aangevulde of verduidelijkte klaagschrift heeft ontvangen, uitspraak.
2. De OKR kan slechts besluiten nemen in een voltallige vergadering.
3. De OKR neemt haar beslissingen bij meerderheid van stemmen. De beslissing moet met redenen omkleed zijn en door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend.
4. Gewaarmerkte afschriften worden per aangetekend schrijven onverwijld en gelijktijdig aan de bij de klacht betrokken partijen toegezonden, alsmede aan het secretariaat van het GORecreatie.
5. De uitspraak kan inhouden:
a. dat de OKR zich niet bevoegd acht omdat er geen sprake is van een klacht over de naleving van de CAO, dan wel er op grond van de CAO andere beroepsprocedures gelden;
b. dat klager niet ontvankelijk is;
c. dat de klacht van de werknemer geheel gegrond, gedeeltelijk gegrond of ongegrond is.
6. Indien de OKR de klacht gegrond dan wel gedeeltelijk gegrond acht, zal zij in de uitspraak aangeven op welke wijze de werkgever behoort te handelen om te komen tot de naleving van de cao.
7. De uitspraak heeft de status van een bindend advies als partijen daarom gezamenlijk schriftelijk hebben verzocht.
ARTIKEL 8 OVERIGE BEPALINGEN
1. De kosten van de OKR, te weten de vergaderkosten, de reis- en verblijfkosten en de vacatiegelden van de leden van de OKR, komen ten laste van het GORecreatie.
2. De OKR kan bepalen dat de overige kosten door partijen in de klachtenprocedure zelf worden gedragen, tenzij de OKR aanleiding ziet deze kosten ten laste van één der partijen te brengen.
3. Het GORecreatie stelt een vacatieregeling vast voor leden van de OKR.
SLOTBEPALINGEN
De OKR zal, indien daartoe naar haar oordeel termen aanwezig zijn, van de in dit reglement vastgestelde procedures en termijnen kunnen afwijken na overleg met het GORecreatie.
BIJLAGE 13 FONDS-CAO
Reglement Beroepscommissie Functie-indeling Recreatie
ARTIKEL 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Er is een Beroepscommissie Functie-indeling Recreatie (BFR) ingesteld, die belast is met de behandeling van beroepszaken, als bedoeld in artikel 15 lid 3 sub d van de collectieve arbeidsovereenkomst recreatie (cao).
ARTIKEL 2 TAAK
De BFR heeft tot taak het behandelen van beroepszaken in verband met functie-indeling als genoemd in artikel 15 lid 3 van de cao (zie artikel 6 van dit reglement).
ARTIKEL 3 SAMENSTELLING
1. De BFR bestaat uit vier leden, die zich elk door een plaatsvervanger kunnen doen vervangen.
2. Twee leden en hun plaatsvervangers worden benoemd door de werkgeverspartij bij de cao’s. Twee leden en hun plaatsvervangers worden benoemd door de werknemerspartijen bij de cao’s.
3. De leden van de BFR wijzen uit hun midden een voorzitter aan, in de even kalenderjaren een werkgeversvertegenwoordiger en in de oneven jaren een werknemersvertegenwoordiger. De BFR kan besluiten van dit lid af te wijken.
4. De leden, alsmede hun plaatsvervangers, hebben zitting voor een termijn van drie jaar en zijn herbenoembaar.
ARTIKEL 4 SECRETARIS
1. De BFR laat zich bijstaan door een secretaris. De secretaris maakt geen deel uit van de BFR en heeft geen stemrecht.
2. De functie van secretaris wordt uitgeoefend door of vanwege de secretaris van het Georganiseerd Overleg Recreatie (GORecreatie).
3. De BFR bepaalt de taken van de secretaris.
ARTIKEL 5 EXTERNE DESKUNDIGE
1. De BFR laat zich in voorkomende gevallen adviseren door de deskundige van de systeemhouder. Ook kan de BFR zich laten bijstaan door andere externe deskundigen. Genoemde deskundigen maken geen deel uit van de BFR en hebben geen stemrecht.
2. De externe deskundige wordt benoemd door de BFR.
ARTIKEL 6 PROCEDURE
1. De werknemer kan een beroepszaak inzake de waardering van zijn functie pas voorleggen aan de BFR, nadat de in lid 2 vermelde overlegfase en, indien toepasselijk, het in lid 3 vermelde interne beroep zijn afgerond. Het niet voldoen aan de in de leden 2 en 3 gestelde termijnen wordt gelijkgesteld met een voor beroep op de BFR vatbare beslissing.
2. De werknemer, die het niet eens is met zijn functie-indeling c.q. functieomschrijving streeft eerst naar een oplossing van het bezwaar door goed overleg met zijn directe chef dan wel, bij het ontbreken van laatstgenoemde, de werkgever. Aan deze overlegfase is een termijn gebonden van ten hoogste 30 dagen.
3. Indien de in lid 2 omschreven overlegfase niet tot een voor de werknemer bevredigende oplossing leidt, kan hij zich tot een interne paritaire door werkgever en werknemer aan te wijzen geschillencommissie wenden, indien deze in het bedrijf is aangewezen. Bedoelde commissie doet uitspraak binnen 30 dagen bij wijze van advies aan de werkgever, die zijn eerdere beslissing binnen een termijn van 14 dagen herziet dan wel handhaaft. Indien de werknemer van oordeel is, dat
deze beslissing niet tot een bevredigende oplossing van de beroepszaak heeft geleid, kan hij de beroepszaak voorleggen aan de BFR.
ARTIKEL 7 TERMIJN INDIENEN BEROEPSCHRIFT
De werknemer dient beroep aan te tekenen binnen zes maanden nadat hij redelijkerwijs kennis had kunnen nemen van de in artikel 6 lid 3 genoemde beslissing van de werkgever, dan wel indien artikel 6 lid 3 niet van toepassing is, binnen zes maanden nadat de in artikel 6 lid 2 vermelde periode van 30 dagen is verlopen.
ARTIKEL 8 PROCEDURES EN INHOUD BEROEPSCHRIFT
1. Het beroep wordt aanhangig gemaakt door het indienen van een ondertekend en gedagtekend beroepschrift bij de secretaris van de BFR. Het gebruik van een begeleidingsformulier functie-indeling en functiewaardering wordt door de BFR verplicht gesteld. Deze begeleidingsformulieren zijn verkrijgbaar bij de secretaris voornoemd (telefoonnummer 0183-645035) en bij werkgevers- en
werknemersorganisaties, partij bij de cao.
2. Het beroepschrift dient ten minste te omvatten:
a. naam, voornaam en woonplaats van de werknemer;
b. naam en vestigingsplaats van de werkgever;
c. indien de werknemer zich wil laten bijstaan: naam/namen van de persoon/personen door wie de werknemer zich in de beroepsprocedure wil laten bijstaan;
d. de functiebenaming, functie-omschrijving en de functiegroep, waarin hij thans is ingedeeld;
e. een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de beroepszaak en de hierop gebaseerde vordering, zulks met vermelding of de beroepszaak de indeling van de functie betreft of de functie-omschrijving;
f. indien artikel 6 lid 3 van toepassing heeft gevonden: de uitspraak en daarmee samenhangende stukken als genoemd in vorengenoemd lid 3.
3. Na ontvangst van het door de werknemer bij de BFR ingediende beroepschrift, zorgt de secretaris voor onverwijlde bevestiging van de ontvangst van het beroepschrift aan de werknemer.
4. Indien het beroepschrift, naar het oordeel van de voorzitter van de BFR, niet aan de in de leden 1 en 2 genoemde voorwaarden voldoet, stelt de secretaris de werknemer in de gelegenheid om binnen 14 dagen na dagtekening het beroepschrift aan te vullen of te verduidelijken.
5. De secretaris draagt zorg dat de betreffende werkgever, de voorzitter, leden en externe deskundige een afschrift van het beroepschrift c.q. van het aangevulde of verduidelijkte beroepschrift ontvangen.
6. De BFR zal binnen een door haar te stellen termijn partijen bij de beroepszaak verzoeken om een schriftelijke toelichting. Van een door één der partijen verstrekte schriftelijke toelichting zal de wederpartij onverwijld een afschrift worden toegezonden.
7. De externe deskundige zal binnen 14 dagen na ontvangst van het beroepschrift c.q. de daarop ontvangen toelichting(en) te kennen geven of het onderhavige geschil een nadere uiteenzetting behoeft op functietechnische aspecten en in het bevestigende geval zijn advies zo spoedig mogelijk bij de secretaris indienen.
ARTIKEL 9 BEHANDELING VAN EEN BEROEPSCHRIFT
1. De BFR heeft tot taak te onderzoeken of:
- de procedures met betrekking tot de indeling zijn gevolgd;
- gegeven de feitelijke functie-inhoud, de functiebeschrijving daarmee overeenstemt;
- het functiewaarderingssysteem c.q. de indelingstechniek ten aanzien van de functie van de werknemer op de juiste wijze is toegepast.
2. De BFR kan zich, indien zij daartoe aanleiding aanwezig acht, met inachtneming van bovenstaande criteria beperken tot de uitspraak over de vraag of het oordeel van de werkgever eveneens met inachtneming van bovenstaande criteria heeft geleid tot een resultaat dat in overeenstemming is met de redelijkheid.
3. Indien de BFR niet tot een beslissing kan komen op basis van het in artikel 9 lid 1. vermelde onderzoek, dan kan de BFR de deskundige van de systeemhouder opdragen de in geding zijnde functie te onderzoeken en waarderen.
4. De BFR neemt vervolgens een beslissing op basis van het gemotiveerde advies van de deskundige van de systeemhouder inzake de indeling.
ARTIKEL 10 HOORZITTING
1. De BFR hoort partijen bij een beroepszaak of kan, indien beide partijen hiermede akkoord gaan, het beroepschrift afdoen op de stukken. De voorzitter draagt zorg voor bepaling van datum, plaats en aanvangsuur van de zitting.
2. De voorzitter roept de bij de beroepszaak betrokken partijen op tot een zitting van de BFR. Hierbij heeft hij de mogelijkheid een minnelijke oplossing van de beroepszaak te bewerkstelligen.
Deze bevoegdheid behoudt hij gedurende de gehele procedure totdat de uitspraak is ondertekend. Partijen mogen zich desgewenst laten bijstaan door een deskundige of een vertrouwenspersoon.
3. De secretaris zal partijen ten minste 14 dagen van te voren voor de zitting oproepen.
4. De zitting van de BFR is niet openbaar, tenzij de BFR anders bepaalt en geen der partijen zich hiertegen verzet.
5. Voorzitter en leden van de BFR zullen zich, evenals hun plaatsvervangers, ervan onthouden op te treden inzake een beroep waarbij zij persoonlijk belang hebben dan wel waarbij zij betrokken zijn geweest.
6. Voorzitter, secretaris en leden van de BFR, evenals hun plaatsvervangers, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hun in deze hoedanigheid ter kennis komt en waarvan zij kunnen begrijpen dat het een geheime zaak betreft.
ARTIKEL 11 UITSPRAAK
1. De BFR doet, tenzij een minnelijke schikking is bereikt, zo spoedig mogelijk, doch in beginsel binnen drie maanden nadat de secretaris het beroepschrift c.q. het aangevulde of verduidelijkte beroepschrift heeft ontvangen, uitspraak.
2. Indien de BFR het beroep gegrond acht, zal zij, met vernietiging van de bestreden beslissing van de werkgever, bepalen dat deze een nieuwe beslissing dient te nemen met inachtneming van de uitspraak van de BFR. Tevens zal de BFR uitspraak doen over de ingangsdatum van de nieuwe beslissing van de werkgever.
3. De uitspraak dient de gronden te bevatten, waarop zij berust.
4. De BFR beslist bij meerderheid van stemmen. Bij staken van stemmen vindt een heroverweging plaats, welke dient te leiden tot een meerderheidsstandpunt.
5. De uitspraak wordt schriftelijk vastgesteld en door de voorzitter en leden of hun plaatsvervangers ondertekend. Gewaarmerkte afschriften worden per aangetekend schrijven onverwijld en gelijktijdig aan de bij het beroep betrokken partijen toegezonden, alsmede aan het secretariaat van het GORecreatie.
ARTIKEL 12 KOSTEN
De kosten van de BFR komen ten laste van het GORecreatie. De BFR bepaalt dat de kosten van het beroep door partijen in de beroepszaak zelf worden gedragen, tenzij de BFR aanleiding ziet deze kosten ten laste van een der partijen in de beroepszaak te brengen.
ARTIKEL 13 VERGOEDING
De vergoeding van de leden wordt vastgelegd in een door het GORecreatie vast te stellen vergoedingsregeling.
ARTIKEL 14 SLOTBEPALING
De BFR zal, indien daartoe naar haar oordeel termen aanwezig zijn, van de in dit reglement vastgestelde procedures en termijnen kunnen afwijken na overleg met het GORecreatie.
Bijlage 14 FONDS-CAO
Reglement Bezwaarcommissie Stichting Pensioenfonds
ARTIKEL 1 INSTELLING
Er is een bezwaarcommissie die het Pensioenfonds Recreatie adviseert over ingediende bezwaren.
ARTIKEL 2 DEFINITIEBEPALINGEN
1. het Fonds, de ‘Stichting Pensioenfonds Recreatie’
2. het Bestuur, het bestuur van het Fonds
3. de OKR, de Onafhankelijke Klachtencommissie Recreatie als bedoeld in bijlage 12 van de
Fonds-CAO Recreatie
4. het reglement van de OKR, het reglement van de OKR als bedoeld in bijlage 12 van de Fonds-CAO
5. de statuten, de statuten van het Fonds
6. het reglement, het reglement van de bezwaarcommissie van de Stichting Pensioenfonds Recreatie
7. voorzitter, de onafhankelijke deskundige als bedoeld in de OKR
8. secretaris, de secretaris van de OKR
9. werknemersorganisaties, de werknemersorganisaties als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b en c van de statuten
10. werkgeversorganisaties, de werkgeversorganisaties als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a van de statuten
11. bezwaarcommissie, de bezwaarcommissie als bedoeld in artikel 25 van de statuten.
ARTIKEL 3 DE BEZWAARCOMMISSIE
1. De OKR treedt op als bezwaarcommissie.
2. De leden van de bezwaarcommissie als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kunnen niet tevens lid zijn van het bestuur indien de commissie zaken behandelt die het Fonds betreffen.
ARTIKEL 4 TAAKOMSCHRIJVING
1. De bezwaarcommissie adviseert het bestuur inzake de ingediende bezwaarschriften met uitzondering van bezwaarschriften waarop de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
2. De bezwaarcommissie adviseert schriftelijk.
ARTIKEL 5 BEVOEGDHEDEN
1. De bezwaarcommissie adviseert het bestuur of de beslissing waartegen het bezwaar zich richt in redelijkheid genomen had kunnen worden.
2. Het advies geldt als bindend.
ARTIKEL 6 SAMENSTELLING, BENOEMING, BESLUITVORMING EN
ONVERENIGBAARHEID VAN FUNCTIES
1. Het reglement van de OKR is zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
2. Indien bepalingen uit dit reglement strijden met bepalingen uit het reglement van de OKR gaan de bepalingen uit dit reglement voor.
3. De bezwaarcommissie adviseert zoveel mogelijk unaniem.
4. Indien er geen sprake is van unanimiteit wordt bij gewone meerderheid van stemmen een advies uitgebracht.
ARTIKEL 7 DESKUNDIGEN
De bezwaarcommissie kan zich laten bijstaan door externe deskundigen.
ARTIKEL 8 VERSCHONING EN PLAATSVERVANGING
1. Indien leden van de bezwaarcommissie rechtstreeks betrokken zijn bij een te behandelen bezwaarschrift verschonen zij zich.
2. Indien een van de leden zich verschoont, treedt zijn of haar plaatsvervanger op.
ARTIKEL 9 BEZWAAR EN SECRETARIAAT
1. Het bezwaarschrift wordt ingediend bij:
De Onafhankelijke Klachtencommissie Recreatie
Postbus 693
4200 AR GORINCHEM
2. Het bezwaarschrift dient binnen zes weken na de dag van verzending van de beslissing in eerste aanleg te zijn ontvangen.
3. Het bezwaarschrift dient gedagtekend en ondertekend te zijn en minimaal te bevatten:
a. de naam en het adres van degene die het bezwaarschrift indient;
b. de omschrijving en een afschrift van de beslissing waartegen het bezwaar zich richt;
c. de gronden waarop het bezwaar rust;
d. de feiten en omstandigheden die voor de beoordeling van het bezwaarschrift relevant zijn.
4. Indien degene die het bezwaarschrift indient niet voldoet aan de vereisten in dit artikel krijgt hij de gelegenheid het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
5. Indien na het verstrijken van de daartoe gestelde termijn niet is voldaan aan het bepaalde in dit artikel of aan andere bij dit reglement gestelde vereisten, wordt het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
ARTIKEL 10 ADVIEZEN EN BESLISSINGEN
1. De bezwaarcommissie adviseert, na hoor en wederhoor zoals bedoeld in het reglement van de OKR, schriftelijk aan het bestuur.
2. Het advies is ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
3. Het advies bevat de gronden waarop het is gebaseerd.
ARTIKEL 11 BESLISSING OP BEZWAAR
Het bestuur beslist op het ingediende bezwaar met inachtneming van het advies van de bezwaarcommissie en maakt deze beslissing schriftelijk bekend aan degene die het bezwaarschrift heeft ingediend.
ARTIKEL 12 BEROEP
Indien degene die het bezwaarschrift heeft ingediend het niet eens is met de door het bestuur genomen beslissing ten aanzien van het bezwaar kan hij hiertegen in beroep bij de daartoe bevoegde rechter.
ARTIKEL 13 BESTUURSRECHT
1. Indien een bezwaarschrift betrekking heeft op aangelegenheden waarop de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, neemt het bestuur bij de behandeling van een dergelijk bezwaarschrift de relevante bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht in acht.
2. De bezwaarcommissie wordt in gevallen waarin de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is niet om advies gevraagd.
3. Indien de bezwaarcommissie een bezwaarschrift ontvangt als bedoeld in het tweede lid, zendt zij dit zo spoedig mogelijk door aan het bestuur.
ARTIKEL 14 SLOTBEPALING
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter.
ARTIKEL 15 INWERKINGTREDING
Dit reglement is in werking getreden met ingang van 1 juli 2001 en laatstelijk gewijzigd
per 1 juli 2004.
BIJLAGE 15 FONDS-CAO
Model verlofkaart (jaarlijkse opbouw en jaarlijks cumulatief aan te passen)
VERLOFDAGEN*
Totaal aantal vakantiedagen* over het jaar 200.. ………………………
Opgenomen vakantiedagen* in het jaar 200.. - ………………………
_________________
te sparen vakantiedagen* over het jaar 200.. ………………………
Gespaarde overuren (in dagen*) in 200.. + ………………………
Gespaarde plusuren (in dagen*) in 200.. + ………………………
___________________
Saldo gespaarde verlofdagen* in 200.. ………………………
Saldo gespaarde verlofdagen* van vorige jaren:
Saldo verlofdagen* 200.. + ………………………
Saldo verlofdagen* 200.. + ………………………
Saldo verlofdagen* 200.. + ………………………
______________________
Totaal aantal gespaarde verlofdagen* tot nu toe ………………………
| Akkoord werkgever | Akkoord werknemer |
|
Naam ........................................................... |
Naam .......................................................... |
De verlofkaart dient voorzien te zijn van een door werkgever en werknemer ondertekende urenadministratie waaruit de opbouw blijkt.
* onder 1 dag wordt verstaan 7,6 uur voor een fulltime dienstverband en naar rato voor een
parttime dienstverband
Bijlage 15 Statuten Stichting Sociaal Fonds Recreatie
Artikel 1 NAAM
1. De stichting draagt de naam:
Stichting Sociaal Fonds Recreatie (SFRecreatie), hierna te noemen de stichting.
ARTIKEL 2 ZETEL
1. Zij heeft haar zetel te Gorinchem.
ARTIKEL 3 DOEL
1. Het SFRecreatie stelt zich ten doel het financieren, subsidiëren en ontwikkelen van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van de bedrijfstak verblijfsrecreatie en zweminrichtingen en buitensportonderneming. Deze activiteiten zijn nader uitgewerkt in artikel 2 sub a t/m l van het reglement SFRecreatie (zie bijlage 2).
Het SFRecreatie stelt zich daarnaast ten doel het financieren van de activiteiten benodigd voor het doen naleven van de voor de bedrijfstak overeengekomen arbeidsvoorwaarden, waaronder begrepen de taken van het Georganiseerd Overleg recreatie (GORecreatie) zoals uitgewerkt in artikel 5 van de Fonds-CAO, inclusief haar commissies en het reglement van het GORecreatie (zie bijlagen11, 12, 13 en 14). Uitgezonderd zijn het CAO-overleg en de werkzaamheden van de
redactiecommissie.
2. De stichting realiseert de in het eerste lid genoemde doelstellingen door de gehele of gedeeltelijke financiering dan wel subsidiëring van de kosten verbonden aan activiteiten gericht op de in het eerste lid genoemde doelstellingen, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van bestaande subsidieregelingen. Voorwaarden voor financiering dan wel subsidiëring en de realisatie van de doelstellingen van de stichting zijn nader uitgewerkt in het Reglement van het SFRecreatie.
3. Onder de doelgroepen van de stichting worden verstaan:
a. Leerlingen;
b. Langdurig werklozen;
c. Allochtonen;
d. (her)Intreders;
e. Gedeeltelijk arbeidsgehandicapten;
f. Jongeren met een afgebroken vakopleiding;
g. Overige groeperingen die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben;
i. Werknemers die verbreding zoeken van hun vakgebied;
j. Werknemers die willen overstappen naar een ander vakgebied binnen de bedrijfstak;
k. Werknemers die geïnteresseerd zijn in een cursus die niet direct tot het eigen vakgebied behoort, maar waarmee nieuwe mogelijkheden worden gecreëerd binnen de bedrijfstak.
ARTIKEL 4 FINANCIËLE MIDDELEN
De financiële middelen van de stichting bestaan uit:
a. bijdragen van werkgevers (en werknemers), die op grond van artikel 4 lid 3 sub a van de Fonds-CAO aan de stichting verschuldigd zijn;
b. bijdragen en subsidies van de overheid en/of publiekrechtelijke instellingen;
c. andere baten.
ARTIKEL 5 BESTUUR
1. Het bestuur bestaat uit acht leden.
2. De werkgeversorganisatie RECRON benoemt vier leden en een plaatsvervangendlid.
3. De FNV Horecabond benoemt twee leden en één plaatsvervangend lid.
4. De CNV BedrijvenBond benoemt één lid en één plaatsvervangend lid.
5. De Abvakabo FNV benoemt één lid en één plaatsvervangend lid.
6. De benoeming van een bestuurslid en een plaatsvervangend bestuurslid geschiedt voor de periode van drie jaar. In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
7. Elk jaar treedt ten minste één bestuurslid af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster. Hij die benoemd wordt ter voorziening in een tussentijdse vacature, neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in.
8. Het (plaatsvervangend) bestuurslidmaatschap eindigt:
a. door periodiek aftreden;
b. door schriftelijk bedanken;
c. door beëindiging door de organisatie, als bedoeld in het tweede, derde en/of vierde lid van dit artikel, door wie het betrokken (plaatsvervangend) lid is benoemd;
d. bij beëindiging van de samenwerking in de stichting door een organisatie als bedoeld in dit artikel, indien het betrokken (plaatsvervangend) bestuurslid als afkomstig van die organisatie op de voet van het tweede, derde, of vierde lid van dit artikel is benoemd;
e. door ontslag na schorsing door het bestuur, indien een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen dringende redenen aanwezig acht. De redenen van de schorsing dienen aan de benoemende organisatie onverwijld te worden meegedeeld waarna de benoemende organisatie binnen twee weken tot het ontslag van dit (plaatsvervangend) bestuurslid, als (plaatsvervangend) bestuurslid kan overgaan, bij gebreke waarvan de schorsing eindigt;
f. door overlijden, onder curatelestelling of faillissement van het (plaatsvervangend) bestuurslid.
ARTIKEL 6 DAGELIJKS BESTUUR
1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter vormen tezamen het dagelijks bestuur.
2. Het dagelijks bestuur is belast met de behartiging en afdoening van de lopende zaken en alle aangelegenheden, welke hem door het bestuur zijn opgedragen.
3. In spoedeisende gevallen is het dagelijks bestuur bevoegd zelfstandig op te treden.
4. Het dagelijks bestuur is terzake verantwoording schuldig aan het bestuur.
ARTIKEL 7 VOORZITTER, PLAATSVERVANGEND VOORZITTER, SECRETARIS EN
PLAATSVERVANGEND SECRETARIS
1. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, een secretaris, en een plaatsvervangend secretaris.
2. De functies van voorzitter en plaatsvervangend secretaris worden in de even jaren vervuld door een bestuurslid, benoemd door de werkgeversorganisatie als genoemd in artikel 5 lid 2, en de functies van secretaris en plaatsvervangend voorzitter door een bestuurslid, benoemd door de werknemersorganisaties als genoemd in artikel 5 leden 3 en 4 gezamenlijk; in de oneven jaren geldt het omgekeerde.
ARTIKEL 8 VERPLICHTINGEN VAN HET BESTUUR
1. Het bestuur waakt over de handhaving van de statuten.
2. De leden van het bestuur zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun in hun functie ter kennis is gekomen, behoudens ten aanzien van feiten en gegevens waarvan het bestuur heeft besloten dat ze geen vertrouwelijk karakter hebben.
ARTIKEL 9 BESTUURSBEVOEGDHEID EN VERTEGENWOORDIGING
1. Het bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, gene uitgezonderd. De in de wet voorkomende mogelijke bevoegdheidsbeperkingen gelden derhalve niet.
2. De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur. Vertegenwoordigingsbevoegdheid komt tevens toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris. Bij ontstentenis van de voorzitter en/of de secretaris wordt de stichting vertegenwoordigd door de plaatsvervangend voorzitter tezamen met de
plaatsvervangend secretaris.
3. Bij bestuursbesluiten kunnen bepaalde bevoegdheden van het bestuur geheel of gedeeltelijk worden gedelegeerd, hetzij aan de (plaatsvervangend ) voorzitter en/of aan de (plaatsvervangend) secretaris, hetzij aan een door het bestuur aangewezen commissie, hetzij aan derden.
4. De gedelegeerde taken van de stichting worden onder blijvende verantwoordelijkheid van het bestuur uitgeoefend.
ARTIKEL 10 ADMINISTRATEUR
1. Het administratief en geldelijk beheer wordt onder verantwoordelijkheid van het bestuur gevoerd door een door het bestuur aangewezen administrateur. De kosten van deze ondersteuning en dit beheer komen voor rekening van de stichting.
2. De opdracht tot het uitvoeren van het administratief en geldelijk beheer aan de administrateur wordt schriftelijk verstrekt. Bij deze opdracht hoort een instructie welke door het bestuur wordt vastgesteld.
3. In afwijking van artikel 9 lid 2 is de administrateur bevoegd op eigen naam ter invordering van de bijdragen in rechte op te treden.
ARTIKEL 11 WAARNEMERS, GEDELEGEERDEN EN DESKUNDIGEN
1. Het bestuur kan waarnemers toelaten.
2. Waarnemers zijn gerechtigd tot het bijwonen van alle bestuursvergaderingen en tot het voeren van het woord daarin; zij ontvangen alle voor de bestuursleden bestemde stukken.
3. Het bestuur kan zich laten bijstaan door gedelegeerden en deskundigen.
4. De gedelegeerden en deskundigen zijn geen lid van het bestuur en hebben in vergaderingen een adviserende stem.
ARTIKEL 12 VERGADERINGEN
1. Het bestuur vergadert ten minste éénmaal per jaar of zo vaak de voorzitter of ten minste de helft van de bestuursleden dit noodzakelijk achten; in het laatste geval dient een schriftelijk verzoek met opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter te worden gericht.
2. De voorzitter stelt in overleg met de plaatsvervangend voorzitter de tijd en de plaats van de vergadering vast en doet daarvan mededeling aan de andere bestuursleden.
3. Behoudens in spoedeisende gevallen en voorzover deze statuten niet anders bepalen, wordt een vergadering schriftelijk bijeengeroepen op een termijn van ten minste zeven dagen.
4. De leden van het bestuur ontvangen voor elke door hen bijgewoonde vergadering van het bestuur een jaarlijks door het bestuur vast te stellen vacatiegeld. Reis- en verblijfkosten, door leden van het bestuur in hun functie gemaakt, worden vergoed volgens door het bestuur vast te stellen regels.
ARTIKEL 13 BESLUITVORMING
1. Voor zover deze statuten niet anders bepalen, besluit het bestuur bij gewone meerderheid van stemmen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van het totaal aantal fungerende bestuursleden aanwezig is. Indien een besluit niet genomen kan worden wegens het niet voldoen aan de hiervoor gestelde voorwaarde kan door schriftelijke voorlegging, het desbetreffende besluit
genomen worden.
2. In vergaderingen heeft ieder bestuurslid aan werkgeverszijde zoveel stemmen als er bestuursleden aan werknemerszijde aanwezig zijn en ieder bestuurslid aan werknemerszijde zoveel stemmen als er bestuursleden aan werkgeverszijde aanwezig zijn.
3. Over personen wordt schriftelijk gestemd en over zaken mondeling.
4. Bij het bepalen van het aantal geldig uitgebrachte stemmen worden blanco stemmen en ongeldige stemmen niet meegerekend.
5. Bij staking van stemmen wordt in een volgende vergadering opnieuw over hetzelfde onderwerp gestemd; staken de stemmen dan wederom, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen wanneer het zaken betreft en beslist het lot wanneer de stemming personen betreft.
6. Besluiten kunnen ook buiten vergadering worden genomen, mits schriftelijk en met eenparigheid van stemmen van alle bestuursleden. Een dergelijk besluit staat gelijk met een besluit genomen in een vergadering.
ARTIKEL 14 BOEKJAAR, BEGROTING. BELEIDSPLAN
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Jaarlijks voor één december stelt het bestuur de begroting, het beleidsplan en het voorstel voor de bijdrage als bedoeld in artikel 4 onder a. voor het komende boekjaar vast. De bestedingsdoelen worden in de begroting opgenomen conform de in artikel 3 genoemde doelstellingen. De begroting is voor betrokkenen beschikbaar.
3. De conceptbegroting wordt ter kennis gebracht van de werkgeversorganisatie en de werknemersorganisaties en wordt niet eerder dan een maand daarna vastgesteld door het bestuur.
ARTIKEL 15 JAARVERSLAG, REKENING EN VERANTWOORDING
1. Binnen zes maanden na afloop van een boekjaar stelt het bestuur een balans, rekening van baten en lasten en verslag over de financiële toestand van de stichting vast, waarbij alle bestedingsdoelen zijn gespecificeerd. Ten blijke van de vaststelling worden deze stukken door de voorzitter en de secretaris van de stichting ondertekend. De rekening en verantwoording vindt plaats onder overlegging van een rapport, waaruit blijkt dat de bestedingsdoelen en activiteiten zijn gespecificeerd en gecontroleerd op basis van aangeleverde jaarrekeningen, loonstroken en facturen. De controle vindt plaats door een door het bestuur benoemde registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393 eerste lid Burgerlijk Wetboek. Uit voormelde stukken moet blijken dat de uitgaven conform de
bestedingsdoelen zijn gedaan.
2. Het bestuur legt in het verslag rekenschap af van het gevoerde beleid.
3. Bij vaststelling van de jaarstukken wordt de administrateur decharge verleend van het door hem gevoerde financiële beheer.
4. Het verslag en de accountantsverklaring worden ter inzage voor de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers neergelegd:
a. ten kantore van de stichting;
b. op één of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaats(en).
5. Het verslag en de accountantsverklaring worden op aanvraag toegezonden aan de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers, tegen vergoeding van de daaraan verbonden kosten.
ARTIKEL 16 REGLEMENTEN
1. Het bestuur stelt één of meer reglementen vast, waarin bepalingen worden opgenomen omtrent de vaststelling en invordering van de door de werkgevers verschuldigde bijdragen, de wijze waarop de doelstelling wordt gerealiseerd, de werkwijze bij subsidieaanvragen en de verdeling van de gelden. Reglementen mogen echter geen bepalingen inhouden die in strijd zijn met de wet, de Fonds-
CAO of deze statuten.
2. Ten aanzien van besluiten tot vaststellen of wijzigen van reglementen is het bepaalde in de leden 2 en 3 van artikel 19 van overeenkomstige toepassing.
ARTIKEL 17 VERPLICHTINGEN VAN DOOR DE STICHTING GESUBSIDIEERDE
INSTELLINGEN
1. Bij een aanvraag om subsidie dient door de betrokken instelling een begroting te worden ingezonden, gespecificeerd volgens de bestedingsdoelen. Jaarlijks, binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar, zal een gesubsidieerde instelling aan het bestuur van de stichting een door een registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde verklaring overleggen over de besteding van de gelden, welke verklaring moet zijn
gespecificeerd volgens de bestedingsdoelen en een geïntegreerd deel uitmaakt van het verslag over de financiële toestand van de stichting als bedoeld in artikel 15 lid 1 eerste alinea.
2. De door het bestuur aangewezen administrateur is gerechtigd alle inlichtingen te vragen aan door de stichting gesubsidieerde instellingen die zij nodig acht voor een goede uitvoering van de statuten en reglementen, alsmede inzage in begrotingen, rekeningen en verantwoording of accountantsrapporten en dergelijke stukken. De administrateur is geheimhouding verschuldigd inzake de door hem verkregen inlichtingen, ook tegenover het bestuur.
3. In door het bestuur aan te geven gevallen zal de administrateur niet de in lid 2 bedoelde bevoegdheid uitoefenen doch een door het bestuur aangewezen accountant als bedoeld in artikel 2:393 tweede lid BW.
ARTIKEL 18 BEHEER GELDMIDDELEN
1. Voor zover gelden van de stichting voor belegging beschikbaar zijn, worden deze gelden door de administrateur belegd met inachtneming van in redelijkheid daaraan te stellen eisen van liquiditeit, rendement en risicoverdeling.
2. Gerede gelden worden in rekening-courant gestort bij de administrateur. De titels betreffende geldleningen op onderhandse schuldbekentenis worden bewaard in de kluis van de administrateur.
3. Effecten en andere geldwaardige papieren worden in bewaring gegeven bij algemene handelsbanken.
4. De kosten van het beheer worden jaarlijks door het bestuur in de begroting vastgesteld.
ARTIKEL 19 WIJZIGING VAN DE STATUTEN
1. Het bestuur is bevoegd tot wijziging van de statuten.
2. Besluiten tot wijziging van deze statuten kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen in een op een termijn van ten minste twee weken schriftelijk op te roepen vergadering waarin ten minste twee/derde van het totaal aantal bestuursleden aanwezig is. De volledige tekst van de voorgestelde wijzigingen dient bij de
oproepingsbrief te worden gevoegd.
3. Indien de voorzitter van het bestuur dit wenselijk acht, en geen der afzonderlijke leden daartegen bezwaar heeft, kan het bestuur, in afwijking van lid 2, het besluit tot statutenwijziging schriftelijk nemen. Alle bestuurslreden dienen in dat geval hun stem schriftelijk, telegrafisch, per telex, per telefax of per e-mail uit te brengen. Het besluit wordt alsdan genomen met volstrekte meerderheid van
stemmen. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen stemmen door de ambtelijk secretaris een relaas opgemaakt, dat na modeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. Bij staking van stemmen zal het besluit tot statutenwijziging door het bestuur genomen worden op de wijze als vermeld in lid 2.
4. Een statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de vereiste akte is ieder bestuurslid en een door het bestuur gemachtigd persoon bevoegd onder overlegging van een uittreksel van de notulen van de betreffende
bestuursvergadering.
5. Van wijzigingen in statuten en reglementen wordt een volledig exemplaar van die stukken onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend, voor een ieder ter inzage neergelegd ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waarin de stichting is gevestigd.
ARTIKEL 20 ONTBINDING VAN DE STICHTING
1. Het bestuur is bevoegd tot ontbinding van de stichting.
2. Met betrekking tot het besluit tot ontbinding van de stichting is het bepaalde in artikel 19, lid 2 van overeenkomstige toepassing.
3. Bij ontbinding der stichting geschiedt de vereffening door het bestuur, tenzij daartoe bij het besluit tot ontbinding andere personen zijn aangewezen.
4. Gedurende de vereffening blijven de statuten zoveel mogelijk van kracht.
5. De stichting wordt voorts ontbonden door hetzij de werkgeversorganisatie, hetzij een der werknemersorganisaties, doordat zij bij aangetekend schrijven gericht aan het bestuur, hun medewerking aan de stichting opzeggen.
6. De stichting is van rechtswege ontbonden nadat het in lid 5 genoemde aangetekend schrijven is verzonden.
7. Een eventueel batig saldo bij vereffening dient te worden bestemd voor een doel, dat het doel van de stichting zoveel mogelijk benadert.
ARTIKEL 21 INSCHRIJVING IN HET REGISTER
1. Het bestuur is verplicht de stichting te doen inschrijven in het register, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken, binnen welk gebied de stichting haar zetel heeft en een authentiek afschrift van deze akte dan wel een authentiek uittreksel van deze akte bevattende de statuten, ten kantore van dat register neer te leggen.
2. Het bestuur draagt zorg dat in bedoeld register steeds worden ingeschreven de naam, de voornamen, de woonplaats en het adres alsmede de geboortedatum van alle bestuursleden en andere personen die de stichting kunnen vertegenwoordigen.
ARTIKEL 22 SLOTBEPALING
In alle gevallen, waarin deze statuten of enig reglement niet voorziet, beslist het bestuur.




