Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg 2008-2010
Publicatie onder auspiciën van het Sociaal Overleg Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (SOVVT)
© SOVVT. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij
elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, microfilm, opnamen, of op enige andere manier, zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de partijen bij deze cao. Het gebruik van de tekst als toelichting of
ondersteuning bij artikelen en scripties is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.
Inhoudsopgave
Protocol 8
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 11
Artikel 1.1 Definities 11
Artikel 1.2 Werkingssfeer, toepassing en ontheffingen 13
Artikel 1.3 Karakter cao 13
Hoofdstuk 2 Arbeidsrelatie 13
Artikel 2.1 De arbeidsovereenkomst 13
Artikel 2.2 Duur van de arbeidsovereenkomst 13
Artikel 2.3 Opzegging 14
Artikel 2.4 Einde van de arbeidsovereenkomst 14
Hoofdstuk 3 Beloning 14
Artikel 3.1.1 Algemeen 14
Artikel 3.1.2 Functiewaarderingssysteem 15
Artikel 3.1.3 Combinatiefunctie 15
Artikel 3.1.4 Toepassing salarisschalen 15
Artikel 3.1.5 Salarisgarantieregeling 15
Artikel 3.1.6 Werknemers aangesteld in het kader van de Wet werk en inkomen 15
Artikel 3.1.7 Periodieke verhogingen 15
Artikel 3.1.8 Uitbetaling salaris 16
Artikel 3.1.9 Bevordering 16
Artikel 3.1.10 Bijzondere beloningen 16
Artikel 3.1.11 Structurele eindejaarsuitkering 16
Artikel 3.1.11A Eenmalige uitkering verpleeg- en verzorgingshuizen 2009 16
Artikel 3.1.12 Levensloopbijdrage verpleeg- en verzorgingshuizen 16
Artikel 3.1.13 Vakantiebijslag 17
Artikel 3.1.14 Pensioen 17
Artikel 3.1.15 Gratificatie 17
Artikel 3.1.16 Spaarloonregeling 18
Artikel 3.1.17 Loondoorbetaling inval-/oproepkrachten en min/max-contracten kraamzorg 18
Artikel 3.2.1 Beroepsopleidingen 18
Artikel 3.2.2 Salarisgarantie leerling-werknemer 18
Artikel 3.2.3 Aspirant leerlingen 19
Artikel 3.2.4 Faciliteitenregeling leerlingen 19
Artikel 3.2.5 Opleiding tot verpleeghuisarts 19
Artikel 3.2.6 Opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog 19
Artikel 3.2.7 Overige BBL opleidingen in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) 19
Artikel 3.2.8 Overige opleidingen 19
Artikel 3.2.9 Leerlingsalarissen verkorte opleiding tot kraamverzorgende 20
Tabel 1 Salarisschalen verpleeg- en verzorgingshuizen per 1 maart 2009 21
Tabel 2 Inpassingstabel verpleeg- en verzorgingshuizen per 1 maart 2009 23
Tabel 3 Salarisschalen thuiszorgorganisaties per 1 maart 2009 24
Tabel 4 Salarisreeks thuiszorgorganisaties per 1 maart 2009 27
Tabel 5 Salarisschalen VVT per 1 juli 2009 28
Tabel 6 Salarisreeks VVT 1 juli 2009 31
Hoofdstuk 4 Arbeidsduur 32
Artikel 4.1 Arbeidsduur 32
Artikel 4.2 Min/max contracten 32
Hoofdstuk 5 Werktijden 32
Artikel 5.1 Werk- en rusttijden algemeen 32
Artikel 5.1.1 Maximum arbeidstijd per dienst 33
Artikel 5.1.2 Nachtdiensten 33
Artikel 5.1.3 Vrije weekeinden 33
Artikel 5.1.4 Pauzes 33
Artikel 5.2 Definities consignatiediensten, bereikbaarheidsdiensten, aanwezigheidsdiensten 33
Artikel 5.3 Wachtdiensten Kraamverzorgenden 33
Artikel 5.3.1 Vergoeding wachtdiensten 34
Artikel 5.3.2 Oproep tijdens wachtdienst 34
Artikel 5.3.3 Maximum aantal oproepen tijdens wachtdienst 34
Artikel 5.4.1 Gebroken diensten 34
Artikel 5.4.2 Verschoven diensten 34
Artikel 5.5 Overwerk 34
Artikel 5.5.1 Bepaling aantal overwerkuren en vrijgestelde werknemers 35
Artikel 5.5.2 Maximaal aantal uren overwerk vacaturestelling 35
Artikel 5.5.3 Vergoedingsregeling voor werknemer met een volletijd arbeidsduur 35
Artikel 5.5.4 Vergoedingsregeling voor de werknemer met een deeltijd arbeidsduur 35
Artikel 5.5.5 Opnemen vergoeding 35
Artikel 5.6 Structureel meerwerk 36
Artikel 5.7 Onregelmatige dienst 36
Artikel 5.7.1 Werkingssfeer 36
Artikel 5.7.2 Vergoedingsregeling 36
Artikel 5.7.3 Berekening vergoeding 36
Artikel 5.7.4 Afbouwregeling 36
Artikel 5.8 Vergoedingsregeling 37
Artikel 5.8.1 Vergoeding voor arbeid van de werknemer met een volletijd arbeidsduur 37
Artikel 5.8.2 Vergoeding voor arbeid van de werknemer met een deeltijd arbeidsduur 37
Artikel 5.8.3 Opnemen vergoeding 38
Artikel 5.9 Slaapdienst 38
Artikel 5.9.1 Vergoeding slaapdienst 38
Artikel 5.9.2 Opnemen vergoeding slaapdienst 38
Artikel 5.10 Gebroken dienst 38
Artikel 5.11 Overwerk 38
Artikel 5.11.1 Uitzonderingen overwerkvergoeding 39
Artikel 5.11.2 Overwerkvergoeding deeltijdwerker 39
Artikel 5.11.3 Overwerkvergoeding 39
Artikel 5.11.4 Opnemen overwerkvergoeding 39
Artikel 5.11.5 Maximaal aantal uren overwerk 39
Artikel 5.12 Inconveniënte uren 39
Artikel 5.12.1 Vergoeding inconveniënte uren 39
Artikel 5.13 Bereikbaarheidsdienst 39
Artikel 5.14 Slaapdienst 40
Hoofdstuk 6 Werk en privé 40
Artikel 6.1 (Vakantie)verlof 40
Artikel 6.1.2 Garantieregeling verlof werknemers 55 jaar en ouder in verpleeg- en verzorgingshuizen
(met ingang van 1 januari 2009): 40
Artikel 6.1.3 Opbouw (vakantie)verlof 40
Artikel 6.1.4 Opnemen van (vakantie)verlof 40
Artikel 6.2 Verlof 41
Artikel 6.2.1 Betaald verlof in verband met bijzondere persoonlijke omstandigheden 41
Artikel 6.2.2 Bezoek (tand)arts/specialist 41
Artikel 6.2.3 Calamiteitenverlof 41
Artikel 6.2.4 Zorgverlof bij zeer ernstige ziekte 41
Artikel 6.2.5 Verlenging bevallingsverlof 41
Artikel 6.2.6 Verlenging ouderschapsverlof 42
Artikel 6.2.7 Wet Arbeid en Zorg 42
Artikel 6.2.8 (Gedeeltelijk) afwijzen verlof 42
Artikel 6.2.9 Premies tijdens onbetaald verlof 42
Hoofdstuk 7 Meerkeuzesysteem arbeidsvoorwaarden 42
Artikel 7.1 Meerkeuzesysteem 42
Artikel 7.2 Randvoorwaarden Meerkeuzesysteem 42
Artikel 7.3 Inrichting Meerkeuzesysteem 42
Hoofdstuk 8 Arbeid en gezondheid 43
Artikel 8.1 Loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid 43
Artikel 8.1.1 Loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid bij min-maxcontract 43
Artikel 8.1.2 Productieve arbeid en reïntegratie-activiteiten tijdens ziekte 43
Artikel 8.1.3 Loonaanvulling vervroegde IVA-uitkering 43
Artikel 8.1.4 WIA 0-35% 44
Artikel 8.1.5 Verlagen of vervallen van loondoorbetaling 44
Artikel 8.1.6 Regeling positieve/negatieve stimulansen vermindering ziekteverzuim 44
Artikel 8.2.1 Plan van aanpak arbeidsomstandigheden 44
Artikel 8.2.2 Risico inventarisatie en evaluatie 44
Artikel 8.2.3 Ziekteverzuim 44
Artikel 8.2.4 Arbozorgsysteem 44
Artikel 8.2.5 Kwaliteit van de arbeid 44
Artikel 8.3.1 Preventiebeleid fysieke belasting 45
Artikel 8.3.2 Preventiebeleid psychische belasting 45
Artikel 8.3.3 Seksuele intimidatie 45
Artikel 8.3.4 Agressie en geweld 46
Hoofdstuk 9 Bijdragen en uitkeringen 46
Artikel 9.1 Vergoedingen voor reiskosten 46
Artikel 9.2 Vergoeding kosten woon- werkverkeer 46
Artikel 9.3.1 Vergoeding reiskosten van huis naar cliënten in de wijk 47
Artikel 9.3.2 Vergoedingsnormen per vervoermiddel 47
Artikel 9.4.1 Vergoeding extra kosten woon-werkverkeer 48
Artikel 9.4.2 Vergoeding reis- en verblijfkosten incidentele dienstreizen 48
Artikel 9.5 Uitkering bij overlijden 48
Artikel 9.6 Herregistratie sociaal-geneeskundigen 48
Artikel 9.7 Herregistratie verpleeghuisartsen 49
Artikel 9.8.1 Wachtgeld 49
Artikel 9.8.2 Duur van het wachtgeld 49
Artikel 9.8.3 Hoogte van het wachtgeld 49
Artikel 9.8.4 Pensioenbijdrage 50
Artikel 9.8.5 Verplichtingen van de werknemer / wachtgeldgerechtigde 50
Artikel 9.8.6 Vermindering van het wachtgeld 50
Artikel 9.8.7 Verval van het wachtgeld 51
Artikel 9.8.8 Uitkering bij overlijden 51
Artikel 9.8.9 Bijzondere regelingen 51
Artikel 9.8.10 Positieve afwijking wachtgeldregeling 51
Artikel 9.9 Ziektekostenregeling IZZ verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 51
Artikel 9.9.1 Ziektekostenregeling IZZ 52
Artikel 9.9.2 Aanspraak (voormalige) werknemer 52
Artikel 9.9.3 Vergoeding premiekosten basisaanvullende regeling 52
Artikel 9.9.4 Voorkoming dubbele vergoeding 52
Artikel 9.9.5 Garantieregeling IZZ 52
Hoofdstuk 10 Faciliteiten werknemersorganisaties en extra bevoegdheden
ondernemingsraad 52
Artikel 10.1 Extra bevoegdheden ondernemingsraad 52
Artikel 10.2 Verlof in verband met lidmaatschap werknemersorganisatie 52
Artikel 10.3 Rechtsbescherming vakbondsconsulenten 53
Hoofdstuk 11 Functiewaardering 53
Artikel 11.1 Uitgangspunten FWG 53
Artikel 11.2.1 Herindeling 53
Artikel 11.2.2 Herindelingsprocedure 53
Artikel 11.2.3 Vaststellen functiebeschrijving 54
Artikel 11.2.4 Waardering en indeling van de functie 54
Hoofdstuk 12 Fusie en reorganisatie 54
Artikel 12.1 Toepasselijkheid Fusiegedragsregels 54
Artikel 12.2 Bepalingen bij reorganisatie/gedwongen ontslagen 54
Hoofdstuk 13 Invoeringsbepalingen Basis-cao 55
Artikel 13.1 Invoeringsbepaling 55
Artikel 13.2 Randvoorwaarden decentraal overleg werkgever en de OR 55
Artikel 13.3 Decentrale regelingen 56
Artikel 13.4 Decentraal overleg werknemersorganisaties over medezeggenschap 57
Hoofdstuk 14 Slotbepalingen 57
Artikel 14.1 Uitzendkrachten 57
Artikel 14.2 Commissie van Interpretatie 57
Artikel 14.3 Op non-actief stelling en schorsing 57
Artikel 14.4 Bijdrage werknemersorganisaties 57
Artikel 14.5 Duur, wijziging en opzegging van de cao
Bijlage A Overgangsbepalingen verpleeg- en verzorgingshuizen
Hoofdstuk A1 Beloning Verpleeg- en Verzorgingshuizen 58
Artikel A1.1 Algemeen 58
Artikel A1.2 Toepassing salarisschalen 58
Artikel A1.3 Salariëring na diplomering 58
Artikel A1.4 Periodieke verhogingen en uitloopperiodieken 58
Artikel A1.5 Structurele eindejaarsuitkering V&V 2008 58
Artikel A1.6 Vakantiebijslag V&V tot 1 juni 2008 59
Artikel A1.7 Beroepsopleidingen 59
Artikel A1.8 Salarisgarantie leerling-werknemer 59
Artikel A1.9 Aspirant leerlingen 60
Artikel A1.10 Opleiding tot verpleeghuisarts 60
Artikel A1.11 Opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog 60
Artikel A1.12 Overige BBL opleidingen in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) 60
Artikel A1.13 Overige opleidingen 60
Artikel A1.14 Bevordering 60
Tabel A1 Salarisschalen V&V per 1 januari 2007 61
Tabel A2 Salarisschalen CAO V&V per 1 januari 2008 63
Tabel A3 Inpassingstabel V&V 65
Hoofdstuk A2 Arbeidsduur 66
Artikel A2.1 Arbeidsduur 66
Artikel A2.2 Vormgeving arbeidsduur 66
Artikel A2.3 Afwijkende arbeidsduur 66
Artikel A2.4 Extra uren werken boven de contractuele basisarbeidsduur 67
Hoofdstuk A3 Werktijden 67
Artikel A3.1 Werktijdenregeling 67
Artikel A3.1.1 Nachtdiensten 68
Artikel A3.1.2 Roostervrije dagen / vrije weekends 68
Artikel A3.1.3 Verschoven diensten 68
Artikel A3.1.4 Pauzes 68
Artikel A3.2 Overwerk 69
Artikel A3.2.1 Bepaling aantal overwerkuren en vrijgestelde werknemers 69
Artikel A3.2.2 Maximaal aantal uren overwerk vacaturestelling 69
Artikel A3.2.3 Vergoedingsregeling voor werknemer met een volletijd arbeidsduur 69
Artikel A3.2.4 Vergoedingsregeling voor de werknemer met een deeltijd arbeidsduur 69
Artikel A3.2.5 Opnemen vergoeding 70
Artikel A3.2.6 Structureel meerwerk 70
Artikel A3.3 Onregelmatige dienst 70
Artikel A3.3.1 Werkingssfeer 70
Artikel A3.3.2 Vergoedingsregeling 70
Artikel A3.3.3 Berekening vergoeding 70
Artikel A3.3.4 Afbouwregeling 70
Artikel A3.4 Bereikbaarheids-, aanwezigheids- en consignatiedienst 71
Artikel A3.4.1 Werkingssfeer 71
Artikel A3.4.2 Vrijgestelde werknemers 71
Artikel A3.4.3 Vrije weekends 71
Artikel A3.4.4 Minimale rusttijd na oproep 71
Artikel A3.4.5 Vergoedingsregeling 71
Artikel A3.4.6 Vergoeding voor arbeid van de werknemer met een volletijd arbeidsduur 72
Artikel A3.4.7 Vergoeding voor arbeid van de werknemer met een deeltijd arbeidsduur 72
Artikel A3.4.8 Opnemen vergoeding 72
Artikel A3.5 Slaapdienst 73
Artikel A3.5.1 Werkingssfeer 73
Artikel A3.5.2 Vrije weekends 73
Artikel A3.5.3 Vergoeding 73
Artikel A3.5.4 Opnemen vergoeding 73
Hoofdstuk A4 Werk en privé 73
Artikel A4.1 Vakantie 73
Artikel A4.1.1 Extra vakantie -uren 74
Artikel A4.2 Verlof 74
Artikel A4.2.1 Betaald verlof 74
Artikel A4.2.2 Extra verlof 75
Artikel A4.2.3 Feestdagenverlof 75
Artikel A4.2.4 Compensatie feestdagen en onregelmatigheidstoeslag 75
Artikel A4.2.9 Onbetaald verlof 75
Bijlage B Overgangsbepalingen thuiszorgorganisaties
Hoofdstuk B1 Beloning Thuiszorg 77
Artikel B1.1 Functiewaardering 77
Artikel B1.2 Salaris 77
Artikel B1.3 Structurele eindejaarsuitkering Thuiszorg 2008 77
Artikel B1.4 Vakantiebijslag thuiszorg tot 1 juni 2008 77
Uitvoeringsregeling A Salariëring 78
Tabel B1 Salarisschalen met ingang van 1 januari 2007 dan wel periode 1 van 2007 80
Tabel B2 Salarisschalen met ingang van 1 januari 2008 dan wel periode 1 van 2008 83
Tabel B3 Inpassingstabel thuiszorg met ingang van 1 januari 2007 dan wel periode 1 van 2007 86
Tabel B4 Inpassingstabel thuiszorg met ingang van 1 januari 2008 dan wel periode 1 van 2008 87
Hoofdstuk B2 Arbeidsduur 89
Artikel B2.1 Definitie arbeidsduur 89
Artikel B2.2 Arbeidsduur 89
Hoofdstuk B3 Werktijden 90
Artikel B3.1 Werktijden algemeen 90
Artikel B3.1.1 Randvoorwaarden bij de inrichting van de werktijden 90
Artikel B3.2 Overwerk 91
Artikel B3.3 Inconveniënte uren 92
Artikel B3.4 Bereikbaarheidsdienst 92
Artikel B3.4.1 Compensatie bereikbaarheidsdienst 92
Artikel B3.5 Slaapdienst 92
Artikel B3.6 Inrichting van werktijden kraamverzorgenden 92
Bijlage C Garantieregelingen verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorgorganisaties 94
Artikel 1 Garantiebepalingen verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 94
Artikel 2 Garantiebepalingen thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 94
Bijlage D Professioneel statuut voor een arts werkzaam in een thuiszorginstelling 95
Model individuele arbeidsovereenkomst van de CAO VVT 97
Adressen van de partijen bij het cao-overleg 99
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR DE VERPLEEG-, VERZORGINGSHUIZEN EN
THUISZORG (CAO VVT)
(van 01-01-2008 tot 1-3-2010)
Tussen de ondergetekenden:
a. de volgende organisatie van werkgevers:
ActiZ
partij ter ene zijde, hierna ook te noemen ‘werkgeversorganisatie’ en
b. de volgende organisaties van werknemers:
1. ABVAKABO FNV
FBZ, Federatie van Beroepsorganisaties in de Zorg en daaraan gerelateerd onderwijs en onderzoek, te weten:
2. Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband
3. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
4. Nederlandse Vereniging voor Ergotherapie
5. Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie, sectie Gezondheidszorg
6. Nederlandse Vereniging voor Psychomotorische Therapie
7. Nederlands Instituut van Psychologen
8. Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen
9. Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de Gezondheidszorg
10. Nederlandse Vereniging van Diëtisten
11. NU’91, Beroepsorganisatie van de Verpleging
De Unie Zorg en Welzijn, te weten:
12. VHP-Zorg, belangenorganisatie voor middelbaar en hoger personeel in de zorg- en welzijnssector
13. Agora, Landelijke Beroepsvereniging Vrijwilligerswerk
14. Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
15. Nederlandse Beroepsvereniging voor Kraamverzorgenden
partijen ter andere zijde, hierna ook te noemen ‘werknemersorganisaties’,
is de volgende collectieve arbeidsovereenkomst, hierna te noemen: cao, aangegaan.
Studieafspraken
CAO-partijen zullen de volgende studies starten:
-Beloningsverhoudingen aan de onderkant van het loongebouw van de CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en
Thuiszorg (CAO VVT): In dit onderzoek worden de gevolgen van de trend tot outsourcing van relatief
eenvoudige taken, de gewijzigde wetgeving, waaronder de beperking van de AWBZ en de invoering van de
WMO, en in breder verband, de verschuiving van zorg naar welzijn, in relatie tot de beloningen in andere,
concurrerende branches in het licht van de arbeidsmarkt- en concurrentiepositie van de branche VVT op
deelsegmenten van de dienstverlening en de uitzendarbeid betrokken.
-Resultaatgericht belonen: CAO-partijen zullen een pilot starten inzake de introductie van het resultaatgericht
belonen in relatie tot het huidige beginsel van het automatische periodiekensysteem van de CAO VVT. Doel is
ervaring op te doen en de relevante voorwaarden te bepalen op grond waarvan een dergelijk beloningsstelsel
geïntroduceerd kan worden. Als onderdeel van het onderzoek wordt bezien voor welke categorie werknemers
een resultaatgerichte beloning als eerste geïntroduceerd kan worden.
-FWG: CAO-partijen zullen onderzoek doen naar de mogelijkheid van de totstandkoming van resultaatgerichte
functiebeschrijvingen en een vereenvoudigde toepassing van FWG 3.0. Voor dit onderzoek zal een gezamenlijke
stuurgroep worden opgericht. Onderdeel van het onderzoek vormt de intentie om te komen tot een
branchespecifieke geschillencommissie.
-Onderzoek naar de flexibiliteit en zekerheid voor kraamzorgmedewerkers. Daarbij gaat het om het totaal van
wensen voor versterking van de rechtspositie van werknemers, indeling van werktijden, de balans werk-privé.
Dit onderzoek start uiterlijk 1 februari 2008. De resultaten zullen nog tijdens de looptijd van de CAO
beschikbaar zijn, om in de volgende CAO-ronde in de besprekingen te kunnen worden betrokken. Bij het
onderzoek wordt onder andere gebruik gemaakt van de uitkomsten van de Kraamzorgmonitoren.
-Een studie rond de thematiek van een evenwichtige balans voor werknemers en bedrijfsvoering bij de inrichting
van arbeidsduur en werktijden; deze studie wordt uitgevoerd door een onafhankelijke organisatie, zoals bijv. een
universiteit.
-Partijen zullen in 2008 over mogelijke strijdigheid van bepalingen van de CAO VVT met de wet WGB overleg
voeren. Doel van het overleg is strijdigheid op te heffen, mede rekening houdend met de actuele inzichten van
onder meer de Commissie gelijke behandeling.
Kwaliteit van zorg in de Thuiszorg
In de stichting FAOT zal nader gesproken worden en onderzoek worden gedaan naar het thema kwaliteit van zorg in
samenhang met de resultaten van de medewerkerraadpleging. Ondernemingsraden worden bij dit onderzoek
betrokken.
Meerkeuzesysteem arbeidsvoorwaarden
Partijen zijn overeengekomen het gebruik van het meerkeuzesysteem arbeidsvoorwaarden van de CAO te
bevorderen.
VVAR
Partijen bevelen de instelling van een verzorgende en verpleegkundige Adviesraad (VVAR) aan.
Voorbeeldreglement IBC
CAO-partijen stellen een voorbeeldreglement IBC beschikbaar.
Ziektekostenverzekering
In 2008 wordt onderhandeld met IZZ over een aantrekkelijk mantelcontract.
Partijen maken een resultaatgerichte protocollaire afspraak om in 2009/2010 te komen tot een regeling met
betrekking tot ziektekostenvergoeding, die overeenkomt met de koers rond IZZ, onder andere inhoudende het
vervallen van de verplichte aansluiting bij IZZ.
Facilitering en evaluatie invoering basis-cao
Ter facilitering van de invoering zullen partijen in gezamenlijkheid -en met inachtneming van de verschillende rollen
die OR en bestuurder in deze modernisering vervullen- een ondersteuningsaanbod ontwikkelen. Daarin wordt in elk
geval aandacht besteed aan inhoudelijke voorlichting en mogelijkheden van deskundigheidsbevordering. Een
onderdeel van de voorlichting zal in elk geval zijn de noodzaak van achterbanraadplegingen door de
ondernemingsraad bij totstandkoming van decentrale afspraken.
De werkgeverspartij stelt ter ondersteuning van de werknemersorganisaties voor de invoering van de basiscao een
eenmalig bedrag in 2007 beschikbaar. In aanvulling hierop, maken partijen in het arbeidsmarktfonds afspraken over
adequate financiering van verdergaande ondersteuning door partijen.
CAO partijen zullen een standaard model ondernemingsovereenkomst opstellen.
In de gezamenlijke informatievoorziening van sociale partners over de invoering van de basis-CAO, zal tevens
aandacht worden besteed aan de volgende punten:
-de mogelijkheid van indexering van eigen regelingen.
dat alvorens een regeling tussen werkgever en OR wordt vastgesteld, gewijzigd of ingetrokken, de OR hierover
een achterbanraadpleging onder het personeel dient te houden.
Partijen vinden het gewenst om de ervaringen met de basis-cao te evalueren. Daartoe laten zij een gezamenlijk
onderzoek uitvoeren door een extern bureau. Dit onderzoek is in elk geval gericht op:
-de ervaringen met het decentrale overleg
-de mate waarin van de decentralisatie gebruik wordt gemaakt
-de rollen van decentrale partijen en de balans daarin.
Arbocatalogus
In de loop van 2008 sluiten partijen een arbocatalogus af waarin in elk geval de volgende prioritaire arbeidsrisico’s
worden opgenomen:
-Fysieke belasting
-Psychosociale arbeidsbelasting
-Biologische agentia
CAO partijen besluiten naar aanleiding van het tot stand komen van de arbocatalogus of het nog noodzakelijk is om
huidige CAO-bepalingen rond dit thema te laten bestaan. Daarbij wordt het uitgangspunt betrokken dat hetgeen de
wet al bepaalt niet in CAO hoeft te worden opgenomen.
Meerjarige aanpak arbeidsmarktbeleid
De organisaties in de VVT-branche krijgen in de komende jaren te maken met een toenemende ontgroening en
vergrijzing van de interne en externe arbeidsmarkt. Tegelijkertijd met deze ontwikkeling zal de vraag naar zorg zoals
die door de organisaties wordt geboden toenemen en zullen cliënten hogere eisen gaan stellen aan de kwaliteit van de
zorg-en dienstverlening. Daarnaast zal de bekostiging op een andere leest worden geschoeid. Bekostiging op basis
van zorgzwaarte, verhoging arbeidsproductiviteit en “best practices” stelt andere eisen aan de organisaties en hun
werknemers.
Een gezamenlijke meerjarige aanpak van sociale partners van de vraagstukken en veranderingen waarvoor de branche
zich de komende jaren gesteld ziet is voor zowel werkgevers als werknemers van belang. Uitgangspunt voor deze
aanpak is hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de arbeidsmarktproblematiek en sociale innovatie in de
branche.
Sociale partners zijn van mening dat zij naast de onderwerpen die in de CAO worden geregeld hun gezamenlijke
verantwoordelijkheid vorm en inhoud kunnen geven via de arbeidsmarktfondsen. Dit kan door het ontwikkelen van
maatregelen gericht op behoud, instroom en doorstroom van personeel.
Daarnaast kunnen sociale partners een gezamenlijk beleid ontwikkelen gericht op sociale innovatie. Innovatie is een
belangrijk instrument om een bijdrage te leveren aan de beheersing van onder meer de arbeidsmarktproblematiek en
de veranderingen waarmee de branche te maken heeft, respectievelijk te maken gaat krijgen. Algemeen wordt erkend
dat voor innovatie een samenhangend beleid noodzakelijk is waarin nadrukkelijk een plaats wordt ingeruimd voor de
vernieuwing van de kwaliteit van de arbeid. Werknemers zijn immers enerzijds een bron voor innovatie en anderzijds
degenen die innovaties moeten toepassen. De inbreng en de medewerking van de werknemers is hierbij cruciaal. De
aspecten die direct te maken hebben met (vernieuwing van) de kwaliteit van de arbeid en sociale innovatie behoren,
zoals ook de SER stelt, tot het domein van sociale partners (te denken valt onder meer aan arbeidsomstandighedenen
gezondheidsbeleid, arbeidsparticipatie en leeftijdbeleid, opleidingen, werkinhoud en ruimte voor de professional).
De overheid kan hierbij een faciliterende rol spelen. In dit kader verwijzen sociale partners kortheidshalve naar de
extra middelen die de overheid in 2008 voor het thema sociale innovatie ter beschikking wil stellen.
Om arbeidsmarktbeleid effectief en doelmatig vorm te kunnen geven is het tot stand brengen van één (CAO-) fonds
voor de VVT een strikte noodzaak. Om de arbeidsmarktproblematiek adequaat aan te pakken stellen sociale partners
in het arbeidsmarkt– en opleidingsfonds een plan op voor het te voeren beleid.
Daarbij zullen sociale partners zich gezamenlijk inzetten op onderdelen van sociale innovatie, met name daar waar
het de kwaliteit en de vernieuwing van de arbeid betreft.
WMO
CAO partijen hebben geconstateerd dat de invoering van de WMO voor werknemers, voorheen in dienst van
thuiszorg en thans werkzaam in de huishoudelijke verzorging in het kader van de WMO, evenals voor de
arbeidsmarkt in de VVT branche, ernstige negatieve gevolgen heeft.Tegen deze achtergrond menen partijen dat alles
moet worden ondernomen om in de richting van verantwoordelijke bewindslieden er voor te zorgen dat de genoemde
gevolgen zo spoedig mogelijk teniet worden gedaan. Deze arbeid dient uitsluitend te worden verricht door caowerknemers.
Hiermee wordt aan de werking van dit segment van de arbeidsmarkt, dat voornamelijk wordt
ingenomen door vrouwen, een positieve impuls gegeven.
CAO-partijen zullen zo spoedig mogelijk actie ondernemen richting Kabinet en gezamenlijk voorstellen doen om de
zwakke rechtspositie van deze werknemers aanzienlijk te verstevigen. CAO-partijen constateren tevens dat voor deze
groep tenminste het Wettelijk Minimum (Jeugd)loon geldt.
De werkingsfeer van de CAO VVT betreft tevens de WMO. Dit betekent dat de onderhavige arbeid door deze
werknemers dient te worden uitgevoerd op basis van de, al dan niet specifiek geldende, in de CAO VVT vastgelegde
arbeidsvoorwaarden.
Om dit doel te kunnen realiseren zullen partijen acties ondernemen om deze doelstellingen te realiseren. Doel van de
acties zijn de navolgende:
-de WMO regelgeving dient door VWS, met onderkenning van de verantwoordelijkheid van lokale partijen
betreffende de organisatie en de uitvoering van de WMO activiteiten, te worden aangevuld met bepalingen met
betrekking tot de aanbesteding die bepalen dat de huishoudelijke verzorging in het kader van de WMO, alleen
kan worden uitgevoerd door cao personeel. In casu betekent dit dat de bijzondere regeling betreffende
alfahulpen voor zover betrekking hebbend op de WMO dient te worden geschrapt.
-de bepalingen dienen zodanig te luiden dat gemeenten verplicht zijn deze bepalingen bij de aanbesteding als
uitgangspunten te hanteren.
Acties met genoemde doelstellingen zullen zo spoedig mogelijk door partijen worden besproken en ingezet.
Zodra voorwaarden zijn vervuld zullen partijen zonodig gedurende de looptijd van de cao uitvoering geven aan de
realisering van de doelstelling betreffende de rechtspositie van de onderhavige categorie werknemers.
Brochure alpha-hulpen
Vooruitlopend op de realisatie van genoemde doelstellingen zullen CAO-partijen een gezamenlijke brochure
opstellen betreffende de (rechts)positie van alpha-hulpen.
CAO-partijen zetten zich intussen in om gedwongen ontslagen zo veel mogelijk te voorkomen, mede door het creëren
van (nieuwe) loopbaan perspectieven door om- en bijscholing.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Definities
(De definities gelden met ingang van 1-1-2008, tenzij anders vermeld).
In deze CAO voor de verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT) wordt verstaan onder:
1. Aanwezigheidsdienst:
(Per 1-1-2009. Voor 2008 voor Verpleeg- en Verzorgingshuizen (V&V) opgenomen in Bijlage A, Hoofdstuk
Arbeidsduur en werktijden)
een aaneengesloten periode van ten hoogste 24 uur waarin de werknemer, zo nodig naast het verrichten van de
bedongen arbeid, verplicht is op de arbeidsplaats aanwezig te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen
arbeid te verrichten.
2. Arbeidsduur:
(Per 1-1-2009; voor 2008 zijn definities opgenomen in aparte paragrafen V&V en Thuiszorg (TZ) bij hoofdstuk
arbeidsduur en werktijden)
het tussen werkgever en werknemer overeengekomen gemiddeld aantal uren per week voor het verrichten van
werkzaamheden, waarbij inbegrepen:
-alle verlofuren waarover loon wordt betaald;
-vergoedingen in vrije tijd volgens regelingen in deze CAO;
-verzuim tijdens vastgestelde werktijden wegens ziekte/arbeidsongeschiktheid.
Voor werknemers die ambulant zijn gelden daarenboven de volgende bepalingen:
-reis- en wachttijden als gevolg van door de werkgever opgedragen werkzaamheden, afgezien van gebroken
diensten, voor zover deze reistijden meer bedragen dan de voor de werknemer gebruikelijke reistijden voor het
woon- werkverkeer;
-bij thuiszorgwerkzaamheden (extramuraal): reistijden als gevolg van gebroken diensten.
3. Bereikbaarheidsdienst:
(Per 1-1-2009. Voor 2008 zijn definities opgenomen in Bijlage A (V&V) en Bijlage B (TZ) Hoofdstuk arbeidsduur en
werktijden)
een aaneengesloten periode van ten hoogste 24 uren waarin de werknemer, zo nodig naast het verrichten van de
bedongen arbeid, verplicht is om bereikbaar te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te
verrichten.
4. Beroepsbegeleidende leerweg (BBL):
onderwijs, waarbij de leerling gedurende de beroepspraktijkvorming tevens werknemer is en waarbij de
eindverantwoordelijkheid voor de opleiding berust bij de onderwijsinstelling. Voor kwalificatieniveau 5 wordt deze
leerweg aangeduid met de term duale leerweg.
5. Consignatiedienst:
(Per 1-1-2009. Voor 2008 voor de V&V opgenomen in Bijlage A, Hoofdstuk arbeidsduur en werktijden)
een periode tussen twee opeenvolgende diensten of tijdens pauze, waarin de werknemer uitsluitend verplicht is
bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid
te verrichten.
6. Feest- en gedenkdagen:
Nieuwjaarsdag, Eerste en Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Eerste en Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede
Kerstdag, Koninginnedag en de als zodanig door de overheid erkende nationale feest- en gedenkdagen waaronder
Koninginnedag en 5 mei. De werknemer kan ervoor kiezen om in plaats van genoemde dagen verlof op te nemen op
andere bij de godsdienst of de levensbeschouwing van de werknemer passende dagen.
7. Leerling-werknemer:
de werknemer die in het kader van de Beroepsbegeleidende leerweg een (leer/)arbeidsovereenkomst met de
werkgever heeft.
8. Periode:
een aaneengesloten tijdvak van vier weken.
9. Periodiek:
het verschil tussen twee opeenvolgende bedragen in een salarisschaal.
10. Relatiepartner:
-de geregistreerde partner van de werknemer dan wel
-degene met wie de werknemer, met het oogmerk duurzaam samen te leven, een gemeenschappelijke
huishouding voert, hetgeen blijkt uit een aan de werkgever overgelegde notariële akte.
11. Salaris:
het voor de werknemer geldende bruto maand- of periodesalaris, exclusief de in de artikelen 3.1.13, 5.3.1, 5.5, 5.7,
5.8, 5,9, 9.1, 9.2, 9.3.1, 9.3.2, 9.4, 9.4.1, 9.7, 9.9.1 genoemde vergoedingen en exclusief de in de artikelen 3.1.11 en
3.1.11A vermelde eindejaarsuitkering en levensloopbijdrage in artikel 3.1.12.
12. Stagiair:
een leerling die een MBO- of een HBO-opleiding volgt ingevolge het OCW-opleidingsstelsel (beroepsopleidende
leerweg) en in die hoedanigheid een stage volgt.
13. Vakantiekracht:
de persoon die incidenteel tijdens de schoolvakanties werkzaam is voor een periode niet langer dan maximaal zes
weken achtereen.
14. Uurloon:
CAO VVT 2008-2010
CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg
-voor de berekening van vergoedingen/toeslagen als bedoeld in de artikelen 5.5.3, 5.7.3, 5.8.1, 5.8.2, 5.9.1,
5.11.3, 5.13, 5.14, overgangsbepaling bijlage A artikelen A3.2.3, A3.2.4, A3.3.3., A3.4.5 en A3.5 wordt het
uurloon berekend als 12 maal het maandsalaris gedeeld door 1878*, dan wel het periodesalaris gedeeld door
144;
-voor overige uurloongerelateerde arbeidsvoorwaarden wordt het uurloon berekend door het maandsalaris te
delen door 156, en het periodesalaris te delen door 144.
* 1878 betreft een gemiddeld aantal uren op jaarbasis gemeten over een periode van 7 jaar.
15. Verschoven diensten:
(Per 1-1-2009. Voor 2008 voor V&V opgenomen in Bijlage A, Hoofdstuk arbeidsduur en werktijden) een verplaatsing van een aantal aaneengesloten uren waarop de werknemer volgens de vastgestelde werktijden arbeid
zou moeten verrichten naar een ander moment, waarop de werknemer volgens de vastgestelde werktijden géén arbeid
zou hoeven te verrichten.
16. Weekend:
(Per 1-1-2009 voor de VVT. Voor TZ ook in 2008. Definitie voor V&V in 2008 opgenomen in Bijlage A, Hoofdstuk
Arbeidsduur en werktijden)
een periode van 48 uur vrij van dienst, vallend op zaterdag en zondag.
17. Werkgever:
de organisatie, als bedoeld in sub 1 dan wel sub 2 dan wel een combinatie van sub 1 en sub 2:
1. Verpleeg- en/of verzorgingshuis
a. De privaatrechtelijke rechtspersoon die één of meer instellingen beheert of doet beheren, die tenminste zijn
toegelaten voor de in het Besluit Zorgaanspraken AWBZ (Stb. 2002, 527) genoemde functionele
zorgaanspraak verblijf, alsmede voor een of meer van de volgende zorgaanspraken, te weten: persoonlijke
verzorging en/of verpleging en/of ondersteunende begeleiding en/of activerende begeleiding en/of
behandeling, mits deze instellingen, al dan niet in combinatie, voornamelijk werkzaam zijn ten behoeve van
cliënten met een somatische en/of psychogeriatrische aandoening of beperking en/of psychosociale
problematiek en/of de op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning gefinancierde huishoudelijke
verzorging, waaronder wordt begrepen het ondersteunen bij of overnemen van activiteiten op het gebied
van het verzorgen van het huishouden van een persoon dan wel van de leefeenheid waartoe een persoon
behoort.
b. De privaatrechtelijke rechtspersoon die een instelling beheert of doet beheren die is toegelaten voor een of
meer van de functionele zorgaanspraken van het Besluit Zorgaanspraken AWBZ behoudens de aanspraak
verblijf, voor zover deze instelling vóór 1 april 2003 viel onder artikel 14 respectievelijk 16 van het
gewijzigde Besluit Zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering (Stb. 2000, 221).
c. De door de in lid 1 en 2 bedoelde rechtspersoon beheerde voorziening die voornamelijk diensten verleent
ten behoeve van deze instellingen en/of hun cliënten alsmede de door de rechtspersoon geëxploiteerde
voorziening op het gebied van verzorging en/of huisvesting van ouderen.
d. Behoudens voor zover dit op grond van het Besluit Zorgaanspraken AWBZ is beperkt of uitgesloten,
kunnen de functionele zorgaanspraken zowel ten behoeve van intramuraal verblijvende en/of zelfstandig
wonende cliënten worden verricht.
e. Onder de in dit artikel genoemde rechtspersoon wordt verstaan zowel de rechtspersoon zonder
winstoogmerk als de rechtspersoon met winstoogmerk, mits de winst volledig ten goede komt aan de
zorg(instelling). Niet onder het begrip rechtspersoon valt de overheidswerkgever in de zin van de Wet
Privatisering ABP (Stb. 1995, 639).
2. Thuiszorgorganisatie
a. de privaatrechtelijke organisatie, dan wel een al of niet juridisch zelfstandig onderdeel hiervan, al of niet
met rechtspersoonlijkheid en al dan niet met winstoogmerk, waarvan de activiteiten hoofdzakelijk een
extramuraal karakter hebben en die zich voornamelijk richt op het verlenen van door de overheid op grond
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en/of de Zorgverzekeringswet verzekerde en gefinancierde
zorg respectievelijk de op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning gefinancierde hulp,
bestaande uit één of meer van de volgende vormen:
-huishoudelijke verzorging, waaronder wordt begrepen het ondersteunen bij of overnemen van
activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van een persoon dan wel van de
leefeenheid waartoe een persoon behoort, en/of persoonlijke verzorging en/of verpleging al dan niet in
combinatie met ondersteunende begeleiding en/of activerende begeleiding en/of prenatale zorg en/of
het uitlenen van verpleegartikelen en/of jeugdgezondheidszorg en/of dieetadvisering en/of vaccinaties;
en/of
- kraamzorg: waaronder wordt verstaan het leveren van de volgende activiteiten: partusassistentie,
verzorging en controle van kraamvrouw en pasgeborene, voorlichting en instructie, waarborgen van
hygiëne tijdens partus en kraambed, huishoudelijke verzorging en/of opvang;
b. de privaatrechtelijke organisatie(s) die beheerd wordt (worden) door (een) organisatie(s) als genoemd in lid
2 sub a en die uitsluitend dan wel nagenoeg uitsluitend activiteiten verricht(en) ten behoeve van die
organisatie(s).
18. Werknemer:
de persoon die een arbeidsovereenkomst is aangegaan met de werkgever, tenzij hij:
-de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;
-directeur is, waaronder wordt verstaan degene die als eindverantwoordelijke is belast met de
beleidsvoorbereiding en het beheer van de organisatie en daarvoor rechtstreeks verantwoording verschuldigd is
aan het bestuur of de raad van toezicht;
-werkzaam is als vakantiekracht;
-uurdocent is, waarbij onder uurdocent wordt verstaan de werknemer die incidenteel doceerwerkzaamheden
verricht;
19 . Werktijden:
uren waarop arbeid dient te worden verricht.
Artikel 1.2 Werkingssfeer, toepassing en ontheffingen
1. Deze cao is van toepassing op de arbeidsverhouding tussen de werkgever als bedoeld in artikel 1.1 lid 17 en de
werknemer als bedoeld in artikel 1.1 lid 18.
2. Partijen bij deze cao kunnen, op verzoek van de werkgever, wanneer de arbeidsverhouding tussen die werkgever
en zijn werknemers valt onder de werkingssfeer van meerdere cao’s, dan wel wanneer sprake is van toepassing
van meerdere cao’s in concernverband, besluiten de bepalingen van de CAO VVT niet van toepassing te
verklaren op de arbeidsverhouding tussen deze werkgever en al zijn werknemers dan wel een gedeelte van zijn
werknemers. Aan een besluit als in deze bepaling bedoeld, kunnen nadere voorwaarden worden verbonden.
3. De werkgever die (gedeeltelijk) niet onder de werkingssfeer van deze cao valt, kan cao-partijen verzoeken
instemming te verlenen deze cao toe te passen op de arbeidsverhouding met de werknemers die voorafgaand aan
de toetreding tot deze cao onder de werkingssfeer van een andere cao vallen. Aan een toetreding als in deze
bepaling bedoeld, kunnen nadere voorwaarden worden verbonden.
4. Partijen bij deze cao kunnen een commissie instellen, die bevoegd is om bij strijdigheid van de werkingssfeer
van deze cao met een andere bindende regeling van arbeidsvoorwaarden, in overleg met partijen bij voornoemde
regeling een oplossing vast te stellen.
5. Indien één der partijen bij deze cao van oordeel is dat toepassing van de in deze cao genoemde bepalingen,
bijlagen of onderdelen daarvan in hun onderling verband bezien binnen de instelling of categorieën van
instellingen dan wel ten aanzien van een bepaalde categorie van werknemers binnen de instelling(en) zal leiden
tot niet door partijen bedoelde effecten van de cao, kunnen partijen nadere uitvoeringsregelingen vaststellen,
welke van toepassing zijn op de instellingen dan wel categorieën van werknemers.
6. Indien bij of ingevolge wettelijke bepalingen regelen zijn of mochten worden gesteld, waarvan afwijking niet
geoorloofd is, is deze cao slechts van toepassing voor zover zij niet in strijd is met de vorenbedoelde wettelijke
bepalingen.
Artikel 1.3 Karakter cao
Tenzij daarin anders is bepaald, is het de werkgever niet toegestaan af te wijken van de bepalingen van deze cao.
Hoofdstuk 2 Arbeidsrelatie
Artikel 2.1 De arbeidsovereenkomst
1. De arbeidsovereenkomst met de werknemer, niet zijnde de leerling-werknemer, wordt conform de in de cao
opgenomen modelovereenkomst schriftelijk aangegaan en gewijzigd en wordt in tweevoud opgemaakt. De
werkgever draagt zorg dat de werknemer een door beide partijen ondertekend exemplaar ontvangt van deze
overeenkomst of de wijziging daarvan. De werkgever is verplicht de werknemer bij zijn indiensttreding
schriftelijk te informeren over de plaats van zijn functie binnen de instelling.
2. Voordat tot ondertekening van de arbeidsovereenkomstdoor de werknemer wordt overgegaan ontvangt hij tijdig
en uiterlijk een week voor indiensttreding een door de werkgever ondertekend exemplaar benevens een
exemplaar van de cao en van de ondernemingsovereenkomst waarin de per 1 januari 2008 gedecentraliseerde
afspraken zijn opgenomen.
3. De werkgever stelt de werknemer op de hoogte van (tussentijdse) wijzigingen in deze CAO en de met de OR
overeengekomen wijzigingen van de ondernemingsovereenkomst.
Artikel 2.2 Duur van de arbeidsovereenkomst
(Artikel 2.2 lid 1 treedt voor werknemers in dienst van een thuiszorgorganisatie ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 in werking
per 1 januari 2008 met inachtneming van de navolgende overgangsmaatregel. Ingevolge artikel 7: 668a lid 5 BW
wordt het aantal vóór 1 januari 2008 opgevolgde arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd niet meegeteld voor het
aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 7:668a lid 1 sub b BW. De duur van elkaar opgevolgde
tijdelijke arbeidsovereenkomsten in de periode tot 1 januari 2008 wordt wel meegeteld voor de maximale duur van 36
maanden als bedoeld in artikel 7: 668a BW).
1. De arbeidsovereenkomst kan worden aangegaan en opgevolgd voor bepaalde tijd conform het bepaalde in artikel
7: 668a BW dan wel worden aangegaan voor onbepaalde tijd.
2. Voor het aangaan en opvolgen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een kraamverzorgende
geldt, in afwijking van lid 1, het gestelde in de leden 3 t/m 10.
3. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag niet langer dan voor maximaal één jaar worden aangegaan,
tenzij sprake is van:
a. tijdelijke vervanging wegens het volgen van een opleiding, door ziekte, militaire dienst of tewerkstelling als
gewetensbezwaarde militaire dienst dan wel wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof of adoptieverlof
van een andere werknemer;
b. werkzaamheden met een kennelijk tijdelijk karakter.
4. a. Wanneer de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangegaan in de in lid 3 van dit
artikel onder a genoemde gevallen, bedraagt de maximale duur – inclusief eventuele verlengingen –
2,5 jaar.
b. Wanneer de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangegaan in de in lid 3 van dit artikel onder b
genoemde gevallen, is de duur gelijk aan de duur van de overeengekomen werkzaamheden.
5. In afwijking van het bepaalde in lid 3 van dit artikel mag een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een
leerling-kraamverzorgende na het verstrijken van de termijn van één jaar worden verlengd met maximaal 12
maanden, indien de opleiding binnen de termijn van één jaar niet met goed gevolg is afgerond.
6. Indien een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd samenloopt met een leerovereenkomst bedraagt de duur, in
afwijking van het bepaalde in lid 3, maximaal de duur van de leerovereenkomst.
7. Indien een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt belast met de uitvoering van
een project, waarvan de financiering van tijdelijke aard is, kan ter vervanging van deze werknemer met een
andere werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd worden aangegaan voor de duur van dit project,
zulks in afwijking van het bepaalde in lid 3.
8. Indien een arbeidsovereenkomst, die voor bepaalde tijd is aangegaan door werkgever en werknemer na het
verstrijken van deze bepaalde tijd stilzwijgend wordt voortgezet, wordt zij geacht vanaf dat tijdstip voor
onbepaalde tijd te zijn aangegaan.
9. Indien een arbeidsovereenkomst, die voor bepaalde tijd is aangegaan na het verstrijken van deze bepaalde tijd
door partijen voor bepaalde tijd wordt voortgezet, dienen ten aanzien van deze voortzetting(en) de
maximumtermijnen als bedoeld in dit artikel onverkort in acht te worden genomen en wel met dien verstande dat
voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd slechts mogelijk is indien en voor zover de
gezamenlijke duur van het tijdvak waarover de arbeidsovereenkomst aanvankelijk is aangegaan en de
termijn(en) waarmee zij is voortgezet geen overschrijding inhoudt van de van toepassing zijnde
maximumtermijn.
10. Wanneer meer dan drie voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met
tussenpozen van niet meer dan 31 dagen, waarbij door samentelling van die opeenvolgende
arbeidsovereenkomsten de van toepassing zijnde maximumtermijn niet wordt overschreden, dan worden de
vierde en de daarop volgende arbeidsovereenkomst(en) eveneens geacht te zijn aangegaan voor bepaalde tijd.
Artikel 2.3 Opzegging
1. Ingeval van opzegging of, indien in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een bepaling over tussentijdse
opzegging is opgenomen, zijn de wettelijke bepalingen omtrent opzegtermijnen van toepassing, tenzij in deze
cao uitdrukkelijk anders wordt bepaald. Opzegging dient schriftelijk te gebeuren.
2. Op grond van artikel 7: 672 lid 8 BW is bij verlenging van de opzegtermijn voor de werknemer, de opzegtermijn
voor de werknemer en de werkgever gelijk indien de opzegtermijn niet langer is dan 3 maanden. Bij een langere
opzegtermijn dan 3 maanden geldt voor de werkgever een dubbele opzegtermijn dan die voor de werknemer.
3. De datum van ingang van het ontslag als in dit artikel bedoeld is de eerste van de kalendermaand.
4. Opzegging door de werkgever op grond van arbeidsongeschiktheid kan slechts geschieden nadat de
ziekte/arbeidsongeschiktheid twee jaren heeft geduurd.
Artikel 2.4 Einde van de arbeidsovereenkomst
(Lid 1 treedt voor werknemers in dienst van een verpleeg- en/of verzorgingshuis ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 in werking
per 1 april 2008)
Naast hetgeen in Boek 7 BW inzake het einde van de arbeidsovereenkomst is aangegeven eindigt de
arbeidsovereenkomst:
1. wanneer de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, met ingang van de eerste dag van de
kalendermaand waarin de werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.
2. zonder opzegging, op de datum waarop de werknemer van het recht op de volledige overbruggingsuitkering
(OBU) ingevolge het pensioenreglement van PGGM gebruik maakt. Het gestelde in de vorige zin geldt niet,
indien de werkgever en de werknemer voorafgaand aan de datum van gebruikmaking van de volledige
overbruggingsuitkering, schriftelijk anders overeenkomen.
Hoofdstuk 3 Beloning
De bepalingen van Hoofdstuk 3 gelden per 1 juli 2009, tenzij per bepaling een andere inwerkingtredingsdatum is
aangegeven. Tot 1 juli 2009 respectievelijk tot de aangegeven datum dienen de bepalingen in Bijlage A
overgangsbepalingen verpleeg- en verzorgingshuizen, Hoofdstuk A1, respectievelijk Bijlage B overgangsbepalingen
Thuiszorg, Hoofdstuk B,1 te worden toegepast.
Artikel 3.1.1 Algemeen
1. Het salaris van de werknemer, voor zover niet vallend onder artikel 3.1.2 lid 1 sub d, bestaat uit een geldelijke
beloning als vermeld in de salarisschalen opgenomen in de tabellen 1, 3 en 5 van dit hoofdstuk. De in de
salarisschalen opgenomen bedragen gelden bij een voltijd arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week.
2. Het salaris van werknemers met een arbeidsduur van gemiddeld maximaal 40 uur per week als bedoeld in
artikel 4.1 lid 4, wordt vastgesteld door de in de tabellen 1, 3 en 5 genoemde bedragen naar rato te verhogen.
Het salaris van werknemers die een opleiding volgen, wordt met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.2.1
tot en met 3.2.9 vastgesteld.
Artikel 3.1.2 Functiewaarderingssysteem
1. a. De functie van de werknemer is met inachtneming van het onderstaande door de werkgever ingedeeld in
één van de functiegroepen 5, 10, 15, 20, 25, 30, 35, 40, 45, 50, 55, 60, 65, 70, 75 en 80.
b. De indeling als voornoemd volgt uit de toepassing van het actuele computerondersteunde systeem FWG.
c. Het computerondersteunde systeem FWG wordt voor toepassing van dit artikel tevens aangemerkt als
behorend tot dit artikel. De werknemer wordt niet in het bezit gesteld van het systeem, maar heeft de
mogelijkheid inzage te krijgen in het functiewaarderingssysteem.
d. Het in sub a. bepaalde vindt geen toepassing:
-voor de leerling-werknemer die een opleiding volgt als bedoeld in de artikelen 3.2.1 t/m 3.2.9,
behoudens het gestelde in artikel 3.2.8;
-voor de werknemer die is aangesteld in het kader van artikel 3.1.6 (Wet werk en bijstand);
-3.1.2 lid d: indien en zolang ingevolge artikel 59a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor
jonggehandicapten (Wajong), Stb. 1997, 391) of ingevolge artikel 7 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten (Wet REA, Stb. 1998,290) ontheffing is verkregen.
2. De wijze van (her)indelen van de functie van een werknemer en de daarbij te volgen procedure zijn vastgelegd in
het Hoofdstuk functiewaardering (FWG) van de cao. Lid 1 sub a t/m c is hierbij van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 3.1.3 Combinatiefunctie
(Geldt per 1 januari 2008 voor thuiszorgorganisatie ex artikel 1.1 lid 17 sub 2. Is conform de vóór 1 januari 2008
geldende bepaling van de CAO V&V)
De combinatiefunctie wordt volgens onderstaande procedure bepaald:
a. bepaling deelfunctie;
b. indeling deelfunctie;
c. inschaling;
d. bepaling tijdbeslag deelfunctie;
e. naar rato vaststellen van het salaris.
Artikel 3.1.4 Toepassing salarisschalen
1. De werkgever bepaalt op grond van de functie-indeling ingevolge artikel 3.1.2 dan wel artikel 3.1.3, welke
salarisschaal voor de werknemer van toepassing is. Het nummer van de salarisschaal correspondeert met het
nummer van de functiegroep, waarin de functie van de werknemer is ingedeeld.
2. Voor de werknemer die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, gelden de bij zijn salarisschaal behorende
jeugdsalarissen en het hierin bij zijn leeftijd vermelde salaris.
Voor werknemers werkzaam bij een verpleeg- en verzorgingshuis ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 geldt:
3. De werknemer wordt op het bij diens leeftijd behorende bedragdan wel op het bij 0 functiejaren vermelde
bedrag uit die schaal, dan wel, indien zijn al dan niet elders verkregen ervaring daartoe aanleiding geeft, op een
hoger bedrag uit die schaal ingeschaald.
Voor werknemers werkzaam bij een thuiszorgorganisatie ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 geldt:
4. Indien een werknemer, direct voorafgaand aan zijn indiensttreding reeds in een andere onder de werkingssfeer
van deze CAO vallende instelling in een zelfde, volgens dezelfde salarisschaal gehonoreerde functie werkzaam
is geweest, wordt ten minste de in deze functie verworven salarisanciënniteit in de nieuwe functie gehandhaafd.
Artikel 3.1.5 Salarisgarantieregeling
1. De werknemer die vóór 1 juli 2009 in dienst is van een verpleeg- en verzorgingshuis ex artikel 1.1 lid 17 sub 1
en die als gevolg van de invoering van de per 1 juli 2009 geharmoniseerde salarisschalen als bedoeld in tabel 5
van dit hoofdstuk een teruggang van salaris of salarisuitloop zou ondervinden, behoudt een integrale garantie op
het salaris en de salarisuitloop, zoals dat gold tot 1 juli 2009 volgens tabel 1.
2. De in lid 1 bedoelde salarisbedragen worden aangepast aan de algemene salarisaanpassingen van deze cao.
Artikel 3.1.6 Werknemers aangesteld in het kader van de Wet werk en inkomen
1. Voor de werknemer wiens aanstelling (mede) gesubsidieerd wordt in het kader van de Wet werk en bijstand
(Stb. 2003,375), gelden de navolgende bepalingen.
2. De werknemer wordt met inachtneming van artikel 3.1.2 lid 1 sub d ingedeeld in functiegroep 05. De werkgever
kan met de werknemer overeenkomen dat van het voorgaande in positieve zin kan worden afgeweken.
3. De werkgever draagt zorg voor adequate begeleiding en zal zich inspannen om de werknemer, bij gebleken
geschiktheid alsmede bij aanwezigheid van een geschikte vacante functie binnen de instelling, door te laten
stromen naar een reguliere arbeidsplaats.
4. Voor werknemers die vóór 1 januari 2008 in dienst waren en vielen onder artikel 3.4 van de CAO-Verpleeg-, en
Verzorgingshuizen 2006-2007, geldt een integrale salarisgarantie inclusief uitloop van dat artikel. De salarissen
worden aangepast aan de algemene loonaanpassingen van de CAO.
Artikel 3.1.7 Periodieke verhogingen
(Treedt in werking per 1augustus 2008)
1. Tenzij hierover in de arbeidsovereenkomst anders is bepaald, wordt éénmaal per jaar een salarisverhoging
binnen de schaal toegekend.
De periodieke verhoging wordt voor de eerste maal toegekend
a. één jaar na indiensttreding;
b. bij bevordering tot een functie welke is ingedeeld in een hogere functiegroep;
c. bij het bereiken van de genoemde leeftijd bij de betreffende leeftijdschaal
2. Indien de toepassing van een systeem van personeelsbeoordeling naar het oordeel van de werkgever daartoe
aanleiding geeft, kan de werkgever besluiten in enig jaar géén dan wel op meerdere momenten in dat jaar een
salarisverhoging binnen de schaal toe te kennen.
3. Indien de werkgever toepassing geeft aan een systeem van personeelsbeoordeling zoals bedoeld in lid 2 worden
de in de vorige volzin bedoelde salarisbedragen op basis hiervan toegekend.
Artikel 3.1.8 Uitbetaling salaris
1. De werknemer dient uiterlijk twee dagen, zon- en feestdagen niet meegerekend, voor het einde van de
kalendermaand over zijn salaris over die maand te kunnen beschikken.
2. De vergoedingen als bedoeld in artikel 3.1.13, 5.3.1, 5.5.3, 5.9.1, 9.1, 9.2, 9.3.1, 9.4.1, 9.4.2, 9.6, 9.7 en 9.9.1
worden uiterlijk aan het einde van de kalendermaand, volgende op die waarin de aanspraken zijn ontstaan, aan
de werknemer uitbetaald.
3. Van wijzigingen in het salaris en in de salarisberekening, ontvangt de werknemer telkens schriftelijk, door
middel van een specificatie, mededeling.
Artikel 3.1.9 Bevordering
1. Bij bevordering tot een functie welke is ingedeeld in een hogere functiegroep, wordt het salaris ontleend aan de
salarisschaal van de nieuwe functie, met dien verstande dat het tot dan toe genoten salaris met 2 periodieken
wordt verhoogd en het nieuwe salaris tenminste gelijk moet zijn aan het minimum van de schaal van de functie,
waarnaar de werknemer werd bevorderd, doch nimmer meer mag bedragen dan het maximum van de bij deze
hogere functie behorende schaal.
2. Van het in de leden 1 en 2 bepaalde kan door de werkgever worden afgeweken. Wanneer de werkgever,
overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van de WOR, zijn voorgenomen besluit tot afwijking als in de vorige
volzin bedoeld aan de OR voorlegt, kan hiertegen niet als bezwaar worden ingebracht dat de cao een dergelijke
regeling uitsluit. Het in de vorige volzin bedoelde besluit van de werkgever heeft dezelfde rechtskracht als de
bepalingen van deze cao.
Artikel 3.1.10 Bijzondere beloningen
(Geldt per 1 januari 2008)
De werkgever kan eenmalige of tijdelijke extra beloningselementen toekennen.
Toepassing hiervan kan ertoe leiden dat het maximum van de van toepassing zijnde salarisschaal wordt overschreden.
Artikel 3.1.11 Structurele eindejaarsuitkering
De leden 1 t/m 3 van dit artikel treden in werking voor thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 per 1 juli
2009. Tot 1 juli 2009 geldt voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 het gestelde in Bijlage
A, Hoofdstuk Beloning en voor thuiszorgorganisaties het gestelde in Bijlage B, artikel 1.3 Hoofdstuk Beloning)
1. De werknemer ontvangt in december een eindejaarsuitkering van 4% van het door hem in een kalenderjaar
verdiende salaris inclusief de vakantiebijslag en eventueel meerwerk maar exclusief alle overige toeslagen
vergoedingen als bedoeld in de cao.
2. Lid 1 geldt met inachtneming van het recht van de werknemer die op 1 januari 2008 in dienst was van een
thuiszorgorganisatie ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 en er voor gekozen heeft, 1,5%-punt van de eindejaarsuitkering
als bedoeld in lid 1 te behouden in de vorm van 25 uren (vakantie)verlof als bedoeld in artikel 6.1 van de cao.
3. De werknemer, die een gedeelte van het jaar in dienst is (geweest), ontvangt de eindejaarsuitkering naar rato van
het aantal maanden dat hij in dienst is (geweest).
(Lid 4 treedt voor werknemers in de thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 in werking per 1 januari
2010)
4. De eindejaarsuitkering wordt voor werknemers van 22 jaar of ouder tenminste berekend over
inpassingstabelnummer 12 van tabel 6 van dit hoofdstuk, verhoogd met 8% vakantiebijslag
Artikel 3.1.11A Eenmalige uitkering verpleeg- en verzorgingshuizen 2009
1. Werknemers in dienst van een verpleeg- en/of verzorgingshuis ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 krijgen in 2009 een
eenmalige uitkering van 0,5% van het jaarsalaris 2009, inclusief vakantiebijslagen eventueel meerwerk, maar
exclusief alle overige toeslagen of vergoedingen, uit te betalen in december 2009 conform opbouwsystematiek
van de structurele eindejaarsuitkering.
2. De werknemer, die een gedeelte van het jaar in dienst is (geweest), ontvangt de eenmalige uitkering naar rato
van het aantal maanden dat hij in dienst is (geweest).
3. De eenmalige uitkering wordt voor werknemers van 22 jaar of ouder tenminste berekend over
inpassingstabelnummer 12 van tabel 6 van dit hoofdstuk, verhoogd met 8% vakantiebijslag.
Artikel 3.1.12 Levensloopbijdrage verpleeg- en verzorgingshuizen
1. De werknemer in dienst van een verpleeg- of verzorgingshuis ex artikel 1.1 lid 17 sub 1, die deel neemt aan de
levensloopregeling zoals bedoeld in de “Wet aanpassing fiscale behandeling Vut/prepensioen en introductie
levensloopregeling (Stb.2005, 115) heeft recht op een bijdrage van 0,5% van het voor hem geldende salaris.
2. De werknemer die niet deelneemt aan de levensloopregeling als bedoeld in lid 1, heeft recht op een toeslag van
0,5% van het voor hem geldende salaris.
Artikel 3.1.13 Vakantiebijslag
(Deze bepaling geldt per 1 juni 2008. Tot 1 juni 2008 geldt voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid
17 sub 1 het bepaalde in Bijlage A, artikel 1.6 Hoofdstuk Beloning en voor thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17
sub 2 het gestelde in Bijlage B, artikel 1.4 Hoofdstuk Beloning)
1. De werknemer heeft recht op een vakantiebijslag voor iedere maand of deel van een maand waarin hij salaris
heeft genoten.
2. De vakantiebijslag bedraagt 8% van het per maand uitgekeerde salaris.
3. De vakantiebijslag wordt éénmaal per jaar in de maand mei dan wel periode 5 uitgekeerd over een periode van
12 maanden dan wel 13 periodes, aanvangende met de maand juni dan wel periode 6 van het voorafgaande
kalenderjaar. De vakantiebijslag wordt eerder uitgekeerd bij einde dienstverband.
4. In afwijking van lid 3 kan de vakantiebijslag ten hoogste 2 maal per jaar worden uitgekeerd doch in elk geval
uiterlijk in mei dan wel periode 6 van het desbetreffende jaar.
(Lid 5 geldt voor werknemers in dienst van een verpleeg- of verzorgingshuis ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 en per 1 juni
2010 tevens voor werknemers in dienst van een thuiszorgorganisatie ex artikel 1.1 lid 17 sub 2)
5. Voor werknemers van 22 jaar of ouder bedraagt in enig jaar de vakantiebijslag bij een vol jaar dienstverband
minimaal € 1673,81 per jaar* (€ 1724,02 per jaar**). Het minimumbedrag wordt in de maand mei van het
uitkeringsjaar verhoogd met:
a de eventuele algemene loonaanpassingen die in het kader van deze cao hebben plaatsgevonden;
b het effect van de eventuele verhoging in het afgelopen jaar van het vakantiebijslagpercentage;
* per 1 mei 2008
** per 1 mei 2009
(Lid 6 geldt tot 1 juni 2010 voor werknemers in dienst van een thuiszorgorganisatie ex artikel 1.1 lid 17 sub 2)
6. De vakantiebijslag bedraagt voor de werknemer van 21 jaar of ouder met een volledig dienstverband minimaal
€ 114,97 per maand. Dit bedrag wordt naar evenredigheid verminderd indien de werknemer slechts een deel van
de periode waarover vakantiebijslag wordt berekend in dienst is geweest dan wel in die periode of een deel
daarvan in deeltijd heeft gewerkt. Het in dit lid bedoelde minimumbedrag wordt niet toegepast op de werknemer
die bij de instelling werkzaam is op basis van gesubsidieerde arbeid.
Artikel 3.1.14 Pensioen
Tekst per 1 januari 2008. Is samenvoeging van bestaande bepalingen uit de CAO T en de CAO V&V
1. De rechten en de verplichtingen van de werkgever en de werknemer, betrekking hebbend op de voor de
werknemer geldende pensioenregeling, daaronder begrepen de regeling inzake de vaststelling van de hoogte van
de jaarlijkse premie, worden geregeld in de bepalingen van het pensioenreglement van het Pensioenfonds Zorg
en Welzijn, c.q. in een in het kader van dit pensioenfonds goedgekeurde regeling.
2. De werkgever verhaalt een deel van de aan het Pensioenfonds Zorg en Welzijn af te dragen premie op de
werknemers door toepassing van een jaarlijks door partijen bij deze cao vast te stellen berekeningsformule. Deze
formule wordt zodanig vastgesteld, dat, gebaseerd op een jaarlijkse opgave van het Pensioenfonds Zorg en
Welzijn van de totale premielasten verbonden aan de deelnemers in het Pensioenfonds Zorg en Welzijn van de
branche verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1, 50% van deze aan het Pensioenfonds Zorg en
Welzijn af te dragen premies op de werknemers wordt verhaald.
Artikel 3.1.15 Gratificatie
Voor werknemers in dienst van een thuiszorgorganisatie ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 geldt:
1. De werknemer die al of niet met onderbreking in dienst is geweest van een of meer werkgevers, die onder de
werkingssfeer van deze CAO vallen, heeft recht op een jubileumgratificatie bij het volbrengen van een diensttijd
van 25, 40 of 50 jaar, volgens de normen van het tweede lid van dit artikel. Onder diensttijd wordt voor de
toepassing van dit artikel tevens begrepen de diensttijd in de sector gezinsverzorging bij een werkgever die
onder de werkingssfeer van de CAO Welzijn viel, toen de gezinsverzorging nog bij die CAO was ondergebracht.
2. De in het eerste lid bedoelde jubileumgratificatie bedraagt bij:
– 25 dienstjaren een bruto half maandsalaris;
– 40 dienstjaren een bruto heel maandsalaris;
– 50 dienstjaren een bruto heel maandsalaris.
3. Onder maandsalaris wordt begrepen:
a. het bruto maandsalaris, vermeerderd met
b. vakantiebijslag over een maand, een en ander afgerond op (een veelvoud van) € 2,50.
Voor werknemers in dienst van een verpleeg en/ of verzorgingshuis ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 geldt:
1. De werknemer, die onafgebroken in dienst van de werkgever is geweest, heeft recht op een éénmalige
gratificatie ten bedrage van een kwart van het maandsalaris bij 12,5 jaar, de helft van het maandsalaris bij 25
jaar, en een vol maandsalaris bij 40 jaar dienst. Indien de contractuele arbeidsduur in de relevante dienstjaren
wijziging(en) heeft ondergaan, wordt het maandsalaris naar evenredigheid van die contractuele arbeidsduur
verhoogd of verlaagd.
Bij toekenning van hetzij ouderdomspensioen hetzij volledige overbruggingsuitkering, heeft de werknemer recht
op een gratificatie ten bedrage van de helft van het maandsalaris.
Ingeval de werknemer gebruik maakt van ruil-OBU wordt de gratificatie toegekend op het moment dat de
werknemer met volledige OBU gaat; de berekening dient echter gebaseerd te worden op het voltijd salaris.
2. Het gestelde in lid 1 geldt voor de werknemer die voor 1 januari 2001 viel onder § IIB CAO 1999-2000 met
inachtneming van het gestelde in Bijlage B van de CAO V&V 2006.
Artikel 3.1.16 Spaarloonregeling
Tekst per 1 januari 2008. Is conform de bepalingen uit de CAO T en de CAO V&V zoals die golden tot 1 januari
De werkgever stelt de werknemer in de gelegenheid deel te nemen aan een spaarloonregeling, zoals bedoeld in de
Wet van 1 november 1993 betreffende winstdelings- en spaarregelingen voor werknemers (Stb. 573).
Artikel 3.1.17 Loondoorbetaling inval-/oproepkrachten en min/max-contracten kraamzorg
Deze bepaling geldt per 1 januari 2008 specifiek voor de kraamzorg. De tekst is conform artikel 23 lid 4 van de CAO
T zoals die gold tot 1 januari 2008.
1. De inval-/oproepkracht werkzaam bij een kraamzorginstelling waarmee een nul-urencontract is
overeengekomen, heeft, na verloop van de eerste zes maanden van een dergelijk contract, geen recht op
loondoorbetaling tijdens de perioden waarin hij door de werkgever niet is opgeroepen om werkzaamheden te
verrichten, zulks conform het bepaalde in artikel 7:628, lid 7, van het Burgerlijk Wetboek.
2. Recht op loondoorbetaling bestaat evenmin in het geval de werknemer in de kraamzorg werkzaam is op basis
van een min-maxcontract, waarbij het eventueel bovenminimale aantal te werken uren naar analogie van een
nul-urencontract wordt toegepast en de werknemer niet is opgeroepen om tijdens de bovenminimale uren
werkzaamheden te verrichten.
3. Indien zich voorafgaand aan of tijdens een periode waarvoor de werknemer al is opgeroepen een buiten de
werknemer gelegen onvoorziene omstandigheid voordoet, waardoor de werknemer geen werkzaamheden kan
verrichten, is de hiervoor bedoelde uitsluiting van loondoorbetaling niet van toepassing. Deze bepaling laat
onverlet hetgeen ter zake voor de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst al dan niet is bepaald in de
individuele arbeidsovereenkomst, zulks conform het bepaalde in artikel 7:628, lid 5, van het Burgerlijk
Wetboek.
Artikel 3.2.1 Beroepsopleidingen
a. Salaris leerling-verpleegkundige (kwalificatieniveau 4 en de duale opleiding van kwalificatieniveau 5), leerlingverzorgende
en leerling-verzorgende-IG (kwalificatieniveau 3/3-IG) per 1/3/2009*
Per maand Per periode Per uur
1e praktijkleerjaar 1123,91 1033,92 7,18
2e praktijkleerjaar 1325,89 1219,68 8,47
3e praktijkleerjaar 1712,27 1575,36 10,94
4e praktijkleerjaar 1712,27 1575,36 10,94
Voor leerling-verpleegkundigen (kwalificatieniveau 5) kan afgeweken worden van het voorgaande indien het tweede
jaar, in het verlengde van het eerste jaar, een overwegend theoretisch karakter draagt en waarin stages zijn
opgenomen. Voor een periode van 12 maanden kan in dit jaar een leerovereenkomst met de leerling worden
aangegaan. In het derde jaar, wanneer met de leerling een leer/arbeidsovereenkomst is aangegaan, begint de leerling
met een salaris behorende bij het tweede praktijkleerjaar.
b. Salaris leerling-helpende (kwalificatieniveau 2) per 1/3/2009*
Per maand Per periode Per uur
1e praktijkleerjaar 990,01 911,52 6,33
2e praktijkleerjaar 1132,13 1041,12 7,23
c. Salaris leerling zorghulp (kwalificatieniveau 1)
De leerling-werknemer ontvangt tijdens de opleiding tot zorghulp een salaris conform het Wettelijk
minimum(jeugd)loon*.
* Voor zover het minimumloon niet hoger ligt. Deze salarissen zijn voltijd salarissen, gebaseerd op 36 uur, te
meten per praktijkleerjaar. Het voltijd salaris is inclusief maximaal (4 x 52) 208 uren lestijd voor binnenschools
leren, te meten per praktijkleerjaar. Voor werknemers met een deeltijd arbeidsduur gelden de bedragen naar rato.
Artikel 3.2.2 Sal arisgarantie leerling-werknemer
1. Indien een werknemer, die reeds in dienst is anders dan als aspirant leerling, de opleiding verzorgende
respectievelijk verzorgende-IG gaat volgen, dan behoudt deze leerling-werknemer het salaris behorende bij de
salarisschaal van de laatstelijk uitgeoefende functie, tenzij het salaris bij de voor de opleiding geldende schaal
hoger is.
2. De werkgever kan de salarisgarantie als bedoeld in lid 1 uitbreiden met een of meer van de overige
basisopleidingen als bedoeld in artikel 3.2.1.
3. De werkgever kan ten positieve afwijken van het leerling-salaris van een van de basisopleidingen als bedoeld in
artikel 3.2.1, indien de leerling-werknemer, voorafgaand aan de indiensttreding, elders op grond van betaalde
arbeid een hoger salaris verdiende dan het betreffende leerling-salaris.
4. De leerling-verpleegkundige, die in het bezit is van een diploma ziekenverzorging of diploma verpleegkundige
wordt, onverminderd de bevoegdheid als bedoeld in lid 2, gedurende de periode van de nieuwe
leer/arbeidsovereenkomst gesalarieerd:
-bij het bezit van het diploma ziekenverzorging: volgens de jeugdschaal dan wel volgens een van de
inpassingstabelnummers, behorende bij de salarisschalen van functiegroep 30;
- bij het bezit van het diploma verpleegkundige: volgens de jeugdschaal dan wel volgens een van de
inpassingstabelnummers, behorende bij de salarisschalen van functiegroep 35.
De leerling-verpleegkundige die in het bezit is van een diploma MDGO en tenminste over één jaar functionele
werkervaring beschikt, wordt gedurende de periode van de nieuwe leer/arbeidsovereenkomst gesalarieerd
volgens de jeugdschaal dan wel volgens een van de inpassingstabelnummers behorende bij de salarisschalen van
functiegroep 30.
Artikel 3.2.3 Aspirant leerlingen
Voor de werknemer die in dienst treedt voorafgaand aan de opleiding als bedoeld in artikel 3.2.1 sub a respectievelijk
sub b, geldt het salaris behorende bij het 1e praktijkleerjaar zoals bedoeld in artikel 3.2.1 sub a respectievelijk sub b.
Voor de werknemer die in dienst treedt voorafgaand aan de opleiding als bedoeld in artikel 3.2.1 sub c, geldt het
salaris overeenkomstig het Wettelijk minimum(jeugd)loon.
Artikel 3.2.4 Faciliteitenregeling leerlingen
(Per 1 januari 2008)
1. Voor de leerling verpleegkundige (kwalificatieniveau 4) en de leerling verzorgende-IG geldt als uit gangspunt
dat er sprake is van een voorbereidende periode van 9 maanden respectievelijk 7 maanden. Voor de leerlingverzorgende
kan sprake zijn van een voorbereidende periode.
Gedurende deze voorbereidende periode wordt een zakgeld van € 347,- bruto per maand toegekend. Bij
toepassing van periodebedragen bedraagt het zakgeld € 319,- per periode. Indien in het tweede jaar van de duale
opleiding tot verpleegkundige (kwalificatieniveau 5) met de leerling een leerovereenkomst wordt aangegaan,
wordt eveneens een zakgeld van € 347,- bruto per maand resp. 319,- per periode toegekend. Geen zakgeld wordt
toegekend indien en voor zolang de leerling een uitkering ontvangt, die gelijk is aan of hoger is dan € 347,- per
maand resp. 319,- per periode.
2. Leerlingen in de verzorgende, verpleegkundige en sociaal agogisch werk opleidingen (MBO/HBO), die in het
kader van de beroepsopleidende leerweg (BOL) een stage volgen, ontvangen een stagevergoeding van € 275,bruto
per maand. De vergoeding wordt toegekend indien er per beroepspraktijkvormingsjaar tenminste 144 uren
stage wordt gelopen bij de werkgever. De stagevergoeding wordt toegekend op basis van een voltijdstage van
gemiddeld 4 dagen per week. In geval er minder stage wordt gevolgd, wordt de vergoeding naar rato van het
aantal dagen toegekend.
3. De stagevergoeding als bedoeld in lid 2 wordt jaarlijks geïndexeerd met de Consumenten Prijs Index (CPI).
Artikel 3.2.5 Opleiding tot verpleeghuisarts
(Geldt voor werknemers in opleiding tot verpleeghuisarts die vóór 1 september 2007 in dienst zijn getreden)
1. Voor de werknemer die de opleiding tot verpleeghuisarts volgt, geldt tenminste het bij nul dienstjaren vermelde
bedrag van de laagste voorkomende functiegroep voor de artsenfunctie.
2. Voor de salarisvaststelling worden de uren in aanmerking genomen waarop daadwerkelijk arbeid wordt verricht.
3. In overleg tussen werkgever en werknemer kan in afwijking van lid 2 worden overeengekomen dat de lesuren
geheel dan wel gedeeltelijk als werktijd worden aangemerkt.
Artikel 3.2.6 Opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog
1. Voor de werknemer die de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog volgt, geldt tenminste het bij nul
dienstjaren vermelde bedrag van de laagste voorkomende functiegroep voor de psychologenfunctie.
2. Voor de salarisvaststelling worden de uren in aanmerking genomen waarop daadwerkelijk arbeid wordt verricht.
3. In overleg tussen werkgever en werknemer kan in afwijking van lid 2 worden overeengekomen dat de lesuren
geheel dan wel gedeeltelijk als werktijd worden aangemerkt.
Artikel 3.2.7 Overige BBL opleidingen in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)
1. Bij indiensttreding geldt voor de werknemer die in opleiding is in het kader van een van de overige BBL
opleidingen van de WEB, niet zijnde de opleiding als bedoeld in artikel 3.2.1, de jeugdbedragen (bij leeftijd van
21 jaar of ouder: de salarisschaal van de functiegroep) behorende bij een door de werkgever vastgestelde schaal
die ligt onder de salarisschaal van de laagst voorkomende schaal voor de functie waarvoor wordt opgeleid.
2. Het onder 1 bedoelde salaris wordt aangepast aan de omvang van het dienstverband. Deze omvang wordt
bepaald door het aantal uren arbeid dat gegeven de organisatie van het onderwijs kan worden verricht.
Artikel 3.2.8 Overige opleidingen
Indien een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan met het oog op een opleiding, anders dan genoemd in artikel 3.2.1,
3.2.5, 3.2.6 of 3.2.7 in het kader waarvan het een vereiste is praktisch werkzaam te zijn en waarvoor de
eindverantwoordelijkheid niet bij de werkgever berust, geldt het volgende:
1. voor de vaststelling van het salaris zijn van toepassing de artikelen 3.1.2 en 3.1.4;
2. voor de salarisvaststelling worden de uren in aanmerking genomen waarop daadwerkelijk arbeid wordt verricht.
Bij hoge uitzondering kan in overleg tussen werkgever en werknemer worden overeengekomen dat de lesuren
geheel dan wel gedeeltelijk als werktijd worden aangemerkt.
Artikel 3.2.9 Leerlingsalarissen verkorte opleiding tot kraamverzorgende
1. Voor leerling-werknemers die een verkorte opleiding tot kraamverzorgende volgen, gelden de navolgende
salarisbedragen waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:
a. de verkorte opleiding voor anders opgeleiden: zij die al een andere zorgopleiding hebben genoten;
b. de verkorte opleiding voor niet-opgeleiden: zij die nog geen relevante opleiding voor de zorg hebben
genoten.
2. De salarisbedragen zijn vermeld op basis van een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week. Bij een geringere
gemiddelde arbeidsduur worden de bedragen naar rato daarvan toegepast. Indien het wettelijk minimum(
jeugd)loon hoger ligt dan de vermelde bedragen, geldt het wettelijk minimum(jeugd)loon.
3. Voorts geldt voor reeds bij de werkgever in een andere functie in dienst zijnde werknemers die de verkorte
opleiding gaan volgen dat de bestaande salarisaanspraak wordt gehandhaafd.
4. Als uitgangspunt geldt dat een arbeidsduur van gemiddeld 32 uur per week wordt afgesproken. Daarbij wordt de
opleidingstijd, zijnde de op school doorgebrachte tijd, gerekend tot de arbeidsduur. Werkgever en leerlingwerknemer
kunnen in overleg afwijken van het uitgangspunt van de gemiddelde 32-urige arbeidsduur.
5. Na het behalen van het certificaat van de opleiding wordt de werknemer bij totstandkoming van de
arbeidsovereenkomst ingeschaald in de bij de functie kraamverzorgende behorende salarisschaal. Inschaling
geschiedt in beginsel in aanloopperiodiek 1, met dien verstande, dat de werkgever op basis van artikelen 3.1.4 en
3.1.9 een hoger volgnummer kan toepassen
Salarisbedragen met ingang van 1 maart 2009 dan wel periode 3 van 2009 bij verkorte opleiding voor anders
opgeleiden
Per maand Per periode Per uur
Eerste maand € 1.369,58 € 1.260,00 € 8,75
Vanaf de tweede maand
Bedrag van salarisschaal FWG 20,
aanloopperiodiek 0
Bedrag van salarisschaal FWG
20, aanloopperiodiek 0
Bedrag van salarisschaal FWG
20, aanloopperiodiek 0
Salarisbedragen met ingang van 1 maart 2009 dan wel periode 3 van 2009 bij verkorte opleiding voor nietopgeleiden
Per maand Per periode Per uur
Eerste leerjaar € 1.174,26 € 1.080,00 € 7,50
Vanaf de dertiende maand
Bedrag van salarisschaal FWG
20, aanloopperiodiek 0
Bedrag van salarisschaal
FWG 20, aanloopperiodiek 0
Bedrag van salarisschaal FWG 20,
aanloopperiodiek 0
Tabel 1 Salarisschalen verpleeg- en verzorgingshuizen1 per 1 maart 2009
salarisschalen functiegroep 5 salarisschalen functiegroep 25 salarisschalen functiegroep 45
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal aanloopschaal functionele schaal
3 4 5 23 24 25 44 45
17 851,44 0 1 1367,02 0 3 1418,66 17 958,31 0 4 1473,88 0 7 1598,35 0 10 1728,71 0 16 2083,38
18 992,37 1 2 1392,85 1 4 1473,88 18 1119,21 1 5 1527,89 1 9 1681,74 1 12 1836,77 1 18 2199,65
19 1134,47 2 3 1418,66 2 5 1527,89 19 1278,92 2 6 1557,26 2 10 1728,71 2 14 1961,24 2 20 2318,27
20 1276,57 3 4 1473,88 3 6 1557,26 20 1438,64 3 7 1598,35 3 11 1781,56 3 16 2083,38 3 21 2378,17
4 7 1598,35 4 8 1638,30 4 12 1836,77 4 17 2136,23 4 22 2436,88
5 8 1638,30 5 9 1681,74 5 13 1899,01 5 18 2199,65 5 23 2496,77
11 9 1681,74 6 14 1961,24 6 19 2257,19 6 24 2557,85
13 10 1728,71 7 15 2018,81 7 25 2620,08
8 16 2083,38 8 26 2684,67
14 17 2136,23 9 27 2751,63
16 18 2199,65 10 28 2810,33
salarisschalen functiegroep 10 salarisschalen functiegroep 30 salarisschalen functiegroep 50
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal aanloopschaal functionele schaal
8 9 10 28 29 30 49 50
17 884,34 0 1 1367,02 0 4 1473,88 17 984,15 0 6 1557,26 0 8 1638,30 0 14 1961,24 0 21 2378,17
18 1032,30 1 2 1392,85 1 5 1527,89 18 1147,38 1 7 1598,35 1 10 1728,71 1 16 2083,38 1 23 2496,77
19 1179,09 2 3 1418,66 2 6 1557,26 19 1311,81 2 8 1638,30 2 12 1836,77 2 18 2199,65 2 25 2620,08
20 1327,08 3 4 1473,88 3 7 1598,35 20 1475,05 3 9 1681,74 3 13 1899,01 3 20 2318,27 3 27 2751,63
4 5 1527,89 4 8 1638,30 4 10 1728,71 4 14 1961,24 4 21 2378,17 4 28 2810,33
5 9 1681,74 5 11 1781,56 5 15 2018,81 5 22 2436,88 5 29 2876,10
6 10 1728,71 6 16 2083,38 6 23 2496,77 6 30 2940,71
12 11 1781,56 7 17 2136,23 7 31 3001,76
14 12 1836,77 8 18 2199,65 8 32 3062,83
14 19 2257,19 9 33 3127,42
16 20 2318,27 10 34 3192,02
salarisschalen functiegroep 15 salarisschalen functiegroep 35 salarisschalen functiegroep 55
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal aanloopschaal functionele schaal
13 14 15 33 34 35 54 55
17 917,22 0 2 1392,85 0 5 1527,89 17 1038,18 0 8 1638,30 0 10 1728,71 0 19 2257,19 0 26 2684,67
18 1069,88 1 3 1418,66 1 6 1557,26 18 1210,81 1 9 1681,74 1 12 1836,77 1 21 2378,17 1 28 2810,33
19 1222,56 2 4 1473,88 2 7 1598,35 19 1383,45 2 10 1728,71 2 14 1961,24 2 23 2496,77 2 30 2940,71
20 1374,04 3 5 1527,89 3 8 1638,30 20 1556,08 3 11 1781,56 3 15 2018,81 3 25 2620,08 3 32 3062,83
4 6 1557,26 4 9 1681,74 4 12 1836,77 4 16 2083,38 4 26 2684,67 4 34 3192,02
5 10 1728,71 5 13 1899,01 5 17 2136,23 5 27 2751,63 5 35 3251,93
6 11 1781,56 6 18 2199,65 6 28 2810,33 6 36 3311,81
7 12 1836,77 7 19 2257,19 7 37 3381,10
13 13 1899,01 8 20 2318,27 8 38 3451,57
15 14 1961,24 9 21 2378,17 9 39 3520,86
10 40 3583,11
salarisschalen functiegroep 20 salarisschalen functiegroep 40 salarisschalen functiegroep 60
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal aanloopschaal functionele schaal
18 19 20 39 40 59 60
17 934,82 0 3 1418,66 0 6 1557,26 0 10 1728,71 0 12 1836,77 0 25 2620,08 0 32 3062,83
18 1091,02 1 4 1473,88 1 7 1598,35 1 11 1781,56 1 14 1961,24 1 27 2751,63 1 34 3192,02
19 1246,03 2 5 1527,89 2 8 1638,30 2 12 1836,77 2 16 2083,38 2 29 2876,10 2 36 3311,81
20 1401,06 3 6 1557,26 3 9 1681,74 3 13 1899,01 3 17 2136,23 3 31 3001,76 3 38 3451,57
4 7 1598,35 4 10 1728,71 4 14 1961,24 4 18 2199,65 4 32 3062,83 4 40 3583,11
5 11 1781,56 5 15 2018,81 5 19 2257,19 5 33 3127,42 5 42 3718,16
6 12 1836,77 6 20 2318,27 6 34 3192,02 6 44 3848,50
7 13 1899,01 7 21 2378,17 7 45 3906,07
8 14 1961,24 8 22 2436,88 8 46 3964,78
14 15 2018,81 9 23 2496,77 9 47 4025,85
16 16 2083,38 10 24 2557,85 10 48 4084,58
salarisschalen functiegroep 65
aanloopschaal functionele schaal
64 65
salarisschalen functiegroep 75
aanloopschaal functionele schaal
74 75
0 32 3.062,83 0 40 3583,11
1 34 3192,02 1 42 3718,16
2 36 3311,81 2 44 3848,50
3 38 3451,57 3 46 3964,78
4 40 3583,11 4 48 4084,58
5 41 3652,39 5 50 4205,53
6 42 3718,16 6 52 4325,31
7 43 3.785,10 7 54 4446,28
8 56 4567,25
9 57 4625,97
10 58 4685,85
11 59 4748,10
12 60 4807,99
0 54 4446,28 0 62
1 56 4567,25 1 65
2 58 4685,85 2 68
3 60 4807,99 3 71
4 62 4928,96 4 74
5 63 4987,68 5 76
6 64 5049,93 6 78
7 65 5123,91 7 80
8 82
9 83
10 84
11 85
12 86
13 87
14 88
4928,96
5123,91
5350,56
5574,89
5802,72
5954,21
6111,59
6279,51
6449,83
6532,02
6617,76
6716,40
6816,23
6913,69
7013,52
salarisschalen functiegroep 70
aanloopschaal functionele schaal
69 70
salarisschalen functiegroep 80
aanloopschaal functionele schaal
79 80
0 42 3.718,16 0 50 4205,53
1 44 3.848,50 1 53 4387,56
2 46 3964,78 2 56 4567,25
3 48 4084,58 3 59 4748,10
4 50 4.205,53 4 62 4928,96
5 51 4.266,60 5 64 5049,93
6 52 4325,31 6 66 5199,09
7 53 4387,56 7 68 5350,56
8 70 5500,90
9 71 5574,89
10 72 5652,39
11 73 5727,56
12 74 5802,72
0 66 5199,09 0 74
1 68 5350,56 1 77
2 70 5500,90 2 80
3 72 5652,39 3 83
4 74 5802,72 4 86
5 75 5877,88 5 88
6 76 5954,21 6 90
7 77 6028,20 7 92
8 94
9 95
10 96
11 97
12 98
13 99
5802,72
6028,20
6279,51
6532,02
6816,23
7013,52
7208,47
7405,77
7605,43
7704,08
7803,90
7902,55
8001,19
8102,19
Tabel 2 Inpassingstabel verpleeg- en verzorgingshuizen1 per 1 maart 2009
ip reeks ip reeks
1.367,02 51 4.266,60
1.392,85
1.418,66
52 4.325,31
53 4.387,56
1.473,88
1.527,89
54 4.446,28
55 4.506,18
1.557,26
1.598,35
56 4.567,25
57 4.625,97
1.638,30
1.681,74
1.728,71
58 4.685,85
59 4.748,10
60 4.807,99
1.781,56
1.836,77
61 4.866,73
62 4.928,96
1.899,01
1.961,24
63 4.987,68
64 5.049,93
2.018,81
2.083,38
65 5.123,91
66 5.199,09
2.136,23
2.199,65
67 5.274,24
68 5.350,56
2.257,19
2.318,27
69 5.424,57
70 5.500,90
2.378,17
2.436,88
71 5.574,89
72 5.652,39
2.496,77
2.557,85
73 5.727,56
74 5.802,72
2.620,08
2.684,67
75 5.877,88
76 5.954,21
2.751,63
2.810,33
77 6.028,20
78 6.111,59
2.876,10
2.940,71
79 6.198,50
80 6.279,51
3.001,76
3.062,83
81 6.365,26
82 6.449,83
3.127,42
3.192,02
83 6.532,02
84 6.617,76
3.251,93
3.311,81
85 6.716,40
86 6.816,23
3.381,10
3.451,57
87 6.913,69
88 7.013,52
3.520,86
3.583,11
3.652,39
89 7.111,00
90 7.208,47
91 7.307,13
3.718,16
3.785,10
92 7.405,77
93 7.505,59
3.848,50
3.906,07
94 7.605,43
95 7.704,08
3.964,78
4.025,85
96 7.803,90
97 7.902,55
4.084,58
4.145,64
98 8.001,19
99 8.102,19
4.205,53 100 8.200,84
Tabel 3 Salarisschalen thuiszorgorganisaties1 per 1 maart 2009
Salarisschalen FWG 5 tot en met FWG 80 per 1 maart 2009 bij toepassing van periodesalaris per periode 3 2009 waarbij de maand en
periodesalarissen gelden bij een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week
Leeftijd Maandsalaris* Periodesalaris* Uurloon* Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
16 jaar (WML*) NNB NNB NNB 17 jaar 884,34 813,60 5,65
17 jaar (WML*) NNB NNB NNB 18 jaar 1.032,30 950,40 6,60
18 jaar (WML*) NNB NNB NNB 19 jaar 1.179,09 1.084,32 7,53
19 jaar (WML*) NNB NNB NNB 20 jaar 1.327,08 1.221,12 8,48
20 jaar (WML*) NNB NNB NNB Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
21 jaar (WML*) NNB NNB NNB 0 1 1.367,02 1.257,12 8,73
22 jaar (WML*) NNB NNB NNB 1 2 1.392,85 1.281,60 8,90
23 jaar e.o. (WML*) NNB NNB NNB 2 3 1.418,66 1.304,64 9,06
NNB = nog niet bekend. Bedragen zijn het wettelijk min. loon 3 4 1.473,88 1.356,48 9,42
per 1 jan. en1 juli 2009 en 1 jan. 2010 4 5 1.527,89 1.405,44 9,76
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar 917,22 843,84 5,86 17 jaar 934,82 859,68 5,97
18 jaar 1.069,88 984,96 6,84 18 jaar 1.091,02 1.003,68 6,97
19 jaar 1.222,56 1.124,64 7,81 19 jaar 1.246,03 1.146,24 7,96
20 jaar 1.374,04 1.264,32 8,78 20 jaar 1.401,06 1.288,80 8,95
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 3 1.418,66 1.304,64 9,06 Aanloopperiodiek 0 5 1.527,89 1.405,44 9,76
Aanloopperiodiek 1 4 1.473,88 1.356,48 9,42 Aanloopperiodiek 1 6 1.557,26 1.432,80 9,95
0 5 1.527,89 1.405,44 9,76 0 7 1.598,35 1.470,24 10,21
1 6 1.557,26 1.432,80 9,95 1 8 1.638,30 1.507,68 10,47
2 7 1.598,35 1.470,24 10,21 2 9 1.681,74 1.548,00 10,75
3 8 1.638,30 1.507,68 10,47 3 10 1.728,71 1.591,20 11,05
4 9 1.681,74 1.548,00 10,75 4 11 1.781,56 1.638,72 11,38
5 10 1.728,71 1.591,20 11,05 5 12 1.836,77 1.690,56 11,74
6 11 1.781,56 1.638,72 11,38 6 13 1.899,01 1.746,72 12,13
7 12 1.836,77 1.690,56 11,74 7 14 1.961,24 1.804,32 12,53
8 13 1.899,01 1.746,72 12,13 8 15 2.018,81 1.857,60 12,90
FWG 15 FWG 20
FWG 10FWG 5
FWG 25
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar 958,31 881,28 6,12
18 jaar 1.119,21 1.029,60 7,15
19 jaar 1.278,92 1.176,48 8,17
20 jaar 1.438,64 1.323,36 9,19
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 6 1.557,26 1.432,80 9,95
Aanloopperiodiek 1 7 1.598,35 1.470,24 10,21
0 8 1.638,30 1.507,68 10,47
1 9 1.681,74 1.548,00 10,75
2 10 1.728,71 1.591,20 11,05
3 11 1.781,56 1.638,72 11,38
4 12 1.836,77 1.690,56 11,74
5 13 1.899,01 1.746,72 12,13
6 14 1.961,24 1.804,32 12,53
7 15 2.018,81 1.857,60 12,90
8 16 2.083,38 1.916,64 13,31
9 17 2.136,23 1.965,60 13,65
FWG 30
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar 984,15 905,76 6,29
18 jaar 1.147,38 1.055,52 7,33
19 jaar 1.311,81 1.206,72 8,38
20 jaar 1.475,05 1.357,92 9,43
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 6 1.557,26 1.432,80 9,95
Aanloopperiodiek 1 7 1.598,35 1.470,24 10,21
0 8 1.638,30 1.507,68 10,47
1 9 1.681,74 1.548,00 10,75
2 10 1.728,71 1.591,20 11,05
3 11 1.781,56 1.638,72 11,38
4 12 1.836,77 1.690,56 11,74
5 13 1.899,01 1.746,72 12,13
6 14 1.961,24 1.804,32 12,53
7 15 2.018,81 1.857,60 12,90
8 16 2.083,38 1.916,64 13,31
9 17 2.136,23 1.965,60 13,65
10 18 2.199,65 2.024,64 14,06
FWG 35
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar 1.038,18 954,72 6,63
18 jaar 1.210,81 1.114,56 7,74
19 jaar 1.383,45 1.272,96 8,84
20 jaar 1.556,08 1.431,36 9,94
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0
Aanloopperiodiek 1
8 1.638,30 1.507,68 10,47
9 1.681,74 1.548,00 10,75
0 10 1.728,71 1.591,20 11,05
1 11 1.781,56 1.638,72 11,38
2 12 1.836,77 1.690,56 11,74
3 13 1.899,01 1.746,72 12,13
4 14 1.961,24 1.804,32 12,53
5 15 2.018,81 1.857,60 12,90
6 16 2.083,38 1.916,64 13,31
7 17 2.136,23 1.965,60 13,65
8 18 2.199,65 2.024,64 14,06
9 19 2.257,19 2.076,48 14,42
10 20 2.318,27 2.132,64 14,81
FWG 40
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 10 1.728,71 1.591,20 11,05
Aanloopperiodiek 1 11 1.781,56 1.638,72 11,38
0 12 1.836,77 1.690,56 11,74
1 14 1.961,24 1.804,32 12,53
2 16 2.083,38 1.916,64 13,31
3 17 2.136,23 1.965,60 13,65
4 18 2.199,65 2.024,64 14,06
5 19 2.257,19 2.076,48 14,42
6 20 2.318,27 2.132,64 14,81
7 21 2.378,17 2.188,80 15,20
8 22 2.436,88 2.242,08 15,57
9 23 2.496,77 2.296,80 15,95
10 24 2.557,85 2.352,96 16,34
FWG 45
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0
Aanloopperiodiek 1
16 2.083,38 1.916,64 13,31
18 2.199,65 2.024,64 14,06
0 20 2.318,27 2.132,64 14,81
1 21 2.378,17 2.188,80 15,20
2 22 2.436,88 2.242,08 15,57
3 23 2.496,77 2.296,80 15,95
4 24 2.557,85 2.352,96 16,34
5 25 2.620,08 2.410,56 16,74
6 26 2.684,67 2.469,60 17,15
7 27 2.751,63 2.531,52 17,58
8 28 2.810,33 2.586,24 17,96
FWG 50
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0
Aanloopperiodiek 1
18 2.199,65 2.024,64 14,06
20 2.318,27 2.132,64 14,81
0 21 2.378,17 2.188,80 15,20
1 23 2.496,77 2.296,80 15,95
2 25 2.620,08 2.410,56 16,74
3 27 2.751,63 2.531,52 17,58
4 28 2.810,33 2.586,24 17,96
5 29 2.876,10 2.646,72 18,38
6 30 2.940,71 2.705,76 18,79
7 31 3.001,76 2.761,92 19,18
8 32 3.062,83 2.818,08 19,57
9 33 3.127,42 2.877,12 19,98
10 34 3.192,02 2.937,60 20,40
FWG 55
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 19 2.257,19 2.076,48 14,42
Aanloopperiodiek 1 21 2.378,17 2.188,80 15,20
0 23 2.496,77 2.296,80 15,95
1 26 2.684,67 2.469,60 17,15
2 28 2.810,33 2.586,24 17,96
3 30 2.940,71 2.705,76 18,79
4 32 3.062,83 2.818,08 19,57
5 34 3.192,02 2.937,60 20,40
6 35 3.251,93 2.992,32 20,78
7 36 3.311,81 3.047,04 21,16
8 37 3.381,10 3.110,40 21,60
9 38 3.451,57 3.175,20 22,05
10 39 3.520,86 3.240,00 22,50
11 40 3.583,11 3.297,60 22,90
FWG 60
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 27 2.751,63 2.531,52 17,58
Aanloopperiodiek 1 29 2.876,10 2.646,72 18,38
0 32 3.062,83 2.818,08 19,57
1 34 3.192,02 2.937,60 20,40
2 36 3.311,81 3.047,04 21,16
3 38 3.451,57 3.175,20 22,05
4 40 3.583,11 3.297,60 22,90
5 42 3.718,16 3.421,44 23,76
6 44 3.848,50 3.540,96 24,59
7 45 3.906,07 3.594,24 24,96
8 46 3.964,78 3.647,52 25,33
9 47 4.025,85 3.703,68 25,72
10 48 4.084,58 3.758,40 26,10
FWG 65
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 34 3.192,02 2.937,60 20,40
Aanloopperiodiek 1 36 3.311,81 3.047,04 21,16
0 38 3.451,57 3.175,20 22,05
1 40 3.583,11 3.297,60 22,90
2 41 3.652,39 3.360,96 23,34
3 42 3.718,16 3.421,44 23,76
4 43 3.785,10 3.483,36 24,19
5 44 3.848,50 3.540,96 24,59
6 46 3.964,78 3.647,52 25,33
7 48 4.084,58 3.758,40 26,10
8 50 4.205,53 3.869,28 26,87
9 52 4.325,31 3.980,16 27,64
10 54 4.446,28 4.091,04 28,41
FWG 70
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 44 3.848,50 3.540,96 24,59
Aanloopperiodiek 1 46 3.964,78 3.647,52 25,33
0 48 4.084,58 3.758,40 26,10
1 50 4.205,53 3.869,28 26,87
2 51 4.266,60 3.925,44 27,26
3 52 4.325,31 3.980,16 27,64
4 53 4.387,56 4.037,76 28,04
5 56 4.567,25 4.201,92 29,18
6 59 4.748,10 4.368,96 30,34
7 62 4.928,96 4.534,56 31,49
8 64 5.049,93 4.646,88 32,27
9 66 5.199,09 4.783,68 33,22
FWG 75
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 54 4.446,28 4.091,04 28,41
Aanloopperiodiek 1 56 4.567,25 4.201,92 29,18
0 58 4.685,85 4.311,36 29,94
1 60 4.807,99 4.423,68 30,72
2 62 4.928,96 4.534,56 31,49
3 63 4.987,68 4.589,28 31,87
4 64 5.049,93 4.646,88 32,27
5 65 5.123,91 4.714,56 32,74
6 68 5.350,56 4.923,36 34,19
FWG 80
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 66 5.199,09 4.783,68 33,22
Aanloopperiodiek 1 68 5.350,56 4.923,36 34,19
0 70 5.500,90 5.061,60 35,15
1 72 5.652,39 5.201,28 36,12
2 74 5.802,72 5.339,52 37,08
3 75 5.877,88 5.408,64 37,56
4 76 5.954,21 5.479,20 38,05
Tabel 4 Salarisreeks thuiszorgorganisaties1 per 1 maart 2009
ip maandsalaris periodesalaris uurloon
1.367,02 1.257,12 8,73 41 3.652,39 3.360,96 23,34
1.392,85 1.281,60 8,90 42 3.718,16 3.421,44 23,76
1.418,66 1.304,64 9,06 43 3.785,10 3.483,36 24,19
1.473,88 1.356,48 9,42 44 3.848,50 3.540,96 24,59
1.527,89 1.405,44 9,76 45 3.906,07 3.594,24 24,96
1.557,26 1.432,80 9,95 46 3.964,78 3.647,52 25,33
1.598,35 1.470,24 10,21 47 4.025,85 3.703,68 25,72
1.638,30 1.507,68 10,47 48 4.084,58 3.758,40 26,10
1.681,74 1.548,00 10,75 49
1.728,71 1.591,20 11,05 50 4.205,53 3.869,28 26,87
1.781,56 1.638,72 11,38 51 4.266,60 3.925,44 27,26
1.836,77 1.690,56 11,74 52 4.325,31 3.980,16 27,64
1.899,01 1.746,72 12,13 53 4.387,56 4.037,76 28,04
1.961,24 1.804,32 12,53 54 4.446,28 4.091,04 28,41
2.018,81 1.857,60 12,90 55
2.083,38 1.916,64 13,31 56 4.567,25 4.201,92 29,18
2.136,23 1.965,60 13,65 57 4.625,97 4.256,64 29,56
2.199,65 2.024,64 14,06 58 4.685,85 4.311,36 29,94
2.257,19 2.076,48 14,42 59 4.748,10 4.368,96 30,34
2.318,27 2.132,64 14,81 60 4.807,99 4.423,68 30,72
2.378,17 2.188,80 15,20 61
2.436,88 2.242,08 15,57 62 4.928,96 4.534,56 31,49
2.496,77 2.296,80 15,95 63 4.987,68 4.589,28 31,87
2.557,85 2.352,96 16,34 64 5.049,93 4.646,88 32,27
2.620,08 2.410,56 16,74 65 5.123,91 4.714,56 32,74
2.684,67 2.469,60 17,15 66 5.199,09 4.783,68 33,22
2.751,63 2.531,52 17,58 67
2.810,33 2.586,24 17,96 68 5.350,56 4.923,36 34,19
2.876,10 2.646,72 18,38 69
2.940,71 2.705,76 18,79 70 5.500,90 5.061,60 35,15
3.001,76 2.761,92 19,18 71 5.574,89 5.129,28 35,62
3.062,83 2.818,08 19,57 72 5.652,39 5.201,28 36,12
3.127,42 2.877,12 19,98 73
3.192,02 2.937,60 20,40 74 5.802,72 5.339,52 37,08
3.251,93 2.992,32 20,78 75 5.877,88 5.408,64 37,56
3.311,81 3.047,04 21,16 76 5.954,21 5.479,20 38,05
3.381,10 3.110,40 21,60 77
3.451,57 3.175,20 22,05 78 6.111,59 5.623,20 39,05
3.520,86 3.240,00 22,50 79
3.583,11 3.297,60 22,90 80 6.279,51 5.777,28 40,12
ip maandsalaris periodesalaris uurloon
Tabel 5 Salarisschalen VVT per 1 juli 2009
Salarisschalen FWG 5 tot en met FWG 80 per 1 juli 2009 en bij toepassing van periodesalarissen per periode 7 van
2009 waarbij de maand en periodesalarissen gelden bij een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week
FWG 5
Leeftijd Maandsalaris* Periodesalaris* Uurloon*
16 jaar (WML*) NNB NNB NNB
17 jaar (WML*) NNB NNB NNB
18 jaar (WML*) NNB NNB NNB
19 jaar (WML*) NNB NNB NNB
20 jaar (WML*) NNB NNB NNB
21 jaar (WML*) NNB NNB NNB
22 jaar (WML*) NNB NNB NNB
23 jaar e.o. (WML*) NNB NNB NNB
FWG 10
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar 884,34 813,60 5,65
18 jaar 1.032,30 950,40 6,60
19 jaar 1.179,09 1.084,32 7,53
20 jaar 1.327,08 1.221,12 8,48
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
0 1 1.367,02 1.257,12 8,73
1 2 1.392,85 1.281,60 8,90
2 3 1.418,66 1.304,64 9,06
3 4 1.473,88 1.356,48 9,42
4 5 1.527,89 1.405,44 9,76
NNB = nog niet bekend. Bedragen zijn conform wettelijk min. loon p
per 1 jan. en 1 juli 2009 en 1 jan. 2010
FWG 15
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar 917,22 843,84 5,86
18 jaar 1.069,88 984,96 6,84
19 jaar 1.222,56 1.124,64 7,81
20 jaar 1.374,04 1.264,32 8,78
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 3 1.418,66 1.304,64 9,06
Aanloopperiodiek 1 4 1.473,88 1.356,48 9,42
0 5 1.527,89 1.405,44 9,76
1 6 1.557,26 1.432,80 9,95
2 7 1.598,35 1.470,24 10,21
3 8 1.638,30 1.507,68 10,47
4 9 1.681,74 1.548,00 10,75
5 10 1.728,71 1.591,20 11,05
6 11 1.781,56 1.638,72 11,38
7 12 1.836,77 1.690,56 11,74
8 13 1.899,01 1.746,72 12,13
FWG 20
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar 934,82 859,68 5,97
18 jaar 1.091,02 1.003,68 6,97
19 jaar 1.246,03 1.146,24 7,96
20 jaar 1.401,06 1.288,80 8,95
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 5 1.527,89 1.405,44 9,76
Aanloopperiodiek 1 6 1.557,26 1.432,80 9,95
0 7 1.598,35 1.470,24 10,21
1 8 1.638,30 1.507,68 10,47
2 9 1.681,74 1.548,00 10,75
3 10 1.728,71 1.591,20 11,05
4 11 1.781,56 1.638,72 11,38
5 12 1.836,77 1.690,56 11,74
6 13 1.899,01 1.746,72 12,13
7 14 1.961,24 1.804,32 12,53
8 15 2.018,81 1.857,60 12,90
FWG 25
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar 958,31 881,28 6,12
18 jaar 1.119,21 1.029,60 7,15
19 jaar 1.278,92 1.176,48 8,17
20 jaar 1.438,64 1.323,36 9,19
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 6 1.557,26 1.432,80 9,95
Aanloopperiodiek 1 7 1.598,35 1.470,24 10,21
0 8 1.638,30 1.507,68 10,47
1 9 1.681,74 1.548,00 10,75
2 10 1.728,71 1.591,20 11,05
3 11 1.781,56 1.638,72 11,38
4 12 1.836,77 1.690,56 11,74
5 13 1.899,01 1.746,72 12,13
6 14 1.961,24 1.804,32 12,53
7 15 2.018,81 1.857,60 12,90
8 16 2.083,38 1.916,64 13,31
9 17 2.136,23 1.965,60 13,65
FWG 30
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar 984,15 905,76 6,29
18 jaar 1.147,38 1.055,52 7,33
19 jaar 1.311,81 1.206,72 8,38
20 jaar 1.475,05 1.357,92 9,43
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 6 1.557,26 1.432,80 9,95
Aanloopperiodiek 1 7 1.598,35 1.470,24 10,21
0 8 1.638,30 1.507,68 10,47
1 9 1.681,74 1.548,00 10,75
2 10 1.728,71 1.591,20 11,05
3 11 1.781,56 1.638,72 11,38
4 12 1.836,77 1.690,56 11,74
5 13 1.899,01 1.746,72 12,13
6 14 1.961,24 1.804,32 12,53
7 15 2.018,81 1.857,60 12,90
8 16 2.083,38 1.916,64 13,31
9 17 2.136,23 1.965,60 13,65
10 18 2.199,65 2.024,64 14,06
FWG 35
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar 1.038,18 954,72 6,63
18 jaar 1.210,81 1.114,56 7,74
19 jaar 1.383,45 1.272,96 8,84
20 jaar 1.556,08 1.431,36 9,94
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 8 1.638,30 1.507,68 10,47
Aanloopperiodiek 1 9 1.681,74 1.548,00 10,75
0 10 1.728,71 1.591,20 11,05
1 11 1.781,56 1.638,72 11,38
2 12 1.836,77 1.690,56 11,74
3 13 1.899,01 1.746,72 12,13
4 14 1.961,24 1.804,32 12,53
5 15 2.018,81 1.857,60 12,90
6 16 2.083,38 1.916,64 13,31
7 17 2.136,23 1.965,60 13,65
8 18 2.199,65 2.024,64 14,06
9 19 2.257,19 2.076,48 14,42
10 20 2.318,27 2.132,64 14,81
11 21 2.378,17 2.188,80 15,20
FWG 40
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 10 1.728,71 1.591,20 11,05
Aanloopperiodiek 1 11 1.781,56 1.638,72 11,38
0 12 1.836,77 1.690,56 11,74
1 14 1.961,24 1.804,32 12,53
2 16 2.083,38 1.916,64 13,31
3 17 2.136,23 1.965,60 13,65
4 18 2.199,65 2.024,64 14,06
5 19 2.257,19 2.076,48 14,42
6 20 2.318,27 2.132,64 14,81
7 21 2.378,17 2.188,80 15,20
8 22 2.436,88 2.242,08 15,57
9 23 2.496,77 2.296,80 15,95
10 24 2.557,85 2.352,96 16,34
FWG 45
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 16 2.083,38 1.916,64 13,31
Aanloopperiodiek 1 18 2.199,65 2.024,64 14,06
0 20 2.318,27 2.132,64 14,81
1 21 2.378,17 2.188,80 15,20
2 22 2.436,88 2.242,08 15,57
3 23 2.496,77 2.296,80 15,95
4 24 2.557,85 2.352,96 16,34
5 25 2.620,08 2.410,56 16,74
6 26 2.684,67 2.469,60 17,15
7 27 2.751,63 2.531,52 17,58
8 28 2.810,33 2.586,24 17,96
FWG 50
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 18 2.199,65 2.024,64 14,06
Aanloopperiodiek 1 20 2.318,27 2.132,64 14,81
0 21 2.378,17 2.188,80 15,20
1 23 2.496,77 2.296,80 15,95
2 25 2.620,08 2.410,56 16,74
3 27 2.751,63 2.531,52 17,58
4 28 2.810,33 2.586,24 17,96
5 29 2.876,10 2.646,72 18,38
6 30 2.940,71 2.705,76 18,79
7 31 3.001,76 2.761,92 19,18
8 32 3.062,83 2.818,08 19,57
9 33 3.127,42 2.877,12 19,98
10 34 3.192,02 2.937,60 20,40
FWG 55
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 19 2.257,19 2.076,48 14,42
Aanloopperiodiek 1 21 2.378,17 2.188,80 15,20
0 23 2.496,77 2.296,80 15,95
1 26 2.684,67 2.469,60 17,15
2 28 2.810,33 2.586,24 17,96
3 30 2.940,71 2.705,76 18,79
4 32 3.062,83 2.818,08 19,57
5 34 3.192,02 2.937,60 20,40
6 35 3.251,93 2.992,32 20,78
7 36 3.311,81 3.047,04 21,16
8 37 3.381,10 3.110,40 21,60
9 38 3.451,57 3.175,20 22,05
10 39 3.520,86 3.240,00 22,50
11 40 3.583,11 3.297,60 22,90
FWG 60
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 27 2.751,63 2.531,52 17,58
Aanloopperiodiek 1 29 2.876,10 2.646,72 18,38
0 32 3.062,83 2.818,08 19,57
1 34 3.192,02 2.937,60 20,40
2 36 3.311,81 3.047,04 21,16
3 38 3.451,57 3.175,20 22,05
4 40 3.583,11 3.297,60 22,90
5 42 3.718,16 3.421,44 23,76
6 44 3.848,50 3.540,96 24,59
7 45 3.906,07 3.594,24 24,96
8 46 3.964,78 3.647,52 25,33
9 47 4.025,85 3.703,68 25,72
10 48 4.084,58 3.758,40 26,10
FWG 65
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 34 3.192,02 2.937,60 20,40
Aanloopperiodiek 1 36 3.311,81 3.047,04 21,16
0 38 3.451,57 3.175,20 22,05
1 40 3.583,11 3.297,60 22,90
2 41 3.652,39 3.360,96 23,34
3 42 3.718,16 3.421,44 23,76
4 43 3.785,10 3.483,36 24,19
5 44 3.848,50 3.540,96 24,59
6 46 3.964,78 3.647,52 25,33
7 48 4.084,58 3.758,40 26,10
8 50 4.205,53 3.869,28 26,87
9 52 4.325,31 3.980,16 27,64
10 54 4.446,28 4.091,04 28,41
11 56 4567,25 4.201,92 29,18
12 57 4625,97 4.256,64 29,56
13 58 4685,85 4.311,36 29,94
14 59 4748,10 4.368,96 30,34
15 60 4807,99 4.423,68 30,72
FWG 70
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 44 3.848,50 3.540,96 24,59
Aanloopperiodiek 1 46 3.964,78 3.647,52 25,33
0 48 4.084,58 3.758,40 26,10
1 50 4.205,53 3.869,28 26,87
2 51 4.266,60 3.925,44 27,26
3 52 4.325,31 3.980,16 27,64
4 53 4.387,56 4.037,76 28,04
5 56 4.567,25 4.201,92 29,18
6 59 4.748,10 4.368,96 30,34
7 62 4.928,96 4.534,56 31,49
8 64 5.049,93 4.646,88 32,27
9 66 5.199,09 4.783,68 33,22
10 68 5350,56 4.923,36 34,19
11 70 5500,90 5.061,60 35,15
12 71 5574,89 5.129,28 35,62
13 72 5652,39 5.201,28 36,12
14 73 5727,56 5.270,40 36,60
15 74 5802,72 5.339,52 37,08
FWG 75
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 54 4.446,28 4.091,04 28,41
Aanloopperiodiek 1 56 4.567,25 4.201,92 29,18
0 58 4.685,85 4.311,36 29,94
1 60 4.807,99 4.423,68 30,72
2 62 4.928,96 4.534,56 31,49
3 63 4.987,68 4.589,28 31,87
4 64 5.049,93 4.646,88 32,27
5 65 5.123,91 4.714,56 32,74
6 68 5.350,56 4.923,36 34,19
7 71 5.574,89 5.129,28 35,62
8 74 5802,72 5339,52 37,08
9 76 5954,21 5479,2 38,05
10 78 6111,59 5623,2 39,05
11 80 6279,51 5777,28 40,12
12 82 6449,83 5934,24 41,21
13 83 6532,02 6010,56 41,74
14 84 6617,76 6089,76 42,29
15 85 6716,40 6180,48 42,92
16 86 6816,23 6271,2 43,55
17 87 6913,69 6361,92 44,18
18 88 7013,52 6452,64 44,81
FWG 80
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 66 5.199,09 4.783,68 33,22
Aanloopperiodiek 1 68 5.350,56 4.923,36 34,19
0 70 5.500,90 5.061,60 35,15
1 72 5.652,39 5.201,28 36,12
2 74 5.802,72 5.339,52 37,08
3 75 5.877,88 5.408,64 37,56
4 76 5.954,21 5.479,20 38,05
5 77 6028,20 5.546,88 38,52
6 80 6279,51 5.777,28 40,12
7 83 6532,02 6.010,56 41,74
8 86 6816,23 6.271,20 43,55
9 88 7013,52 6.452,64 44,81
10 90 7208,47 6.632,64 46,06
11 92 7405,77 6.814,08 47,32
12 94 7605,43 6.998,40 48,60
13 95 7704,08 7.089,12 49,23
14 96 7803,90 7.181,28 49,87
15 97 7902,55 7.272,00 50,50
16 98 8001,19 7.362,72 51,13
17 99 8102,19 7.454,88 51,77
18 100 8200,84 7.545,60 52,40
Tabel 6 Salarisreeks VVT 1 juli 2009
ip maandsalaris periodesalaris uurloon (1878)
1.367,02 1.257,12 8,73 51 4.266,60 3.925,44 27,26
1.392,85 1.281,60 8,90 52 4.325,31 3.980,16 27,64
1.418,66 1.304,64 9,06 53 4.387,56 4.037,76 28,04
1.473,88 1.356,48 9,42 54 4.446,28 4.091,04 28,41
1.527,89 1.405,44 9,76 55 4.506,18 4.145,76 28,79
1.557,26 1.432,80 9,95 56 4.567,25 4.201,92 29,18
1.598,35 1.470,24 10,21 57 4.625,97 4.256,64 29,56
1.638,30 1.507,68 10,47 58 4.685,85 4.311,36 29,94
1.681,74 1.548,00 10,75 59 4.748,10 4.368,96 30,34
1.728,71 1.591,20 11,05 60 4.807,99 4.423,68 30,72
1.781,56 1.638,72 11,38 61 4.866,73 4.478,40 31,10
1.836,77 1.690,56 11,74 62 4.928,96 4.534,56 31,49
1.899,01 1.746,72 12,13 63 4.987,68 4.589,28 31,87
1.961,24 1.804,32 12,53 64 5.049,93 4.646,88 32,27
2.018,81 1.857,60 12,90 65 5.123,91 4.714,56 32,74
2.083,38 1.916,64 13,31 66 5.199,09 4.783,68 33,22
2.136,23 1.965,60 13,65 67 5.274,24 4.852,80 33,70
2.199,65 2.024,64 14,06 68 5.350,56 4.923,36 34,19
2.257,19 2.076,48 14,42 69 5.424,57 4.991,04 34,66
2.318,27 2.132,64 14,81 70 5.500,90 5.061,60 35,15
2.378,17 2.188,80 15,20 71 5.574,89 5.129,28 35,62
2.436,88 2.242,08 15,57 72 5.652,39 5.201,28 36,12
2.496,77 2.296,80 15,95 73 5.727,56 5.270,40 36,60
2.557,85 2.352,96 16,34 74 5.802,72 5.339,52 37,08
2.620,08 2.410,56 16,74 75 5.877,88 5.408,64 37,56
2.684,67 2.469,60 17,15 76 5.954,21 5.479,20 38,05
2.751,63 2.531,52 17,58 77 6.028,20 5.546,88 38,52
2.810,33 2.586,24 17,96 78 6.111,59 5.623,20 39,05
2.876,10 2.646,72 18,38 79 6.198,50 5.703,84 39,61
2.940,71 2.705,76 18,79 80 6.279,51 5.777,28 40,12
3.001,76 2.761,92 19,18 81 6.365,26 5.856,48 40,67
3.062,83 2.818,08 19,57 82 6.449,83 5.934,24 41,21
3.127,42 2.877,12 19,98 83 6.532,02 6.010,56 41,74
3.192,02 2.937,60 20,40 84 6.617,76 6.089,76 42,29
3.251,93 2.992,32 20,78 85 6.716,40 6.180,48 42,92
3.311,81 3.047,04 21,16 86 6.816,23 6.271,20 43,55
3.381,10 3.110,40 21,60 87 6.913,69 6.361,92 44,18
3.451,57 3.175,20 22,05 88 7.013,52 6.452,64 44,81
3.520,86 3.240,00 22,50 89 7.111,00 6.543,36 45,44
3.583,11 3.297,60 22,90 90 7.208,47 6.632,64 46,06
3.652,39 3.360,96 23,34 91 7.307,13 6.723,36 46,69
3.718,16 3.421,44 23,76 92 7.405,77 6.814,08 47,32
3.785,10 3.483,36 24,19 93 7.505,59 6.906,24 47,96
3.848,50 3.540,96 24,59 94 7.605,43 6.998,40 48,60
3.906,07 3.594,24 24,96 95 7.704,08 7.089,12 49,23
3.964,78 3.647,52 25,33 96 7.803,90 7.181,28 49,87
4.025,85 3.703,68 25,72 97 7.902,55 7.272,00 50,50
4.084,58 3.758,40 26,10 98 8.001,19 7.362,72 51,13
4.145,64 3.814,56 26,49 99 8.102,19 7.454,88 51,77
4.205,53 3.869,28 26,87 100 8.200,84 7.545,60 52,40
ip maandsalaris periodesalaris uurloon (1878)
Hoofdstuk 4 Arbeidsduur
Per 1 januari 2009 geldt dit hoofdstuk voor de VVT.
Bepalingen die in 2008 voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 gelden, zijn opgenomen in
bijlage A overgangsbepalingen hoofdstuk A2.
Bepalingen die in 2008 voor thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 gelden, zijn opgenomen in bijlage B
overgangsbepalingen hoofdstuk B2.
Artikel 4.1 Arbeidsduur
1. De tussen werkgever en werknemer overeen te komen arbeidsduur wordt uitgedrukt in een gemiddeld aantal
uren per week.
2. Het aantal uren waarop arbeid wordt verricht bedraagt bij een volletijd-arbeidsduur gemiddeld 36 uur per week.
Deze gemiddeld 36-urige werkweek wordt gerealiseerd over een periode van zes maanden. Voor werknemers
met een deeltijd-arbeidsduur wordt de arbeidsduur gerealiseerd op jaarbasis.
3. In afwijking van lid 2 geldt voor kraamverzorgenden dat zowel bij een volletijd-arbeidsduur als ook bij een
deeltijd-arbeidsduur de arbeidsduur wordt gerealiseerd op jaarbasis
4. Werkgever en werknemer kunnen in afwijking van lid 2 een arbeidsduur overeenkomen die hoger ligt dan
gemiddeld 36 uur per week met een maximum van gemiddeld 40 uur per week.
5. Naast hetgeen is beschreven in lid 4 van dit artikel kunnen werknemer en werkgever overeenkomen, boven de
voor de werknemer geldende contractuele arbeidsduur, verder te noemen basisarbeidsduur, gedurende een nader
af te spreken periode ten hoogste 4 uur gemiddeld per week extra te werken. Dit geldt voor zowel werknemers
met een deeltijd-arbeidsduur als werknemers met een volletijd-arbeidsduur. Voor deze extra te werken uren
heeft de werknemer recht op compensatie in tijd. Alle arbeidsvoorwaarden genoemd in deze cao blijven, tenzij
in de cao anders is bepaald, gebaseerd op de basisarbeidsduur.
6. De leerling-werknemer met een arbeidsovereenkomst van gemiddeld 36 uur per week, te meten per
praktijkleerjaar heeft in het kader van de opleiding als bedoeld in artikel 3.2.1 van deze cao het recht om met
behoud van salaris de arbeid te onderbreken voor binnenschoolse lestijd met een maximum van (4x 52) 208 uur
per praktijkleerjaar. Voor de leerling-werknemer die een arbeidsduur heeft van minder dan 36 uur per week,
wordt de omvang van de hiervoor bedoelde lestijd ten minste naar rato vastgesteld.
Artikel 4.2 Min/max contracten
1. Indien sprake is van een arbeidsovereenkomst met een minimum en een maximum arbeidsduur, dan bedraagt de
maximale arbeidsduur ten hoogste 200% van de minimum arbeidsduur, tenzij de werknemer instemt met een
hogere maximum arbeidsduur.
2. De werknemer die heeft ingestemd met een hogere maximale arbeidsduur dan 200% van het minimum, heeft
jaarlijks het recht om de hogere maximale arbeidsduur terug te brengen tot ten hoogste 200%.
3. De werkgever dient op verzoek van de werknemer te bezien of de minimale contractuele arbeidsduur nog
aansluit bij de structurele inzet. Indien dit niet langer aansluit, dient de werkgever in overleg met de werknemer
de minimale contractuele arbeidsduur te verhogen.
4. De werknemer met een min/max-contract kan aangeven op welke dagen of tijden hij wel of niet inzetbaar is.
Hoofdstuk 5 Werktijden
Per 1 januari 2009 geldt dit hoofdstuk voor de VVT.
Specifieke bepalingen voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 zijn opgenomen in § 5.4 t/m
5.9. Bepalingen die voor deze organisaties in 2008 gelden, zijn opgenomen in Bijlage A overgangsbepalingen
hoofdstuk 3.
Specifieke bepalingen voor thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 zijn opgenomen in § 5.10 t/m 5.14.
Bepalingen die voor deze organisaties in 2008 gelden, zijn opgenomen in Bijlage B overgangsbepalingen hoofdstuk
3.
Artikel 5.1 Werk-en rusttijden algemeen
1. Voor zover niet anders is bepaald in deze cao kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die de
Arbeidstijdenwet en het daarop gebaseerde Arbeidstijdenbesluit biedt.
2. Met inachtneming van de tussen werkgever en werknemer overeengekomen arbeidsduur stelt de werkgever de
werktijden vast. Daarbij dient de werkgever rekening te houden met de belangen van de werknemer, waaronder
voldoende hersteltijd tijdens en na het werk.
3. De werkgever meldt de vastgestelde werktijden ten minste 14 etmalen van te voren aan de werknemer. Voor
kraamverzorgenden is deze termijn tenminste 10 etmalen en wordt hierbij uitgegaan van de te werken dagen in
plaats van werktijden.
4. In geval van bijzondere omstandigheden met een incidenteel karakter kan, na overleg tussen werkgever en
werknemer:
-afgeweken worden van het bepaalde in lid 3;
-afgeweken worden van de reeds vastgestelde werktijden.
5. Aan de werknemer van 55 jaar of ouder wordt geen nachtdienst, bereikbaarheids-, aanwezigheids-(waaronder
slaapdienst), of consignatiedienst opgedragen tussen 23.00 en 07.00 , tenzij de werknemer hiertegen geen
bezwaar maakt.
6. Bij de vaststelling van de werktijden dient een onafgebroken rusttijd in acht te worden genomen van ten minste
36 uur per elke aaneengesloten periode van 7 x 24 uur, of een onafgebroken rusttijd van ten minste 60 uur
aaneengesloten in elke aaneengesloten periode van 9 x 24 uur. Bij de tweede variant geldt de mogelijkheid van
bekorting tot 32 uur in elke periode van 5 achtereenvolgende weken. Voor kraamverzorgenden kan als
afwijkende rusttijd wordt gehanteerd: in een aaneengesloten tijdruimte van 11 maal 24 uur een onafgebroken
rusttijd van ten minste 72 uur. Aan kraamverzorgenden mag tijdens de voorgeschreven periodes van
onafgebroken rust geen wachtdienst worden opgedragen.
Artikel 5.1.1 Maximum arbeidstijd per dienst
1. De werkgever organiseert de arbeid zondanig dat de werknemer ten hoogste 10 uur arbeid verricht per dienst
2. Van het in het in vorige lid bepaalde kan uitsluitend worden afgeweken indien er sprake is van een incidentele,
onvoorziene wijziging van omstandigheden, met inachtneming van een maximum arbeidstijd per dienst van ten
hoogste 12 uur.
Artikel 5.1.2 Nachtdiensten
Indien de werknemer nachtdienst verricht zoals gedefinieerd in de Arbeidstijdenwet (een dienst waarin meer dan een
uur arbeid wordt verricht tussen 00.00 en 06.00 uur) gelden de volgende aanvullende regels:
1. De werknemer mag maximaal 5 achtereenvolgende nachtdiensten verrichten.
2. In afwijking van lid 1 kan tussen werkgever en werknemer worden overeengekomen dat de werknemer 7
aaneengesloten nachtdiensten verricht, waarbij het aantal nachtdiensten per 13 weken de 35 niet overschrijdt.
Voor de werknemer die arbeid verricht in de nachtdienst bedraagt de maximale arbeidstijd in elke periode van
13 achtereenvolgende weken gemiddeld 40 uren per week.
3. Voor de werknemer voor wie reeds een afbouwregeling conform het WBVV (Werktijdenbesluit voor
verplegings-en verzorgingsinrichtingen) of het Arbeidstijdenbesluit geldt, zijn de leden 1 en 2 van dit artikel
niet van toepassing.
4. Voor de werknemer die arbeid verricht in de nachtdienst bedraagt de maximale arbeidstijd per nachtdienst 9 uur.
Van het in de vorige volzin bepaalde kan uitsluitend worden afgeweken indien er sprake is van een incidentele,
onvoorziene wijziging van omstandigheden, met inachtneming van een maximale arbeidstijd per nacht van 10
uur
Artikel 5.1.3 Vrije weekeinden
1. De werknemer geniet in ieder geval 22 vrije weekends per jaar.
2. Op verzoek van de werknemer kan een lager aantal vrije weekenden dan het aantal genoemd in lid 1
overeengekomen worden, doch nooit minder dan 17 vrije weekenden per jaar.
3. Op verzoek van de werknemer, die uitsluitend in de weekenden werkzaam is, kan worden afgeweken van het
aantal vrije weekenden in de leden 1en 2
Artikel 5.1.4 Pauzes
1. Binnen elke dagelijkse diensttijd wordt gelegenheid voor twee koffie/theepauzes gegeven, te weten per ochtend,
middag, avond of nacht – eenmaal.
2. Met instemming van de OR kan afgeweken worden van lid 1 op grond van organisatorische
belangen/bedrijfsvoering.
3. Koffie- en theepauzes, welke minder dan een kwartier duren, worden als werktijd aangemerkt.
4. Indien en voor zover pauzes 15 minuten of langer duren en als eigen tijd worden aangemerkt, dient
onafgebroken rust te zijn gewaarborgd.
Artikel 5.2 Definities consignatiediensten, bereikbaarheidsdiensten, aanwezigheidsdiensten
1. Definities:
Consignatie: een periode tussen twee opeenvolgende diensten of tijdens een pauze, waarin de werknemer uitsluitend
verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de
bedongen arbeid te verrichten
Aanwezigheidsdienst: een aaneengesloten periode van ten hoogste 24 uren waarin de werknemer , zo nodig naast het
verrichten van de bedongen arbeid,verplicht is op de arbeidsplaats aanwezig te zijn om op oproep zo spoedig
mogelijk de bedongen arbeid te verrichten
Bereikbaarheidsdienst: een aaneengesloten periode van ten hoogste 24 uren waarin de werknemer, zo nodig naast
het verrichten van de bedongen arbeid, verplicht is om bereikbaar te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de
bedongen arbeid te verrichten..
2. Werkingssfeer:
De normen van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit zijn van toepassing op alle werknemers. Voor
werknemers werkzaam in de verpleging en de verzorging, en voor geneeskundigen zijn de geldende normen uit het
Arbeidstijdenbesluit van toepassing.
Artikel 5.3 Wachtdienste n Kraamverzorgenden
1. De werkgever kan aan de kraamverzorgende wachtdiensten opdragen. Onder wachtdienst wordt verstaan: een
dienst die maximaal 24 uur duurt, waarbinnen de kraamverzorgende zich beschikbaar moet houden om op eerste
oproep een partusassistentie en/of verzorging te verrichten.
2. Aan de kraamverzorgende worden geen bereikbaarheidsdiensten opgedragen.
3. De werkgever kan in overleg met de ondernemingsraad voor werknemers die uitsluitend in partusdiensten
werken, afspraken maken die afwijkend zijn van de artikelen 5.3.1 t/m 5.3.3 betreffende de wachtdiensten voor
kraamverzorgenden.
Artikel 5.3.1 Vergoeding wachtdiensten
1. Als vergoeding voor een wachtdienst kent de werkgever aan de kraamverzorgende een bruto bedrag toe volgens
de navolgende normen:
– op maandag tot en met vrijdag:
• een vergoeding van bruto € 24,– bij een wachtdienst met een lengte van meer dan zestien uur en
maximaal vierentwintig uur;
• een vergoeding van bruto € 16,– bij een wachtdienst met een lengte van meer dan acht uur en
maximaal zestien uur;
• een vergoeding van bruto € 8,– bij een wachtdienst met een lengte van maximaal acht uur.
– op zaterdagen en zondagen alsook op feest- en gedenkdagen als bedoeld in artikel 1.1 lid 6 van de CAO:
• een vergoeding van bruto € 36,– bij een wachtdienst met een lengte van meer dan zestien uur en
maximaal vierentwintig uur;
• een vergoeding van bruto € 24,– bij een wachtdienst met een lengte van meer dan acht uur en
maximaal zestien uur;
• een vergoeding van bruto € 12,– bij een wachtdienst met een lengte van maximaal acht uur.
2. De werkgever kan, in afwijking van het gestelde in lid 1, met de ondernemingsraad afspraken maken om de in
lid 1 bedoelde geldelijke bedragen om te zetten in een vergoeding in tijd. Naar analogie van de in het vorige lid
genoemde normen bedragen de vergoedingen in dat geval:
– op maandag tot en met vrijdag: 120, 80 respectievelijk 40 minuten;
– op zaterdagen en zondagen alsook op feest- en gedenkdagen als bedoeld in artikel 1.1 lid 6 van de CAO:
180, 120 respectievelijk 60 minuten.
Artikel 5.3.2 Oproep tijdens wachtdienst
Bij een oproep tijdens de wachtdienst worden alle gewerkte uren als arbeidsduur aangemerkt. De wachtdienst wordt
bij een oproep als onderbroken dan wel als beëindigd beschouwd.
Artikel 5.3.3 Maximum aantal oproepen tijdens wachtdienst
Een kraamverzorgende kan als onderdeel van de wachtdienst ten hoogste tweemaal worden opgeroepen voor een
partusassistentie, waarvan slechts eenmaal voor een partusassistentie plus verzorging. Bovendien kan aan de
kraamverzorgende maximaal drie aaneengesloten dagen een wachtdienst worden opgedragen. Indien de
kraamverzorgende twee respectievelijk drie aaneengesloten dagen een wachtdienst wordt opgedragen en hierbij niet
wordt opgeroepen, wordt de tweede respectievelijk de tweede en de derde wachtdienst geacht niet te behoren tot de
wekelijkse onafgebroken rusttijd zoals bedoeld in artikel 5.1.van de CAO
Specifieke bepalingen werktijden voor verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 per 1 januari 2009
Artikel 5.4.1 Gebroken diensten
Het is de werkgever verboden, tenzij de werknemer hierom verzoekt, aan de werknemer een gebroken dienst op te
dragen. Onder gebroken dienst wordt verstaan, een dienst binnen welke de werktijd wordt onderbroken gedurende
tenminste een uur en ten hoogste drie uren.
Artikel 5.4.2 Verschoven diensten
1. Onder Verschoven diensten wordt verstaan: een verplaatsing van een aantal aaneengesloten uren waarop de
werknemer volgens de vastgestelde werktijden arbeid zou moeten verrichten naar een ander moment, waarop de
werknemer volgens de vastgestelde werktijden géén arbeid zou hoeven te verrichten.
2. Indien door bijzondere omstandigheden met een incidenteel karakter het dienstbelang dit vereist, kan de
werkgever, de werknemer gehoord:
- afwijken van artikel 5.1 lid 3 (werk- en rusttijden)
- afwijken van artikel 5.1.3 (vrije weekeinden)
- wijzigingen aanbrengen in reeds vastgestelde werktijden.
3. Indien de werkgever lid 2 toepast en daarmee wijziging aanbrengt in reeds vastgestelde werktijden ontvangt de
werknemer schadeloosstelling indien hij ter zake van vrijetijdsbesteding al uitgaven heeft gedaan.
4. Indien de werkgever lid 2 toepast en tengevolge daarvan in vastgestelde werktijden binnen 24 uur na zijn
mededeling hiervan aan de werknemer, een verschuiving optreedt, ontvangt de werknemer –onverkort het
bepaalde in lid 3 van dit artikel- naast het loon over de uren van die verschoven dienst uitsluitend een
vergoeding conform het onderdeel geldelijke beloning uit de vergoedingsregeling overwerk verpleeg- en
verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1.
Artikel 5.5 Overwerk
1. Onder overwerk wordt verstaan: arbeid die incidenteel wordt verricht boven de bij werktijdenregeling
vastgestelde arbeidsduur. De bepaling of sprake is van de in dit lid bedoelde overschrijding van de arbeidsduur
wordt gemeten op half jaarbasis.
Van overwerk is geen sprake voor zover sprake is van een verschoven dienst.
2. Vergoeding voor overwerk wordt gegeven, indien de werknemer opdracht tot overwerk heeft gekregen, dan wel
redelijkerwijs mocht aannemen, dat hij opdracht tot overwerk zou hebben gekregen. In een dergelijk geval stelt
de werkgever achteraf de noodzaak tot overwerk vast.
Artikel 5.5.1 Bepaling aantal overwerkuren en vrijgestelde werknemers
1. Indien het overwerk wordt verricht gedurende een periode van een half uur of korter voorafgaande aan of
aansluitend op de bij werktijdenregeling vastgestelde werktijd, komt deze periode niet voor vergoeding in
aanmerking.
2. Indien het overwerk wordt verricht gedurende een periode, langer dan een half uur, wordt deze periode afgerond
op een heel uur.
3. Indien het overwerk wordt verricht gedurende een periode, langer dan een uur, wordt deze periode naar boven
afgerond op halve respectievelijk hele uren.
4. Aan de zwangere werknemer na de derde maand van de zwangerschap zal geen overwerk worden opgedragen
tenzij de werknemer er mee instemt om overwerk te verrichten.
Artikel 5.5.2 Maximaal aantal uren overwerk vacaturestelling
1. Het aantal uren overwerk mag gemiddeld per week, te meten per aaneengesloten periode van zes maanden niet
méér bedragen dan 10%:
-van 36 uur, indien het salaris van de werknemer overeenkomt met nr. 48 van de inpassingstabel of
daaronder;
- van 42 uur, indien het salaris van de werknemer nr. 48 van de inpassingstabel te boven gaat.
Ten aanzien van de werknemer voor wie artikel A2.3 (Bijlage A overgangsbepalingen) van toepassing is en
die als gevolg hiervan al dan niet gedurende een bepaalde periode gemiddeld 38 uur per week arbeid
verricht, geldt het in dit lid bepaalde met dien verstande dat voor 36 resp. 42 gelezen wordt 38 resp. 44.
2. Indien het percentage van 10 in het eerste lid wordt overschreden, wordt op verzoek van de betrokken
werknemer overgegaan tot het verlenen van assistentie of het stellen van een vacature.
Artikel 5.5.3 Vergoedingsregeling voor werknemer met een volletijd arbeidsduur
1. De vergoeding voor overwerk wordt – voor zover lid 3 van dit artikel niet anders bepaalt – verstrekt in de vorm
van vrije tijd, gelijk aan het aantal uren dat het overwerk heeft geduurd en daarenboven in de vorm van een
geldelijke beloning als bedoeld onder lid 2 van dit artikel.
2. De onder 1 genoemde geldelijke beloning bestaat uit een percentage van het uurloon en wel:
-25% voor overwerk verricht tussen 06.00 uur en 22.00 uur op maandag tot en met vrijdag, met dien
verstande dat in een periode van zeven dagen het aantal aldus te belonen uren maximaal 5 bedraagt; de
overige uren worden beloond met 50%;
-50% voor overwerk verricht tussen 22.00 uur en 06.00 uur op maandag tot en met vrijdag;
-75% voor overwerk verricht op zaterdag tot 18.00 uur en op vrije dagen;
-100% voor overwerk verricht op zaterdag vanaf 18.00 uur, op zon- en feestdagen tussen 00.00 en 24.00 uur
en op 24 en 31 december tussen 18.00 en 24.00 uur;
Onder vrije dagen worden voor de toepassing van dit artikel verstaan: de dagen, niet zijnde zondag of feestdag,
waarop de werknemer volgens zijn werktijdenregeling niet zou behoeven te werken.
3. Het recht op vergoeding van overwerk als genoemd onder lid 1 wordt toegekend in de volgende gevallen:
-indien het salaris van de werknemer nr. 48 van de inpassingstabel niet overschrijdt;
-indien het salaris van de werknemer nr. 48 van de inpassingstabel te boven gaat: indien en voor zover het
aantal gewerkte uren boven de in de werktijdenregeling opgenomen arbeidsduur méér dan 6 gemiddeld per
week bedraagt, te meten over de periode waarvoor de werktijdenregeling geldt;
4. In afwijking van het gestelde in lid 3 onder a en b kunnen partijen bij deze cao voor bepaalde categorieën van
werknemers een andere urennorm voor het overwerk vaststellen.
Artikel 5.5.4 Vergoedingsregeling voor de werknemer met een deeltijd arbeidsduur
1. De vergoeding van overwerk bestaat uit het voor de werknemer geldende uurloon indien en voor zover het
aantal overuren, gemiddeld per week, te meten over een periode van een half jaar, niet méér bedraagt dan het
verschil tussen de voor de werknemer geldende contractuele arbeidsduur en de arbeidsduur bij een volletijd
arbeidsduur.
2. Daarenboven wordt een vergoeding als genoemd in artikel 5.5.3 toegekend, indien en voor zover het aantal
overuren, gemiddeld per week, te meten over een periode van een half jaar, méér bedraagt dan het verschil
tussen de voor de werknemer geldende contractuele arbeidsduur en de arbeidsduur bij een volletijd arbeidsduur.
Artikel 5.5.5 Opnemen vergoeding
1. De in artikel 5.5.3 bedoelde vrije tijd dient na overleg met de betrokken werknemer te worden verleend en
opgenomen uiterlijk in het kwartaal, volgend op het half jaar waarin het overwerk is verricht, tenzij tussen
werkgever en werknemer uitdrukkelijk anders is overeengekomen.
2. In afwijking van het gestelde in lid 1 kan de vergoeding in vrije tijd in overleg tussen werkgever en werknemer
geheel of gedeeltelijk in de vorm van een geldbedrag worden toegekend, bestaande uit het evenredige deel van
het salaris.
CAO VVT 2008-2010
Artikel 5.6 Structureel meerwerk
Indien een deeltijdwerker over een referteperiode van twee aaneengesloten kwartalen structureel meer dan 15%
boven zijn contractuele deeltijd arbeidsduur werkt, wordt op verzoek van de betrokken werknemer aan hem een
contract aangeboden waarin deze structureel meer gewerkte uren zijn verdisconteerd. Indien betrokkene hier niet om
verzoekt, wordt overgegaan tot het verlenen van assistentie of het stellen van een vacature.
Artikel 5.7 Onregelmatige dienst
Onder onregelmatige dienst wordt verstaan arbeid die, indien de werkgever het noodzakelijk oordeelt, aan de
werknemer wordt opgedragen volgens werktijdenregelingen wordt verricht op de uren als vermeld in artikel 5.7.3.
Onder onregelmatige dienst wordt mede verstaan, arbeid die door een deeltijdwerker niet volgens werktijdenregeling
wordt verricht op de uren als vermeld in artikel 5.7.3, boven het bij zijn arbeidsovereenkomst overeengekomen aantal
uren, voor zover zij de 36 uren niet te boven gaan.
Artikel 5.7.1 Werkingssfeer
1. Recht op vergoeding voor het verrichten van onregelmatige dienst hebben die werknemers, die zijn ingedeeld in
functiegroep 65 of lager.
Artikel 5.7.2 Vergoedingsregeling
1. De vergoeding voor onregelmatige dienst wordt verstrekt in de vorm van een geldelijke beloning dan wel, indien
de werknemer daarom verzoekt, in de vorm van vrije tijd.
De vrije tijd wordt bepaald door de ingevolge artikel 5.7.3 berekende geldelijke vergoeding te delen door het
geldende uurloon van de werknemer.
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt, tenzij de belangen van de instelling zich hiertegen verzetten, door
de werkgever ingewilligd.
3. Het in het eerste lid bedoelde verzoek dient in de eerste helft van enig kalenderjaar te worden gedaan.
Bij inwilliging van het verzoek gaat de vergoeding in de vorm van vrije tijd in op 1 januari daaropvolgend en
blijft tenminste voor 1 kalenderjaar gehandhaafd.
4. Op uiterlijk 30 juni van enig kalenderjaar kunnen werkgever en werknemer mededelen dat de vergo eding niet
meer in de vorm van vrije tijd, doch in de vorm van een geldelijke beloning als bedoeld in lid 1 dient te
geschieden. Deze wijziging gaat alsdan in op 1 januari daarop volgend. De werkgever is bevoegd om aan de
mededeling van de werknemer als bedoeld in dit lid geen gevolg te geven, indien de belangen van de instelling
zich hiertegen verzetten.
Artikel 5.7.3 Berekening vergoeding
De in artikel 5.7.2 genoemde geldelijke beloning wordt berekend uitgaande van het geldende uurloon, waarbij echter
voor de berekening als maximum geldt het uurloon afgeleid van nummer 20 van de inpassingstabel, op basis van de
volgende percentages:
22%: voor onregelmatige dienst op uren vallende tussen 06.00 uur en 07.00 uur, en tussen 20.00 uur en 22.00 uur
op maandag tot en met vrijdag;
38%: op uren vallende tussen 06.00 uur en 08.00 uur en tussen 12.00 uur en 22.00 uur op zaterdag;
44%: op uren vallende tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur op maandag tot en met vrijdag;
49%: op uren vallende tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur op zaterdag;
60%: op uren vallende tussen 00.00 uur en 24.00 uur op zon- en feestdagen en op uren vallende tussen 18.00 uur en
24.00 uur op 24 en 31 december.
Artikel 5.7.4 Afbouwregeling
1. Indien de onregelmatige dienst van de werknemer door de werkgever wordt beëindigd of verminderd dan wel de
beëindiging of vermindering plaatsvindt op medisch advies en niet is te wijten aan eigen schuld of toedoen van
de werknemer heeft deze aanspraak op een tegemoetkoming op de voet van de volgende leden.
2. Voorwaarden voor de in het eerste lid genoemde tegemoetkoming zijn, dat:
a. de werknemer in dezelfde instelling op het moment van de in het eerste lid bedoelde beëindiging dan wel
vermindering tenminste 3 jaren onafgebroken onregelmatige dienst heeft verricht.
b. het verschil tussen:
1. enerzijds het salaris verhoogd met de gemiddeld per maand in de voorgaande 12 maanden genoten
vergoeding voor onregelmatige dienst;
2. anderzijds het – al dan niet nieuwe - salaris verhoogd met de eventueel nog te genieten gemiddelde
vergoeding voor onregelmatige dienst (over een periode van 3 maanden na de in het eerste lid bedoelde
beëindiging of vermindering te meten);
meer bedraagt dan 2% van het onder 1 genoemde bedrag én het onder 2 berekende bedrag lager is dan het
onder 1 berekende bedrag.
3. De tegemoetkoming bedraagt gedurende het eerste jaar 75%, gedurende het tweede jaar 50% en gedurende het
derde jaar 25% van het in het tweede lid genoemde verschil, voor zover dit meer bedraagt dan het in het tweede
lid genoemde percentage. De berekeningsgrondslag voor de tegemoetkoming blijft gedurende de hiervoor
genoemde periode ongewijzigd.
Toelichting
Indien kennelijk sprake is van een tijdelijke beëindiging of tijdelijke vermindering van de onregelmatige dienst dan
wordt de tegemoetkoming, vervat in artikel 5.7.4, niet gegeven.
De tijdelijke beëindiging of tijdelijke vermindering die het gevolg is van ziekte of arbeidsongeschiktheid volgens
artikel 8.1 van de cao wordt ondervangen door de in dit artikel gegeven garantie van het netto-inkomen, waarin de
vergoeding voor onregelmatigheidstoeslag over de afgelopen drie maanden is opgenomen. Wanneer in de periode
van tenminste 3 jaren, welke voorwaarde is voor een tegemoetkoming ingevolge artikel 5.7.4 lid 2 sub a., door
oorzaken buiten schuld of toedoen van de werknemer gedurende bepaalde periode(n) geen onregelmatige dienst is
verricht, wordt bedoelde periode van 3 jaren verlengd met de duur van de periode(n), waarin geen onregelmatige
dienst is verricht. Artikel 5.7.4 lid 3 bepaalt, dat de uitkomsten van de berekening gedurende de periode van 3 jaar
bevroren blijven. Als voorwaarde voor de tegemoetkoming geldt het bepaalde in de leden 1 en 2, dat gedurende drie
jaar in dezelfde instelling onafgebroken onregelmatige dienst is verricht. Onderbrekingen wegens vakantie en ziekte
worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Artikel 5.8 Vergoedingsregeling
Voor diensten als bedoeld in artikel 5.2 lid 1 van de CAO: consignatie-, aanwezigheids- en bereikbaarheidsdienst
1. Indien de werkgever het noodzakelijk oordeelt dat een werknemer een dienst verricht als bedoeld in artikel 5.2
lid 1 van de CAO, geldt de navolgende vergoeding. De werknemer van wie het salaris niet meer bedraagt dan
het onder nummer 88 van de inpassingstabel aangegeven bedrag, ontvangt voor de uren doorgebracht in
bereikbaarheids- en consignatiedienst dagaanwezigheidsdienst (gedurende de uren tussen 06.00-24.00) en
nachtaanwezigheidsdienst (gedurende de uren tussen 24.00 en 06.00) een compensatie in vrije tijd.
Voor de werknemer die aanspraak heeft op toepassing van artikel 4 (garantiebepaling) van de
uitvoeringsregeling salariëring (CAO Ziekenhuiswezen), geldt in plaats van voornoemd nummer 88 het nummer
48 van de inpassingstabel.
2. De in het vorige lid bedoelde compensatie bedraagt per uur in het geval van:
a. Bereikbaarheidsdienst / consignatiedienst
op erkende feestdagen : 3/18
op zaterdagen/zondagen : 2/18
op overige dagen : 1/18
b. Dagaanwezigheidsdienst (06.00-24.00)
op erkende feestdagen : 5/18
op zaterdagen/zondagen : 4/18
op overige dagen : 2/18
c. Nachtaanwezigheidsdienst (24.00-06.00)
op erkende feestdagen : 7/18
op zaterdagen/zondagen : 6/18
op overige dagen : 3/18
3. Indien de werknemer in een tijdvak van 3 achtereenvolgende perioden van 28 dagen met inachtneming van het
bepaalde in artikel 5.2 lid 2 : werkingssfeer, gedurende meer dan 8 weekenddagen bereikbaarheids- of
aanwezigheids- en/of consignatiedienst verricht, ontvangt hij boven de in lid 2 genoemde compensatie, voor de
meerdere bereikbaarheids-, aanwezigheids- en consignatiediensten op weekeindedagen een toeslag van 50% van
deze compensatie. De beperking vermeld in de tweede volzin van artikel 5.8.3 is op deze toeslag niet van
toepassing.
Artikel 5.8.1 Vergoeding voor arbeid van de werknemer met een volletijd arbeidsduur
Wanneer tijdens de in artikel 5.2 lid 1genoemde diensten arbeid wordt verricht zijn, onverminderd de in artikel 5.8
vermelde compensaties, artikel 5.5.1, 5.5.2, 5.5.3 en 5.5.5 (overwerk) van toepassing.
Ingeval de werknemer tijdens de dag- en nachtaanwezigheidsdienst wordt opgeroepen, wordt voor de berekening van
de overwerkvergoeding uitgegaan van een periode van tenminste een half uur; indien deze oproep geschiedt tijdens
de bereikbaarheidsdienst of consignatiedienst wordt voor genoemde berekening uitgegaan van een periode van
tenminste een half uur, te vermeerderen met de werkelijke reistijd.
Artikel 5.8.2 Vergoeding voor arbeid van de werknemer met een deeltijd arbeidsduur
1. De vergoeding voor arbeid verricht tijdens de in artikel 5.2 lid 1 genoemde diensten wordt verstrekt in de vorm
van vrije tijd, gelijk aan het aantal uren dat de arbeid heeft geduurd en daarenboven in de vorm van een
geldelijke beloning als bedoeld onder lid 2 van dit artikel.
2. De onder 1 genoemde geldelijke beloning bestaat uit een percentage van het uurloon en wel:
-25% voor arbeid verricht tussen 06.00 uur en 22.00 uur op maandag tot en met vrijdag, met dien verstande
dat in een periode van zeven dagen het aantal aldus te belonen uren maximaal 5 bedraagt; de overige uren
worden beloond met 50%;
- 50% voor arbeid verricht tussen 22.00 uur en 06.00 uur op maandag tot en met vrijdag;
- 75% voor arbeid verricht op zaterdag tot 18.00 uur en op vrije dagen;
- 100% voor arbeid verricht op zaterdag vanaf 18.00 uur, op zon- en feestdagen tussen 00.00 en 24.00 uur en
op 24 en 31 december tussen 18.00 en 24.00 uur.
Onder vrije dagen worden voor de toepassing van dit artikel verstaan: de dagen, niet zijnde zondag of feestdag,
waarop de werknemer volgens zijn werktijdenregelingniet zou behoeven te werken.
3. Ingeval de werknemer tijdens de dag- en nachtaanwezigheidsdienst wordt opgeroepen, wordt voor de
berekening van de vergoeding uitgegaan van een periode van tenminste een half uur; indien deze oproep
geschiedt tijdens de bereikbaarheidsdienst of consignatiedienst wordt voor genoemde berekening uitgegaan van
een periode van tenminste een half uur, te vermeerderen met de werkelijke reistijd.
CAO VVT 2008-2010
Artikel 5.8.3 Opnemen vergoeding
1. De in artikelen 5.8 en 5.8.2 genoemde vrije tijd dient te worden verleend en opgenomen binnen een tijdvak van
twee maanden na het verrichten van de bereikbaarheids-, aanwezigheids- of consignatiedienst, tenzij tussen de
werkgever en de werknemer anders wordt overeengekomen. Ingeval het belang van de instelling zich naar het
oordeel van de werkgever verzet tegen het geven van vrije tijd, wordt de vrije tijd tot ten hoogste de helft
omgezet in een geldbedrag, bestaande uit het evenredige deel van het salaris.
2. In afwijking van het gestelde in lid 1 kan de vergoeding in vrije tijd voor de bereikbaarheidsdienst slechts in
overleg tussen werkgever en werknemer geheel of gedeeltelijk in de vorm van een geldbedrag worden
toegekend, bestaande uit het evenredige deel van het salaris.
3. Ingeval bereikbaarheids-, aanwezigheids-of consignatiedienst wordt verricht op een door de werkgever
aangewezen vakantiedag als bedoeld in artikel A4.1 lid 5 Hoofdstuk werk en privé (Bijlage A
overgangsbepalingen), blijft de aanspraak van de werknemer op die dag behouden.
Artikel 5.9 Slaapdienst
De aanwezigheidsdienst als bedoeld in artikel 5.2 lid 1 kan mede vorm gegeven worden door een slaapdienst.
Onder slaapdienst wordt verstaan de omstandigheid dat een werknemer – buiten de vastgestelde werktijd – gedurende
de uren tussen 23.00 en 07.00 uur in de directe omgeving van cliënten moet slapen en anders dan na een oproep als
bedoeld in artikel 5.2 (bereikbaarheids-, aanwezigheids- en consignatiedienst) direct hulp biedt indien de situatie van
de cliënt zulks noodzakelijk maakt.
Artikel 5.9.1 Vergoeding slaapdienst
1. Indien de werkgever het noodzakelijk oordeelt dat een werknemer een slaapdienst verricht, geldt de navolgende
vergoeding. De werknemer, van wie het salaris niet meer bedraagt dan het onder nummer 48 van de
inpassingstabel van Tabel 2 van het Hoofdstuk beloning aangegeven bedrag ontvangt als vergoeding:
a. een bedrag van € 19,- voor elke slaapdienst, ongeacht het aantal uren dat deze dienst bedraagt; en
b. een vergoeding in vrije tijd voor de uren doorgebracht in slaapdienst
2. De in het vorige lid onder b bedoelde vergoeding bedraagt ¼ van de tijd doorgebracht in slaapdienst
3. In het belang van de afdeling/dienst kan de werkgever, na overleg met de OR, in afwijking van de in lid 1 en 2
genoemde vergoedingsregeling een vergoeding toekennen in uitsluitend vrije tijd. Deze vergoeding bedraagt ½
van de tijd doorgebracht in slaapdienst.
Artikel 5.9.2 Opnemen vergoeding slaapdienst
1. De in artikel 5.9.1 genoemde tijd wordt verleend en opgenomen binnen een tijdvak van twee maanden na het
verrichten van de slaapdienst, tenzij de werkgever en de werknemer anders overeengekomen. Ingeval het belang
van de instelling zich naar het oordeel van de werkgever verzet tegen het geven van vrije tijd, wordt de vrije tijd
tot ten hoogste de helft omgezet in een geldbedrag, bestaande uit het evenredige deel van het salaris.
2. Ingeval slaapdienst wordt verricht op een door de werkgever aangegeven vakantiedag als bedoeld in artikel A4.1
lid 5, blijft de aanspraak van de werknemer op die dag behouden.
Toelichting
Van een slaapdienst is sprake als de werknemer in de directe omgeving van de cliënt slaapt en zelf, zonder
tussenkomst door derden, direct hulp biedt indien de situatie van de cliënt zulks noodzakelijk maakt.
Indien er wel sprake is van een oproep door een derde, dan is sprake van een consignatie-, bereikbaarheids-, of
nachtaanwezigheidsdienst.
Specifieke bepalingen werktijden voor thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 per 1 januari 2009
Artikel 5.10 Gebroken dienst
1. Bij de inrichting van de werktijden kan de werkgever per dag één breuk toepassen, tenzij de werknemer instemt
met meerdere breuken. Als breuk wordt beschouwd een onderbreking van het werk zonder dat de tussenliggende
tijd werktijd of een pauze is; bij toepassing van de mogelijkheid van een of meer breuken per dag, geldt dat de
werknemer per dag minimaal twee maal twee uur aaneengesloten wordt ingezet. Het minimum van twee uur
geldt niet voor zover de werkzaamheden (werk)overleg betreffen.
De kosten, verbonden aan het na een breuk heen en weer reizen tussen woon- en werkplaats worden aan de
werknemer vergoed overeenkomstig de bepalingen van de regeling Reis- en verblijfkostenvergoeding artikel
9.1.
2. De beperkende bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op werknemers die uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend werkzaamheden verrichten tijdens de avond (vanaf 20.00 uur), de nacht en de weekeinden.
Artikel 5.11 Overwerk
1. Overwerk is de arbeid die de werknemer in opdracht van de werkgever verricht en waarmee de voor de
werknemer geldende gemiddelde arbeidsduur per week, gemeten over een tijdvak van 13 weken, wordt
overschreden in verband met een incidentele onvoorziene wijziging van omstandigheden of indien de aard van
de arbeid incidenteel een dergelijke afwijking noodzakelijk maakt.
2. Geen vergoeding voor overwerk wordt toegekend indien het overwerk incidenteel gedurende minder dan een
half uur aansluitend aan de bij rooster of regeling vastgestelde werktijd wordt verricht.
3. Indien het overwerk wordt verricht gedurende een periode langer dan een half uur, wordt deze periode afgerond
op een heel uur.
4. Indien het overwerk wordt verricht gedurende een periode langer dan een uur, wordt deze periode naar boven
afgerond op halve, respectievelijk hele uren.
Artikel 5.11.1 Uitzonderingen overwerkvergoeding
Niet in aanmerking voor overwerkvergoeding komen werknemers:
a. die een volledig dienstverband hebben dat gesalarieerd wordt volgens salarisschaal FWG 65 of hoger;
b. die niet op verzoek of in opdracht van de werkgever overwerk verrichten.
Artikel 5.11.2 Overwerkvergoeding deeltijdwerker
1. De vergoeding voor overwerk voor de deeltijdwerker die gesalarieerd wordt volgens salarisschaal FWG 65 of
hoger, bestaat uit verlof gelijk aan de duur van het overwerk indien het aantal overuren niet méér bedraagt dan
het verschil tussen de voor de werknemer geldende contractuele arbeidsduur en de arbeidsduur bij een volledige
dagtaak.
2. De werkgever kan besluiten het verlof om te zetten in een financiële vergoeding op basis van het voor de
werknemer geldende uurloon. In dat geval vindt over die uren ook een opbouw van vakantiedagen en
vakantiebijslag plaats.
Artikel 5.11.3 Overwerkvergoeding
1. De vergoeding voor overwerk, verricht door andere werknemers dan bedoeld in artikel 5.11.2 bestaat uit verlof
gelijk aan de duur van het overwerk.
2. De werkgever kan besluiten het in lid 1 bedoelde verlof om te zetten in een financiële vergoeding op basis van
het voor de werknemer geldende uurloon. Voor deeltijders is de vergoeding in dat geval, indien het aantal
overwerkuren niet meer bedraagt dan het verschil tussen de voor de werknemer geldende contractuele
arbeidsduur en de arbeidsduur bij een volledige dagtaak, het voor de werknemer geldende uurloon en vindt over
die uren ook een opbouw van vakantiedagen en vakantiebijslag plaats.
Artikel 5.11.4 Opnemen overwerkvergoeding
Het in de artikelen 5.11.2 en 5.11.3 bedoeld verlof dient uiterlijk te worden opgenomen in het kwartaal volgend op
dat waarin is overgewerkt, tenzij tussen werkgever en werknemer uitdrukkelijk anders is/wordt overeengekomen.
Artikel 5.11.5 Maximaal aantal uren overwerk
De werknemer mag niet meer dan 10% boven de overeengekomen arbeidsduur voor een periode van vier maanden
aan overwerk verrichten. Indien het percentage van 10% wordt overschreden, wordt op verzoek van de betrokken
werknemer overgegaan tot het verlenen van assistentie of het stellen van een vacature.
Artikel 5.12 Inconveniënte uren
1. Inconveniënte uren zijn de uren waarin de werknemer in opdracht van de werkgever arbeid verricht, indien deze
uren vallen:
– op maandag tot en met vrijdag vóór 07.00 uur en vanaf 20.00 uur;
– op zaterdag;
– op zondagen, alsook feest- en gedenkdagen als bedoeld in artikel 1.1 lid 6.
2. Werkzaamheden, die gedurende korter dan één uur achtereen worden verricht, tellen niet mee voor de
berekening van het aantal inconveniënte uren.
3. Het volgen van opleiding en bijscholing leidt niet tot een toelage voor inconveniënte uren
Artikel 5.12.1 Vergoeding inconveniënte uren
1. Aan de werknemer die in opdracht van de werkgever arbeid verricht op de in artikel 5.12 gedefinieerde
inconveniënte uren, wordt over die uren een brutotoelage toegekend van 40% van het uurloon.
2. Het percentage wordt ten hoogste berekend over het salaris overeenkomstig het maximum van salarisschaal
FWG 35.
Artikel 5.13 Bereikbaarheidsdienst
De vergoeding voor bereikbaarheidsdienst, als bedoeld in artikel 5.2 lid 1, wordt als volgt vastgesteld:
1. De werknemer die zich bereikbaar houdt ontvangt daarvoor een compensatie in vrije tijd. Deze compensatie
bedraagt:
– voor elk vol etmaal op maandag tot en met vrijdag: 1,5 uur;
– voor elk vol etmaal op zaterdagen, zondagen, feest- en gedenkdagen: 3 uren.
2. Indien gedurende minder dan 12 uur bereikbaarheidsdienst wordt opgedragen, wordt de compensatie naar
evenredigheid van het aantal uren vastgesteld.
3. Indien de werknemer zelf bij cliënten spoedopdrachten uitvoert, wordt dit aangemerkt als overwerk en vindt
vergoeding plaats conform het gestelde in artikelen 5.11 tot en met 5.11.5.
4. Op verzoek van de werknemer wordt de in lid 1 genoemde compensatie in vrije tijd vervangen door een bruto
financiële vergoeding op basis van het voor de werknemer geldende uurloon.
Artikel 5.14 Slaapdienst
De aanwezigheidsdienst als bedoeld in artikel 5.2 lid 1 kan mede vorm gegeven worden door een slaapdienst.
1. Onder slaapdienst wordt verstaan het door de werknemer in opdracht van de werkgever ’s avonds en/of ’s nachts
in de nabijheid van de cliënt slapen met de bedoeling om in voorkomende acute situaties aanwezig te zijn om
hulp te kunnen bieden.
2. De werknemer die een slaapdienst verricht ontvangt een vergoeding voor de in slaapdienst doorgebrachte uren.
Deze vergoeding bedraagt 30 % van de tijd doorgebracht in slaapdienst en wordt toegekend op basis van het
salaris behorend bij de door de werknemer beklede functie.
Hoofdstuk 6 Werk en privé
De artikelen in dit hoofdstuk gelden voor thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 (TZ) en (gedeeltelijk) voor
de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 vanaf 1 januari 2008, tenzij anders bepaald.
(V&V: De artikelen 6.1, 6.1.2, 6.2, 6.2.1, 6.2.2 en 6.2.3 gelden vanaf 1 januari 2009. Tot 1 januari 2009 gelden voor
de V&V ter zake de bepalingen in Bijlage A, Hoofdstuk Werk en Privé)
(TZ: artikel 6.2.8 geldt vanaf 1 juli 2008)
Artikel 6.1 (Vakantie)verlof
(Dit artikel treedt voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 in werking per 1 januari 2009.
Tot 1 januari 2009 gelden voor deze organisaties de bepalingen in Bijlage A, Hoofdstuk Werk en Privé)
1. De werknemer heeft per kalenderjaar bij een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week, en afhankelijk van de
leeftijd die de werknemer in het betreffende kalenderjaar bereikt, recht op het navolgende aantal uren
(vakantie)verlof met behoud van salaris:
Leeftijd Aantal uren
18 jaar 246
19 jaar 238
20 jaar 231
21 tot en met 29 jaar 224
30 tot en met 39 jaar 231
40 tot en met 44 jaar 238
45 tot en met 49 jaar 246
50 tot en met 54 jaar 253
55 tot en met 64 jaar 317
Artikel 6.1.2 Garantieregeling verlof werknemers 55 jaar e n ouder in verpleeg- en verzorgingshuizen
(met ingang van 1 januari 2009):
1. De werknemer die, vóór 1 januari 2009 in dienst is bij een verpleeg-en verzorgingshuis ex artikel 1.1 lid 17 sub
1 èn de leeftijd heeft bereikt van 55 jaar, behoudt het recht op het leeftijdsverlof van 108 uren extra verlof, zoals
dit in de CAO V&V 2006 (art. 6.1.1.) was opgenomen;
2. De werknemer, als bedoeld in het vorig lid, heeft per kalenderjaar bij een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per
week, recht op 335 uur (vakantie)verlof met behoud van salaris. Dit aantal garantie-uren is incl. de garantie van
108 uur als genoemd in lid 1 van dit artikel en incl. de uren als bepaald in art. 6.1
3. Voor de werknemer in dienst bij een verpleeg-en verzorgingshuis, die gebruik maakte vóór 1 april 2004 van de
55+ regeling (art. 6.2.4 CAO V&V 2006) is een garantieregeling opgenomen in Bijlage C van deze CAO.
Artikel 6.1.3 Opbouw (vakantie)verlof
1. Voor elke kalendermaand waarin de werknemer in dienst is of zal zijn, bedraagt het (vakantie)verlof 1/12 deel
van het per jaar vastgestelde (vakantie)verlof. Een maand, waarin het dienstverband voor de 16e is ingegaan of
na de 15e is geëindigd, wordt voor de bepaling van het (vakantie)verlof als een volle kalendermaand beschouwd.
2. Het verlof voor de werknemer met een arbeidsduur, die meer of minder dan de gemiddelde arbeidsduur van 36
uur per week bedraagt als bedoeld in art. 4.1 wordt naar evenredigheid vastgesteld. Het aantal uren
(vakantie)verlof wordt naar boven afgerond op halve of hele uren.
Artikel 6.1.4 Opnemen van (vakantie)verlof
1. De werkgever is verplicht de werknemer ieder jaar in de gelegenheid te stellen (vakantie)verlof op te nemen.
2. Het (vakantie)verlof wordt, tenzij de belangen van de afdeling of dienst waar de betrokken werknemer
aangesteld is zich hiertegen verzetten, overeenkomstig de wensen van de werknemer – desgewenst
ononderbroken - verleend. De werknemer kan tenminste aanspraak maken op een (vakantie)verlof van drie
weken aaneengesloten met inbegrip van de weekends daaraan voorafgaand en daarop aansluitend.
3. De werkgever kan een regeling treffen, die ertoe leidt, dat maximaal drie ziektedagen worden aangemerkt als
vakantieverlof in het geval dat de werknemer tijdens de arbeidsongeschiktheidsperiode met toestemming van de
controlerend geneeskundige vakantie geniet met dien verstande dat de werknemer recht houdt op tenminste het
in artikel 7:634 BW genoemde aantal vakantiedagen.
4. De werkgever kan, indien zich omstandigheden voordoen, welke hij op het moment van vaststelling van het
tijdvak van de (vakantieverlof niet kon voorzien en tengevolge waarvan het functioneren van de instelling c.q.
dienst of afdeling ernstig in gevaar komt, het door hem vastgestelde tijdvak van het (vakantie)verlof wijzigen.
Het nieuwe tijdvak van het (vakantie)verlof wordt door de werkgever in overleg met de werknemer vastgesteld.
5. De schade welke de werknemer tengevolge van deze wijziging lijdt, wordt door de werkgever vergoed.
Artikel 6.2 Verlof en feestdagen
(Dit artikel treedt voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 per 1 januari 2009 in werking.
Tot 1 januari 2009 gelden voor deze organisaties de bepalingen van Bijlage A, artikel A4.2.3)
1. Het (vakantie)verlof is voorts mede bedoeld voor verlof op feest- en gedenkdagen als bedoeld in artikel 1.1 lid 6.
De werknemer kan ervoor kiezen om in plaats van genoemde dagen verlof op te nemen op andere bij de
godsdienst of de levensbeschouwing van de werknemer passende dagen. Dit lid laat de mogelijkheid onverlet,
dat uit de aard van de werkzaamheden kan voortvloeien, dat het onmogelijk is dat de werknemer op genoemde
dagen verlof opneemt.
2. De werknemer die in een vast patroon gedurende (maximaal) drie dagen per week werkt en die in ieder geval op
maandag en/of donderdag werkzaam is en waarbij deze werkdag(en) samenvalt (samenvallen) met een feest- of
gedenkdag, heeft het recht om in de gelegenheid gesteld te worden om op (een) andere dag(en) zijn
werkzaamheden te verrichten. Op deze wijze wordt het opnemen van verlofuren voor de betreffende feest- of
gedenkdag voorkomen.
Artikel 6.2.1 Betaald verlof in verband met bijzondere persoonlijke omstandigheden
(Dit artikel treedt voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 per 1 januari 2009 in werking.
Tot 1 januari 2009 gelden voor deze organisaties de bepalingen van Bijlage A, artikel A4.2.1 en A4.2.2)
1. In afwijking van het bepaalde in de Wet Arbeid en Zorg is het (vakantie)verlof mede bedoeld voor situaties
waarin de werknemer verlof wenst op te nemen in verband met bijzondere persoonlijke omstandigheden dan wel
het kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen. Onder bijzondere persoonlijke omstandigheden worden in elk
geval begrepen: huwelijk, registratie van partnerschap, verhuizing, de bevalling van de echtgenote van de
werknemer of zijn geregistreerde partner inclusief kraamverlof, huwelijksjubilea en het overlijden van een van
zijn huisgenoten of een van zijn bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en in de tweede graad van de zijlijn.
2. Het (vakantie)verlof is mede bedoeld voor die persoonlijke gebeurtenis waarbij de werknemer aangeeft in
verband met het overlijden van een van zijn huisgenoten of een van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn
en in de tweede graad van de zijlijn rouwverlof te willen opnemen. De werkgever is verplicht om in situaties
waarin het door de aard van de persoonlijke gebeurtenis niet mogelijk is om het (vakantie)verlof tijdig in overleg
vast te stellen, de werknemer in de gelegenheid te stellen om toch (vakantie)verlof op te nemen, in een op de
persoonlijke gebeurtenis afgestemde redelijke omvang.
Artikel 6.2.2 Bezoek (tand)arts/specialist
(Dit artikel treedt voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 per 1 januari 2009 in werking).
In afwijking van het vorige artikel is het (vakantie)verlof niet bedoeld voor bezoek aan (tand)arts/specialist, dat
noodzakelijkerwijs gedurende werktijd dient plaats te vinden.
Artikel 6.2.3 Calamiteitenverlof
(Dit artikel treedt voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 per 1 januari 2009 in werking.
Tot 1 januari 2009 gelden voor deze organisaties de bepalingen van Bijlage A, artikel A4.2.1)
1. Bij zodanige ziekte in het gezin dat de werknemer regelingen moet treffen om de zorg te regelen heeft de
werknemer recht op calamiteitenverlof met behoud van salaris.
2. De omvang van dit verlof bedraagt – achteraf vast te stellen – de benodigde tijd met een maximum van 24 uur
per kalenderjaar.
3. De werknemer heeft, indien het verlof wegens bijzondere persoonlijke omstandigheden in artikel 6.2.1 en het
verlof genoemd in de leden 1 en 2 van dit artikel, in enig kalenderjaar ontoereikend is, recht op onbetaald
calamiteiten- en ander kort verzuimverlof, indien is voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in de Wet
arbeid en zorg.
Artikel 6.2.4 Zorgverlof bij zeer ernstige ziekte
Bij zeer ernstige ziekte van de echtgeno(o)t(e) of relatiepartner, (pleeg)ouders, (pleeg)kind of een verwant, waarmee
de werknemer samenwoont, waarvoor thuisverpleging en/of verzorging noodzakelijk is, wordt aan de werknemer die
de verzorging en/of verpleging op zich neemt na overleg met de werkgever betaald verlof verleend voor een
aaneengesloten periode van maximaal drie maanden. Het tijdens deze periode van verlof opgebouwde vakantieverlof
wordt geacht in de totale verlofperiode te zijn inbegrepen.
Een verklaring van de arts/behandelaar met betrekking tot de noodzaak van de verpleging en/of verzorging wordt
door de werknemer overgelegd.
Artikel 6.2.5 Verlenging bevallingsverlof
Aansluitend aan haar betaald (bevallings)verlof verleent de werkgever aan de werknemer, die dit wenst, verlof zonder
behoud van salaris voor een periode van maximaal vier weken.
Werkgever en werknemer dienen uiterlijk drie maanden voor de vermoedelijke datum van de bevalling een afspraak
omtrent dit verlof te hebben gemaakt. De werknemer dient daartoe haar wens tijdig kenbaar te maken aan de
werkgever.
Artikel 6.2.6 Verlenging ouderschapsverlof
Het ouderschapsverlof kan, in afwijking van het bepaalde in de Wet arbeid en zorg, opgenomen worden over de
gehele contractuele arbeidsduur gedurende een periode van zes maanden. Deze periode van zes maanden kan in
overleg tussen werkgever en werknemer eenmaal verlengd worden met maximaal zes maanden.
Artikel 6.2.7 Wet Arbeid en Zorg
1. Voor zover in de artikelen van dit hoofdstuk niet anders is bepaald geldt het bepaalde in de Wet Arbeid en Zorg.
2. Ten aanzien van de bepalingen van de Wet arbeid en zorg inzake zwangerschaps-, bevallings- , adoptie- en
pleegzorg-, kort- en langdurend zorgverlof, zijn geen afwijkende bepalingen opgenomen.
Artikel 6.2.8 (Gedeeltelijk) afwijzen verlof
Indien uit een oogpunt van instellingsbelang c.q. patiëntenbelang van de werkgever in redelijkheid niet verlangd kan
worden op een bepaald tijdstip verzuim toe te staan of verlof te verlenen, dan zal na overleg met de werknemer door
de werkgever een (gedeeltelijk) afwijzend besluit mogen worden genomen.
Artikel 6.2.9 Premies tijdens onbetaald verlof
(Deze bepaling geldt voor de thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 met ingang van 1 juli 2008)
1. De over de periode van onbetaald verlof verschuldigde premies ten laste van de werkgever kunnen op de
werknemer worden verhaald.
2. De werknemer kan bij onbetaald verlof als bedoeld in artikelen 6.2.5 en 6.2.6 van de CAO dan wel bij
ouderschapsverlof op grond van de Wet arbeid en zorg, de pensioenverzekering bij het Pensionfonds Zorg en
Welzijn voortzetten, indien dit mogelijk is op grond van het pensioenreglement van het Pensioenfonds. De
werkgever neemt de vastgestelde werkgeversbijdrage van de daarvoor verschuldigde premie voor zijn rekening.
Lid 3 is alleen van toepassing voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1:
3. de werknemer ontvangt tijdens de periode van onbetaald verlof als bedoeld in het vorige lid, de
werkgeversbijdrage in de basisaanvullende ziektekostenverzekering bij IZZ met inachtneming van het bepaalde
in de artikelen 9.9.1 t/m 9.9.5.
4. Het in de leden 2 en 3 bedoelde, voor rekening van de werkgever komend deel van de premies, bedraagt niet
meer dan de volledige gedurende de periode van onbetaald verlof aan het Pensioenfonds Zorg en Welzijn
respectievelijk aan het IZZ verschuldigde premies.
Ingeval de werkgever zorg draagt voor de afdracht van de volledige premie, verhaalt hij het deel dat niet voor
zijn rekening komt op de werknemer.
5. Het bepaalde in de vorige leden geldt alleen, indien de werknemer na het onbetaalde verlof zijn dienstverband
tenminste gedurende 6 maanden voortzet. Indien het dienstverband binnen deze termijn wordt beëindigd dient de
werknemer, de voor rekening van de werkgever komend deel van de premies in de periode van onbetaald verlof,
terug te betalen. Werkgever en werknemer treffen hiertoe een regeling.
6. (Treedt in werking per 1/1/08)
Doorbetaling van pensioenpremie tijdens levensloopverlof: bij de betaling van de pensioenpremie tijdens het
verlof betaalt de werknemer het werknemersdeel en de werkgever het werkgeversdeel, indien tijdens de
verlofperiode de werknemer ten minste een inkomen uit de levensloop heeft van 70% van het laatstgenoten
salaris.
Hoofdstuk 7 Meerkeuzesysteem arbeidsvoorwaarden
Artikel 7.1 Meerkeuzesysteem
De werknemer kan in het kader van een meerkeuzesysteem geld- en tijdbronnen ruilen tegen geld-en tijddoelen.
Artikel 7.2 Randvoorwaarden Meerkeuzesysteem
Bij de invulling en inrichting van het meerkeuzesysteem worden de navolgende randvoorwaarden toegepast:
1. Indien de werknemer een tijdbron in zet voor een oriëntatie op zijn beroeps-/loopbaan is de waarde van de
tijdbron 120%.
2. Indien de werknemer gebruik maakt van het meerkeuzesysteem wordt de grondslag voor de berekening van
toeslagen overwerk en onregelmatige dienst/inconveniënte uren niet verlaagd met de ingezette bron.
3. Indien de werknemer kiest voor uitruil van een tijdbron tegen het doel extra pensioen, wordt de waarde van het
uurloon gelijk gesteld aan 115% van het actuele uurloon op het moment van de inwisseling van een geldbron in
een pensioenaanspraak.
Artikel 7.3 Inrichting Meerkeuzesysteem
De werkgever bepaalt in overleg met de ondernemingsraad de invulling en inrichting van het meerkeuzesysteem, met
inachtneming van artikel 7.2. In dat verband bepalen zij onder andere de bronnen en doelen. Voor wat betreft de
doelen kan onder meer gedacht worden aan financiering van kosten die voortvloeien uit de verplichte (her)registratie
in het kader van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, vakbondscontributie, contributie
beroepsorganisaties, fiets of reiskosten.
Hoofdstuk 8 Arbeid en gezondheid
Artikel 8.1 Loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid
1. De werknemer die door ongeschiktheid als gevolg van ziekte als bedoeld in artikel 7:629 BW verhinderd is de
bedongen arbeid te verrichten, heeft:
a. gedurende een termijn van 52 weken aanspraak op doorbetaling van zijn bruto salaris door de werkgever;
b. gedurende de daaropvolgende 52 weken aanspraak op doorbetaling van 70% van zijn bruto salaris en ten
minste op het voor hem geldende wettelijk minimum (jeugd)loon door de werkgever.
2. Onder bruto salaris als bedoeld in dit artikel wordt verstaan de som van:
a. het bruto-maandsalaris dat de werknemer geniet op het moment dat de ongeschiktheid als gevolg van ziekte
ontstaat;
b. overige structurele looncomponenten.
Geldt tot 1 augustus 2008:
Voor werknemers bij een thuiszorgorganisatie ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 wordt de hoogte van de structurele
looncomponenten gemeten over een periode van drie maanden overige structurele looncomponenten.)
Vanaf 1 augustus 2008 geldt voor werknemers werkzaam bij een thuiszorgorganisatie ex artikel 1.1 lid 17
sub 2:
De hoogte van deze structurele looncomponenten wordt op maandbasis gemeten over een periode van zes
maanden voorafgaand aan de maand waarin de ongeschiktheid ten gevolge van ziekte is ingetreden.
Het bruto salaris wordt verminderd met:
c. de aanspraak die de werknemer als gevolg van de in lid 1 genoemde omstandigheden heeft op een uitkering
op grond van of krachtens een bij de wet geldende verzekering of op grond van een
arbeidsongeschiktheidspensioen ingevolge van een pensioenregeling of een samenloop daarvan.
d. De inkomsten in of buiten dienstbetrekking door de werknemer genoten voor werkzaamheden die hij heeft
verricht gedurende de tijd dat hij de bedongen arbeid had kunnen verrichten in de periode als bedoeld in lid
1 onder a.
3. Het bruto salaris wordt aangepast:
a. indien het maandsalaris wordt gewijzigd als gevolg van:
• toekenning van een periodieke verhoging gedurende de eerste 52 weken van ziekte;
• algemene salarisaanpassingen ingevolge deze CAO.
4. Gedurende de in lid 1 onder a en b genoemde perioden behoudt de werknemer recht op vakantiebijslag, onder
aftrek van de op grond van enige bij of krachtens de wet geldende verzekering toegekende vakantiebijslag.
De hoogte van de vakantiebijslag wordt vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.1.13.
5. Gedurende de in lid 1 onder a en b genoemde perioden behoudt de werknemer recht op de eindejaarsuitkering
als bedoeld in artikel 3.1.11.
6. Het recht op doorbetaling van het inkomen als bedoeld in lid 1 vervalt op het tijdstip dat de dienstbetrekking
eindigt.
7. Als de werknemer na beëindiging van zijn ziekte zijn werkzaamheden heeft hervat en binnen de termijn als
genoemd in artikel 7: 629 lid 10 BW, na deze hervatting opnieuw ziek wordt, zal de tweede ziekte als een
voortzetting van de eerste worden beschouwd.
Artikel 8.1.1 Loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid bij min-maxcontract
(treedt voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 in werking vanaf 1 augustus 2008)
Met inachtneming van het bepaalde in het vorige artikel geldt voor werknemers met een min-maxcontract als bedoeld
in artikel 4.2 in afwijking het vorige artikel lid 2a het navolgende, voor zover het salaris moet worden bepaald over
een tijdvak dat werkgever en werknemer nog geen afspraak hebben gemaakt over de toepassing van het variabele
gedeelte: het bruto maand- of periodesalaris, vastgesteld als gemiddelde over de 3 maanden of 3 periodes,
voorafgaand aan de maand of de periode waarin deze vaststelling plaatsvindt
Artikel 8.1.2 Productieve arbeid en reïntegratie-activiteiten tijdens ziekte
Voor de werknemer die gedurende de periode als bedoeld in artikel 8.1 lid 1 onder b productieve arbeid verricht bij
de werkgever of bij een derde, en/of reïntegratieactiviteiten verricht, die tussen werkgever en werknemer zijn
overeengekomen in het plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:658a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek geldt het
volgende:
a. de uren die zijn besteed aan productieve arbeid en/of de uren die direct zijn besteed aan reïntegratieactiviteiten
worden doorbetaald tegen 100% van het op dat moment voor de werknemer geldende salaris.
b. de overige uren worden doorbetaald overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.1 lid 1 onder b en lid 2.
c. de overeenkomstig sub a en/of sub b genoten inkomsten kunnen afzonderlijk dan wel tezamen ten hoogste 100%
bedragen van het bruto salaris als bedoeld in artikel 8.1 lid 2 en nooit minder dan 70%, met een minimum van
het voor de werknemer geldende wettelijk minimum (jeugd)loon.
Artikel 8.1.3 Loonaanvulling vervroegde IVA-uitkering
1. Ingeval de werknemer, als gevolg van een vervroegde keuring als bedoeld in de WIA, gedurende de eerste 52
weken van ziekte als bedoeld in artikel 8.1 lid 1 onder a recht heeft op een IVA-uitkering als bedoeld in de WIA,
heeft hij aanspraak op een aanvulling van de werkgever tot 100% van brutosalaris als bedoeld in artikel 8.1 lid 2.
2. Het brutosalaris wordt verminderd met:
a. het bedrag van de uitkering door de werknemer ontvangen op grond van enige bij of krachtens de wet
geldende verzekering of uitkeringsregeling alsmede een uitkering op grond van het
arbeidsongeschiktheidspensioen ingevolge een pensioenregeling;
b. het bedrag aan bruto salaris in of buiten dienstbetrekking door de werknemer genoten voor werkzaamheden
die hij heeft verricht gedurende de tijd dat hij recht heeft op een IVA-uitkering als bedoeld in lid 1.
Artikel 8.1.4 WIA 0-35%
(dit artikel is alleen van toepassing voor werknemers werkzaam bij verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid
17 sub 1)
1. De werknemer die na afloop van twee jaar ziekte als bedoeld in artikel 8.1. lid 1 onder a en b op grond van de
claimbeoordeling ingevolge de WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt is, heeft aanspraak op 100% van zijn
salaris indien hij werkzaam is in zijn functie dan wel arbeid verricht op het niveau van zijn functie. Indien de
werknemer een andere functie gaat vervullen, waarop een ander salaris van toepassing is, heeft de werknemer
aanspraak op dat salaris.
2. Het feit dat een werknemer voor 0-35% arbeidsongeschikt is verklaard, vormt als zodanig geen reden voor
ontslag. Het voorgaande is niet gelijk te stellen met een absoluut ontslagverbod, de overige normale
ontslaggronden blijven van toepassing.
Artikel 8.1.5 Verlagen of vervallen van loondoorbetaling
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 7: 629 lid 3 en lid 6 BW, kan de werkgever de doorbetaling van het
inkomen als bedoeld in artikel 8.1 lid 1 verlagen tot het in artikel 7: 629 lid 1 BW voorgeschreven niveau, indien
blijkt dat de werknemer de verplichtingen die de werkgever - op grond van de wet en/of een eigen regeling - aan
de zieke werknemer stelt, niet is nagekomen.
2. Het recht op loondoorbetaling als bedoeld in artikel 8.1 lid 1, kan door de werkgever geheel of gedeeltelijk
vervallen verklaard worden, wanneer de aanspraak op uitkering ingevolge de ZW, WIA, WAO of WW geheel
of gedeeltelijk komt te vervallen, tenzij dit aan de werkgever te wijten is.
Artikel 8.1.6 Regeling positieve/negatieve stimulansen vermindering ziekteverzuim
Dit artikel vervalt per 1/8/08
Voor werknemers werkzaam in de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 geldt:
De werkgever kan met als doel het leveren van een bijdrage aan het verminderen van het ziekteverzuim, met
instemming van het medezeggenschapsorgaan op grond van artikel 27 van de WOR, een regeling treffen waarin een
of meer stimulansen zijn opgenomen. Voorwaarden voor de regeling zijn:
a. er dient rekening te worden gehouden met de positie van de chronisch zieken;
b. de regeling dient jaarlijks met de OR dan wel PVT te worden besproken en geëvalueerd;
c. de werkgever verstrekt jaarlijks informatie aan alle werknemers over de toepassing van de regeling, bijvoorbeeld
in het sociaal jaarverslag;
d. van de regeling mogen geen werknemers worden uitgesloten en de stimulansen dienen positief van aard te zijn.
Voor werknemers werkzaam bij thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 geldt:
1. Als onderdeel van een beleidsplan voor de bestrijding van ziekteverzuim kan de werkgever met instemming van
de ondernemingsraad een samenhangend stelsel van positieve en negatieve arbeidsvoorwaardelijke prikkels
invoeren.
2. Bij de toepassing van het eerste lid kan zowel in gunstige als in ongunstige zin van de bepalingen van deze
CAO worden afgeweken.
Artikel 8.2.1 Plan van aanpak arbeidsomstandigheden
De werkgever stelt een plan van aanpak inzake de arbeidsomstandigheden op.
De werkgever draagt er zorg voor dat het plan van aanpak en de prioritering binnen dit plan aansluiten op de aard en
de omvang van de binnen de instelling geconstateerde arborisico’s.
De werkgever zal het plan van aanpak met het medezeggenschapsorgaan bespreken en evalueren.
Artikel 8.2.2 Risico inventarisatie en evaluatie
De werkgever zal ten behoeve van de door hem op grond van de Arbowet uit te voeren risico inventarisatie en
evaluatie (RI&E) gebruik maken van het standaardmodel RI&E welke voor de branche verpleeg- en
verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 in opdracht van sociale partners is ontwikkeld.
Artikel 8.2.3 Ziekteverzuim
De werkgever onderzoekt oorzaken van geconstateerde substantiële afwijkingen, bijvoorbeeld op een afdeling, van
het gemiddelde ziekteverzuim binnen de instelling. De werkgever voert overleg met het medezeggenschapsorgaan
over de noodzaak tot het treffen van maatregelen.
Artikel 8.2.4 Arbozorgsysteem
De werkgever hanteert een arbozorgsysteem.
Artikel 8.2.5 Kwaliteit van de arbeid
1. De werkgever hanteert een methode van capaciteitsplanning in het kader van de kwaliteit van de arbeid en
verstrekt hierover binnen de organisatie informatie. Daarmee wordt beoogd de medewerkers en het medezeggenschapsorgaan te betrekken bij de planning van de inzet van personeel in kwalitatieve en
kwantitatieve zin.
2. De werkgever overlegt tenminste eenmaal per jaar met het medezeggenschapsorgaan over de toepassing van
deze methode.
3. De werkgever is gehouden om verbeteracties te realiseren indien het medezeggenschapsorgaan of de werkgever
knelpunten hebben geconstateerd.
4. Onder knelpunten als bedoeld in lid 3 worden in ieder geval verstaan frequent voorkomende ‘last-minute’
wijzigingen die een gebleken negatief effect hebben op de werklast en de werkdruk.
De navolgende bepalingen (8.3.1 t/m 8.3.4) blijven voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1
gehandhaafd in het kader van het overleg over de totstandkoming van de arbocatalogus.
Artikel 8.3.1 Preventiebeleid fysieke belasting
1. De werkgever voert een preventief beleid, dat erop is gericht om de mate van blootstelling van werknemers aan
fysieke overbelasting terug te dringen.
Het beleid is gebaseerd op een door de werkgever opgesteld plan van aanpak preventiebeleid fysieke belasting.
Bij de uitvoering van het beleid maakt hij gebruik van de door partijen ter beschikking gestelde instrumenten en
richtlijnen.
2. Het Plan van Aanpak Preventiebeleid fysieke belasting als bedoeld in lid 1 bevat in ieder geval het volgende:
a. de wijze van aanpak van de aan de hand van de in lid 1 bedoelde instrumenten en richtlijnen vastgestelde
lacunes en/of verbeterpunten in het bestaande preventiebeleid;
b. in samenhang met het onder a gestelde, de wijze van aanpak van de met behulp van de in lid 1 bedoelde
instrumenten en richtlijnen vastgestelde mate van fysieke overbelasting;
c. ten aanzien van de aanpak van verbeterpunten als bedoeld onder a en b worden vastgelegd:
-de concrete maatregelen welke genomen zullen worden;
-het tijdpad waarbinnen de verschillende maatregelen genomen worden;
-de prioritering van de te nemen maatregelen, welke gerelateerd is aan de mate van blootstelling aan
fysieke overbelasting;
-de (eind)verantwoordelijke persoon, afdeling of onderdeel voor elk van de maatregelen afzonderlijk en
voor het geheel van maatregelen gezamenlijk.
d. Het plan van aanpak wordt in overleg met het medezeggenschapsorgaan vastgesteld en tenminste 1 maal
per jaar geëvalueerd met het medezeggenschapsorgaan.
3. De werknemer is gehouden zijn medewerking te verlenen aan maatregelen en activiteiten van de werkgever in
het kader van de aanpak van fysieke overbelasting.
Artikel 8.3.2 Preventiebeleid psychische belasting
1. De werkgever voert een preventief beleid dat erop is gericht om de mate van blootstelling van werknemers aan
te hoge psychische belasting en werkdruk terug te brengen.
Het beleid is gebaseerd op een door de werkgever opgesteld plan van aanpak preventiebeleid psychische
belasting en werkdruk
2. De werknemer is gehouden zijn medewerking te verlenen aan maatregelen en activiteiten van de werkgever als
bedoeld in lid 1.
Artikel 8.3.3 Seksuele intimidatie
1. De werkgever zorgt er voor dat de werknemer zo veel mogelijk wordt beschermd tegen seksuele intimidatie en
de nadelige gevolgen daarvan.
2. Onder seksuele intimidatie, als bedoeld in lid 1, wordt verstaan:
ongewenste seksuele toenadering, verzoek om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag
van seksuele aard waarbij tevens sprake is van een van de volgende punten:
3. a. Onderwerping aan dergelijk gedrag wordt, hetzij expliciet hetzij impliciet, gehanteerd als voorwaarde voor
tewerkstelling van een persoon.
b. Onderwerping aan of afwijzing van dergelijk gedrag door een persoon, wordt gebruikt of mede gebruikt als
basis voor beslissingen die het werk van deze persoon raken.
c. Dergelijk gedrag heeft het doel de werkprestaties van een persoon aan te tasten en/of een intimiderende,
vijandige of onaangename werkomgeving te creëren.
d. De werkgever kan een vertrouwenspersoon benoemen bij wie werknemers die met seksuele intimidatie
worden geconfronteerd zich kunnen melden voor opvang, steun en advies.
e. Indien de werkgever besluit tot het benoemen van een vertrouwenspersoon, kan het
medezeggenschapsorgaan een bindende voordracht doen.
f. De vertrouwenspersoon is alleen verantwoording schuldig aan de werkgever.
g. De werkgever verschaft de noodzakelijke faciliteiten.
h. Artikel 21 WOR aangaande bescherming van de rechtspositie wordt voor de functie van de
vertrouwenspersoon van toepassing verklaard.
4. Indien de werkgever besluit tot het benoemen van een klachtencommissie die klachten over seksuele intimidatie
onderzoekt, geschiedt de benoeming, de regeling van de samenstelling, werkwijze, taken en bevoegdheden van
de klachtencommissie in overleg met het medezeggenschapsorgaan.
5. Indien de werknemer een geval van seksuele intimidatie bij de werkgever heeft gemeld, stelt de werkgever of
een daartoe ingestelde klachtencommissie een onderzoek in.
6. Indien een werknemer wordt geconfronteerd met seksuele intimidatie heeft zij/hij het recht de werkzaamheden
onmiddellijk te onderbreken zonder dat dit een dringende reden voor ontslag in de zin van artikel 7: 678 BW
oplevert. In dat geval dient het voorval onmiddellijk bij de werkgever gemeld te worden.
7. In afwachting van het in lid 5 genoemde onderzoek heeft de werknemer het recht de werkzaamheden te
weigeren die haar/hem opnieuw in contact brengen met degene tegen wie het onderzoek loopt.
8. De werkgever voorkomt dat de positie van de werknemer geschaad wordt als gevolg van het melden van een
klacht over seksuele intimidatie.
Artikel 8.3.4 Agressie en geweld
1. De werkgever zorgt er voor dat de werknemer zoveel mogelijk wordt beschermd tegen uitingen van agressie en
geweld en de nadelige gevolgen daarvan. De werkgever voert hiertoe preventief beleid ten aanzien van agressie
en geweld.
2. De werkgever zal regelingen treffen voor de opvang van werknemers die te maken hebben gekregen met
agressie, geweld en traumatische ervaringen. De kosten van deze regeling komen voor rekening van de
werkgever.
3. In de door de werkgever uit te voeren Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) zal aandacht worden besteed
aan de onderwerpen agressie, geweld en de opvang in verband met traumatische ervaringen.
Hoofdstuk 9 Bijdragen en uitkeringen
Dit artikel treedt in werking per 1 januari 2008 met inachtneming van de navolgende overgangsmaatregel. Eigen
instellingsregelingen die vóór 1 januari 2008 tussen de werkgever en de OR zijn overeengekomen op grond van
artikel 1 lid 4 Uitvoeringsregeling J CAO-Thuiszorg respectievelijk artikel 10.1.1 lid 8 CAO-V&V, voor zover die
afwijken van de per 1 januari 2008 geldende regeling uit deze cao, blijven vanaf 1 januari 2008 gehandhaafd.
Werkgever en OR zijn evenwel verplicht opnieuw overleg te voeren over deze instellingsregelingen tegen de
achtergrond van de nieuwe vergoedingsregeling woon-werkverkeer van deze cao. Indien werkgever en OR daarover
geen overeenstemming bereiken, blijft de instellingsregeling ongewijzigd.
Artikel 9.1 Vergoedingen voor reiskoste n
1. Aan de werknemer die op een vaste standplaats, de standplaats is bepalend voor het woonwerkverkeer, een door
de werkgever aan te wijzen locatie, zijn werk verricht, wordt een tegemoetkoming ge geven in de kosten
verbonden aan het eenmaal dagelijks heen en weer reizen van zijn woning naar die standplaats overeenkomstig
het bepaalde in artikel 9.2 van deze regeling.
2. Aan de werknemer die zijn werk verricht bij cliënt(en) thuis en hiertoe rechtstreeks van zijn woning naar deze
cliënt(en) reist, wordt een tegemoetkoming in de reiskosten gegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel
9.3.1 van deze regeling.
3. Aan de werknemer die op een vaste standplaats, een door de werkgever aan te wijzen locatie, zijn werk verricht
en vanuit deze standplaats naar cliënt(en) thuis reist om daar werkzaamheden te verrichten òf op een andere door
de werkgever aan te wijzen locatie zijn werk verricht, ontvangt:
a. een vergoeding voor woon-werkverkeer als bedoeld lid 1 van dit artikel;
b. voor het reizen van die standplaats naar cliënten thuis dan wel naar een door de werkgever aan te wijzen
locatie een vergoeding overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.3.1 en artikel 9.3.2. In afwijking van het
bepaalde in artikel 9.3.2 eerste lid, onder punt a, geldt in dit geval voor alle kilometers een vergoeding van netto
€ 0,27, indien het bepaalde vervoermiddel auto of motor is.
4. Aan de werknemer die in opdracht van de werkgever in het kader van zijn werkzaamheden incidenteel reis- en
verblijfkosten ter zake van dienstreizen moet maken worden deze kosten overeenkomstig het bepaalde in artikel
9.4.2 vergoed.
5. Onder locatie wordt verstaan in de zin van dit artikel: een door de werkgever aan te wijzen plaats waar de
werknemer zijn werk verricht. Onder locatie wordt niet verstaan de woning van een cliënt in de thuissituatie.
Artikel 9.2 Vergoeding kosten woon- werkverkeer
1. Aan de werknemer wordt een tegemoetkoming gegeven in de kosten verbonden aan het eenmaal dagelijks heen
en weer reizen van zijn woning naar zijn standplaats, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.
2. Onder de in het eerste lid genoemde kosten worden verstaan de reiskosten gebaseerd op de laagste klasse van het
openbaar vervoer alsmede de kosten voortvloeiend uit gebruik van brug, tunnel of veer.
3. Het bedrag van de vergoeding als bedoeld in het eerste lid bedraagt maximaal € 116,38* / € 118,79** per
maand. Op het bedrag van de vergoeding komt in mindering een eigen bijdrage van de werknemer van € 55,35*
/ € 56,50**.
4. Voor de werknemer, die gebruik maakt van eigen vervoer wordt de vergoeding met inachtneming van het
bepaalde in het derde lid gefixeerd op het tarief, dat met inachtneming van het aantal af te leggen kilometers, bij
vervoer per trein laagste klasse geldt.
5. Voor werknemers met wie in het kader van een deeltijd arbeidsduur is overeengekomen dat gemiddeld minder
dan vijf dagen per week wordt gereisd, wordt het bedrag van de tegemoetkoming alsmede van de eigen bijdrage
als bedoeld in lid 3 naar rato van het aantal werkdagen vastgesteld.
6. Op verzoek van de werkgever dient de werknemer de bescheiden over te leggen waaruit het bedrag van de
tegemoetkoming kan worden vastgesteld.
7. De in de leden 3 en 4 genoemde bedragen worden gelijktijdig met de wijziging van de vervoertarieven van de
NS aangepast.
8. De werkgever kan in overleg met de OR dan wel de PVT een afwijkende regeling treffen voor (de)
werknemer(s) ten aanzien van de vergoeding voor het dagelijks heen en weer reizen van zijn woning naar zijn
werk. Deze regeling treedt dan in de plaats van het bepaalde in de artikelen 9.1 en 9.2. Indien er geen
overeenstemming is bereikt, blijft het bepaalde in de artikelen 9.1 en 9.2 van toepassing.
* Per 1 januari 2008
** Per 1 februari 2008
Artikel 9.3.1 Vergoeding reiskosten van huis naar cliënten in de wijk
1. Aan de werknemer als bedoeld in artikel 9.1 leden 2 en 3 onder b, wordt voor het reizen naar een cliënt in de
wijk een vergoeding toegekend voor de aan zijn werk gerelateerde reis- en verblijfkosten volgens de navolgende
bepalingen.
2. De werkgever bepaalt in overleg met de werknemer van welk van de in deze regeling genoemde
vervoermiddelen wordt uitgegaan.
3. Indien de werkgever op basis van een met de ondernemingsraad overeengekomen regeling een vervoermiddel
aan de werknemer beschikbaar stelt, wordt voor de daarmee afgelegde reizen geen vergoeding toegekend.
4. Werkgever en ondernemingsraad kunnen voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten naast de onderhavige
regeling aanvullende afspraken maken.
De aanvullende afspraken die reeds bij de invoering van de wijziging van de onderhavige uitvoeringsregeling J
CAO TZ (1 januari 2003, dan wel periode 1 van 2003) bestaan, blijven van kracht tenzij in overleg tussen
werkgever en ondernemingsraad andere afspraken worden gemaakt. Dit laatste ingegeven door het totaal van
kosten dat samenhangt met de kosten voortkomende uit deze bepaling.
Artikel 9.3.2 Vergoedingsnormen per vervoermiddel
1. De vergoeding voor reiskosten is afhankelijk van het volgens artikel 9.3.1 lid 2 bepaalde vervoermiddel en wel
als volgt:
a. Auto/motor: voor de door de werknemer afgelegde eerste 10 kilometers per dag ontvangt de werknemer
netto € 0,15 per kilometer. Voor alle afgelegde kilometers boven 10 kilometer per dag ontvangt de
werknemer netto € 0,27 per kilometer.
Bromfiets/scooter/snorfiets: de werknemer ontvangt per dag netto € 1,91 ongeacht het aantal afgelegde
kilometers.
b. Fiets: de werknemer ontvangt per dag netto € 1,09 ongeacht het aantal afgelegde kilometers.
c. Openbaar vervoer: de werknemer ontvangt een netto-vergoeding, berekend als volgt:
• de werkelijke kosten op basis van het laagste klassetarief, indien aan de fiscale voorschriften voor
belasting- en premievrije vergoeding van de werkelijke kosten wordt voldaan (hetgeen bij de huidige
wetgeving onder andere inhoudt dat de werknemer de vervoerbewijzen na gebruik bij de werkgever
inlevert en de werkgever deze administreert);
• indien niet aan de fiscale voorschriften voor vergoeding van de werkelijke kosten wordt voldaan,
bijvoorbeeld indien per auto/motor wordt gereisd terwijl dit niet als uitgangspunt is afgesproken voor
de vergoeding, wordt een bedrag toegekend op basis van de volgende tabel:
Enkele reisafstand
woning-werk:
Vergoeding bij reizen op:
1 dag per week 2 dagen per
week
3 dagen per week 4 of meer dagen per
week
meer
dan:
tot en met:
0 km 10 km – – – –
10 km 15 km € 16,25 per maand € 32,50 per
maand
€ 48,75 per maand € 65,– per maand
€ 3,75 per week € 7,50 per week € 11,25 per week €15,– per week
15 km 20 km € 22,75 per maand € 45,50 per
maand
€ 68,25 per maand € 91,– per maand
€ 5,25 per week € 10,50 per
week
€ 15,75 per week € 21,– per week
20 km € 32,50 per maand € 65,00 per
maand
€ 97,50 per maand € 130,– per maand
€ 7,50 per week € 15,00 per
week
€ 22,50 per week € 30,– per week
2. Voor zover de in het voorgaande lid genoemde vergoedingen in het kalenderjaar fiscaal bovenmatig zijn,
worden zij geacht mede te strekken tot vergoeding van reiskosten die de werkgever in zoverre nog wel
aanvullend belastingvrij kan vergoeden1.
Artikel 9.4.1 Vergoeding extra kosten woon-werkverkeer
1. Aan de werknemer, op wie de regeling als bedoeld in artikel 9.1 lid 2 en artikel 9.1 lid 3 sub b niet van
toepassing is, wordt een vergoeding verleend van de kosten verbonden aan het heen en weer reizen van zijn
woning naar de plaats waar hij zijn werk moet verrichten ten gevolge van:
-gebroken diensten met een onderbreking langer dan 3 uren;
-een oproep in het kader van de bereikbaarheidsdienst;
-overwerk op uren die niet aansluiten op de normale arbeidstijd;
-aanwezigheidsdienst op uren die niet aansluiten op de normale arbeidstijd
2. Onder reiskosten wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan:
-de kosten gebaseerd op de laagste klasse van het openbaar vervoer;
-indien de werknemer van eigen auto gebruik maakt: het bedrag van het tarief dat, met inachtneming van het
aantal afgelegde kilometers, bij vervoer per trein laagste klasse geldt;
- bij een oproep al dan niet in het kader van de bereikbaarheidsdienst de werkelijk gemaakte reiskosten dan
wel indien van een eigen auto gebruik wordt gemaakt een vergoeding van € 0,27 * ct netto per km /0,30**
ct. bruto per km.
** € 0,30 bruto geldt voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 tot 1 juli 2008. Per 1 juli
2008 geldt 0,27 cent netto/km.
Artikel 9.4.2 Vergoeding reis- en verblijfkosten incidentele dienstreizen
1. Aan de werknemer die in opdracht van de werkgever in het kader van zijn werkzaamheden incidenteel reis- en
verblijfkosten ter zake van dienstreizen moet maken worden deze kosten vergoed met inachtneming van de
navolgende richtlijnen.
Voor de verblijfkosten: de noodzakelijk gemaakte kosten.
Voor de reiskosten:
-de kosten van openbaar vervoer op basis van laagste klasse tarief;
-een vergoeding van netto € 0,27**/bruto 0,30* per kilometer indien de werknemer met toestemming van
de werkgever van eigen auto gebruikt maakt. Dit bedrag wordt gelijktijdig met de wijziging van de
vervoerstarieven van het openbaar vervoer aangepast.
2. Op verzoek van de werkgever dient de werknemer de bescheiden over te leggen waaruit het bedrag van de
vergo eding kan worden vastgesteld.
3. De werkgever kan in overleg met de OR dan wel de PVT een afwijkende regeling treffen ten aanzien van het
toekennen van een vergoeding aan (de) werknemer(s) voor de gemaakte reis- en verblijfkosten. Deze regeling
treedt dan in de plaats van dit artikel. Indien er geen overeenstemming is bereikt, blijft dit artikel van toepassing.
* € 0,27 cent netto per km: geldt voor per 1 januari 2008 voor de thuiszorgorganisatie ex artikel 1.1. lid 17 sub 2
** € 0,30 bruto per km geldt voor de verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 tot 1 juli 2008. Per
1 juli 2008 geldt € 0,27 cent netto/km
Artikel 9.5 Uitkering bij overlijden
1. Ingeval van overlijden van de werknemer wordt door de werkgever aan:
a. de echtgeno(o)t(e) of relatiepartner, van wie de werknemer niet duurzaam gescheiden leefde, en bij
ontstentenis van deze aan
b. diens minderjarige kinderen, en bij ontstentenis van deze aan
c. degene ten aanzien van wie de werknemer grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij
in gezinsverband leefde,
een uitkering verstrekt op basis van diens laatstgenoten salaris over de periode vanaf de dag na het overlijden tot
en met de laatste dag van de derde maand na die waarin het overlijden plaatsvond.
2. De overlijdensuitkering wordt belasting- en premievrij uitbetaald met uitzondering van het salaris over de maand
van overlijden.
3. Indien de overledene geen betrekkingen nalaat als hierboven genoemd, kan de werkgever de uitkering of een
gedeelte daarvan doen toekomen aan de persoon of de personen, die daarvoor naar het oordeel van de werkgever
op grond van billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt/komen.
4. De overlijdensuitkering als bedoeld in het eerste lid wordt verminderd met het bedrag der uitkering ter zake van
overlijden krachtens de ZW of de WAO/WIA.
Artikel 9.6 Herregistratie sociaal -geneeskundigen
De werknemer in een functie als sociaal-geneeskundige heeft recht op een vergoeding van kosten die samenhangen
met de verplichting tot herregistratie op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Stb.
1993, nr. 655). De vergoeding betreft zowel de doorbetaling van salaris over de binnen de werktijd vallende
1 Voor een deel zijn de in artikel 9.3.4 genoemde vergoedingen lager dan de fiscale norm van € 0,19 per kilometer, voor kilometers
die in verband met het werk worden gereisd. Voor een ander deel is sprake van fiscale bovenmatigheid. De fiscus staat toe om de
ruimte die overblijft bij de lagere vergoedingen fiscaal ‘weg te strepen’ tegen (een deel) van de bovenmatige vergoedingen,
waarmee de bovenmatigheid en dus de fiscale lasten kunnen worden beperkt. Deze handelwijze, door de fiscus ‘saldering’ genoemd,
wordt alleen toegestaan wanneer in de regeling een bepaling wordt opgenomen, zoals bij lid 2 is gedaan, die voorziet in de
mogelijkheid om (delen van) de ene vergoeding toe te rekenen aan een andere.
noodzakelijke bij- en nascholingstijd, inclusief activiteiten zoals intercollegiale toetsing, alsook de noodzakelijke
kosten van de scholing.
De werkgever behoudt ten aanzien van de door de werknemer gekozen vorm van bij- en nascholing het recht tot
toetsing daarvan aan het belang van de organisatie.
Artikel 9.7 Herregistratie verpleeghuisartsen
1. De werknemer, werkzaam in de functie van verpleeghuisarts, heeft in het kader van de herregistratie ingevolge
de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Stb. 1993, nr. 655) recht op vergoeding van kosten
van noodzakelijke scholing. De voor scholing benodigde tijd wordt als werktijd aangemerkt.
2. Op de in het eerste lid bedoelde vergoeding bestaat alleen recht indien en voor zover deze kosten voortvloeien
uit het Besluit eisen en voorwaarden inzake herregistratie van verpleeghuisartsen (Stct. 26 maart 2002, nr. 60).
Artikel 9.8.1 Wachtgeld
1. Aan de werknemer wiens arbeidsovereenkomst, niet op eigen verzoek, eindigt
-hetzij door opzegging door de werkgever na toestemming van de Centrale organisatie Werk en Inkomen op
grond van het BBA;
-hetzij door ontslag na verkregen toestemming van de kantonrechter;
-hetzij op grond van een uitspraak van het Scheidsgerecht;
-hetzij op grond van een uitspraak van de gewone rechter.
wordt, indien deze beëindiging geschiedt wegens:
a. gehele of gedeeltelijke opheffing van zijn functie;
b. reorganisatie waardoor zijn werkzaamheden geheel of gedeeltelijk overbodig zijn geworden;
c. fusie, liquidatie of gehele dan wel gedeeltelijke sluiting van de instelling;
d. onbekwaamheid van de werknemer, welke niet aan zijn schuld of toedoen is te wijten. De werknemer dient
tenminste de leeftijd van 50 jaar te hebben bereikt alsmede 15 jaar of langer bij de werkgever of diens
rechtsvoorganger in dienst te zijn, met ingang van de dag van het ontslag een wachtgeld toegekend.
2. Het wachtgeld wordt toegekend indien:
-aan de werknemer een uitkering ingevolge de WW is toegekend;
-en hij overigens al datgene doet wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van de in lid 4 sub a. genoemde
uitkeringen.
3. Aan de werknemer, aan wie door de werkgever schriftelijk wordt medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst op
een van de gronden, genoemd in het eerste lid, zal worden beëindigd, wordt, indien hij voor de dag van het
ontslag een andere dienstbetrekking aanvaardt, waaraan een lager salaris is verbonden, met ingang van de dag
van indiensttreding respectievelijk een aanvulling op dat salaris respectievelijk die inkomsten tot de hoogte van
het wachtgeld toegekend. Het in dit lid bepaalde geldt overeenkomstig in geval van inkomsten uit bedrijf.
4. Voor de toepassing van de verdere bepalingen van deze wachtgeldregeling wordt onder wachtgeld verstaan de
som van enerzijds:
a. de uitkering ingevolge de WW, een eventuele uitkering ingevolge de ZW, de WAO, de WIA, alsmede de
uitkering ingevolge een loonsuppletieregeling, alsmede de overbruggingsuitkering van het Pensioenfonds
Zorg en Welzijn dan wel, in het geval van een rechthebbende die geen aanspraak heeft op de
overbruggingsuitkering, hetgeen de rechthebbende als flexpensioenuitkering, die verplicht tot uitkering
komt, ingevolge de pensioenregeling van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn ontvangt ;
b. inkomsten uit arbeid of bedrijf, voor zover het vorige lid of artikel 9.8.6 lid 1 t/m 3van toepassing is;
c. anderzijds de aanvulling daarop van de werkgever.
5. De uitkering van wachtgeld geschiedt maandelijks met inachtneming van de voor de salarisbetaling geldende
regelingen.
6. Het recht op wachtgeld kan in overleg tussen de werkgever en de rechthebbende geheel of gedeeltelijk worden
vervangen door een afkoopsom.
7. De werkgever is in geval van sluiting van de instelling verplicht tijdig maatregelen te nemen die financiering
van de wachtgeldverplichting waarborgen.
Artikel 9.8.2 Duur van het wachtgeld
Treedt in werking per 1 juli 2008
1. Het wachtgeld wordt toegekend gedurende drie maanden, vermeerderd met drie maanden voor elk vol
dienstjaar, met dien verstande dat bij toepassing van deze bepaling de duur van het wachtgeld is gemaximeerd
tot de duur van de voor de betreffende (ex)werknemer geldende loongerelateerde WW-uitkering.
2. Voor de werknemer die binnen vijf jaren na de datum van het ontslag de pensioengerechtigde leeftijd zal
bereiken en daarenboven op de datum van het ontslag tenminste 10 dienstjaren bij de instelling zal hebben
volbracht, wordt de duur van het wachtgeld verlengd tot het bereiken van die leeftijd.
3. Tijdens de in de leden 2 en 3 van dit artikel vermelde verlengde wachtgeldperiode is het bepaalde van artikel
9.8.3 lid 1 met betrekking tot de hoogte van het wachtgeld van toepassing.
4. Voor de bepaling van het aantal dienstjaren als bedoeld in het eerste lid, tellen de jaren mee die de werknemer
heeft doorgebracht bij de huidige werkgever en diens rechtsvoorganger(s).
Artikel 9.8.3 Hoogte van het wachtgeld
1. Het wachtgeld is gedurende de eerste zes maanden gelijk aan het laatstgenoten salaris en bedraagt vervolgens
gedurende de volgende drie maanden 80%, gedurende de daarop volgende twee jaren 75% en vervolgens 70%
van het salaris.
De berekeningsgrondslag voor het wachtgeld is het laatstgenoten brutosalaris van de rechthebbende,
vermeerderd met het bedrag der vakantiebijslag en structurele eindejaarsuitkering, berekend over een maand
waarop de rechthebbende op de dag voorafgaand aan zijn ontslag aanspraak had of zou hebben gehad bij
waarneming van zijn functie.
Indien dit salaris geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten bestaat, geldt ten aanzien van deze inkomsten
als laatstelijk genoten salaris of als deel daarvan het gemiddelde salaris over de laatste twaalf volle
kalendermaanden aan het ontslag voorafgaand.
Als deel van de berekeningsgrondslag geldt tevens het bedrag dat over de twaalf volle kalendermaanden,
voorafgaand aan het ontslag, gemiddeld aan toelage inconveniënte uren is toegekend.
Gedurende de wachtgeldperiode bedraagt het wachtgeld nooit minder dan 80% van het minimumloon als
bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
2. Indien de wachtgeldgerechtigde een overbruggingsuitkering geniet als bedoeld in het reglement van het
Pensioenfonds Zorg en Welzijn, dan wel, in het geval van een rechthebbende die geen aanspraak heeft op de
overbruggingsuitkering, hetgeen de rechthebbende als flexpensioenuitkering, die verplicht tot uitkering komt,
ingevolge de pensioenregeling van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn ontvangt, wordt deze uitkering aangevuld
tot de hoogte van het wachtgeld als omschreven in dit artikel.
3. Algemene loonaanpassingen zoals van toepassing voor deze CAO, die door de wachtgeldgerechtigde zouden
zijn genoten indien betrokkene in dienst zou zijn gebleven, zullen bij de berekening van het wachtgeld in
aanmerking worden genomen. Alsdan worden voor de berekening van het netto-inkomen de op dat moment
geldende premiehoogten in acht genomen.
4. Indien tengevolge van de al dan niet geleidelijke vermindering van de individuele werkzaamheden de toepassing
van het in de voorafgaande leden bepaalde tot voor de wachtgeldgerechtigde ongunstige resultaten zou leiden,
wordt in zijn voordeel van die bepalingen afgeweken.
Artikel 9.8.4 Pensioenbijdrage
1. Gedurende de periode waarin de rechthebbende aanspraak heeft op wachtgeld, heeft hij, in geval van vrijwillige
voortzetting – voor ten minste de helft – van de deelneming in de pensioenregeling die op hem van toepassing
was, als tegemoetkoming in de kosten hiervan recht op de helft van het werkgeversaandeel in de pensioenpremie
dat de werkgever voor de rechthebbende over de volle maand voorafgaande aan het ontslag verschuldigd was,
respectievelijk bij een wijziging van het premiepercentage verschuldigd zou zijn geweest, ware deze wijziging
reeds in evenbedoelde maand van kracht geweest.
2. Het in lid 1 bepaalde is alleen van toepassing indien de rechthebbende zélf met betrekking tot de in lid 1
bedoelde voortzetting (ten minste) de helft van het werknemersaandeel in de pensioenpremie dat de
rechthebbende over de volle maand voorafgaande aan het ontslag verschuldigd was, respectievelijk bij een
wijziging van het premiepercentage verschuldigd zou zijn geweest, ware deze wijziging reeds in evenbedoelde
maand van kracht geweest, voor zijn rekening neemt.
3. De rechthebbende die gedurende de periode waarin aanspraak op wachtgeld bestaat op enig moment in
aanmerking zou komen voor gebruikmaking van de Overbruggingsregeling van het Pensioenfonds Zorg en
Welzijn heeft, in geval van volledige vrijwillige voortzetting van de deelneming in de pensioenregeling, als
tegemoetkoming in de kosten hiervan recht op het werkgeversaandeel in de pensioenpremie dat de werkgever
voor de rechthebbende over de volle maand voorafgaande aan het ontslag verschuldigd was, respectievelijk bij
een wijziging van het premiepercentage verschuldigd zou zijn geweest, ware deze wijziging reeds in
evenbedoelde maand van kracht geweest.
4. Het in lid 3 bepaalde is alleen van toepassing indien de rechthebbende zélf met betrekking tot de in lid 3
bedoelde voortzetting het werknemersaandeel in de pensioenpremie dat de rechthebbende over de volle maand
voorafgaande aan het ontslag verschuldigd was, respectievelijk bij een wijziging van het premiepercentage
verschuldigd zou zijn geweest, ware deze wijziging reeds in evenbedoelde maand van kracht geweest, voor zijn
rekening neemt.
5. De rechthebbende is verplicht een uitkering uit het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering aan te vragen. Een
uitkering uit dit fonds wordt in mindering gebracht op de in dit artikel bedoelde tegemoetkoming in de
pensioenpremie gedurende de wachtgeldperiode.
Artikel 9.8.5 Verplichtingen van de werknemer / wachtgeldgerechtigde
1. De werknemer is verplicht na aanzegging van het ontslag direct ervoor zorg te dragen dat hij als werkzoekende
wordt ingeschreven bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI).
2. De werknemer/wachtgeldgerechtigde is verplicht gebruik te maken van een hem geboden mogelijkheid om
inkomsten uit arbeid of bedrijf te verkrijgen, tenzij hij aantoont dat het nakomen van deze verplichting redelijkerwijs niet kan worden gevergd.
3. De werknemer/wachtgeldgerechtigde is verplicht aan de werkgever direct opgave te doen van het bedrag van de
inkomsten uit arbeid of bedrijf en/of van het bedrag dat aan uitkering op grond van een wettelijke regeling wordt
ontvangen. Desgevraagd dient hij alle gewenste inlichtingen en bewijsstukken te verschaffen.
Artikel 9.8.6 Vermindering van het wachtgeld
1. Indien de wachtgeldgerechtigde met ingang van of na de dag waarop het wachtgeld is ingegaan, inkomsten uit
arbeid of bedrijf geniet, worden deze inkomsten op het wachtgeld in mindering gebracht, indien en voor zover
zij tezamen met het wachtgeld meer bedragen dan het laatstgenoten salaris.
2. Het onder 1 bepaalde vindt overeenkomstig toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid
of bedrijf, ter hand genomen gedurende non-activiteit, vakantie of verlof, onmiddellijk voorafgaande aan het
ontslag, ter zake waarvan het wachtgeld is toegekend.
3. Het onder 1 bepaalde vindt eveneens toepassing wanneer de rechthebbende arbeid of bedrijf ter hand heeft
genomen vóór de dag van het ontslag, anders dan bedoeld in de voorafgaande leden, en na die dag uit die arbeid
of dat bedrijf inkomsten of meer inkomsten gaat genieten. Dit geldt evenwel niet als de belanghebbende
aannemelijk maakt dat die inkomsten of vermeerdering van inkomsten of een gedeelte daarvan noch het gevolg
zijn van verhoogde werkzaamheden noch verband houden met het ontslag.
In dit laatste geval worden die inkomsten, die meerdere inkomsten of dat gedeelte daarvan niet in aanmerking
genomen voor de toepassing van het eerste lid.
4. Indien op de WW-uitkering van een werknemer een strafkorting wordt toegepast zal de verplichting van de
werkgever tot aanvulling als bedoeld in artikel 9.8.3 overeenkomstig worden aangepast en kan de werknemer
geen beroep doen op loonbetaling ex artikel 7:629 BW.
5. Indien de inkomsten uit bedrijf of arbeid als bedoeld in lid 1 leiden tot een (gedeeltelijke) korting op de
wettelijke uitkering dan gaat het gedeelte van de inkomsten dat in mindering wordt gebracht op de wettelijke
uitkering tot het begrip wachtgeld behoren.
Artikel 9.8.7 Verval van het wachtgeld
1. Het wachtgeld vervalt:
a. met ingang van de dag, volgend op die waarop de werknemer is overleden;
b. met ingang van de dag, waarop de werknemer aanspraak gaat maken op ouderdomspensioen
invaliditeitspensioen ingevolge het reglement van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, uit hoofde van de
betrekking waaruit hij met wachtgeld is ontslagen;
c. indien de wachtgeldgerechtigde weigert aan de hem in artikel 9.8.5 opgelegde verplichtingen te voldoen;
d. indien één van de in artikel 9.8.1 lid 4 genoemde uitkeringen wordt stopgezet, omdat de
wachtgeldgerechtigde niet het bepaalde in artikel 9.8.1 lid 2 tweede gedachtestreepje, in acht neemt.
Hangende een beroepsprocedure krachtens genoemde wettelijke regelingen wordt de uitkering van het
wachtgeld opgeschort.
2. Het wachtgeld kan door de werkgever vervallen worden verklaard indien de wachtgeldgerechtigde onvoldoende
medewerking geeft aan een geneeskundig onderzoek dat strekt tot het aanvragen van invaliditeitspensioen of van
een wettelijke uitkering wegens arbeidsongeschiktheid.
Artikel 9.8.8 Uitkering bij overlijden
1. Ingeval van overlijden van de wachtgeldgerechtigde wordt door de werkgever aan:
a. de echtgeno(o)t(e) of relatiepartner, van wie de wachtgeldgerechtigde niet duurzaam gescheiden leefde, en
bij ontstentenis van deze aan
b. diens minderjarige kinderen, en bij ontstentenis van deze aan
c. degene ten aanzien van wie de wachtgeldgerechtigde grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en
met wie hij in gezinsverband leefde,
een uitkering verstrekt ter grootte van het wachtgeld dat over de eerste drie maanden volgend op de maand van
overlijden zou zijn uitgekeerd.
2. Indien de overledene geen betrekkingen nalaat als hierboven genoemd, kan de werkgever de uitkering of een
gedeelte daarvan doen toekomen aan de persoon of de personen, die daarvoor naar het oordeel van de
werkgever op grond van billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt/komen.
3. De overlijdensuitkering als bedoeld in het eerste lid vervalt indien en voor zover ter zake van overlijden
uitkeringen worden verstrekt krachtens de sociale verzekeringswetten.
Artikel 9.8.9 Bijzondere regelingen
1. Wanneer bij de nieuwe werkgever geen regeling voor vergoedingen van verhuiskosten van kracht is, zal aan hen
die een eigen huishouding voeren bij verhuizing binnen één jaar na beëindiging van het dienstverband eenmaal
een tegemoetkoming worden gegeven ten bedrage van eenmaal het maandsalaris met een minimum van
tweemaal het voor de werknemer geldende minimumloon per maand, indien de afstand van de woonplaats naar
de nieuwe werkplaats zo groot is, dat hij redelijkerwijs dient te verhuizen.
2. a. Bestaande toezeggingen aan de wachtgeldgerechtigde ter zake van vergoedingen van studiekosten blijven
gedurende de wachtgeldperiode gehandhaafd.
b. Vergoeding voor studiekosten geschiedt voor 100% wanneer de opleiding het gevolg is van herplaatsing
binnen de instelling wegens reorganisatie of opheffing van de dienst waar de werknemer werkzaam is.
(Sub c geldt voor werknemers in dienst van v&v-instelling)
c. Indien de wachtgeldgerechtigde voor de datum van ontslag deelnemer van IZZ was, blijft gedurende de
wachtgeldperiode het deelnemerschap op voet van het bepaalde in artikel 9.9.1 t/m artikel 9.9.5en verder
van de cao bestaan.
Artikel 9.8.10 Positieve afwijking wachtgeldregeling
In geval er sprake is van een situatie van een sociaal plan als bedoeld in artikel 11.2 Hoofdstuk Fusie en
reorganisatie, overeen te komen met de (regionale) werknemersorganisaties in verband met (dreigend) collectief
ontslag, is de werkgever verplicht met werknemersorganisaties te overleggen over de wachtgeldregeling, waarbij een
positieve afwijking ten opzichte van de wachtgeldregeling uit deze cao moet worden afgesproken.
Artikel 9.9 Ziektekostenregeling IZZ verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1
(De artikelen 9.9.1 tot en met 9.9.4 vervallen met ingang van 1 januari 2009)
CAO VVT 2008-2010
CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg
Artikel 9.9.1 Ziektekostenregeling IZZ
1. De (voormalige) werknemer kan deelnemen aan de collectieve ziektekostenregeling(en) IZZ. De voorwaarden
voor deelneming voor hem en zijn eventuele mededeelnemer(s) en de omvang van de verstrekkingen zijn
geregeld in het Reglement Ziektekostenregeling van de Stichting IZZ. Het Reglement Ziektekostenregeling en
de premie worden vastgesteld en gewijzigd door het bestuur van de stichting.
2. De werkgever verstrekt uitsluitend een bijdrage in de premie aan de werknemer en zijn eventuele
mededeelnemer(s) bij deelname aan de collectieve ziektekostenregeling(en) IZZ. De voorwaarden voor
toekenning en de hoogte van de bijdrage van de (voormalige) werkgever in de premie van de betreffende
ziektekostenregeling(en) worden vastgesteld door partijen bij deze cao en zijn opgenomen in de artikelen 9.9.1
tot en met 9.9.5.
3. De in lid 1 genoemde regelingen worden uitgevoerd door de Stichting IZZ. In het bestuur van deze stichting zijn
partijen bij deze cao vertegenwoordigd.
4. De voor de deelname van de (voormalige) werknemer aan de ziektekostenregeling IZZ totaal verschuldigde
premie per deelnemer wordt door de werkgever gestort in het door voornoemde stichting beheerde
Ziektekostenfonds tenzij in het Reglement anders is bepaald.
Artikel 9.9.2 Aanspraak (voormalige) werknemer
1. De (voormalige) werknemer heeft, conform de voorwaarden van artikel 9.9.1 tot en met 9.9.4, aanspraak op een
tegemoetkoming van de werkgever in de door hem gemaakte premiekosten ter zake van de Basisaanvullende
regeling van de ziektekostenverzekering bij de Stichting IZZ voor zichzelf en de leden van zijn gezin.
2. Geen tegemoetkoming wordt door de (voormalige) werkgever verleend aan:
a. deelnemers van wie het dienstverband is geëindigd en die aansluitend een ouderdoms-, nabestaanden- of
wezenpensioen of overbruggingsuitkering ontvangen;
b. deelnemers die in verband met arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO respectievelijk de WIA in
aanmerking kunnen komen voor ontslag of ontslagen zijn, vanaf het moment dat betrokkene in aanmerking
kan komen voor ontslag, zonder dat de deelnemer in parttime dienstverband werkzaam blijft.
3. Tenzij de werkgever besluit de gebruikelijke bijdrage te verstrekken is de deelnemer voor het
mededeelnemerschap van zijn relatiepartner de volledige premie verschuldigd.
Artikel 9.9.3 Vergoeding premiekosten basisaanvullende regeling
De werkgever vergoedt twee derde van de premiekosten van de Basisaanvullende regeling als bedoeld in artikel 9.9.2
lid 1. De tegemoetkoming in de premiekosten is een bruto bedrag, waarover loonheffing moet worden ingehouden.
Artikel 9.9.4 Voorkoming dubbele vergoeding
De vergoedingen als bedoeld in de artikelen 9.9.1 tot en met 9.9.3 worden slechts verstrekt aan de werknemer en de
leden van diens gezin, voor zover zij bij IZZ zijn verzekerd en voor zover zij niet reeds uit andere hoofde recht
hebben op een tegemoetkoming in de premiekosten voor de Regeling basisvergoeding en/of de basisaanvullende
regeling van IZZ.
Artikel 9.9.5 Garantieregeling IZZ
(Artikel 9.9.5 treedt in werking met ingang van 1 januari 2009)
Werknemers die voor zichzelf en de leden van diens gezin, op grond van deze cao op 31 december 2008 recht hadden
op een IZZ-vergoeding als bedoeld in artikel 9.9.1 t/m 9.9.3, behouden deze vergoeding.
Hoofdstuk 10 Faciliteiten werknemersorganisaties en extra bevoegdheden ondernemingsraad
Artikel 10.1 Extra bevoegdheden ondernemingsraad
De OR wordt door de ondernemer in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over een door hem voorgenomen
besluit tot benoeming van een lid van het bestuur respectievelijk lid van de Raad van Toezicht; hierbij wordt de
procedure overeenkomstig artikel 30 van de WOR toegepast.
Artikel 10.2 Verlof in verband met lidmaatschap werknemersorganisatie
1. a. De werkgever stelt de werknemer in de gelegenheid deel te nemen aan activiteiten van de
werknemersorganisaties, waarvan hij lid is. De werknemer verkrijgt daarbij betaald verlof, tot een totaal
van 200 uur per jaar, indien deelneming aan deze activiteiten geschiedt op uren waarop hij volgens
arbeidsovereenkomst inzetbaar is.
b. Onder activiteiten van de werknemersorganisaties worden verstaan:
-statutaire vergaderingen dan wel vergaderingen van statutaire regionale organen voor zover de
werknemer als bestuurslid en/of afgevaardigde is aangewezen;
-conferenties, landelijke en regionale vergaderingen en werkgroepen voor zover de werknemer daartoe
door het hoofdbestuur is uitgenodigd;
-cursussen voor zover de werknemer deze geeft of daaraan deelneemt op verzoek van het hoofdbestuur.
c. Onder werknemersorganisatie wordt verstaan:
1. een vereniging van werknemers die partij is bij deze cao;
2. een vakcentrale, waarbij een vereniging als bedoeld onder 1 is aangesloten;
3. de Federatie van Beroepsorganisaties in de Zorg en daaraan gerelateerd onderwijs en onderzoek
(FBZ), voor zover de werknemer op wie het in dit lid bepaalde van toepassing is, lid is van een onder
1 bedoelde vereniging of bestuurslid is van de FBZ en het bestuurlijke activiteiten voor de FBZ
betreft;
4. De Unie Zorg en Welzijn en de daarbij aangesloten beroepsverenigingen voor zover de werknemer op
wie het in dit lid bepaalde van toepassing is, lid is van een onder 1 bedoelde vereniging of bestuurslid
is van De Unie Zorg en Welzijn en het bestuurlijke activiteiten voor De Unie Zorg en Welzijn betreft;
5. een vereniging van werknemers die een samenwerkingsovereenkomst heeft met een onder 1 bedoelde
vereniging; als zodanig geldt bij inwerkingtreding van deze cao:
-Nederlandse Vereniging van Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen;
-Nederlandse Vereniging van Creatief Therapeuten;
-Vereniging voor Psychodiagnostisch werkenden (VVP).
Wanneer, gelet op het hiervoor bepaalde, dit aantal verenigingen uitgebreid wordt, zullen partijen bij
deze cao hiervan aan de werkgever mededeling doen.
2. De werknemer die vakbondsconsulent is bij een instelling met tenminste 200 FTE wordt vier uur per week
vrijgesteld voor de taken van de consulent. Per instelling kunnen maximaal 5 vakbondsconsulenten (1 per
werknemersorganisatie, partij bij deze cao) worden vrijgesteld.
Artikel 10.3 Rechtsbescherming vakbondsconsulenten
De werknemer die werkzaamheden verricht als vakbondsconsulent binnen de instelling, geniet dezelfde
rechtsbescherming als op grond van de Wet op de ondernemingsraden geldt voor leden van de ondernemingsraad.
Hoofdstuk 11 Functiewaardering
Artikel 11.1 Uitgangspunten FWG
• De functie van de werknemer is met in achtneming van het onderstaande door de werkgever ingedeeld in één
van de functiegroepen 5, 10, 15, 20, 25, 30, 35, 40, 45, 50, 55, 60, 65, 70, 75 en 80.
• De indeling als voornoemd volgt uit de toepassing van het actuele computerondersteunende systeem FWG
• Basis voor de indeling is de daadwerkelijk uitgeoefende functie, vastgelegd in een desbetreffende
functiebeschrijving conform door cao-partijen overeengekomen kwaliteitscriteria.
• Indeling van de functie op basis van het FWG functiewaarderingssysteem vindt plaats na vaststelling van de
functie overeenkomstig de desbetreffende functiebeschrijving.
• Bij het vaststellen van de functiebeschrijving alsmede bij het vaststellen van de waardering en de indeling van de
functie die de werknemer vervult geldt de procedure zoals bedoeld in dit hoofdstuk.
• De werkgever geeft aan wie binnen de instelling bevoegd is tot het beheer van de FWG instellingsbestanden
(systeemdeskundige) en tot het maken van een indelingsvoorstel met het FWG-systeem (indelers). De
werkgever waarborgt een juiste systeemtoepassing en draagt in dit verband zorg voor adequate opleiding en
training van FWG-deskundigen en indelers.
Artikel 11.2.1 Herindeling
1. Na de eenmalige indeling van functies volgens het nieuwe functiewaarderingssysteem zullen er zich regelmatig
situaties voordoen, waarin (indeling of) herindeling van functies moet plaatsvinden. De in dit hoofdstuk
opgenomen herindelingsprocedure kan worden aangevangen niet eerder dan één jaar na de datum van het
(her)indelingsbesluit waarbij de functie laatstelijk is vastgesteld bij de (her)indeling.
2. Uitgangspunten bij de herindeling:
a. Wijzigingen van en aanvullingen op het functiemateriaal.
Indien partijen bij de cao overeenkomen om het systeem of de systeeminhoud aan te passen, dan dient de
werkgever tot heroverweging van (een) bestaande functie-indeling(en) over te gaan, indien en voor zover
de aanpassingen direct betrekking hebben op die bestaande functie-indeling(en).
b. Wezenlijke verandering van de functie-inhoud.
De werkgever dient tot toetsing c.q. heroverweging van (een) functie-indeling(en) over te gaan,
overeenkomstig de in dit hoofdstuk opgenomen procedure, indien sprake is van wezenlijke verandering van
de inhoud van (een) functie(s).
Wanneer redelijkerwijs verondersteld mag worden dat de functie-inhoud en/of functie-eisen niet meer
aansluiten bij de functie of het niveau, zoals deze laatstelijk is vastgelegd bij de (her)indeling, is sprake van
een wezenlijke verandering van een functie.
3. Indien de werkgever een nieuwe functie voorlopig heeft ingedeeld kan de werknemer 6 maanden na deze
voorlopige indeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot herindeling indienen. Vervolgens zal de
werkgever binnen 3 maanden overgaan tot het starten van de herindelingsprocedure.
Artikel 11.2.2 Herindelingsprocedure
Op basis van de bij a en b omschreven uitgangspunten kan zowel de werkgever als de werknemer het initiatief nemen
tot het starten van een herindelingsprocedure. De herindelingsprocedure vindt plaats in de volgende fasen;
a. In fase 1 vindt plaats:
-een toetsing door de werkgever (dan wel een door de werkgever daartoe aangewezen functionaris) van het
initiatief tot herindeling;
- dan wel een nadere overweging door de werkgever of en zo ja welke de gevolgen zijn van wijzigingen van
en/of aanvullingen op het systeem.
Bij de beoordeling of sprake is van een wezenlijke verandering van de functie-inhoud dient de inhoud van de
functie van betrokken werknemer te worden geïnventariseerd. Alsdan kan worden bezien in hoeverre tot
wijziging van het laatstelijk vastgestelde indelingsniveau dient te worden gekomen.
b. In fase 2 legt de werkgever de functiebeschrijving voor aan de werknemer.
c. In fase 3 stelt de werkgever de waardering van de functie vast en biedt dit overeenkomstig het bepaalde in artikel
11.2.4 van dit hoofdstuk aan de werknemer aan.
Artikel 11.2.3 Vaststellen functiebeschrijving
1. De werkgever neemt een voorlopig besluit over de functiebeschrijving van de werknemer en legt dit aan de
werknemer voor.
2. Indien de werknemer niet instemt met het voorlopige besluit als bedoeld in lid 1, kan hij bezwaar maken bij de
werkgever. Het bezwaar dient schriftelijk en met redenen omkleed bij de werkgever te worden ingediend, binnen
een termijn van 30 dagen, hetzij een binnen de instelling in overeenstemming met de OR nader bepaalde termijn,
nadat de werkgever de werknemer over het voorlopig besluit tot vaststelling van zijn functie heeft geïnformeerd.
3. De werkgever wint binnen 14 dagen na ontvangst van het bezwaarschrift advies in bij de door de werkgever
ingestelde Interne Bezwaren Commissie FWG (IBC). De taak, samenstelling en werkwijze van de IBC FWG
wordt vastgelegd in een tussen de werkgever en de OR overeengekomen reglement.
4. De werkgever beslist en informeert de werknemer schriftelijk binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van
het advies van de IBC-FWG inzake het bezwaarschrift van de werknemer definitief over de vaststelling van de
functiebeschrijving, hetzij een binnen de instelling in overeenstemming met de OR nader bepaalde termijn.
Toelichting
Het besluit in lid 4 betekent het einde van de procedure binnen de instelling van de vaststelling van de
functiebeschrijving van de werknemer. Indien de werknemer het niet eens is met het definitieve besluit van de
werkgever is er sprake van een geschil betreffende de arbeidsovereenkomst.
Artikel 11.2.4 Waardering en indeling van de functie
1. Met behulp van het FWG functiewaarderingssysteem bepaalt de werkgever de FWG waardering en indeling van
de functie.
2. Na de vaststelling van de waardering en de indeling van de functie vindt een herindelingsgesprek plaats tussen
de werkgever (dan wel een door de werkgever daartoe aangewezen functionaris) en de werknemer over de
waardering en indeling van de functie. De werknemer kan zich tijdens dit gesprek laten bijstaan door een derde.
3. Van het gesprek als bedoeld in het vorige lid wordt een verslag gemaakt. Indien in dit gesprek wordt
overeengekomen een tweede gesprek te voeren wordt van dit gesprek, en de eventueel daarop volgende
gesprekken door de werkgever een verslag gemaakt.
4. De werknemer ontvangt binnen 14 dagen na het gesprek als bedoeld in lid 2 een voorlopig herindelingsvoorstel
en het gespreksverslag.
5. Indien de werknemer akkoord gaat met het herindelingsvoorstel dient hij dit binnen 30 dagen na ontvangst van
het voorstel schriftelijk aan de werkgever kenbaar te maken.
6. De werkgever bevestigt binnen 14 dagen na het akkoord van de werknemer het herindelingsvoorstel en stelt de
werknemer schriftelijk op de hoogte van het definitieve besluit conform het voorstel.
7. Indien de werknemer niet akkoord gaat met het herindelingsvoorstel dan dient hij binnen 30 dagen na ontvangst
van het herindelingsvoorstel schriftelijk en gemotiveerd bij de werkgever een bezwaar in te dienen.
8. De werkgever wint binnen 14 dagen na ontvangst van het bezwaarschrift advies in bij de Interne Bezwaren
Commissie FWG, ter zake van het bezwaar van de werknemer betreffende de waardering en indeling van de
vastgestelde functie.
9. De werkgever beslist en informeert de werknemer schriftelijk binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van
het advies van de IBC-FWG inzake het bezwaarschrift van de werknemer hetzij een binnen de instelling in
overeenstemming met de OR nader bepaalde termijn over de definitieve waardering en indeling van de functie.
Hoofdstuk 12 Fusie en reorganisatie
Artikel 12.1 Toepasselijkheid Fusiegedragsregels
1. Het SER-besluit “Fusiegedragsregels 2000 ter bescherming van de belangen van werknemers” (SER-fusiecode)
is van toepassing op fusies waarbij een organisatie betrokken is die valt onder de werkingssfeer van deze CAO.
2. Met fusie wordt gelijkgesteld elke vorm van overdracht van zeggenschap over een (deel van een) organisatie aan
een andere rechtspersoon.
3. De SER-fusiecode is van toepassing, ongeacht het aantal werknemers in een bij de fusie betrokken organisatie.
Artikel 12.2 Bepalingen bij reorganisatie/gedwongen ontslagen
1. Dit artikel is van toepassing op reorganisatie en/of vermindering of beëindiging van werkzaamheden, waaronder
tevens begrepen de situatie waarin deze het directe gevolg zijn van een aanbesteding in het kader van de Wet
maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
2. Indien de werkgever overgaat tot een reorganisatie van (een deel van) de organisatie die een aanmerkelijke
wijziging tot gevolg heeft in de arbeidssituatie van 20 of meer werknemers, dient hij een voorlopig
reorganisatieplan op te stellen. Hij legt dit met een adviesaanvraag voor aan de ondernemingsraad. In het
voorlopig reorganisatieplan wordt aangegeven:
- welke onderdelen van de organisatie als gevolg van de reorganisatie kwalitatief en kwantitatief wijzigen;
- op welke wijze (tijdsbestek, fasen) de reorganisatie zal worden geëffectueerd;
- een indicatie van het aantal formatieplaatsen dat (eventueel) verloren zal gaan.
3. Wanneer sprake is van een zodanige vermindering of beëindiging van de werkzaamheden dan wel reorganisatie
van (een deel van) de organisatie dat 20 of meer werknemers moeten worden ontslagen, dient de werkgever een
voorlopig afvloeiings- en/of reorganisatieplan op te stellen. Hij legt dit met de adviesaanvraag voor aan de
ondernemingsraad.
4. Voor zover er bij de in de leden 2 en 3 bedoelde situaties sprake is van rechtspositionele gevolgen voor de
betrokken werknemers, voert de werkgever daarover tijdig overleg met de werknemersorganisaties, partij bij
deze CAO.
5. Nadat zowel het overleg met de ondernemingsraad alsook het overleg met de werknemersorganisaties is
gevoerd, stelt de werkgever het reorganisatie- en/of afvloeiingsplan definitief vast. Hij brengt dit ter kennis van
zowel de ondernemingsraad als de werknemersorganisaties. Na de uitvoering van het reorganisatieplan ontvangt
de ondernemingsraad het nieuwe organisatieschema van de werkgever.
6. De werkgever beargumenteert ontslagaanzeggingen schriftelijk.
7. Binnen het kader van dit artikel wordt met ontslag gelijkgesteld ontbinding van de arbeidsovereenkomst op
grond van artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek.
Hoofdstuk 13 Invoeringsbepalingen Basis-cao
Invoeringsbepalingen Basis CAO VVT
De in artikel 13.3 opgenomen cao-artikelen van de voormalige CAO-Thuiszorg en de daarmee corresponderende
artikelen uit de voormalige CAO-V&V worden niet in de per 1 januari 2008 geldende CAO VVT opgenomen. Deze
regelingen worden overgeheveld naar het decentrale instellingsniveau en vormen onderwerp van decentraal overleg
tussen werkgever en OR.
Artikel 13.1 Invoeringsbepaling
1. De werkgever en de OR nemen per 1 januari 2008 de regelingen als opgenomen in artikel 13.3 integraal en
ongewijzigd op in een ondernemingsovereenkomst als bedoeld in artikel 32 lid 2 WOR.
2. Eigen regelingen, voor zover opgenomen in artikel 13.3, die zijn gebaseerd op de bevoegdheid in de voormalige
CAO-Thuiszorg respectievelijk CAO-V&V om in plaats van de CAO-regeling, met instemming van de OR een
eigen regeling vast te stellen en op grond hiervan voor 1 januari 2008 reeds zijn overeengekomen tussen de
werkgever en de OR, blijven gehandhaafd en worden opgenomen in de ondernemingsovereenkomst;
3. Eigen regelingen, voor zover opgenomen in artikel 13.3, gebaseerd op bepalingen uit de voormalige CAO-
Thuiszorg resp. CAO-V&V, die een nadere invulling van deze bepalingen op instellingsniveau voorschrijven en
op grond hiervan voor 1 januari 2008 zijn overeengekomen tussen de werkgever en de OR, blijven per 1 januari
2008 eveneens gehandhaafd en worden opgenomen in de ondernemingsovereenkomst;
4. Optionele “kan-bepalingen” uit de voormalige CAO-Thuiszorg resp. CAO-V&V, voor zover opgenomen in
artikel 13.3, waarvan de ondernemer en de OR voor 1 januari 2008 geen gebruik hebben gemaakt worden, met
behoud van dit karakter, eveneens opgenomen in de ondernemingsovereenkomst;
5. Indien de werkgever en de OR constateren dat nog geen (nadere) invulling is gegeven aan een regeling of
bepaling voor zover opgenomen in artikel 13.3, die een verplichting tot nadere invulling inhoudt, dan gaat
genoemde bepaling mee over naar de ondernemingsovereenkomst, waarbij de ondernemer en de OR zich
verplichten hier voor 1 juli 2008 (nadere) invulling aan te geven. De overeengekomen uitwerking wordt
eveneens vastgelegd in de ondernemingsovereenkomst.
6. De werkgever en de OR zullen tot 1 juli 2008 geen eigen regelingen in de plaats stellen of wijzigen aangaande
de regelingen van artikel 13.3 die per 1 januari 2008 zijn opgenomen in de ondernemingsovereenkomst.
Artikel 13.2 Randvoorwaarden decentraal overleg werkgever en de OR
1. Vanaf 1 juli 2008 kan de werkgever in overleg met de OR over de onderwerpen die zijn vastgelegd in artikel
13.3 eigen regelingen vaststellen, die in de plaats treden van de tot dan toe geldende regelingen van de
ondernemingsovereenkomst.
2. De regelingen uit artikel 13.3 die de werkgever in overleg met de OR overeenkomt, gelden voor onbepaalde tijd
dan wel voor bepaalde tijd. De werkgever en de OR komen de duur per regeling overeen.
3. In afwijking van lid 2 geldt voor instellingsregelingen die in overleg tussen de werkgever en de OR vanaf 1 juli
2008 gewijzigd overeen worden gekomen, eenmalig een looptijd tot de expiratiedatum van deze cao, te weten
1 maart 2010, tenzij werkgever en OR voor het aflopen van deze periode overeenkomen de regeling voort te
zetten.
4. Indien de werkgever en de OR geen overstemming bereiken over een eigen regeling, dan blijft de regeling zoals
per 1 januari 2008 opgenomen in de ondernemingsovereenkomst, onverkort van kracht.
5. Indien de werkgever en de OR geen overstemming bereiken over aanpassing van een eigen regeling, dan blijft
de eigen regeling zoals die tot dan toe is opgenomen in de ondernemingsovereenkomst, onverkort van kracht.
6. De werkgever kan, bij gebrek aan overeenstemming met de OR over (aanpassing van) een eigen regeling
opgenomen in de ondernemingsovereenkomst, geen vervangende instemming bij de kantonrechter verzoeken ex
artikel 27 lid 4 WOR.
7. De OR is verplicht een achterbanraadpleging onder het personeel te houden alvorens regelingen als bedoeld in
de ondernemingsovereenkomst worden vastgesteld of gewijzigd.
8. Werkgever en OR komen de verplichting overeen tot periodieke evaluatie van de ondernemingsovereenkomst en
de daarin vervatte regelingen.
9. De werkgever stelt de werknemers op de hoogte van (tussentijdse) wijzigingen van de met de OR
overeengekomen regelingen van de ondernemingsovereenkomst.
10. De in dit artikel opgenomen randvoorwaarden moeten onderdeel uitmaken van de ondernemingsovereenkomst
Artikel 13.3 Decentrale regelingen
A. Voor thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 gelden de volgende regelingen uit de voormalige CAO
Thuiszorg 2005-2007 als bedoeld in artikel 13.1 lid 1:
1. Scholing en ontwikkeling:
a. artikel 38a CAO-T
b. artikel 38b CAO-T
c. artikel 38d CAO-T
d. artikel 38e lid 5 CAO-T
e. artikel 38f leden 1,2, 3, 6 eerste zin, 7 en 8 CAO-T
f. artikel 39 lid 5 CAO-T
g. artikel 43 CAO-T
h. artikel 75 CAO-T
i. uitvoeringsregeling K CAO-T
2. Beoordelingsregeling, inclusief beloningsaccenten:
a. artikel 30 CAO-T
b. artikel 30a CAO-T
c. artikel 30b CAO-T
d. artikel 61 CAO-T
e. artikel 6 Uitvoerinngsregeling A CAO-T
f. artikel 7 Uitvoeringsregeling A CAO-T
3. Invulling meerkeuzesysteem arbeidsvoorwaarden:
a. artikel 7a leden 1,2, 3,4 en 10 CAO-T
4. Vergoedingen:
a. artikel 40 CAO-T
b. artikel 76 CAO-T
c. artikel 77 CAO-T
5. Integriteitsbeleid:
a. artikel 44 CAO-T
b. artikel 8 lid 2 sub f CAO-T
6. Werkoverleg:
a. artikel 1 sub p CAO-T
b. artikel 54 CAO-T
7. Verplichtingen werkgever en werknemer:
a. artikel 51 leden 1 en 2 CAO-T
b. artikel 48 leden 1 en 2 CAO-T
c. artikel 49 CAO-T
d. artikel 51a CAO-T
e. artikel 50 sub b CAO-T
f. artikel 39 CAO-T
g. artikel 40 CAO-T
8. Melding afwezigheid:
a. artikel 35 CAO-T
9. Verhuiskostenregeling:
a. artikel 41 CAO-T
b. artikel 73 CAO-T
c. uitvoeringsregeling I CAO-T
B. Voor verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 gelden de volgende regelingen uit de voormalige
CAO-V&V 2006-2007 als bedoeld in artikel 13.1 lid 1:
1. Scholing en ontwikkeling
a. artikel 3.3.5 leden 2, 3,4 en 5 CAO-V&V
b. artikel 3.3.10 CAO-V&V
c. artikel 7.1 CAO-V&V
d. artikel 7.2 CAO-V&V
e. artikel 7.3 CAO-V&V
f. artikel 7.4 CAO-V&V
2. Beoordelingsregeling, inclusief beloningsaccenten:
a. artikel 3.1.7 lid 2 CAO-V&V
b. artikel 3.2.2 CAO-V&V
c. artikel 3.2.4 CAO-V&V
3. Invulling Meerkeuzesysteem arbeidsvoorwaarden:
a. artikel 8.1 CAO-V&V
b. artikel 8.2 CAO-V&V
c. artikel 8.3 CAO-V&V
d. artikel 8.4 leden 1,2,3, 5, 6, 7, 8 en 9 CAO-V&V
e. artikel 8.6 leden 1 en 2 CAO-V&V
f. artikel 8.7 CAO-V&V
g. artikel 8.8 CAO-V&V
4. Vergoedingen:
a. artikel 5.4.9 CAO-V&V
5. Verplichtingen werkgever en werknemer
a. artikel 2.3 leden 1,2,3,5 en 6 CAO-V&V
b. artikel 2.4 CAO-V&V
c. artikel 2.5 CAO-V&V
d. artikel 2.6 CAO-V&V
e. artikel 9.1.4 CAO-V&V
6. Melding afwezigheid:
a. artikel 9.1.1 CAO-V&V
7. Verhuiskostenregeling
a. artikelen 10.4.1 t/m 10.4.7 CAO-V&V
Artikel 13.4 Decentraal overleg werknemersorganisaties over medezeggenschap
1. De werkgever voert over wijzigingen van de in lid 2 resp. lid 3 genoemde regelingen overleg met de (regionale
vertegenwoordigers van de) werknemersorganisaties, partij bij deze cao.
2. Voor thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 betreft het de volgende regelingen uit de voormalige CAO-
Thuiszorg 2005-2007:
a. artikel 63.
3. Voor verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 betreft het de volgende regelingen uit de
voormalige CAO-V&V 2006-2007:
a. artikel 12.1.1 lid 5
b. artikel 12.1.3
4. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over wijziging, dan blijven de regelingen als bedoeld in leden 2 en
3 ongewijzigd in stand.
Hoofdstuk 14 Slotbepalingen
Artikel 14.1 Uitzendkrachten
De werkgever dient zich ervan te verzekeren dat aan de arbeidskrachten die door een uitzendbureau ter beschikking
worden gesteld aan een organisatie die onder de werkingssfeer van deze cao valt, overeenkomstige arbeidsduur, lonen
en overige vergoedingen worden toegekend als die, welke worden toegekend aan werknemers, werkzaam in gelijke
of gelijkwaardige functies, in dienst van de inlenende organisatie.
Artikel 14.2 Commissie van Interpretatie
Vraagstukken omtrent de interpretatie van de tekst van deze cao en de daarbij behorende bijlagen kunnen worden
voorgelegd aan de Commissie van Interpretatie, daartoe ingesteld door de partijen bij deze cao. Slechts cao-partijen
zijn bevoegd een vraagstuk aan deze Commissie voor te leggen. Samenstelling, werkwijze en bevoegdheden van deze
Commissie zijn opgenomen in een tussen cao-partijen geldend reglement.
Artikel 14.3 Op non-actief stelling en schorsing
Indien de werkgever de werknemer op non-actief stelt of schorst behoudt de werknemer zijn salaris gedurende deze
periode.
Artikel 14.4 Bijdrage werknemersorganisaties
De bijdrage aan de werknemersorganisaties wordt tussen partijen bij deze cao geregeld en wordt door de
werkgeverspartij(en) uitgekeerd.
Artikel 14.5 Duur, wijziging en opzegging van de cao
1 Deze cao heeft een looptijd van 1 januari 2008 tot 1 maart 2010.
2. CAO-partijen kunnen besluiten de CAO tussentijds te wijzigen.
3. Indien geen der partijen uiterlijk twee maanden voor de datum waarop de bepalingen van deze cao eindigen, bij
aangetekend schrijven aan de andere partij het tegendeel kenbaar maakt, wordt de duur van de bepalingen van de
cao geacht stilzwijgend telkens voor één kalenderjaar te zijn verlengd.
Bijlage A Overgangsbepalingen verpleeg- en verzorgingshuizen1
Hoofdstuk A1 Beloning Verpleeg- en Verzorgingshuizen
(De salarisbepalingen van Bijlage A, Hoofdstuk Beloning vervallen voor werknemers in dienst van een verpleeg- of
verzorgingshuis per 1 juli 2009, tenzij per artikel een andere datum is aangegeven. Vanaf 1 juli 2009 resp. per aangegeven
datum gelden de bepalingen van Hoofdstuk 3 van deze cao).
Artikel A1.1 Algemeen
1. Het salaris van de werknemer, voor zover niet vallend onder artikel 3.1.2 lid 1 sub d, bestaat uit een geldelijke beloning
als vermeld in de salarisschalen opgenomen in Tabel A1 van dit hoofdstuk. De in de salarisschalen opgenomen bedragen
gelden bij een voltijd arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week.
2. Het salaris van werknemers met een arbeidsduur van gemiddeld maximaal 40 uur per week als bedoeld in artikel 4.1 lid
4, wordt vastgesteld door de in Tabel A1 genoemde bedragen naar rato te verhogen.
Artikel A1.2 Toepassing salarisschalen
1. De werkgever bepaalt op grond van de functie-indeling ingevolge artikel 3.1.2, welke functionele salarisschaal voor de
werknemer van toepassing is. Het nummer van de functionele salarisschaal correspondeert met het nummer van de
functiegroep, waarin de functie van de werknemer is ingedeeld.
2. Voor de werknemer die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, geldt de bij zijn functionele salarisschaal
behorende jeugdsalarisschaal en het hierin bij zijn leeftijd vermelde salaris.
3. De werknemer, voor wie één van de functionele schalen 05 t/m 80 geldt, dient voor de toepassing hiervan over het
hieronder genoemde aantal functiejaren te beschikken:
-bij de functionele salarisschalen 05 t/m 40 één functiejaar
-bij de functionele salarisschalen 45 t/m 60 twee functiejaren;
-bij de functionele salarisschalen 65 t/m 80 drie functiejaren.
De werkgever kan met de werknemer overeenkomen dat voor de toepassing van de functionele schaal het aantal
benodigde functiejaren lager is dan in dit lid bepaald.
4. Beschikt de werknemer niet over het in lid 3 bij zijn functionele salarisschaal genoemde aantal functiejaren dan geldt
voor hem de bij die schaal behorende aanloopsalarisschaal en het bij 0 functiejaren vermelde bedrag, dan wel, indien
voor de werknemer zijn al dan niet elders verkregen ervaring daartoe aanleiding geeft, een hoger bedrag uit die schaal.
De werkgever is bevoegd om voor de werknemer de aanloopsalarisschaal langer toe te passen dan het in lid 3 genoemde
aantal jaren, indien de functievervulling van de werknemer aanleiding geeft om nog niet de functionele salarisschaal toe
te passen. De werkgever doet hiervan schriftelijk en gemotiveerd mededeling aan de werknemer.
5. De werknemer, voor wie de functionele schaal geldt, wordt op het bij 0 functiejaren vermelde bedrag uit die schaal, dan
wel, indien zijn al dan niet elders verkregen ervaring daartoe aanleiding geeft, op een hoger bedrag uit die schaal
ingeschaald.
Artikel A1.3 Salariëring na diplomering
In afwijking van het bepaalde in artikel A1.2 lid 2 geldt ten aanzien van de leerling-verpleegkundige (kwalificatieniveau 4 en
5) de leerling verzorgende, de leerling verzorgende-IG, de leerling helpende en de leerling zorghulp van artikel A1.7 het
navolgende. Indien deze leerling op het moment van diplomering jonger is dan 21 jaar en de bij deze opleiding behorende
functie gaat vervullen, dan wordt hij na zijn diplomering ingedeeld in de bij deze functie behorende aanloopschaal.
Artikel A1.4 Periodieke verhogingen en uitloopperiodieken
1. Tenzij hierover in de arbeidsovereenkomst anders is bepaald, wordt éénmaal per jaar een salarisverhoging binnen de
aanloop- of functionele schaal toegekend.
De periodieke verhoging wordt voor de eerste maal toegekend één jaar na indiensttreding dan wel bij bevordering tot
een functie welke is ingedeeld in een hogere functiegroep.
2. Indien de toepassing van een systeem van personeelsbeoordelingnaar het oordeel van de werkgever daartoe aanleiding
geeft, kan de werkgever besluiten in enig jaar géén dan wel op meerdere momenten in dat jaar een salarisverhoging
binnen de aanloop- of functionele schaal toe te kennen.
3. In de functionele schalen 5 t/m 30 zijn als laatste, twee salarisbedragen opgenomen, die achtereenvolgens aan de
werknemer worden toegekend, nadat respectievelijk zes en twee jaar zijn verlopen sedert het voorafgaande salarisbedrag
uit die schaal aan de werknemer is toegekend.
Indien de werkgever toepassing geeft aan een systeem van personeelsbeoordeling zoals bedoeld in lid 2 worden de in de
vorige volzin bedoelde salarisbedragen op basis hiervan toegekend.
4. Het salaris als bedoeld in artikel voorheen A1.2 lid 2 wordt jaarlijks vastgesteld op het bij de leeftijd van de werknemer
vermelde bedrag van de jeugdsalarisschaal en wel per de eerste van de maand, waarin hij verjaart.
Artikel A1.5 Structurele eindejaarsuitkering V&V 2008
1. De werknemer in dienst van een verpleeg- en/of verzorgingshuis, ontvangt in december een eindejaarsuitkering van 4%
van het door hem in een kalenderjaar verdiende salaris inclusief de vakantiebijslag en eventueel meerwerk maar
exclusief de vergoedingen als bedoeld in artikel 3.1.8 lid 2, de bijzondere toeslagen als bedoeld in artikel 3.1.10.
2. De werknemer, die een gedeelte van het jaar in dienst is (geweest), ontvangt de eindejaarsuitkering naar rato van het
aantal maanden dat hij in dienst is (geweest).
3. De eindejaarsuitkeringwordt voor werknemers van 22 jaar of ouder tenminste berekend over inpassingstabelnummer 12
van Tabel 2 van dit hoofdstuk, verhoogd met 8% vakantiebijslag.
1 ex artikel 1.1 lid 17 sub 1 ca
Artikel A1.6 Vakantiebijslag V&V tot 1 juni 2008
(Deze bepaling geldt tot 1 juni 2008 voor werknemers in dienst van een verpleeg-, of verzorgingshuis)
1. De vakantiebijslagwordt éénmaal per jaar in de maand mei uitgekeerd over een periode van 12 maanden, aanvangende
met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar.
2. De vakantiebijslagbedraagt voor de werknemer die op 31 mei een vol jaar in dienst is geweest, 8% van het jaarsalaris.
Voor de toepassing hiervan wordt verstaan onder jaarsalaris: twaalf maal het op 1 mei geldende salaris.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 geldt voor de werknemer die op 31 mei een vol jaar in dienst is geweest en op wie
in de maand mei de periode als bedoeld in artikel 8.1 lid 1 onder b. van toepassing is, het volgende: de vakantiebijslag
bedraagt 8% van het per maand uitgekeerde salaris in de periode van 12 maanden, aanvangende met de maand juni van
het voorafgaande kalenderjaar.
4. Voor werknemers van 22 jaar of ouder bedraagt in enig jaar de vakantiebijslagbij een vol jaar dienstverband minimaal
€ 1621,12 per jaar* (€ 1673,81 per jaar**) . Het minimumbedrag wordt in de maand mei van het uitkeringsjaar
verhoogd met:
a. de eventuele algemene loonaanpassingen die in het kader van de CAO VVT hebben plaatsgevonden;
b. het effect van de eventuele verhoging in het afgelopen jaar van het vakantiebijslagpercentage;
c. het bedrag van de jaarlijkse vakantiebijslagvoor werknemers met een deeltijdarbeidsduur wordt jaarlijks in de
maand mei gecorrigeerd met het feitelijk verrichte meerwerk, op grond van de navolgende rekenmethode.
De gemiddelde contractuele arbeidsduur op 1 mei, vermeerderd met het gemiddelde van de feitelijk gewerkte meeruren
per maand, niet zijnde overwerkuren, te meten over de in lid 1genoemde referteperiode, wordt gedeeld door de
gemiddelde contractuele arbeidsduur op 1 mei. Het salaris als bedoeld in lid 2 wordt gecorrigeerd op basis van de aldus
verkregen breuk.
5. Wanneer de werknemer slechts een deel van de periode waarover vakantiebijslagwordt berekend in dienst is geweest
dan wel in die periode of een deel daarvan in deeltijdheeft gewerkt, heeft hij naar evenredigheid recht op
vakantiebijslag.
6. Indien de werknemer de dienst verlaat voor de uitkeringsdatum, wordt op basis van het ten tijde van de beëindiging van
het dienstverband geldende maandsalaris de vakantiebijslag naar evenredigheid uitgekeerd.
7. Het gestelde in lid 1 en lid 4 sub b. geldt voor werknemers die voor 1 januari 2001 vielen onder §IIB CAO V&V 19992000
met inachtneming van het gestelde in Bijlage B van de cao.
* per 1 mei 2007
** per 1 mei 2008
Artikel A1.7 Beroepsopleidingen
a. Salaris leerling-verpleegkundige (kwalificatieniveau 4 en de duale opleiding van kwalificatieniveau 5), leerlingverzorgende
en leerling-verzorgende-IG (kwalificatieniveau 3/3-IG)
1-1-2007 1-1-2008
1e praktijk leerjaar 1056,82 1091,17
2e praktijk leerjaar 1246,75 1287,27
3e praktijk leerjaar 1610,07 1662,40
4e praktijk leerjaar 1610,07 1662,40
Voor leerling-verpleegkundigen (kwalificatieniveau 5) kan afgeweken worden van het voorgaande indien het tweede jaar, in
het verlengde van het eerste jaar, een overwegend theoretisch karakter draagt en waarin stages zijn opgenomen. Voor een
periode van 12 maanden kan in dit jaar een leerovereenkomst met de leerling worden aangegaan. In het derde jaar, wanneer
met de leerling een leer/arbeidsovereenkomst is aangegaan, begint de leerling met een salaris behorende bij het tweede
praktijkleerjaar.
b. Salaris leerling-helpende (kwalificatieniveau 2)
1-1-2007 1-1-2008
1e praktijk leerjaar 930,92 961,17
2e praktijk leerjaar 1064,56 1099,16
c. Salaris leerling zorghulp (kwalificatieniveau 1)
De leerling-werknemer ontvangt tijdens de opleiding tot zorghulp een salaris conform het Wettelijk minimum(jeugd)loon. (1)
(1) Voor zover het minimumloon niet hoger ligt. Deze salarissen zijn voltijd salarissen, gebaseerd op 36 uur, te meten per
praktijkleerjaar. Het voltijd salaris is inclusief maximaal (4 x 52) 208 uren lestijd voor binnenschools leren, te meten per
praktijkleerjaar. Voor werknemers met een deeltijd arbeidsduur gelden de bedragen naar rato.
Artikel A1.8 Sal arisgarantie leerling-werknemer
1. Indien een werknemer, die reeds in dienst is anders dan op grond van artikel A1.9, de opleiding verzorgende
respectievelijk verzorgende-IG gaat volgen, dan behoudt deze leerling-werknemer het salaris behorende bij de
salarisschaal van de laatstelijk uitgeoefende functie, tenzij het salaris bij de voor de opleiding geldende schaal hoger is.
2. De werkgever kan de salarisgarantie als bedoeld in lid 1 uitbreiden met een of meer van de overige basisopleidingen als
bedoeld in artikel A1.7.
3. De werkgever kan ten positieve afwijken van het leerling-salaris van een van de basisopleidingen als bedoeld in artikel
A1.7, indien de leerling-werknemer, voorafgaand aan de indiensttreding, elders op grond van betaalde arbeid een hoger
salaris verdiende dan het betreffende leerling-salaris.
4. De leerling-verpleegkundige, die in het bezit is van een diploma ziekenverzorging of diploma verpleegkundige wordt,
onverminderd de bevoegdheid als bedoeld in lid 2, gedurende de periode van de nieuwe leer/arbeidsovereenkomst
gesalarieerd:
-bij het bezit van het diploma ziekenverzorging: volgens de jeugdschaal dan wel volgens een van de
inpassingstabelnummers, behorende bij de salarisschalen van functiegroep 30;
-bij het bezit van het diploma verpleegkundige: volgens de jeugdschaal dan wel volgens een van de
inpassingstabelnummers, behorende bij de salarisschalen van functiegroep 35.
De leerling-verpleegkundige die in het bezit is van een diploma MDGO en tenminste over één jaar functionele
werkervaring beschikt, wordt gedurende de periode van de nieuwe leer/arbeidsovereenkomst gesalarieerd volgens de
jeugdschaal dan wel volgens een van de inpassingstabelnummers behorende bij de salarisschalen van functiegroep 30.
Artikel A1.9 Aspirant leerlingen
Voor de werknemer die in dienst treedt voorafgaand aan de opleiding als bedoeld in artikel A1.7 sub a respectievelijk sub b,
geldt het salaris behorende bij het 1e praktijkleerjaar zoals bedoeld in artikel A1.7 sub a respectievelijk sub b. Voor de
werknemer die in dienst treedt voorafgaand aan de opleiding als bedoeld in artikel A1.7 sub c, geldt het salaris
overeenkomstig het Wettelijk minimum(jeugd)loon.
Artikel A1.10 Opleiding tot verpleeghuisarts
(Geldt voor werknemers in opleiding tot verpleeghuisarts die vóór 1 september 2007 in dienst zijn getreden)
1. Voor de werknemer die de opleiding tot verpleeghuisarts volgt, geldt tenminste het bij nul dienstjaren vermelde bedrag
van de laagste voorkomende functiegroep voor de artsenfunctie.
2. Voor de salarisvaststelling worden de uren in aanmerking genomen waarop daadwerkelijk arbeid wordt verricht.
3. In overleg tussen werkgever en werknemer kan in afwijking van lid 2 worden overeengekomen dat de lesuren geheel
dan wel gedeeltelijk als werktijd worden aangemerkt.
Artikel A1.11 Opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog
1. Voor de werknemer die de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog volgt, geldt tenminste het bij nul dienstjaren
vermelde bedrag van de laagste voorkomende functiegroep voor de psychologenfunctie.
2. Voor de salarisvaststelling worden de uren in aanmerking genomen waarop daadwerkelijk arbeid wordt verricht.
3. In overleg tussen werkgever en werknemer kan in afwijking van lid 2 worden overeengekomen dat de lesuren geheel
dan wel gedeeltelijk als werktijd worden aangemerkt.
Artikel A1.12 Overige BBL opleidingen in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)
1. Bij indiensttreding geldt voor de werknemer die in opleiding is in het kader van een van de overige BBL opleidingen
van de WEB, niet zijnde de opleiding als bedoeld in artikel A1.7 de jeugdbedragen (bij leeftijd van 21 jaar of ouder: de
salarisschaal van de functiegroep) behorende bij een door de werkgever vastgestelde schaal die ligt onder de
salarisschaal van de laagst voorkomende schaal voor de functie waarvoor wordt opgeleid.
2. Het onder 1 bedoelde salaris wordt aangepast aan de omvang van het dienstverband. Deze omvang wordt bepaald door
het aantal uren arbeid dat gegeven de organisatie van het onderwijs kan worden verricht.
Artikel A1.13 Overige opleidingen
Indien een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan met het oog op een opleiding, anders dan genoemd in artikel A1.7, A1.10,
A1.11 of A1.12 in het kader waarvan het een vereiste is praktisch werkzaam te zijn en waarvoor de
eindverantwoordelijkheid niet bij de werkgever berust, geldt het volgende:
1. voor de vaststelling van het salaris zijn van toepassing de artikelen A3.1.2 en 3.1.3;
2. voor de salarisvaststelling worden de uren in aanmerking genomen waarop daadwerkelijk arbeid wordt verricht. Bij
hoge uitzondering kan in overleg tussen werkgever en werknemer worden overeengekomen dat de lesuren geheel dan
wel gedeeltelijk als werktijd worden aangemerkt.
Artikel A1.14 Bevordering
1. Bij bevordering tot een functie welke is ingedeeld in een hogere functiegroep, wordt het salaris ontleend aan de
functionele schaal van de nieuwe functie, met dien verstande dat het tot dan toe genoten salaris met 2 periodieken wordt
verhoogd en het nieuwe salaris tenminste gelijk moet zijn aan het minimum van de functionele schaal van de functie,
waarnaar de werknemer werd bevorderd, doch nimmer meer mag bedragen dan het maximum van de bij deze hogere
functie behorende schaal. Hierbij worden buiten beschouwing gelaten de in de functionele schalen opgenomen
uitloopperiodieken als bedoeld in artikel A1.4. Indien bij een bevordering als bedoeld in het vorige lid de werknemer
nog niet voldoet aan het bepaalde in artikel A1.2 lid 3 dan geldt, overeenkomstig het in artikel A1.2 lid 4 bepaalde, de
aanloopschaal.
2. Van het in de leden 1 en 2 bepaalde kan door de werkgever worden afgeweken. Wanneer de werkgever, overeenkomstig
het bepaalde in artikel 27 van de WOR, zijn voorgenomen besluit tot afwijking als in de vorige volzin bedoeld aan de
OR voorlegt, kan hiertegen niet als bezwaar worden ingebracht dat de cao een dergelijke regeling uitsluit. Het in de
vorige volzin bedoelde besluit van de werkgever heeft dezelfde rechtskracht als de bepalingen van deze cao.
Tabel A1 Salarisschalen V&V per 1 januari 2007
salarisschalen functiegroep 5
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
3 4 5
17 800,62 0 1 1285,42 0 3 1333,99
18 933,14 1 2 1309,71 1 4 1385,91
19 1066,76 2 3 1333,99 2 5 1436,7
20 1200,38 3 4 1385,91 3 6 1464,31
4 7 1502,95
5 8 1540,51
11 9 1581,37
13 10 1625,53
salarisschalen functiegroep 10
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
89 10
17 831,55 0 1 1285,42 0 4 1385,91
18 970,68 1 2 1309,71 1 5 1436,7
19 1108,72 2 3 1333,99 2 6 1464,31
20 1247,87 3 4 1385,91 3 7 1502,95
4 5 1436,70 4 8 1540,51
5 9 1581,37
6 10 1625,53
12 11 1675,23
14 12 1727,14
salarisschalen functiegroep 15
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
1314 15
17 862,47 0 2 1309,71 0 5 1436,7
18 1006,02 1 3 1333,99 1 6 1464,31
19 1149,59 2 4 1385,91 2 7 1502,95
20 1292,03 3 5 1436,70 3 8 1540,51
4 6 1464,31 4 9 1581,37
5 10 1625,53
6 11 1675,23
7 12 1727,14
13 13 1785,67
15 14 1844,18
salarisschalen functiegroep 20
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
1819 20
17 879,02 0 3 1333,99 0 6 1464,31
18 1025,9 1 4 1385,91 1 7 1502,95
19 1171,66 2 5 1436,70 2 8 1540,51
20 1317,43 3 6 1464,31 3 9 1581,37
4 7 1502,95 4 10 1625,53
5 11 1675,23
6 12 1727,14
7 13 1785,67
8 14 1844,18
14 15 1898,31
16 16 1959,03
salarisschalen functiegroep 25
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
23 24 25
17 901,11 0 4 1385,91 0 7 1502,95
18 1052,41 1 5 1436,70 1 9 1581,37
19 1202,59 2 6 1464,31 2 10 1625,53
20 1352,77 3 7 1502,95 3 11 1675,23
4 8 1540,51 4 12 1727,14
5 9 1581,37 5 13 1785,67
6 14 1844,18
7 15 1898,31
8 16 1959,03
14 17 2008,73
16 18 2068,36
salarisschalen functiegroep 30
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
2829 30
17 925,41 0 6 1464,31 0 8 1540,51
18 1078,9 1 7 1502,95 1 10 1625,53
19 1233,51 2 8 1540,51 2 12 1727,14
20 1387,01 3 9 1581,37 3 13 1785,67
4 10 1625,53 4 14 1844,18
5 11 1675,23 5 15 1898,31
6 16 1959,03
7 17 2008,73
8 18 2068,36
14 19 2122,47
16 20 2179,90
salarisschalen functiegroep 35
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
3334 35
17 976,21 0 8 1540,51 0 10 1625,53
18 1138,54 1 9 1581,37 1 12 1727,14
19 1300,88 2 10 1625,53 2 14 1844,18
20 1463,21 3 11 1675,23 3 15 1898,31
4 12 1727,14 4 16 1959,03
5 13 1785,67 5 17 2008,73
6 18 2068,36
7 19 2122,47
8 20 2179,90
9 21 2236,22
salarisschalen functiegroep 40
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
39 40
0 10 1625,53 0 12 1727,14
1 11 1675,23 1 14 1844,18
2 12 1727,14 2 16 1959,03
3 13 1785,67 3 17 2008,73
4 14 1844,18 4 18 2068,36
5 15 1898,31 5 19 2122,47
6 20 2179,90
7 21 2236,22
8 22 2291,43
9 23 2347,75
10 24 2405,18
salarisschalen functiegroep 45
aanloopschaal functionele schaal
44 45
0 10 1625,53 0 16 1959,03
1 12 1727,14 1 18 2068,36
2 14 1844,18 2 20 2179,90
3 16 1959,03 3 21 2236,22
4 17 2008,73 4 22 2291,43
5 18 2068,36 5 23 2347,75
6 19 2122,47 6 24 2405,18
7 25 2463,70
8 26 2524,44
9 27 2587,40
10 28 2642,60
salarisschalen functiegroep 50
aanloopschaal functionele schaal
49 50
0 14 1844,18 0 21 2236,22
1 16 1959,03 1 23 2347,75
2 18 2068,36 2 25 2463,70
3 20 2179,90 3 27 2587,40
4 21 2236,22 4 28 2642,60
5 22 2291,43 5 29 2704,44
6 23 2347,75 6 30 2765,19
7 31 2822,60
8 32 2880,02
9 33 2940,76
10 34 3001,50
salarisschalen functiegroep 55
aanloopschaal functionele schaal
54 55
0 19 2122,47 0 26 2524,44
1 21 2236,22 1 28 2642,60
2 23 2347,75 2 30 2765,19
3 25 2463,70 3 32 2880,02
4 26 2524,44 4 34 3001,50
5 27 2587,40 5 35 3057,83
6 28 2642,60 6 36 3114,14
7 37 3179,29
8 38 3245,56
9 39 3310,71
10 40 3369,25
salarisschalen functiegroep 60
aanloopschaal functionele schaal
59 60
0 25 2463,70 0 32 2880,02
1 27 2587,40 1 34 3001,50
2 29 2704,44 2 36 3114,14
3 31 2822,60 3 38 3245,56
4 32 2880,02 4 40 3369,25
5 33 2940,76 5 42 3496,23
6 34 3001,50 6 44 3618,80
7 45 3672,93
8 46 3728,14
9 47 3785,56
10 48 3840,78
Bijlage A Overgangsbepalingen V&V 2008
salarisschalen functiegroep 65
aanloopschaal
64
functionele schaal
65
salarisschalen functiegroep 75
aanloopschaal
74
functionele schaal
75
0 32 2880,02
1 34 3001,50
2 36 3114,14
3 38 3245,56
4 40 3369,25
5 41 3434,39
6 42 3496,23
7 43 3.559,18
0 40
1 42
2 44
3 46
4 48
5 50
6 52
7 54
8 56
9 57
10 58
11 59
12 60
3369,25
3496,23
3618,80
3728,14
3840,78
3954,52
4067,15
4180,90
4294,64
4349,86
4406,17
4464,71
4521,02
0 54 4180,9
1 56 4294,64
2 58 4406,17
3 60 4521,02
4 62 4634,77
5 63 4689,99
6 64 4748,51
7 65 4818,08
0 62 4634,77
1 65 4818,08
2 68 5031,21
3 71 5242,14
4 74 5456,38
5 76 5598,83
6 78 5746,81
7 80 5904,71
8 82 6064,86
9 83 6142,15
10 84 6222,77
11 85 6315,53
12 86 6409,39
13 87 6501,04
14 88 6594,91
salarisschalen functiegroep 70
aanloopschaal
69
functionele schaal
70
salarisschalen functiegroep 80
aanloopschaal
79
functionele schaal
80
0 42 3.496,23
1 44 3.618,80
2 46 3728,14
3 48 3840,78
4 50 3954,52
5 51 4011,94
6 52 4067,15
7 53 4125,69
0 50
1 53
2 56
3 59
4 62
5 64
6 66
7 68
8 70
9 71
10 72
11 73
12 74
3954,52
4125,69
4294,64
4464,71
4634,77
4748,51
4888,77
5031,21
5172,57
5242,14
5315,02
5385,70
5456,38
0 66 4888,77
1 68 5031,21
2 70 5172,57
3 72 5315,02
4 74 5456,38
5 75 5527,05
6 76 5598,83
7 77 5668,40
0 74 5456,38
1 77 5668,40
2 80 5904,71
3 83 6142,15
4 86 6409,39
5 88 6594,91
6 90 6778,22
7 92 6963,75
8 94 7151,49
9 95 7244,25
10 96 7338,11
11 97 7430,88
12 98 7523,63
13 99 7618,60
14 100 7711,36
Bijlage A Overgangsbepalingen V&V 2008
Bijlage A Overgangsbepalingen V&V 2008
Tabel A2 Salarisschalen CAO V&V per 1 januari 2008
Salarisschalen CAO V&V per 1 januari 2008
Bijlage A Overgangsbepalingen V&V 2008
salarisschalen functiegroep 5
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
3 4 5
salarisschalen functiegroep 25
jeugdschaal aanloopschaal
23 24
functionele schaal
25
salarisschalen functiegroep 45
aanloopschaal functionele schaal
44 45
17 826,64 0 1 1327,20 0 3 1377,34
18 963,47 1 2 1352,28 1 4 1430,95
19 1101,43 2 3 1377,34 2 5 1483,39
20 1239,39 3 4 1430,95 3 6 1511,90
4 7 1551,80
5 8 1590,58
11 9 1632,76
13 10 1678,36
17 930,40 0 4 1430,95
18 1086,61 1 5 1483,39
19 1241,67 2 6 1511,90
20 1396,74 3 7 1551,80
4 8 1590,58
5 9 1632,76
0 7 1551,80
1 9 1632,76
2 10 1678,36
3 11 1729,67
4 12 1783,27
5 13 1843,70
6 14 1904,12
7 15 1960,01
8 16 2022,70
14 17 2074,01
16 18 2135,58
0 10 1678,36 0 16 2022,70
1 12 1783,27 1 18 2135,58
2 14 1904,12 2 20 2250,75
3 16 2022,70 3 21 2308,90
4 17 2074,01 4 22 2365,90
5 18 2135,58 5 23 2424,05
6 19 2191,45 6 24 2483,35
7 25 2543,77
8 26 2606,48
9 27 2671,49
10 28 2728,48
salarisschalen functiegroep 10
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
8 9 10
salarisschalen functiegroep 30
jeugdschaal aanloopschaal
28 29
functionele schaal
30
salarisschalen functiegroep 50
aanloopschaal functionele schaal
49 50
17 858,58 0 1 1327,20 0 4 1430,95
18 1002,23 1 2 1352,28 1 5 1483,39
19 1144,75 2 3 1377,34 2 6 1511,90
20 1288,43 3 4 1430,95 3 7 1551,80
4 5 1483,39 4 8 1590,58
5 9 1632,76
6 10 1678,36
12 11 1729,67
14 12 1783,27
17 955,49 0 6 1511,90
18 1113,96 1 7 1551,80
19 1273,60 2 8 1590,58
20 1432,09 3 9 1632,76
4 10 1678,36
5 11 1729,67
0 8 1590,58
1 10 1678,36
2 12 1783,27
3 13 1843,70
4 14 1904,12
5 15 1960,01
6 16 2022,70
7 17 2074,01
8 18 2135,58
14 19 2191,45
16 20 2250,75
0 14 1904,12 0 21 2308,90
1 16 2022,70 1 23 2424,05
2 18 2135,58 2 25 2543,77
3 20 2250,75 3 27 2671,49
4 21 2308,90 4 28 2728,48
5 22 2365,90 5 29 2792,33
6 23 2424,05 6 30 2855,06
7 31 2914,33
8 32 2973,62
9 33 3036,33
10 34 3099,05
salarisschalen functiegroep 15
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
13 14 15
salarisschalen functiegroep 35
jeugdschaal aanloopschaal
33 34
functionele schaal
35
salarisschalen functiegroep 55
aanloopschaal functionele schaal
54 55
17 890,50 0 2 1352,28 0 5 1483,39
18 1038,72 1 3 1377,34 1 6 1511,90
19 1186,95 2 4 1430,95 2 7 1551,80
20 1334,02 3 5 1483,39 3 8 1590,58
4 6 1511,90 4 9 1632,76
5 10 1678,36
6 11 1729,67
7 12 1783,27
13 13 1843,70
15 14 1904,12
17 1007,94 0 8 1590,58
18 1175,54 1 9 1632,76
19 1343,16 2 10 1678,36
20 1510,76 3 11 1729,67
4 12 1783,27
5 13 1843,70
0 10 1678,36
1 12 1783,27
2 14 1904,12
3 15 1960,01
4 16 2022,70
5 17 2074,01
6 18 2135,58
7 19 2191,45
8 20 2250,75
9 21 2308,90
0 19 2191,45 0 26 2606,48
1 21 2308,9 1 28 2728,48
2 23 2424,05 2 30 2855,06
3 25 2543,77 3 32 2973,62
4 26 2606,48 4 34 3099,05
5 27 2671,49 5 35 3157,21
6 28 2728,48 6 36 3215,35
7 37 3282,62
8 38 3351,04
9 39 3418,31
10 40 3478,75
salarisschalen functiegroep 20
jeugdschaal aanloopschaal functionele schaal
18 19 20
salarisschalen functiegroep 40
jeugdschaal aanloopschaal
39
functionele schaal
40
salarisschalen functiegroep 60
aanloopschaal functionele schaal
59 60
17 907,59 0 3 1377,34 0 6 1511,90
18 1059,24 1 4 1430,95 1 7 1551,80
19 1209,74 2 5 1483,39 2 8 1590,58
20 1360,25 3 6 1511,90 3 9 1632,76
4 7 1551,80 4 10 1678,36
5 11 1729,67
6 12 1783,27
7 13 1843,70
8 14 1904,12
14 15 1960,01
16 16 2022,70
0 10 1678,36
1 11 1729,67
2 12 1783,27
3 13 1843,70
4 14 1904,12
5 15 1960,01
0 12 1783,27
1 14 1904,12
2 16 2022,70
3 17 2074,01
4 18 2135,58
5 19 2191,45
6 20 2250,75
7 21 2308,90
8 22 2365,90
9 23 2424,05
10 24 2483,35
0 25 2543,77 0 32 2973,62
1 27 2671,49 1 34 3099,05
2 29 2792,33 2 36 3215,35
3 31 2914,33 3 38 3351,04
4 32 2973,62 4 40 3478,75
5 33 3036,33 5 42 3609,86
6 34 3099,05 6 44 3736,41
7 45 3792,30
8 46 3849,30
9 47 3908,59
10 48 3965,61
Bijlage A Overgangsbepalingen V&V 2008
salarisschalen functiegroep 65 salarisschalen functiegroep 75
aanloopschaal functionele schaal aanloopschaal functionele schaal
64 65 74 75
0 32 2973,62 0 40 3478,75 0 54 4316,78 0 62 4785,4
1 34 3099,05
2 36 3215,35
1 42 3609,86
2 44 3736,41
1 56 4434,22
2 58 4549,37
1 65
2 68
4974,67
5194,72
3 38 3351,04
4 40 3478,75
3 46 3849,3
4 48 3965,61
3 60 4667,95
4 62 4785,4
3 71
4 74
5412,51
5633,71
5 41 3546,01
6 42 3609,86
5 50 4083,04
6 52 4199,33
5 63 4842,41
6 64 4902,84
5 76
6 78
5780,79
5933,58
7 43 3674,85 7 54 4316,78 7 65 4974,67 7 80 6096,61
8 56 4434,22
9 57 4491,23
8 82
9 83
6261,97
6341,77
10 58 4549,37
11 59 4609,81
10 84
11 85
6425,01
6520,78
12 60 4667,95 12 86
13 87
6617,7
6712,32
14 88 6809,24
salarisschalen functiegroep 70 salarisschalen functiegroep 80
aanloopschaal functionele schaal aanloopschaal functionele schaal
69 70 79 80
0 42 3609,86
1 44 3736,41
0 50 4083,04
1 53 4259,77
0 66 5047,66
1 68 5194,72
0 74
1 77
5633,71
5852,62
2 46 3849,3
3 48 3965,61
2 56 4434,22
3 59 4609,81
2 70 5340,68
3 72 5487,76
2 80
3 83
6096,61
6341,77
4 50 4083,04
5 51 4142,33
4 62 4785,4
5 64 4902,84
4 74 5633,71
5 75 5706,68
4 86
5 88
6617,7
6809,24
6 52 4199,33
7 53 4259,77
6 66 5047,66
7 68 5194,72
6 76 5780,79
7 77 5852,62
6 90
7 92
6998,51
7190,07
8 70 5340,68
9 71 5412,51
8 94
9 95
7383,91
7479,69
10 72 5487,76
11 73 5560,74
10 96
11 97
7576,6
7672,38
12 74 5633,71 12 98
13 99
7768,15
7866,2
14 100 7961,98
Bijlage A Overgangsbepalingen V&V 2008
Tabel A3 Inpassingstabel V&V
ip nr reeks 1/01/2007 ip nr reeks 1 jan. 08
1 1.285,42 51 4.011,94 1 1.327,20 51 4.142,33
2 1.309,71 52 4.067,15 2 1.352,28 52 4.199,33
3 1.333,99 53 4.125,69 3 1.377,34 53 4.259,77
4 1.385,91 54 4.180,90 4 1.430,95 54 4.316,78
5 1.436,70 55 4.237,22 5 1.483,39 55 4.374,93
6 1.464,31 56 4.294,64 6 1.511,90 56 4.434,22
7 1.502,95 57 4.349,86 7 1.551,80 57 4.491,23
8 1.540,51 58 4.406,17 8 1.590,58 58 4.549,37
9 1.581,37 59 4.464,71 9 1.632,76 59 4.609,81
10 1.625,53 60 4.521,02 10 1.678,36 60 4.667,95
11 1.675,23 61 4.576,25 11 1.729,67 61 4.724,98
12 1.727,14 62 4.634,77 12 1.783,27 62 4.785,40
13 1.785,67 63 4.689,99 13 1.843,70 63 4.842,41
14 1.844,18 64 4.748,51 14 1.904,12 64 4.902,84
15 1.898,31 65 4.818,08 15 1.960,01 65 4.974,67
16 1.959,03 66 4.888,77 16 2.022,70 66 5.047,66
17 2.008,73 67 4.959,44 17 2.074,01 67 5.120,62
18 2.068,36 68 5.031,21 18 2.135,58 68 5.194,72
19 2.122,47 69 5.100,79 19 2.191,45 69 5.266,57
20 2.179,90 70 5.172,57 20 2.250,75 70 5.340,68
21 2.236,22 71 5.242,14 21 2.308,90 71 5.412,51
22 2.291,43 72 5.315,02 22 2.365,90 72 5.487,76
23 2.347,75 73 5.385,70 23 2.424,05 73 5.560,74
24 2.405,18 74 5.456,38 24 2.483,35 74 5.633,71
25 2.463,70 75 5.527,05 25 2.543,77 75 5.706,68
26 2.524,44 76 5.598,83 26 2.606,48 76 5.780,79
27 2.587,40 77 5.668,40 27 2.671,49 77 5.852,62
28 2.642,60 78 5.746,81 28 2.728,48 78 5.933,58
29 2.704,44 79 5.828,53 29 2.792,33 79 6.017,96
30 2.765,19 80 5.904,71 30 2.855,06 80 6.096,61
31 2.822,60 81 5.985,34 31 2.914,33 81 6.179,86
32 2.880,02 82 6.064,86 32 2.973,62 82 6.261,97
33 2.940,76 83 6.142,15 33 3.036,33 83 6.341,77
34 3.001,50 84 6.222,77 34 3.099,05 84 6.425,01
35 3.057,83 85 6.315,53 35 3.157,21 85 6.520,78
36 3.114,14 86 6.409,39 36 3.215,35 86 6.617,70
37 3.179,29 87 6.501,04 37 3.282,62 87 6.712,32
38 3.245,56 88 6.594,91 38 3.351,04 88 6.809,24
39 3.310,71 89 6.686,57 39 3.418,31 89 6.903,88
40 3.369,25 90 6.778,22 40 3.478,75 90 6.998,51
41 3.434,39 91 6.870,99 41 3.546,01 91 7.094,30
42 3.496,23 92 6.963,75 42 3.609,86 92 7.190,07
43 3.559,18 93 7.057,61 43 3.674,85 93 7.286,98
44 3.618,80 94 7.151,49 44 3.736,41 94 7.383,91
45 3.672,93 95 7.244,25 45 3.792,30 95 7.479,69
46 3.728,14 96 7.338,11 46 3.849,30 96 7.576,60
47 3.785,56 97 7.430,88 47 3.908,59 97 7.672,38
48 3.840,78 98 7.523,63 48 3.965,61 98 7.768,15
49 3.898,20 99 7.618,60 49 4.024,89 99 7.866,20
50 3.954,52 100 7.711,36 50 4.083,04 100 7.961,98
Hoofdstuk A2 Arbeidsduur
Artikel A2.1 Arbeidsduur
1. Het aantal uren waarop arbeid wordt verricht bedraagt bij een volletijd arbeidsduur gemiddeld 36 uur per week. Deze
gemiddeld 36-urige werkweek bij een volletijd arbeidsduur dient gerealiseerd te worden over een periode van zes
maanden.
2. a. In afwijking van hetgeen in lid 1 van dit artikel is bepaald kan op grond van artikel A2.3 lid 1 sub b een
arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week worden vastgesteld.
b. In afwijking van hetgeen in lid 1 van dit artikel is bepaald, kan voor de arbeidsverhouding die tot 1 januari 2001
viel onder artikel 23a §IIB van de CAO V&V 1999-2000, een arbeidsduur van gemiddeld 38,4 uur per week
worden vastgesteld.
3. De leerling-werknemer met een arbeidsovereenkomst van 36 uur gemiddeld per week, te meten per praktijkleerjaar,
heeft in het kader van de opleiding als bedoeld in artikel A1.7 het recht om met behoud van salaris de arbeid te
onderbreken voor binnenschoolse lestijdaan de onderwijsinstelling, met een maximum van (4 uur maal 52 weken) 208
uur per praktijkleerjaar.
Voor de leerling-werknemer die een arbeidsduur heeft van minder dan 36 uur gemiddeld per week, wordt de omvang
van de hiervoor bedoelde lestijdten minste naar rato van de omvang van diens arbeidsduur vastgesteld.
De indeling van de werktijden is zodanig, dat de leerlingwerknemer in staat wordt gesteld het theoretisch deel van de
opleiding te kunnen volgen.
Artikel A2.2 Vormgeving arbeidsduur
De arbeidsduur wordt zodanig vormgegeven dat:
a. in een periode van vier weken tenminste drie blokken van drie aaneengesloten vrije dagen voorkomen; of
b. in een periode van vier weken tenminste twee blokken van drie aaneengesloten vrije dagen voorkomen, waarbij de vrije
weekenden in stand blijven; of
c. in een periode van 13 weken tenminste vier blokken van drie aaneengesloten vrije dagen voorkomen, waarbij het aantal
losse vrije dagen dient te worden beperkt tot maximaal vier; of
d. in een periode van 13 weken de roostervrije tijd in blokken van tenminste twee aaneengesloten vrije dagen en maximaal
vier losse vrije dagen wordt ingeroosterd. Dit model kan alleen toegepast worden voor organisatie-eenheden waarin de
werknemers werkzaam zijn op werktijden die geheel of gedeeltelijk liggen buiten de uren als bedoeld in artikel A3.1 lid 2
sub c Hoofdstuk werktijden, alsmede onder de voorwaarde dat bij de roostervormgeving rekening wordt gehouden met de
roosterprincipes van de Werktijd en Herstel bij Afwijkende Werktijden-systematiek (WHAW-systematiek).
e. afwijking van de vormgeving als opgenomen in sub a, b, c of d is mogelijk met instemming van de OR dan wel de PVT.
Bij geen overeenstemming blijven de modellen a, b, c of d van toepassing. Met inachtneming van de eerste volzin is
afwijking van de vormgeving slechts mogelijk indien rekening wordt gehouden met de roosterprincipes van de WHAWsystematiek.
De voorwaarde inzake de WHAW is niet van toepassing op werknemers die werkzaam zijn volgens een vaste
werktijdenregeling dan wel volgens een werktijdenregeling op uren als bedoeld in artikel A3.1 lid 2 sub c Hoofdstuk
werktijden. Afwijking van de vormgeving kan er niet toe leiden dat een werkweek met dagen van 7,2 uur wordt
afgesproken.
Artikel A2.3 Afwijkende arbeidsduur
1. Van het bepaalde in artikel A2.1 kan ten behoeve van de werknemer met een volledige arbeidsduur als volgt worden
afgeweken:
a. voor kleine afdelingen en/of solistische functies kan de 36-urige werkweek op perioden langer dan zes maanden
worden gerealiseerd;
b. voor de onder a. genoemde situaties waarvoor de 36-urige werkweek ook niet op perioden langer dan zes maanden
kan worden gerealiseerd, behoort een structurele arbeidsduur van gemiddeld 38 uur tot de mogelijkheden.
2. Met de werknemer op wie lid 1 sub a. van toepassing is, komt de werkgever overeen dat hij boven de voor hem
geldende contractuele basisarbeidsduur van 36 uur twee uren extra werkt. De extra te werken uren worden afzonderlijk
geregistreerd.
3. De extra uren als bedoeld in lid 2 worden door de werknemer gespaard. De werknemer heeft ten aanzien van deze
gespaarde uren nimmer recht op een andere compensatie dan in tijd, behoudens het bepaalde in lid 6 van dit artikel en
behoudens het bepaalde in het Hoofdstuk meerkeuzesysteem.
4. Indien de werknemer wegens ziekte zijn werkzaamheden langer dan 6 maanden niet kan verrichten, is na deze periode
een afspraak op grond van lid 2 om twee uur extra te werken, niet meer van toepassing.
5. In het kader van de afspraak als bedoeld in lid 2 om twee uren extra te werken maakt de werkgever met de werknemer,
met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, onder meer schriftelijk afspraken over:
-de termijn gedurende welke de extra uren worden gewerkt;
-de wijze waarop en de periode wanneer de gespaarde extra gewerkte uren worden gecompenseerd;
-het minimum en het maximum van de periode waarin de gespaarde uren worden opgenomen;
-de wijze waarop bij de beëindiging van het dienstverband de voor deze beëindiging niet opgenomen gespaarde uren
worden genoten;
-de in acht te nemen afspraken bij het opnemen van verlof.
6. Bij beëindiging van het dienstverband, worden de gespaarde uren voor de datum van het einde van het dienstverband
opgenomen. Ingeval het niet mogelijk is om alle opgespaarde uren voor de beëindiging van het dienstverband op te
nemen worden de resterende uren uitbetaald tegen het dan geldende uurloon.
7. Alle arbeidsvoorwaarden genoemd in deze cao en de op grond van het bepaalde in artikel 1.2 Hoofdstuk algemene
bepalingen tussen de werkgever en de OR overeengekomen regelingen en de pensioenaanspraken als bedoeld in het
reglement van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn blijven, tenzij in de cao anders is bepaald, gebaseerd op de
contractuele basisarbeidsduur als bedoeld in lid 2 van dit artikel.
8. Indien de werknemer als bedoeld in lid 1 sub a. na het van kracht worden van de wettelijke regeling voor verlofsparen
na 31 december 2000 op grond van het bepaalde in dit artikel, en voor zover van toepassing, op grond van overige cao
bepalingen, meer verlofuren opbouwt dan het wettelijk toegestane aantal van 250 dagen dan wel meer dan het
toegestane aantal dagen van de alsdan geldende wettelijke regeling in een volletijd arbeidsduur van gemiddeld 38, 38,4
respectievelijk 36 uur, en indien er sprake is van een deeltijd arbeidsduur naar rato van het contractuele dienstverband,
dan is hij over het meerdere loonbelasting en premies verschuldigd.
Artikel A2.4 Extra uren werken boven de contractuele basisarbeidsduur
1. De werknemer met wie een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan en die tenminste één jaar in dienst
is, kan bij de werkgever jaarlijks een schriftelijk verzoek indienen om gedurende de periode van een kalenderjaar, boven
de voor hem geldende contractuele arbeidsduur, verder te noemen basisarbeidsduur, ten hoogste vier uren gemiddeld per
week extra te werken.
2. Het verzoek als bedoeld in lid 1 is gebaseerd op de op dat moment bestaande contractuele functie en arbeidsduur. Indien
na toewijzing van het verzoek sprake is van een functiewijziging of wijziging van de contractuele arbeidsduur, dan
vervalt de afspraak tot extra werken als bedoeld in lid 1, tenzij werkgever en werknemer overeenkomen de afspraak tot
extra werken voor de resterende duur van het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk te handhaven.
3. De werknemer dient het verzoek tot het werken van extra uren als bedoeld in het eerste lid uiterlijk vier maanden voor
het eind van het kalenderjaar bij de werkgever in te dienen.
4. De beslissing op het verzoek van de werknemer wordt door de werkgever binnen drie maanden schriftelijk aan de
werknemer medegedeeld. Indien de werkgever het verzoek niet inwilligt doet hij dit onder schriftelijke opgave van
redenen.
5. De werkgever honoreert het verzoek geheel dan wel gedeeltelijk indien en voor zover het past binnen het door hem
vastgestelde instellingsbeleid, de met de aard van de bedrijfsvoering samenhangende vereisten ten aanzien van de
werktijdregelingen, de dienstverlening naar de cliënten, de organisatorische mogelijkheden en de daarmee verbonden
kosten.
De werkgever verwerkt deze extra uren in de werktijdenregeling.
6. Bij beëindiging van het dienstverband, worden de gespaarde uren voor de datum van het einde van het dienstverband
opgenomen. Ingeval het niet mogelijk is om alle opgespaarde uren voor de beëindiging van het dienstverband op te
nemen, dan worden de resterende uren uitbetaald tegen het dan geldende uurloon.
7. Indien de werknemer wegens ziekte zijn werkzaamheden langer dan 6 maanden niet kan verrichten, is na deze periode
een afspraak op grond van dit artikel niet meer van toepassing.
8. De werkgever kan in overleg met de OR dan wel de PVT afwijken van de periode van een kalenderjaar als bedoeld in
lid 1, de termijn van 4 maanden als bedoeld in lid 4 en de termijn van drie maanden als bedoeld in lid 5 van dit artikel.
9. Indien de werknemer als bedoeld in lid 1 na het van kracht worden van de wettelijke regeling voor verlofsparen na 31
december 2000 op grond van het bepaalde in dit artikel, en voor zover van toepassing, op grond van overige caobepalingen,
meer verlofuren opbouwt dan het wettelijk toegestane aantal van 250 dagen dan wel meer dan het
toegestane aantal dagen van de alsdan geldende wettelijke regeling in een volletijd arbeidsduur van gemiddeld 38, 38,4
respectievelijk 36 uur, en indien er sprake is van een deeltijd arbeidsduur, naar rato van het dienstverband, dan is hij
over het meerdere loonbelasting en premies verschuldigd.
10. Alle arbeidsvoorwaarden genoemd in deze cao en de pensioenaanspraken als bedoeld in het reglement van het
Pensioenfonds Zorg en Welzijn blijven, tenzij in de cao anders is bepaald, gebaseerd op de basisarbeidsduur als bedoeld
in lid 1 van dit artikel.
Toelichting
De in artikel A2.3 lid 1 sub a bedoelde werknemer heeft een contractuele arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week, maar
werkt gedurende een overeengekomen periode feitelijk gemiddeld 38 uur per week. De twee uren waarop aldus gemiddeld
per week extra arbeid wordt verricht, worden niet als overwerk beschouwd. Deze uren worden op een later tijdstip in de
vorm van vrije tijd gecompenseerd.
Hoofdstuk A3 Werktijden
Artikel A3.1 Werktijdenregeling
1. Voor zover niet anders is bepaald in deze cao kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die de
Arbeidstijdenwet en het daarop gebaseerde Arbeidstijdenbesluit biedt.
2. a. Voor iedere werknemer geldt een werktijdenregeling, waarin de arbeids- en rusttijden van de werknemer zijn
opgenomen.
b. De werktijdenregeling wordt door de werkgever zo spoedig mogelijk, doch tenminste 14 etmalen voor de aanvang
van de periode waarop het betrekking heeft, ter kennis van de betrokken werknemers gebracht.
c. Met inachtneming van het geen bij of ingevolge de wet is bepaald, wordt de indeling van de werktijden door de
werkgever geregeld, met dien verstande dat de werktijden bij voorkeur liggen tussen 07.00 en 20.00 uur op
maandag tot en met vrijdag, en tussen 08.00 en 12.00 uur op zaterdag.
d. Bij het opstellen van werktijdenregelingen wordt gestreefd naar mogelijkheden voor voldoende herstel tijdens en na
het werk en naar een efficiënte bedrijfsvoering.
3. Indien door de werkgever aan de OR ingevolge artikel 27 lid 1 sub c WOR wordt voorgesteld voor bepaalde afdelingen
of diensten een werktijdenregeling in te voeren, hetwelk afwijkt van de in lid 2 genoemde tijden, dan kan hiertegen niet
als bezwaar worden ingebracht, dat de cao een dergelijke regeling uitsluit.
4. Indien er sprake is van een werktijdenregeling met wisselende diensten, dienen deze diensten zoveel mogelijk
voorwaarts te roteren.
5. Diensten waarin de uren tussen 23.00 en 07.00 uur geheel of ten dele zijn begrepen, kunnen uitsluitend worden
opgedragen aan werknemers van 18 jaar en ouder.
6. Aan de werknemer van 55 jaar of ouder wordt geen nachtdienst, slaapdienst, bereikbaarheids-, aanwezigheids-, of
consignatiedienst opgedragen op de uren tussen 23.00 en 07.00 uur, tenzij de werknemer hiertegen geen bezwaar maakt.
7. Het is de werkgever verboden, tenzij de werknemer hierom verzoekt, aan de werknemer een gebroken dienst op te
dragen. Onder gebroken dienst wordt verstaan, een dienst binnen welke de werktijd wordt onderbroken gedurende
tenminste een uur en ten hoogste drie uren.
8. Overdracht van dienst vindt plaats binnen werktijd.
Artikel A3.1.1 Nachtdiensten
1. De werknemer mag maximaal 5 achtereenvolgende nachtdiensten verrichten.
2. In afwijking van lid 1 kan tussen werkgever en werknemer worden overeengekomen dat de werknemer 7 aaneengesloten
nachtdiensten verricht, waarbij het aantal nachtdiensten per 13 weken de 35 niet overschrijdt. Voor de werknemer die
arbeid verricht in de nachtdienst bedraagt de maximale arbeidstijd in elke periode van 13 achtereenvolgende weken
gemiddeld 40 uren per week.
3. Voor de werknemer voor wie reeds een afbouwregeling conform het WBVV of het Arbeidstijdenbesluit geldt, zijn de
leden 1 en 2 van dit artikel niet van toepassing.
4. Voor de werknemer die arbeid verricht in de nachtdienst bedraagt de maximale arbeidstijd per nachtdienst 9 uur. Van
het in de vorige volzin bepaalde kan uitsluitend worden afgeweken indien er sprake is van een incidentele, onvoorziene
wijziging van omstandigheden, met inachtneming van een maximale arbeidstijd per nacht van 10 uur.
Artikel A3.1.2 Roostervrije dagen / vrije weekends
1. Indien de werktijden geheel of gedeeltelijk liggen buiten de uren genoemd in artikel A3.1 lid 2 sub c van dit hoofdstuk,
geniet de werknemer acht vrije dagen per 28 dagen.
2. Indien uitsluitend in het geval van dienstwisseling de in de begripsbepalingen bedoelde perioden vrij van dienst niet
kunnen worden gehaald, mag hiervan ten hoogste 2 maal in een periode van 28 dagen worden afgeweken.
3. De werknemer geniet in ieder geval 22 vrije weekends per jaar.
4. Op verzoek van de werknemer kan een lager aantal vrije weekenden dan het aantal genoemd in lid 3 overeengekomen
worden, doch nooit minder dan 17 vrije weekenden per jaar.
5. Op verzoek van de werknemer, die uitsluitend in de weekenden werkzaam is, kan worden afgeweken van het aantal vrije
weekenden in de leden 3 en 4.
Artikel A3.1.3 Verschoven diensten
1. Indien door bijzondere omstandigheden met een incidenteel karakter het dienstbelang dit vordert, kan de werkgever, de
werknemer gehoord:
-afwijken van het bepaalde in artikel A3.1 lid 2 sub b;
-afwijken van het bepaalde in artikel A3.1.2 lid 1 en lid 3;
-wijziging aanbrengen in een reeds vastgestelde werktijdenregeling
2. Indien de werkgever toepassing geeft aan lid 1 en daarmee wijziging aanbrengt in een reeds vastgestelde
werktijdenregeling ontvangt de werknemer schadeloosstelling ingeval hij ter zake van vrijetijdsbesteding reeds uitgaven
heeft gedaan.
3. Indien de werkgever toepassing geeft aan lid 1 en ten gevolge daarvan in een vastgestelde werktijdenregeling binnen 24
uur na zijn mededeling hiervan aan de werknemer, een verschuiving optreedt, ontvangt de werknemer – onverkort het
bepaalde in lid 2 van dit artikel – naast het uurloon over de uren van die verschoven dienst uitsluitend een vergoeding
als bedoeld in artikel A3.2.3 lid 2 (overwerk).
Artikel A3.1.4 Pauzes
1. Binnen elke dagelijkse diensttijd wordt gelegenheid voor twee koffie/theepauzes gegeven, te weten per ochtend, middag,
avond of nacht – eenmaal.
2. Met instemming van de OR dan wel de PVT kan afgeweken worden van lid 1 op grond van organisatorische
belangen/bedrijfsvoering.
3. Koffie- en theepauzes, welke minder dan een kwartier duren, worden als werktijd aangemerkt.
4. Indien en voor zover pauzes 15 minuten of langer duren en als eigen tijd worden aangemerkt, dient onafgebroken rust te
zijn gewaarborgd.
Toelichting artikel A3.1
Ten behoeve van de vaststelling van de arbeidsduur bij werktijdenregeling wordt in het kader van artikel A3.1 gerekend met
het daadwerkelijk door de werknemer genoten aantal uren vakantie. Indien bijvoorbeeld vakantie wordt opgenomen op een
dag waarop in de werktijdenregeling een dagelijkse werktijd van 9 uur zou zijn opgenomen, dan worden 9 vakantie-uren
meegeteld bij de vaststelling van de arbeidsduur en evenzo bij de verrekening van het aantal uren genoten vakantie.
Artikel A3.2 Overwerk
1. Onder overwerk wordt verstaan: arbeid die incidenteel wordt verricht boven de bij werktijdenregelingvastgestelde
arbeidsduur. De bepaling of sprake is van de in dit lid bedoelde overschrijding van de arbeidsduur wordt gemeten op
half jaarbasis.
Van overwerk is geen sprake voor zover sprake is van een verschoven dienst.
2. Vergoeding voor overwerk wordt gegeven, indien de werknemer opdracht tot overwerk heeft gekregen, dan wel
redelijkerwijs mocht aannemen, dat hij opdracht tot overwerk zou hebben gekregen. In een dergelijk geval stelt de
werkgever achteraf de noodzaak tot overwerk vast.
Artikel A3.2.1 Bepaling aantal overwerkuren en vrijgestelde werknemers
1. Indien het overwerk wordt verricht gedurende een periode van een half uur of korter voorafgaande aan of aansluitend op
de bij werktijdenregeling vastgestelde werktijd, komt deze periode niet voor vergo eding in aanmerking.
2. Indien het overwerk wordt verricht gedurende een periode, langer dan een half uur, wordt deze periode afgerond op een
heel uur.
3. Indien het overwerk wordt verricht gedurende een periode, langer dan een uur, wordt deze periode naar boven afgerond
op halve respectievelijk hele uren.
4. Aan de zwangere werknemer na de derde maand van de zwangerschap zal geen overwerk worden opgedragen tenzij de
werknemer er mee instemt om overwerk te verrichten.
Artikel A3.2.2 Maximaal aantal uren overwerk vacaturestelling
1. Het aantal uren overwerk mag gemiddeld per week, te meten per aaneengesloten periode van zes maanden niet méér
bedragen dan 10%:
-van 36 uur, indien het salaris van de werknemer overeenkomt met nr. 48 van de inpassingstabel of daaronder;
-van 42 uur, indien het salaris van de werknemer nr. 48 van de inpassingstabel te boven gaat.
Ten aanzien van de werknemer voor wie artikel A2.3 lid 1sub a of b Hoofdstuk arbeidsduur van toepassing is en die
als gevolg hiervan al dan niet gedurende een bepaalde periode gemiddeld 38 uur per week arbeid verricht, geldt het
in dit lid bepaalde met dien verstande dat voor 36 resp. 42 gelezen wordt 38 resp. 44.
2. Indien het percentage van 10 in het eerste lid wordt overschreden, wordt op verzoek van de betrokken werknemer
overgegaan tot het verlenen van assistentie of het stellen van een vacature.
Artikel A3.2.3 Vergoedingsregeling voor werknemer met een volletijd arbeidsduur
1. De vergoeding voor overwerk wordt – voor zover lid 3 van dit artikel niet anders bepaalt – verstrekt in de vorm van vrije
tijd, gelijk aan het aantal uren dat het overwerk heeft geduurd en daarenboven in de vorm van een geldelijke beloning als
bedoeld onder lid 2 van dit artikel.
2. De onder 1 genoemde geldelijke beloning bestaat uit een percentage van het uurloon en wel:
-25% voor overwerk verricht tussen 06.00 uur en 22.00 uur op maandag tot en met vrijdag, met dien verstande dat in
een periode van zeven dagen het aantal aldus te belonen uren maximaal 5 bedraagt; de overige uren worden beloond
met 50%;
-50% voor overwerk verricht tussen 22.00 uur en 06.00 uur op maandag tot en met vrijdag;
-75% voor overwerk verricht op zaterdag tot 18.00 uur en op vrije dagen;
-100% voor overwerk verricht op zaterdag vanaf 18.00 uur, op zon- en feestdagen tussen 00.00 en 24.00 uur en op
24 en 31 december tussen 18.00 en 24.00 uur;
Onder vrije dagen worden voor de toepassing van dit artikel verstaan: de dagen, niet zijnde zondag of feestdag, waarop
de werknemer volgens zijn werktijdenregelingniet zou behoeven te werken.
3. Het recht op vergoeding van overwerk als genoemd onder lid 1 wordt toegekend in de volgende gevallen:
-indien het salaris van de werknemer nr. 48 van de inpassingstabel niet overschrijdt;
-indien het salaris van de werknemer nr. 48 van de inpassingstabel te boven gaat: indien en voor zover het
aantal gewerkte uren boven de in de werktijdenregelingopgenomen arbeidsduur méér dan 6 gemiddeld per week
bedraagt, te meten over de periode waarvoor de werktijdenregeling geldt;
4. In afwijking van het gestelde in lid 3 onder a en b kunnen partijen bij deze cao voor bepaalde categorieën van
werknemers een andere urennorm voor het overwerk vaststellen.
Artikel A3.2.4 Vergoedingsregeling voor de werknemer met een deeltijd arbeidsduur
1. De vergoeding van overwerk bestaat uit het voor de werknemer geldende uurloon, indien en voor zover het aantal
overuren, gemiddeld per week, te meten over een periode van een half jaar, niet méér bedraagt dan het verschil tussen de
voor de werknemer geldende contractuele arbeidsduur en de arbeidsduur bij een volletijd arbeidsduur.
2. Daarenboven wordt een vergoeding als genoemd in artikel A3.2.3 toegekend, indien en voor zover het aantal overuren,
gemiddeld per week, te meten over een periode van een half jaar, méér bedraagt dan het verschil tussen de voor de
werknemer geldende contractuele arbeidsduur en de arbeidsduur bij een volletijd arbeidsduur.
Artikel A3.2.5 Opnemen vergoeding
1. De in artikel A3.2.3 bedoelde vrije tijd dient na overleg met de betrokken werknemer te worden verleend en opgenomen
uiterlijk in het kwartaal, volgend op het half jaar waarin het overwerk is verricht, tenzij tussen werkgever en werknemer
uitdrukkelijk anders is overeengekomen.
2. In afwijking van het gestelde in lid 1 kan de vergoeding in vrije tijd in overleg tussen werkgever en werknemer geheel
of gedeeltelijk in de vorm van een geldbedrag worden toegekend, bestaande uit het evenredige deel van het salaris.
Artikel A3.2.6 Structureel meerwerk
Indien een deeltijdwerker over een referteperiode van twee aaneengesloten kwartalen structureel meer dan 15% boven zijn
contractuele deeltijd arbeidsduur werkt, wordt op verzoek van de betrokken werknemer aan hem een contract aangeboden
waarin deze structureel meer gewerkte uren zijn verdisconteerd. Indien betrokkene hier niet om verzoekt, wordt overgegaan
tot het verlenen van assistentie of het stellen van een vacature.
Artikel A3.3 Onregelmatige dienst
Onder onregelmatige dienst wordt verstaan arbeid die, indien de werkgever het noodzakelijk oordeelt, aan de werknemer
wordt opgedragen volgens werktijdenregeling en wordt verricht op de uren als vermeld in artikel A3.3.3. Onder
onregelmatige dienst wordt mede verstaan, arbeid die door een deeltijdwerker niet volgens werktijdenregeling wordt verricht
op de uren als vermeld in artikel A3.3.3, boven het bij zijn arbeidsovereenkomst overeengekomen aantal uren, voor zover zij
de 36 uren niet te boven gaan.
Artikel A3.3.1 Werkingssfeer
1. Recht op vergoeding voor het verrichten van onregelmatige dienst hebben die werknemers, die zijn ingedeeld in
functiegroep 65 of lager.
2. Onverminderd het wettelijk bepaalde wordt aan zwangere werknemer na de derde maand van de zwangerschap geen
onregelmatige dienst opgedragen, tenzij de werknemer hiertegen geen bezwaar maakt
Artikel A3.3.2 Vergoedingsregeling
1. De vergoeding voor onregelmatige dienst wordt verstrekt in de vorm van een geldelijke beloning dan wel, indien de
werknemer daarom verzoekt, in de vorm van vrije tijd.
De vrije tijd wordt bepaald door de ingevolge artikel A3.3.3 berekende geldelijke vergoeding te delen door het geldende
uurloon van de werknemer.
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt, tenzij de belangen van de instelling zich hiertegen verzetten, door de
werkgever ingewilligd.
3. Het in het eerste lid bedoelde verzoek dient in de eerste helft van enig kalenderjaar te worden gedaan.
Bij inwilliging van het verzoek gaat de vergoeding in de vorm van vrije tijd in op 1 januari daaropvolgend en blijft
tenminste voor 1 kalenderjaar gehandhaafd.
4. Op uiterlijk 30 juni van enig kalenderjaar kunnen werkgever en werknemer mededelen dat de vergo eding niet meer in
de vorm van vrije tijd, doch in de vorm van een geldelijke beloning als bedoeld in lid 1 dient te geschieden. Deze
wijziging gaat alsdan in op 1 januari daarop volgend. De werkgever is bevoegd om aan de mededeling van de
werknemer als bedoeld in dit lid geen gevolg te geven, indien de belangen van de instelling zich hiertegen verzetten.
Artikel A3.3.3 Berekening vergoeding
De in artikel A.3.2 genoemde geldelijke beloning wordt berekend uitgaande van het geldende uurloon, waarbij echter voor de
berekening als maximum geldt het uurloon afgeleid van nummer 20 van de inpassingstabel, op basis van de volgende
percentages:
22%: voor onregelmatige dienst op uren vallende tussen 06.00 uur en 07.00 uur, en tussen 20.00 uur en 22.00 uur op
maandag tot en met vrijdag;
38%: op uren vallende tussen 06.00 uur en 08.00 uur en tussen 12.00 uur en 22.00 uur op z aterdag;
44%: op uren vallende tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur op maandag tot en met vrijdag;
49%: op uren vallende tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur op zaterdag;
60%: op uren vallende tussen 00.00 uur en 24.00 uur op zon- en feestdagen en op uren vallende tussen 18.00 uur en 24.00
uur op 24 en 31 december.
Artikel A3.3.4 Afbouwregeling
1. Indien de onregelmatige dienst van de werknemer door de werkgever wordt beëindigd of verminderd dan wel de
beëindiging of vermindering plaatsvindt op medisch advies en niet is te wijten aan eigen schuld of toedoen van de
werknemer heeft deze aanspraak op een tegemoetkoming op de voet van de volgende leden.
2. Voorwaarden voor de in het eerste lid genoemde tegemoetkoming zijn, dat:
a. de werknemer in dezelfde instelling op het moment van de in het eerste lid bedoelde beëindiging dan wel
vermindering tenminste 3 jaren onafgebroken onregelmatige dienst heeft verricht.
b. het verschil tussen:
1. enerzijds het salaris verhoogd met de gemiddeld per maand in de voorgaande 12 maanden genoten vergoeding
voor onregelmatige dienst;
2. anderzijds het – al dan niet nieuwe - salaris verhoogd met de eventueel nog te genieten gemiddelde vergoeding
voor onregelmatige dienst (over een periode van 3 maanden na de in het eerste lid bedoelde beëindiging of
vermindering te meten);
meer bedraagt dan 2% van het onder 1 genoemde bedrag én het onder 2 berekende bedrag lager is dan het onder 1
berekende bedrag.
3. De tegemoetkoming bedraagt gedurende het eerste jaar 75%, gedurende het tweede jaar 50% en gedurende het derde
jaar 25% van het in het tweede lid genoemde verschil, voor zover dit meer bedraagt dan het in het tweede lid genoemde
percentage. De berekeningsgrondslag voor de tegemoetkoming blijft gedurende de hiervoor genoemde periode
ongewijzigd.
Toelichting
Indien kennelijk sprake is van een tijdelijke beëindiging of tijdelijke vermindering van de onregelmatige dienst dan wordt de
tegemoetkoming, vervat in artikel A3.3.4, niet gegeven.
De tijdelijke beëindiging of tijdelijke vermindering die het gevolg is van ziekte of arbeidsongeschiktheid volgens artikel 8.1
wordt ondervangen door de in dit artikel gegeven garantie van het netto-inkomen, waarin de vergoeding voor
onregelmatigheidstoeslag over de afgelopen drie maanden is opgenomen. Wanneer in de periode van tenminste 3 jaren,
welke voorwaarde is voor een tegemoetkoming ingevolge artikel A3.3.4 lid 2 sub a., door oorzaken buiten schuld of toedoen
van de werknemer gedurende bepaalde periode(n) geen onregelmatige dienst is verricht, wordt bedoelde periode van 3 jaren
verlengd met de duur van de periode(n), waarin geen onregelmatige dienst is verricht. Artikel A3.3.4 lid 3 bepaalt, dat de
uitkomsten van de berekening gedurende de periode van 3 jaar bevroren blijven. Als voorwaarde voor de tegemoetkoming
geldt het bepaalde in de leden 1 en 2, dat gedurende drie jaar in dezelfde instelling onafgebroken onregelmatige dienst is
verricht. Onderbrekingen wegens vakantie en ziekte worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Artikel A3.4 Bereikbaarheids-, aanwezigheids- en consignatiedienst
1. Onder bereikbaarheidsdienst wordt verstaan de omstandigheid dat een werknemer – buiten de vastgestelde werktijd –
beschikbaar moet zijn om op oproep zo spoedig mogelijk arbeid te verrichten.
2. Onder dagaanwezigheidsdienst wordt verstaan de omstandigheid dat een werknemer – buiten de vastgestelde werktijd –
gedurende de uren tussen 06.00 - 24.00 uur in de instelling aanwezig en beschikbaar moet zijn om op oproep onverwijld
arbeid te verrichten
3. Onder nachtaanwezigheidsdienst wordt verstaan de omstandigheid dat een werknemer – buiten de vastgestelde werktijd
– gedurende de uren tussen 24.00 - 06.00 uur in de instelling aanwezig en beschikbaar moet zijn om op oproep
onverwijld arbeid te verrichten.
4. Onder consignatiediensten wordt verstaan een tijdruimte tussen twee elkaar opeenvolgende diensten of tijdens een
pauze, waarin de werknemer uitsluitend verplicht is om bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden
op oproep de bedongen arbeid zo spoedig mogelijk te verrichten.
Artikel A3.4.1 Werkingssfeer
De normen van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit met betrekking tot consignatie en aanwezigheidsdienst zijn
van toepassing op alle werknemers. Voor werknemers werkzaam in de verpleging en de verzorging in de zin van het
Arbeidstijdenbesluit zijn de voor deze werknemers aldaar geldende normen inzake de bereikbaarheidsdienst van toepassing.
Voor geneeskundigen zijn de voor deze werknemers geldende normen uit het Arbeidstijdenbesluit van toepassing.
Artikel A3.4.2 Vrijgestelde werknemers
Aan de zwangere werknemer na de derde maand van de zwangerschap wordt geen bereikbaarheids-, aanwezigheids- of
consignatiedienst opgedragen, tenzij de werknemer hiertegen geen bezwaar maakt.
Artikel A3.4.3 Vrije weekends
De werknemer is tenminste 2 weekends per 28 achtereenvolgende dagen vrij van de in artikel A3.4 genoemde diensten.
Artikel A3.4.4 Minimale rusttijd na oproep
Wanneer tijdens de in artikel A3.4 genoemde diensten in de uren die liggen tussen 00.00 uur en 06.00 uur gedurende meer
dan 2 uren arbeid is verricht, dan wel meer dan tweemaal aan een oproep gevolg is gegeven zal de werknemer voor de
eerstkomende nacht niet voor enige dienst worden ingezet, tenzij hij - aansluitend aan de laatste periode, waarin hij
gedurende voormelde uren daadwerkelijk arbeid heeft verricht – tenminste 6 uren rust kan hebben genoten.
Artikel A3.4.5 Vergoedingsregeling
1. Indien de werkgever het noodzakelijk oordeelt dat een werknemer een in dit artikel genoemde dienst verricht, geldt de
navolgende vergoeding. De werknemer van wie het salaris niet meer bedraagt dan het onder nummer 88 van de
inpassingstabel aangegeven bedrag, ontvangt voor de uren doorgebracht in bereikbaarheids- en consignatiedienst, dag-
en nachtaanwezigheidsdienst een compensatie in vrije tijd.
Voor de werknemer die aanspraak heeft op toepassing van artikel 4 (garantiebepaling) van de uitvoeringsregeling
salariëring (CAO Ziekenhuiswezen), geldt in plaats van voornoemd nummer 88 het nummer 48 van de inpassingstabel.
2. De in het vorige lid bedoelde compensatie bedraagt per uur in het geval van:
a. Bereikbaarheidsdienst / consignatiedienst
op erkende feestdagen : 3/18
op zaterdagen/zondagen : 2/18
op overige dagen : 1/18
b. Dagaanwezigheidsdienst
op erkende feestdagen : 5/18
op zaterdagen/zondagen : 4/18
op overige dagen : 2/18
c. Nachtaanwezigheidsdienst
op erkende feestdagen : 7/18
op zaterdagen/zondagen : 6/18
op overige dagen : 3/18
3. Indien de werknemer in een tijdvak van 3 achtereenvolgende perioden van 28 dagen met inachtneming van het bepaalde
in artikel A3.4.1, gedurende meer dan 8 weekenddagen bereikbaarheids- of aanwezigheids- en/of consignatiedienst
verricht, ontvangt hij boven de in lid 2 genoemde compensatie, voor de meerdere bereikbaarheids-, aanwezigheids- en
consignatiediensten op weekeindedagen een toeslag van 50% van deze compensatie. De beperking vermeld in de tweede
volzin van artikel A3.4.8 lid 1 is op deze toeslag niet van toepassing.
Artikel A3.4.6 Vergoeding voor arbeid van de werknemer met een volletijd arbeidsduur
Wanneer tijdens de in artikel A3.4 genoemde diensten arbeid wordt verricht zijn, onverminderd de in artikel A3.4.5 vermelde
compensaties, artikel A3.2.1, A3.2.2, A3.2.3 en A3.2.5 (overwerk) van toepassing.
Ingeval de werknemer tijdens de dag- en nachtaanwezigheidsdienst wordt opgeroepen, wordt voor de berekening van de
overwerkvergoeding uitgegaan van een periode van tenminste een half uur; indien deze oproep geschiedt tijdens de
bereikbaarheidsdienst of consignatiedienst wordt voor genoemde berekening uitgegaan van een periode van tenminste een
half uur, te vermeerderen met de werkelijke reistijd.
Artikel A3.4.7 Vergoeding voor arbeid van de werknemer met een deeltijd arbeidsduur
1. De vergoeding voor arbeid verricht tijdens de in artikel 3.4 genoemde diensten wordt verstrekt in de vorm van vrije tijd,
gelijk aan het aantal uren dat de arbeid heeft geduurd en daarenboven in de vorm van een geldelijke beloning als
bedoeld onder lid 2 van dit artikel.
2. De onder 1 genoemde geldelijke beloning bestaat uit een percentage van het uurloon en wel:
-25% voor arbeid verricht tussen 06.00 uur en 22.00 uur op maandag tot en met vrijdag, met dien verstande dat in
een periode van zeven dagen het aantal aldus te belonen uren maximaal 5 bedraagt; de overige uren worden
beloond met 50%;
- 50% voor arbeid verricht tussen 22.00 uur en 06.00 uur op maandag tot en met vrijdag;
- 75% voor arbeid verricht op zaterdag tot 18.00 uur en op vrije dagen;
- 100% voor arbeid verricht op zaterdag vanaf 18.00 uur, op zon- en feestdagen tussen 00.00 en 24.00 uur en op 24
en 31 december tussen 18.00 en 24.00 uur.
Onder vrije dagen worden voor de toepassing van dit artikel verstaan: de dagen, niet zijnde zondag of feestdag, waarop
de werknemer volgens zijn werktijdenregeling niet zou behoeven te werken.
3. Ingeval de werknemer tijdens de dag- en nachtaanwezigheidsdienst wordt opgeroepen, wordt voor de berekening van de
vergoeding uitgegaan van een periode van tenminste een half uur; indien deze oproep geschiedt tijdens de
bereikbaarheidsdienst of consignatiedienst wordt voor genoemde berekening uitgegaan van een periode van tenminste
een half uur, te vermeerderen met de werkelijke reistijd.
Artikel A3.4.8 Opnemen vergoeding
1. De in artikel A3.4.5 en A3.4.7 genoemde vrije tijd dient te worden verleend en opgenomen binnen een tijdvak van twee
maanden na het verrichten van de bereikbaarheids-, aanwezigheids- of consignatiedienst, tenzij tussen de werkgever en
de werknemer anders wordt overeengekomen. Ingeval het belang van de instelling zich naar het oordeel van de
werkgever verzet tegen het geven van vrije tijd, wordt de vrije tijd tot ten hoogste de helft omgezet in een geldbedrag,
bestaande uit het evenredige deel van het salaris.
2. In afwijking van het gestelde in lid 1 kan de vergoeding in vrije tijd voor de bereikbaarheidsdienst slechts in overleg
tussen werkgever en werknemer geheel of gedeeltelijk in de vorm van een geldbedrag worden toegekend, bestaande uit
het evenredige deel van het salaris.
3. Ingeval bereikbaarheids-, aanwezigheids- of consignatiedienst wordt verricht op een door de werkgever aangewezen
vakantiedag als bedoeld in Hoofdstuk 6 werk en privé van deze cao, blijft de aanspraak van de werknemer op die dag
behouden.
Toelichting
Op verzoek van de werknemer kunnen werkgever en werknemer evenwel bij de indiensttreding – of later wanneer de
noodzaak zich voordoet dat de werknemer voortaan bereikbaarheids- of consignatiedienst gaat verrichten – overeenkomen,
dat de werknemer niet zal behoeven te verhuizen om deze dienst te kunnen verrichten en dat de werknemer voor een ruimte
zal zorgen waar hij bereikbaar is, dan wel dat de werkgever daarvoor zal zorgen (al dan niet in de instelling).
Alleen indien een dergelijke uitdrukkelijke afspraak wordt gemaakt, is er sprake van bereikbaarheids- of consignatiedienst;
in alle andere gevallen dan hiervoor aangegeven, kan een bereikbaarheids- of consignatiedienst nooit zodanig geclausuleerd
worden opgedragen dat er eigenlijk sprake is van een aanwezigheidsdienst. Gaat de werknemer, ondanks de hiervoor
genoemde afspraak, later toch verhuizen naar het voor deze dienst aangegeven woongebied, dan ontvangt hij geen
verhuiskostenvergoeding, tenzij hierover een afspraak is gemaakt (bijvoorbeeld dat de werknemer binnen een jaar zal
beslissen of hij verhuist).
De uren die ingevolge de in artikel A3.4.4 voorgeschreven rustperiode (voorwaarde om voor de eerstkomende nacht weer te
kunnen worden ingezet) samenvallen met een roosterdienst van de werknemer behoeven niet te worden ingehaald.
Artikel A3.5 Slaapdienst
Onder slaapdienst wordt verstaan de omstandigheid dat een werknemer – buiten de vastgestelde werktijd – gedurende de uren
tussen 23.00 en 07.00 uur in de directe omgeving van cliënten moet slapen en anders dan na een oproep als bedoeld in artikel
A3.4 (bereikbaarheids-, aanwezigheids- en consignatiedienst) direct hulp biedt indien de situatie van de cliënt zulks
noodzakelijk maakt.
Artikel A3.5.1 Werkingssfeer
Voor werknemers werkzaam in de verpleging en de verzorging zijn de voor deze werknemers geldende normen met
betrekking tot de aanwezigheidsdienst uit het Arbeidstijdenbesluit van toepassing.
Artikel A3.5.2 Vrije weekends
De werknemer is tenminste 2 weekends per 28 achtereenvolgende dagen vrij van de in artikel A3.5 genoemde dienst.
Artikel A3.5.3 Vergoeding
1. Indien de werkgever het noodzakelijk oordeelt dat een werknemer een slaapdienst verricht, geldt de navolgende
vergoeding. De werknemer, van wie het salaris niet meer bedraagt dan het onder nummer 48 van de inpassingstabel van
Tabel A2 van het Hoofdstuk beloning aangegeven bedrag ontvangt als vergoeding:
a. een bedrag van € 19,- voor elke slaapdienst, ongeacht het aantal uren dat deze dienst bedraagt; en
b. een vergoeding in vrije tijd voor de uren doorgebracht in slaapdienst.
2. De in het vorige lid onder b bedoelde vergoeding bedraagt ¼ van de tijd doorgebracht in slaapdienst.
3. In het belang van de afdeling/dienst kan de werkgever, na overleg met de OR, in afwijking van de in lid 1 en 2
genoemde vergoedingsregeling een vergoeding toekennen in uitsluitend vrije tijd. Deze vergoeding bedraagt ½ van de
tijd doorgebracht in slaapdienst
Artikel A3.5.4 Opnemen vergoeding
1. De in artikel 3.5.3 genoemde tijd wordt verleend en opgenomen binnen een tijdvak van twee maanden na het verrichten
van de slaapdienst, tenzij de werkgever en de werknemer anders overeengekomen. Ingeval het belang van de instelling
zich naar het oordeel van de werkgever verzet tegen het geven van vrije tijd, wordt de vrije tijd tot ten hoogste de helft
omgezet in een geldbedrag, bestaande uit het evenredige deel van het salaris.
2. Ingeval slaapdienst wordt verricht op een door de werkgever aangegeven vakantiedag als bedoeld in Hoofdstuk 6 werk
en privé van de CAO, blijft de aanspraak van de werknemer op die dag behouden.
Toelichting
Van een slaapdienst is sprake als de werknemer in de directe omgeving van de cliënt slaapt en zelf, zonder tussenkomst door
derden, direct hulp biedt indien de situatie van de cliënt zulks noodzakelijk maakt.
Indien er wel sprake is van een oproep door een derde, dan is sprake van een consignatie-, bereikbaarheids-, of
nachtaanwezigheidsdienst.
Hoofdstuk A4 Werk en privé
(bepalingen voor de V&V 2008, voor zover de bepalingen uit Hfst 6 VVT - Werk en privé niet van toepassing zijn)
Artikel A4.1 Vakantie
1. De werknemer heeft met behoud van salaris het recht op het hieronder volgende aantal vakantie uren per kalenderjaar bij
een salaris:
a. hetwelk niet overschrijdt het bedrag conform nr. 35 van de inpassingstabel, 166 uren
b. hetwelk overschrijdt het bedrag conform nr. 35 van de inpassingstabel, 173 uren.
2. Voor werknemers die op grond van artikel A2.1 lid 2 een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur hebben of gebruik maken
van de regeling als bedoeld in Bijlage C artikel 1 lid 2 sub c gelden in plaats van de onder lid 1 sub a en b van dit artikel
genoemde uren: 184 respectievelijk 192 uren.
3. Voor deeltijdwerkers worden vakantie-uren naar evenredigheid van een volletijd arbeidsduur vastgesteld.
4. De omvang van het jaarlijkse vakantieverlof voor werknemers met een deeltijd arbeidsduur wordt jaarlijks achteraf
gecorrigeerd met het feitelijk in het kalenderjaar verrichtte meerwerk op grond van de navolgende rekenmethode. De
gemiddelde contractuele arbeidsduur per maand, vermeerderd met het gemiddelde van het aantal feitelijk gewerkte
meeruren per maand, niet zijnde overwerkuren, te meten op jaarbasis, wordt gedeeld door de gemiddelde contractuele
arbeidsduur per maand. De vakantie uren als bedoeld in lid 3 worden gecorrigeerd op basis van de aldus verkregen
breuk.
5. De werkgever kan bepalen dat de werknemer op twee door de werkgever aan te wijzen werkdagen vakantieverlof geniet.
Bedoeld verlof is begrepen in het aantal uren, genoemd in het vorige lid. Deze aanwijzing vindt plaats
-in overleg met de OR dan wel de PVT;
-uiterlijk aan het einde van de maand januari;
-voor één of meer groepen van werknemers.
Artikel A4.1.1 Extra vakantie -uren
1. Boven de vakantierechten van artikel A4.1 heeft de werknemer die in een kalenderjaar de leeftijd van 21 jaar nog niet
heeft bereikt, recht op 14,4 uren extra vakantie met behoud van salaris. Voor werknemers die op grond van artikel 4.1
lid 2 Hoofdstuk arbeidsduur een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur hebben, gelden in plaats van de onder lid 1 van dit
artikel genoemde uren: 16 uren.
2. Boven de vakantierechten van artikel A4.1 geniet de werknemer met behoud van salaris
a. in het jaar waarin hij de 45-jarige leeftijd bereikt en de daarop volgende vier jaren 14,4 uren extra vakantie;
b. in het jaar waarin de werknemer de 50-jarige leeftijd bereikt en de daarop volgende vier jaren 28,8 uren extra
vakantie;
c. In het jaar waarin de werknemer de 55 jarige leeftijd bereikt en de daarop volgende jaren 108 uren extra
vakantie.
3. Voor werknemers die op grond van artikel A2.1 lid 2 een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur hebben, gelden in plaats
van de onder lid 2 van dit artikel genoemde uren: 16 respectievelijk 32 uur en 114 uren.
Artikel A4.2 Verlof
1. a. In artikel A4.2.1 tot en met 4A.2.4 wordt verstaan onder betaald verlof, het in een werktijdenregeling door de
werknemer op grond van deze regeling op te nemen aantal uren waarop geen arbeid behoeft te worden verricht.
Deze uren tellen mee bij de vaststelling van de totale arbeidsduur.
b. In artikel A4.2.9 wordt verstaan onder onbetaald verlof het recht op vrij van iedere dienst en/of aanwezigheidsbereikbaarheids-
consignatie- en/of slaapdienst. Het op grond van de hiervoor genoemde artikelen verleende
onbetaalde verlof wordt bij de vaststelling van de totale arbeidsduur buiten beschouwing gelaten.
2. De in het gezin van de werknemer verblijvende kinderen, voor wie een adoptie-aanvraag is ingediend, worden voor de
toepassing van artikel A4.2.1 als kind van de werknemer aangemerkt.
3. Voor de toepassing van artikel A4.2 tot en met A4.2.9 geldt voor deeltijdwerkers het naar rato beginsel.
4. De werkgever kan aan de werknemer betaald of onbetaald verlof verlenen.
5. Indien uit een oogpunt van instellingsbelang c.q. patiëntenbelang van de werkgever in redelijkheid niet verlangd kan
worden op een bepaald tijdstip verzuim toe te staan of verlof te verlenen, dan zal na overleg met de werknemer door de
werkgever een (gedeeltelijk) afwijzend besluit mogen worden genomen.
Artikel A4.2.1 Betaald verlof
1. De werkgever stelt de werknemer in de gelegenheid om aan de hierna vermelde gebeurtenissen gedurende de bij die
gebeurtenissen vermelde periode, deel te nemen. Zo nodig verleent de werkgever daartoe betaald verlof.
a. Verhuizing van de werknemer in opdracht van de werkgever: twee vrije dagen.
b. Huwelijk of registratie van partnerschap van één van de leden van het gezin van de werknemer: één vrije dag.
c. Huwelijk of registratie van partnerschap van bloedverwanten in de eerste en tweede graad van de werknemer, van
de echtgeno(o)t(e) of relatiepartner: één vrije dag.
d. 25 en 40 jarig huwelijksfeest van de werknemer: één vrije dag. Voor de werknemer die lid is van een religieuze
communiteit wordt het 25 en 40 jarig priesterjubileum gelijk gesteld met het huwelijksfeest.
e. 25, 40, 50, 60 jarig huwelijksfeest van ouders of pleegouders van de werknemer, van de echtgeno(o)t(e) of
relatiepartner én vrije dag
f. 25 en 40 jarig dienstjubileum van de werknemer: één vrije dag.
g. Overlijden van de echtgeno(o)t(e) of relatiepartner, (pleeg)kinderen, (pleeg)ouders van de werknemer dan wel van
de echtgeno(o)t(e) of relatiepartner: de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie.
h. Overlijden van of het bijwonen van de begrafenis of crematie, voor zover niet reeds uit hoofde van sub g, recht op
betaald verlof bestaat, van bloedverwanten in de 1e en 2e graad van de werknemer, van de echtgeno(o)t(e) of
relatiepartner: één vrije dag.
2. Voor de gebeurtenissen genoemd in lid 1 sub a t/m f geldt dat de werknemer 14 etmalen tevoren aan de werkgever dient
te melden dat hij van de regeling gebruik wenst te maken.
Voor de gebeurtenissen genoemd in lid 1 a t/m h wordt in afwijking van artikel A4.2 lid 3 voor deeltijders het naar-ratobeginsel
niet toegepast.
3. De werkgever verleent voor de hierna genoemde gebeurtenissen betaald verlof gedurende de bij die gebeurtenissen
vermelde tijd.
a. het verrichten van bezigheden die verband houden met adoptie van een kind: 40 uur per adoptie-aanvraag. Bij
noodzakelijk verblijf in het buitenland kan, ter beoordeling van de werkgever, deze 40 uur tot maximaal 80 uur
verhoogd worden.
b. bij zodanige ziekte in het gezin dat de werknemer regelingen moet treffen om de zorg te regelen: 24 uur op
jaarbasis. De werkgever treft hiertoe een regeling in overleg met de OR.
Artikel A4.2.2 Extra verlof
1. De werknemer die een huwelijk dan wel op andere wijze een samenlevingsverband aangaat, hetzij bij notariële akte dan
wel gemeentelijke of kerkelijke registratie, heeft recht op twee extra betaald verlofdagen (= 14,4 uur). De werkgever
behoeft slechts éénmaal het extra betaald verlof toe te kennen zolang het hetzelfde samenlevingsverband betreft;
2. Bij bevalling van de echtgenote of relatiepartner heeft de werknemer recht op vier extra betaalde verlofdagen (= 28,8
uur);
3. Voor werknemers die op grond van artikel A2.1 lid 2 arbeidsduur van gemiddeld 38 uur hebben, gelden in plaats van de
onder lid 1 en 2 van dit artikel genoemde uren: 16 resp. 32 uren;
4. Het betaald verlof als bedoeld in de leden 1 t/m 3 wordt toegekend, ongeacht of de genoemde gebeurtenis samenvalt met
een arbeidsvrije dag.
Artikel A4.2.3 Feestdagenverlof
1. Op feestdagen niet vallend op zaterdag of zondag, heeft de werknemer, met inachtneming van het gestelde in de
volgende leden, een vrije dag met behoud van salaris.
2. Indien het belang van de dienst het naar het oordeel van de werkgever noodzakelijk maakt dat een werknemer op een
feestdag, niet vallend op een zaterdag of zondag, arbeid verricht, wordt voor het gewerkte aantal uren compensatie
toegekend met behoud van salaris.
3. Uit de werktijdenregeling voortkomende vrije dagen (roostervrije dagen, niet zijnde weekenddagen of weekend
vervangende dagen) mogen niet samenvallen met feestdagen niet vallend op zaterdag of zondag.
4. De werkgever kan in overleg met de OR dan wel de PVT een van lid 2 afwijkende regeling treffen. Deze regeling treedt
in de plaats van het bepaalde in lid 2. Indien geen overeenstemming is bereikt blijft het bepaalde in lid 2 van toepassing.
5. De werkgever geeft de werknemer de gelegenheid een vrije dag te genieten op de met hem afgesproken feest- en
gedenkdagen, die in de plaats treden van de bij de begripsbepalingen genoemde feest- en gedenkdagen, voor zover de
bedrijfsvoering zulks toelaat. De werknemer geeft bij indiensttreding of voorafgaande aan enig kalenderjaar aan
wanneer hij deze dag(en) wil genieten.
Artikel A4.2.4 Compensatie feestdagen en onregelmatigheidstoeslag
1. Voor werknemers die op grond van hun arbeidsovereenkomst uitsluitend werkzaam zijn op uren die vallen buiten de
tijdstippen als genoemd in artikel A3.3 geldt, in afwijking van het bepaalde in artikel A4.2.3, het navolgende.
2. Indien de werknemer als bedoeld in lid 1 op een zaterdag die samenvalt met een feestdag arbeid dient te verrichten,
ontvangt hij voor het gewerkte aantal uren een compensatie in vrije tijd.
3. Tevens ontvangt de werknemer als bedoeld in lid 1 voor de gewerkte uren als bedoeld in lid 2 een toeslag die geldt voor
feestdagen als bedoeld in artikel A3.3.3.
4. De werkgever kan in overleg met de OR dan wel de PVT een van lid 2 en 3 afwijkende regeling treffen. Deze regeling
treedt in de plaats van het bepaalde in lid 2 en 3. Indien geen overeenstemming is bereikt blijft het bepaalde in lid 2 en 3
van toepassing.
Artikelen 4.2.5 t/m 4.2.8 en artikelen 4.2.10 t/m 4.2.12 zijn opgenomen in het Hoofdstuk 6 van de CAO VVT en gelden v.a.
1 januari 2008 voor de V&V.
Artikel A4.2.9 Onbetaald ve rlof
De werkgever geeft de werknemer voor de hierna genoemde gebeurtenissen onbetaald verlof:
a. verhuizing van de werknemer;
b. huwelijksaangifte van de werknemer;
c. het doen van aangifte van geregistreerd partnerschap;
d. het verlijden van een notariële acte waarmee een ongehuwd samenlevingsverband wordt vastgelegd;
e. het als lid bijwonen van vergaderingen van Provinciale Staten, Gemeenteraad, Gewestraad of Waterschap;
f. het voorbereiden van een examen in de opleidingsovereenkomst voor een (duale) opleiding als genoemd in artikel A1.7
sub a: maximaal 4 halve vrije dagen of 2 vrije dagen per jaar direct voorafgaand aan het examen.
Begripsbepalingen
In deze bijlage wordt, tenzij uitdrukkelijk anders wordt aangegeven verstaan onder:
1. werktijdenregeling:
een regeling waarin opgenomen de arbeids- en rusttijden van de werknemer.
2. werktijdenregeling met wisselende diensten:
een werktijdenregeling met werktijden op uren, welke geheel of gedeeltelijk liggen buiten de uren als bedoeld in artikel
A3.1 lid 2 sub c, waarbij de dagen waarop gewerkt wordt wisselen, hetzij de uren waarop gewerkt wordt wisselen. Bij
combinatie van beide is er ook sprake van een werktijdenregeling met wisselende diensten.
3. een vrij weekeinde:
een periode van 56 uren vrij van dienst, vallend op zaterdag en zondag.
4. vrij van dienst:
onder vrij van dienst wordt verstaan vrij van diensten niet zijnde bijzondere diensten als bedoeld in de artikel A3.4 en
A3.5.
5. verschoven dienst:
van een verschoven dienst is sprake, indien een aantal aaneengesloten uren, waarop de werknemer volgens
werktijdenregeling arbeid zou dienen te verrichten, naar enig ander moment, waarop de werknemer volgens
werktijdenregeling géén arbeid zou dienen te verrichten, wordt verplaatst.
6. werktijden:
uren waarop arbeid dient te worden verricht.
7. arbeidsduur:
onder arbeidsduur wordt verstaan de som van de feitelijk gewerkte uren en van die in de werktijdenregeling vastgelegde
uren, waarop niet is gewerkt wegens ziekte, feestdagen, vakantie, betaald verlof en/of compensatie in vrije tijd op basis
van één van de regelingen in deze cao.
8. volletijd arbeidsduur:
van een volletijd arbeidsduur is sprake indien de in de voor de betreffende werknemer geldende werktijdenregeling
opgenomen arbeidsduur 36 uur gemiddeld per week bedraagt. In afwijking hiervan geldt conform artikel 4.1 lid 2 voor
sommige categorieën werknemers een arbeidsduur van gemiddeld 38 (voor werknemers die voor 1 oktober 2000 vallen
onder § IIB van de CAO 1999-2000: 38,4) uur per week.
9. contractuele arbeidsduur:
onder contractuele arbeidsduur wordt verstaan de voor een werknemer geldende arbeidsduur, zoals deze in de
arbeidsovereenkomst is vastgesteld.
Bijlage B Overgangsbepalingen thuiszorgorganisaties 1
Hoofdstuk B1 Beloning Thuiszorg
(De salarisbepalingen van Bijlage B, Hoofdstuk Beloning vervallen voor werknemers in dienst van een Thuiszorgorganisatie
ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 per 1 juli 2009, tenzij per bepaling een andere datum is aangegeven. Vanaf 1 juli 2009 resp. per
aangegeven datum gelden de bepalingen van Hoofdstuk 3 van deze cao).
Artikel B1.1 Functiewaardering
1. De functie van de werknemer wordt op basis van de toepassing van het actuele computerondersteunde systeem FWG,
ingedeeld in een van de volgende functiegroepen: 5, 10, 15, 20, 25, 30, 35, 40, 45, 50, 55, 60, 65, 70, 75, 80.
2. De wijze van (her)indelen van de functie van een werknemer en de daarbij te volgen procedure zijn vastgelegd in
Uitvoeringsregeling E Functiewaardering Gezondheidszorg (FWG).
3. Het in lid 1 gestelde geldt niet:
a. voor de leerling-werknemer als genoemd in Uitvoeringsregeling A Salariëring hoofdstuk IV Leerlingsalarissen;
b. voor de werknemer die werkzaam is op basis van gesubsidieerde arbeid;
c. indien en zolang ingevolge artikel 7 van de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) ontheffing is
verkregen.
Artikel B1.2 Salaris
1. Het salaris van de werknemer wordt vastgesteld volgens Uitvoeringsregeling A Salariëring van deze Bijlage.
2. De werkgever deelt zo spoedig mogelijk gespecificeerd en schriftelijk een wijziging in het salaris van de werknemer
mee.
3. De werknemer dient uiterlijk twee dagen voor het einde van de kalendermaand of salarisperiode over zijn salaris en
uiterlijk in de maand of periode volgend op het ontstaan van een aanspraak op een toeslag op het salaris, hierover te
kunnen beschikken.
4. Geen salaris is verschuldigd over de tijd, gedurende welke de werknemer in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk
nalaat zijn werkzaamheden te verrichten. Dit wordt de werknemer schriftelijk en gemotiveerd medegedeeld.
5. In afwijking van lid 3 kan aan de werknemer met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een wisselend aantal
uren per week een voorschot worden betaald dat ten minste 75% beloopt van het te verwachten salaris.
Artikel B1.3 Structurele eindejaarsuitkering Thuiszorg 2008
1. De eindejaarsuitkering van een werknemer in dienst van een thuiszorgorganisatie bedraagt per 1 januari 2008 3%. De
eindejaarsuitkering bedraagt met ingang van 1 juli 2009 4%.
2. Werknemers die op 1 januari 2008 in dienst zijn van een thuiszorgorganisatie kunnen 1,5%-punt van de
eindejaarsuitkering als bedoeld in lid 1 behouden in de vorm van 25 uren (vakantie)verlof als bedoeld in artikel 6.1 van
de cao.
3. De berekeningsgrondslag voor de in lid 1genoemde eindejaarsuitkering is het door de werknemer over de maanden
januari tot en met december, dan wel periode 1 tot en met 13, feitelijk verdiende totale brutosalaris, vermeerderd met de
over dit tijdvak opgebouwde vakantiebijslag, exclusief alle overige toeslagen.
4. De in lid 1 genoemde eindejaarsuitkering wordt in beginsel in december van dat jaar dan wel in januari van het
daaropvolgende jaar uitbetaald, dan wel zoveel eerder als het dienstverband tussen werkgever en werknemer eindigt.
5. Bij de werknemer die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar in dienst is of geen volledig dienstverband heeft of
wie een gemiddelde arbeidsduur heeft van meer dan 36 uur per week, geldt dit aantal verlofuren naar rato.
Artikel B1.4 Vakantiebijslag thuiszorg tot 1 juni 2008
(Deze bepaling geldt tot 1 juni 2008 voor werknemers in dienst van een thuiszorgorganisatie)
1. De werknemer heeft recht op vakantiebijslag voor iedere maand of ieder deel van een maand waarin hij salaris dan wel
een uitkeringwegens zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft genoten dan wel recht heeft op loondoorbetaling ex
artikel 8.1 van de cao.
2. Tenzij in de volgende leden anders is bepaald, bedraagt de vakantiebijslag per kalendermaand 8% van het bedrag dat de
betrokken werknemer in die maand aan salaris of uitkering als bedoeld in lid 1 heeft genoten.
3. De vakantiebijslag bedraagt voor de werknemer van 21 jaar of ouder met een volledig dienstverband minimaal € 114,97
per maand.
Dit bedrag wordt naar evenredigheid verminderd indien de werknemer slechts een deel van de periode waarover
vakantiebijslag wordt berekend in dienst is geweest dan wel in die periode of een deel daarvan in deeltijd heeft gewerkt.
Het in dit lid bedoelde minimumbedrag wordt niet toegepast op de werknemer die bij de instelling werkzaam is op basis
van gesubsidieerde arbeid.
4. De vakantiebijslag wordt eenmaal per jaar berekend over het tijdvak van twaalf maanden dan wel 13 periodes,
aanvangende met de maand juni dan wel de zesde periode van het voorafgaande kalenderjaar. De uitbetaling van de
vakantiebijslag vindt ten hoogste tweemaal per jaar plaats, doch in elk geval uiterlijk met de salarisbetaling over de
maand mei dan wel periode 5 van het desbetreffende jaar. Bij ontslag of indiensttreding vóór afloop respectievelijk na
1 ex artikel 1.1 lid 17 sub 2 cao
het beginnen van de periode waarover vakantiebijslag wordt uitbetaald, vindt uitbetaling plaats over het gedeelte van de
periode dat de werknemer in dienst was.
Uitvoeringsregeling A Salariëring
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
a. Salarisschaal: Reeks van bedragen corresponderend met een vaste reeks volgnummers, zoals genoemd in artikel 5
van deze regeling.
b. Aanloopschaal: De binnen de salarisschaal opgenomen laagste twee periodieken, aangeduid met aanloopperiodiek 0
en aanloopperiodiek 1.
c. Salaris: Het op de werknemer van toepassing zijnde bedrag uit de op hem van toepassing zijnde salarisschaal.
d. Salarisanciënniteit: De tijd die in aanmerking komt voor de vaststelling van het salaris op een hoger bedrag dan de
laagste periodiek van de salarisschaal, welke op de functie van de werknemer van toepassing is.
e. Periodiek: Opeenvolgende bedragen in een salarisschaal.
f. Maand: Een kalendermaand.
g. Periode: Een aaneengesloten tijdvak van vier weken.
Artikel 2 Bepaling salaris
1. a. Het salaris van de werknemer wordt vastgesteld op basis van een door hem beklede functie.
Deze functie wordt met behulp van het actuele Functie Waarderingssysteem Gezondheidszorg (FWG) ingedeeld
in een van de functiegroepen 5 tot en met 80. De wijze van (her)indelen van de functie en de daarbij te volgen
procedure zijn vastgelegd in Hoofdstuk 411van deze cao. Het nummer van de salarisschaal correspondeert met het
nummer van de functiegroep waarin de functie van de werknemer is ingedeeld.
b. Het salaris van de werknemer die werkzaam is op basis van gesubsidieerde arbeid ex artikel 3.1.6 van het
algemene gedeelte van deze CAO, wordt vastgesteld conform het gestelde in dat artikel. Het salaris van de
leerling-werknemer, wordt vastgesteld conform het gestelde in artikel 7 van hoofdstuk 4 van deze
uitvoeringsregeling.
2. Het salaris van de werknemer wordt daarbij bepaald volgens de salarisbedragen corresponderend met de
volgnummers, genoemd in hoofdstuk 2, artikel 5, onderdeel B1 tenzij sprake is van toepassing van het wettelijk
minimumloon dan wel leeftijdsalarissen, als bedoeld in lid 3.
3. Het salaris in de salarisschalen FWG 10 tot en met FWG 35 van de werknemer die de leeftijd van 21 jaar nog niet
heeft bereikt, wordt vastgesteld volgens de salarisbedragen, corresponderend met de leeftijden, als vermeld bij die
salarisschalen in hoofdstuk 2, artikel 5. Voor salarisschaal FWG 5 geldt hetzelfde, met dien verstande dat hierbij
sprake is van toepassing van het wettelijk minimumloon.
4. Het salaris van de werknemer van 21 jaar en ouder wordt bij zijn indiensttreding in de regel vastgesteld op het laagste
volgnummer uit de op zijn functie van toepassing zijnde salarisschaal. De werkgever kan met de werknemer
overeenkomen dat de werknemer, al dan niet op basis van elders verkregen ervaring, niet in de aanloopschaal wordt
ingeschaald, doch in een hoger volgnummer van de salarisschaal.
5. Het salaris van de werknemer wordt in de volgende gevallen vastgesteld naar evenredigheid van de voor hem
geldende arbeidsduur:
– indien de werknemer geen volledig dienstverband heeft;
– indien sprake is van een arbeidsduur die hoger ligt dan gemiddeld 36 uur per week;
– indien het salaris over een gedeelte van een maand of periode moet worden berekend.
6. Indien een werknemer, direct voorafgaand aan zijn indiensttreding reeds in een andere onder de werkingssfeer van
deze CAO vallende instelling in een zelfde, volgens dezelfde salarisschaal gehonoreerde functie werkzaam is
geweest, wordt ten minste de in deze functie verworven salarisanciënniteit in de nieuwe functie gehandhaafd, onverlet
het bepaalde in lid 4.
Artikel 3 Periodieke verhoging
1. Het salaris van de werknemer wordt jaarlijks verhoogd met één periodiek tot het maximum van de salarisschaal, tenzij
het bepaalde in artikel 3.1.7 van deze cao wordt toegepast.
2. De periodieke verhogingen binnen salarisschalen gaan in op de eerste dag van de maand of periode waarin de
werknemer:
– in dienst trad;
– de leeftijd bereikte waarop de laagste periodiek van de van toepassing zijnde salarisschaal ging gelden;
– bevorderd werd;
dan wel op de periodiekdatum van de oude functie.
3. In de individuele arbeidsovereenkomst wordt vermeld welke van de in het tweede lid van dit artikel vermelde
mogelijkheden van toepassing is.
Artikel 4 Salaris bij bevordering naar een hogere functie
1. In geval van bevordering naar een met een hogere salarisschaal gehonoreerde functie wordt de salarisanciënniteit in
de nieuwe functie in de hogere salarisschaal bepaald op ten minste het naast hogere salarisbedrag dat de betrokken
werknemer op de dag van bevordering zou hebben genoten in zijn voorgaande functie.
2. Indien bij bevordering de salarisschalen van de oude en de nieuwe functies elkaar overlappen en de data van
bevordering en periodieke verhoging gelijk zijn, wordt eerst de periodieke verhoging in de oude salarisschaal
toegekend, waarna horizontale inschaling in de nieuwe salarisschaal plaatsvindt, vermeerderd met één periodiek.
Hoofdstuk 2 Structuur salarisschalen
Tabel B1 Salarisschalen met ingang van 1 januari 2007 dan wel periode 1 van 2007
Artikel 5
B1 Salarisschalen FWG 5 tot en met FWG 80 per 1 januari 2007 en bij toepassing van periodesalarissen per periode 1 van
2007 waarbij de maand- en periodesalarissen gelden bij een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week.
FWG 5 per 1/01/07 tot 1/07/07
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
16 jaar (WML*) 448,80€ 413,28€ 2,87€
17 jaar (WML*) 513,80€ 472,32€ 3,28€
18 jaar (WML*) 591,85€ 544,32€ 3,78€
19 jaar (WML*) 682,90€ 627,84€ 4,36€
20 jaar (WML*) 800,00€ 735,84€ 5,11€
21 jaar (WML*) 943,10€ 868,32€ 6,03€
22 jaar (WML*) 1.105,70€ 1.018,08€ 7,07€
23 jaar e.o. (WML*) 1.300,80€ 1.196,64€ 8,31€
FWG 5 per 1/ 07/07 tot 1/01/08
Leeftijd MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
16 jaar (WML*) € 454,35 € 417,60 € 2,90
17 jaar (WML*) € 520,20 € 478,08 € 3,32
18 jaar (WML*) € 599,25 € 551,52 € 3,83
19 jaar (WML*) € 691,45 € 636,48 € 4,42
20 jaar (WML*) € 809,95 € 745,92 € 5,18
21 jaar (WML*) € 954,85 € 878,40 € 6,10
22 jaar (WML*) € 1.119,45 € 1.029,60 € 7,15
23 jaar e.o. (WML*) € 1.317,00 € 1.212,48 € 8,42
* Wet Minimum(jeugd)loon 1 januari 2007 * Wet Minimum(jeugd)loon 1 juli 2007
FWG 5 per 1/07/08
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
16 jaar (WML*) € 468,05 € 430,56 € 2,99
17 jaar (WML*) € 535,85 € 492,48 € 3,42
18 jaar (WML*) € 617,25 € 567,36 € 3,94
19 jaar (WML*) € 712,20 € 655,20 € 4,55
20 jaar (WML*) € 834,30 € 767,52 € 5,33
21 jaar (WML*) € 983,55 € 904,32 € 6,28
22 jaar (WML*) € 1.153,10 € 1.061,28 € 7,37
23 jaar e.o. (WML*) € 1.356,60 € 1.248,48 € 8,67
* Wet Minimum(jeugd)loon 1 juli 2008
FWG 10
Leeftijd MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
17 jaar € 831,55 € 764,64 € 5,31
18 jaar € 970,68 € 892,80 € 6,20
19 jaar € 1.108,72 € 1.019,52 € 7,08
20 jaar € 1.247,87 € 1.147,68 € 7,97
Periodiek Volgnr. MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
0 1 € 1.285,42 € 1.182,24 € 8,21
1 2 € 1.309,71 € 1.205,28 € 8,37
2 3 € 1.333,99 € 1.226,88 € 8,52
3 4 € 1.385,91 € 1.275,84 € 8,86
4 5 € 1.436,70 € 1.321,92 € 9,18
FWG 15
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar € 862,47 € 793,44 € 5,51
18 jaar € 1.006,02 € 925,92 € 6,43
19 jaar € 1.149,59 € 1.058,40 € 7,35
20 jaar € 1.292,03 € 1.189,44 € 8,26
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 3 € 1.333,99 € 1.226,88 € 8,52
Aanloopperiodiek 1 4 € 1.385,91 € 1.275,84 € 8,86
0 5 € 1.436,70 € 1.321,92 € 9,18
1 6 € 1.464,31 € 1.347,84 € 9,36
2 7 € 1.502,95 € 1.382,40 € 9,60
3 8 € 1.540,51 € 1.416,96 € 9,84
4 9 € 1.581,37 € 1.454,40 € 10,10
5 10 € 1.625,53 € 1.496,16 € 10,39
6 11 € 1.675,23 € 1.540,80 € 10,70
7 12 € 1.727,14 € 1.589,76 € 11,04
8 13 € 1.785,67 € 1.643,04 € 11,41
FWG 20
Leeftijd MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
17 jaar € 879,02 € 809,28 € 5,62
18 jaar € 1.025,90 € 944,64 € 6,56
19 jaar € 1.171,66 € 1.078,56 € 7,49
20 jaar € 1.317,43 € 1.212,48 € 8,42
Periodiek Volgnr. MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 5 € 1.436,70 € 1.321,92 € 9,18
Aanloopperiodiek 1 6 € 1.464,31 € 1.347,84 € 9,36
0 7 € 1.502,95 € 1.382,40 € 9,60
1 8 € 1.540,51 € 1.416,96 € 9,84
2 9 € 1.581,37 € 1.454,40 € 10,10
3 10 € 1.625,53 € 1.496,16 € 10,39
4 11 € 1.675,23 € 1.540,80 € 10,70
5 12 € 1.727,14 € 1.589,76 € 11,04
6 13 € 1.785,67 € 1.643,04 € 11,41
7 14 € 1.844,18 € 1.696,32 € 11,78
8 15 € 1.898,31 € 1.746,72 € 12,13
FWG 25
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar € 901,11 € 829,44 € 5,76
18 jaar € 1.052,41 € 967,68 € 6,72
19 jaar € 1.202,59 € 1.105,92 € 7,68
20 jaar € 1.352,77 € 1.244,16 € 8,64
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 6 € 1.464,31 € 1.347,84 € 9,36
Aanloopperiodiek 1 7 € 1.502,95 € 1.382,40 € 9,60
0 8 € 1.540,51 € 1.416,96 € 9,84
1 9 € 1.581,37 € 1.454,40 € 10,10
2 10 € 1.625,53 € 1.496,16 € 10,39
3 11 € 1.675,23 € 1.540,80 € 10,70
4 12 € 1.727,14 € 1.589,76 € 11,04
5 13 € 1.785,67 € 1.643,04 € 11,41
6 14 € 1.844,18 € 1.696,32 € 11,78
7 15 € 1.898,31 € 1.746,72 € 12,13
8 16 € 1.959,03 € 1.802,88 € 12,52
9 17 € 2.008,73 € 1.848,96 € 12,84
FWG 30
Leeftijd MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
17 jaar € 925,41 € 851,04 € 5,91
18 jaar € 1.078,90 € 992,16 € 6,89
19 jaar € 1.233,51 € 1.134,72 € 7,88
20 jaar € 1.387,01 € 1.275,84 € 8,86
Periodiek Volgnr. MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 6 € 1.464,31 € 1.347,84 € 9,36
Aanloopperiodiek 1 7 € 1.502,95 € 1.382,40 € 9,60
0 8 € 1.540,51 € 1.416,96 € 9,84
1 9 € 1.581,37 € 1.454,40 € 10,10
2 10 € 1.625,53 € 1.496,16 € 10,39
3 11 € 1.675,23 € 1.540,80 € 10,70
4 12 € 1.727,14 € 1.589,76 € 11,04
5 13 € 1.785,67 € 1.643,04 € 11,41
6 14 € 1.844,18 € 1.696,32 € 11,78
7 15 € 1.898,31 € 1.746,72 € 12,13
8 16 € 1.959,03 € 1.802,88 € 12,52
9 17 € 2.008,73 € 1.848,96 € 12,84
10 18 € 2.068,36 € 1.903,68 € 13,22
FWG 35
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar € 976,21 € 898,56 € 6,24
18 jaar € 1.138,54 € 1.048,32 € 7,28
19 jaar € 1.300,88 € 1.196,64 € 8,31
20 jaar € 1.463,21 € 1.346,40 € 9,35
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 8 € 1.540,51 € 1.416,96 € 9,84
Aanloopperiodiek 1 9 € 1.581,37 € 1.454,40 € 10,10
0 10 € 1.625,53 € 1.496,16 € 10,39
1 11 € 1.675,23 € 1.540,80 € 10,70
2 12 € 1.727,14 € 1.589,76 € 11,04
3 13 € 1.785,67 € 1.643,04 € 11,41
4 14 € 1.844,18 € 1.696,32 € 11,78
5 15 € 1.898,31 € 1.746,72 € 12,13
6 16 € 1.959,03 € 1.802,88 € 12,52
7 17 € 2.008,73 € 1.848,96 € 12,84
8 18 € 2.068,36 € 1.903,68 € 13,22
9 19 € 2.122,47 € 1.952,64 € 13,56
FWG 40
Periodiek MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 10 € 1.625,53 € 1.496,16 € 10,39
Aanloopperiodiek 1 11 € 1.675,23 € 1.540,80 € 10,70
0 12 € 1.727,14 € 1.589,76 € 11,04
1 14 € 1.844,18 € 1.696,32 € 11,78
2 16 € 1.959,03 € 1.802,88 € 12,52
3 17 € 2.008,73 € 1.848,96 € 12,84
4 18 € 2.068,36 € 1.903,68 € 13,22
5 19 € 2.122,47 € 1.952,64 € 13,56
6 20 € 2.179,90 € 2.005,92 € 13,93
7 21 € 2.236,22 € 2.057,76 € 14,29
8 22 € 2.291,43 € 2.108,16 € 14,64
9 23 € 2.347,75 € 2.160,00 € 15,00
10 24 € 2.405,18 € 2.213,28 € 15,37
FWG 45
Periodiek Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 16 € 1.959,03 € 1.802,88 € 12,52
Aanloopperiodiek 1 18 € 2.068,36 € 1.903,68 € 13,22
0 20 € 2.179,90 € 2.005,92 € 13,93
1 21 € 2.236,22 € 2.057,76 € 14,29
2 22 € 2.291,43 € 2.108,16 € 14,64
3 23 € 2.347,75 € 2.160,00 € 15,00
4 24 € 2.405,18 € 2.213,28 € 15,37
5 25 € 2.463,70 € 2.266,56 € 15,74
6 26 € 2.524,44 € 2.322,72 € 16,13
7 27 € 2.587,40 € 2.380,32 € 16,53
8 28 € 2.642,60 € 2.432,16 € 16,89
FWG 50
Periodiek MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 18 € 2.068,36 € 1.903,68 € 13,22
Aanloopperiodiek 1 20 € 2.179,90 € 2.005,92 € 13,93
0 21 € 2.236,22 € 2.057,76 € 14,29
1 23 € 2.347,45 € 2.160,00 € 15,00
2 25 € 2.463,70 € 2.266,56 € 15,74
3 27 € 2.587,40 € 2.380,32 € 16,53
4 28 € 2.642,60 € 2.432,16 € 16,89
5 29 € 2.704,44 € 2.488,32 € 17,28
6 30 € 2.765,19 € 2.544,48 € 17,67
7 31 € 2.822,60 € 2.597,76 € 18,04
8 32 € 2.880,02 € 2.649,60 € 18,40
9 33 € 2.940,76 € 2.705,76 € 18,79
10 34 € 3.001,50 € 2.761,92 € 19,18
FWG 55
Periodiek Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 19 € 2.122,47 € 1.952,64 € 13,56
Aanloopperiodiek 1 21 € 2.236,22 € 2.057,76 € 14,29
0 23 € 2.347,75 € 2.160,00 € 15,00
1 26 € 2.524,44 € 2.322,72 € 16,13
2 28 € 2.642,60 € 2.432,16 € 16,89
3 30 € 2.765,19 € 2.544,48 € 17,67
4 32 € 2.880,02 € 2.649,60 € 18,40
5 34 € 3.001,50 € 2.761,92 € 19,18
6 35 € 3.057,83 € 2.813,76 € 19,54
7 36 € 3.114,14 € 2.865,60 € 19,90
8 37 € 3.179,29 € 2.924,64 € 20,31
9 38 € 3.245,56 € 2.986,56 € 20,74
10 39 € 3.310,71 € 3.045,60 € 21,15
11 40 € 3.369,25 € 3.100,32 € 21,53
FWG 60
Periodiek MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 27 € 2.587,40 € 2.380,32 € 16,53
Aanloopperiodiek 1 29 € 2.704,44 € 2.488,32 € 17,28
0 32 € 2.880,02 € 2.649,60 € 18,40
1 34 € 3.001,50 € 2.761,92 € 19,18
2 36 € 3.114,14 € 2.865,60 € 19,90
3 38 € 3.245,56 € 2.986,56 € 20,74
4 40 € 3.369,25 € 3.100,32 € 21,53
5 42 € 3.496,23 € 3.216,96 € 22,34
6 44 € 3.618,80 € 3.329,28 € 23,12
7 45 € 3.672,93 € 3.379,68 € 23,47
8 46 € 3.728,14 € 3.430,08 € 23,82
9 47 € 3.785,56 € 3.483,36 € 24,19
10 48 € 3.840,78 € 3.533,76 € 24,54
FWG 65
Periodiek Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 34 € 3.001,50 € 2.761,92 € 19,18
Aanloopperiodiek 1 36 € 3.114,14 € 2.865,60 € 19,90
0 38 € 3.245,56 € 2.986,56 € 20,74
1 40 € 3.369,25 € 3.100,32 € 21,53
2 41 € 3.434,39 € 3.159,36 € 21,94
3 42 € 3.496,23 € 3.216,96 € 22,34
4 43 € 3.559,18 € 3.274,56 € 22,74
5 44 € 3.618,80 € 3.329,28 € 23,12
6 46 € 3.728,14 € 3.430,08 € 23,82
7 48 € 3.840,78 € 3.533,76 € 24,54
8 50 € 3.954,52 € 3.638,88 € 25,27
9 52 € 4.067,15 € 3.742,56 € 25,99
10 54 € 4.180,90 € 3.847,68 € 26,72
FWG 70
Periodiek MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 44 € 3.618,80 € 3.329,28 € 23,12
Aanloopperiodiek 1 46 € 3.728,14 € 3.430,08 € 23,82
0 48 € 3.840,78 € 3.533,76 € 24,54
1 50 € 3.954,52 € 3.638,88 € 25,27
2 51 € 4.011,94 € 3.692,16 € 25,64
3 52 € 4.067,15 € 3.742,56 € 25,99
4 53 € 4.125,69 € 3.795,84 € 26,36
5 56 € 4.294,64 € 3.951,36 € 27,44
6 59 € 4.464,71 € 4.108,32 € 28,53
7 62 € 4.634,77 € 4.265,28 € 29,62
8 64 € 4.748,51 € 4.368,96 € 30,34
9 66 € 4.888,77 € 4.498,56 € 31,24
FWG 75
Periodiek Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 54 € 4.180,90 € 3.847,68 € 26,72
Aanloopperiodiek 1 56 € 4.294,64 € 3.951,36 € 27,44
0 58 € 4.406,17 € 4.053,60 € 28,15
60 € 4.521,02 € 4.160,16 € 28,89
62 € 4.634,77 € 4.265,28 € 29,62
63 € 4.689,99 € 4.315,68 € 29,97
64 € 4.748,51 € 4.368,96 € 30,34
65 € 4.818,08 € 4.433,76 € 30,79
68 € 5.031,21 € 4.629,60 € 32,15
71 € 5.242,14 € 4.824,00 € 33,50
FWG 80
Periodiek MaandsalarisPeriodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 66 € 4.888,77 € 4.498,56 € 31,24
Aanloopperiodiek 1 68 € 5.031,21 € 4.629,60 € 32,15
0 70 € 5.172,57 € 4.759,20 € 33,05
1 72 € 5.315,02 € 4.890,24 € 33,96
2 74 € 5.456,38 € 5.021,28 € 34,87
3 75 € 5.527,05 € 5.086,08 € 35,32
4 76 € 5.598,83 € 5.152,32 € 35,78
Tabel B2 Salarisschalen met ingang van 1 januari 2008 dan wel periode 1 van 2008
Salarisschalen FWG 5 tot en met FWG 80
Artikel 5
B1 Salarisschalen FWG 5 tot en met FWG 80 per 1 januari 2008 en bij toepassing van periodesalarissen per periode 1 van
2008 waarbij de maand- en periodesalarissen gelden bij een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week.
FWG 5
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
16 jaar (WML*) € 460,60 € 423,36 € 2,94
17 jaar (WML*) € 527,35 € 485,28 € 3,37
18 jaar (WML*) € 607,45 € 558,72 € 3,88
19 jaar (WML*) € 700,90 € 645,12 € 4,48
20 jaar (WML*) € 821,05 € 756,00 € 5,25
21 jaar (WML*) € 967,90 € 889,92 € 6,18
22 jaar (WML*) € 1.134,75 € 1.044,00 € 7,25
23 jaar e.o. (WML*) € 1.335,00 € 1.228,32 € 8,53
FWG 5 per 1/07/08
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
16 jaar (WML*) € 468,05 € 430,56 € 2,99
17 jaar (WML*) € 535,85 € 492,48 € 3,42
18 jaar (WML*) € 617,25 € 567,36 € 3,94
19 jaar (WML*) € 712,20 € 655,20 € 4,55
20 jaar (WML*) € 834,30 € 767,52 € 5,33
21 jaar (WML*) € 983,55 € 904,32 € 6,28
22 jaar (WML*) € 1.153,10 € 1.061,28 € 7,37
23 jaar e.o. (WML*) € 1.356,60 € 1.248,48 € 8,67
Bijlage B Overgangsbepalingen Thuiszorg 2008
FWG 10
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar € 858,58
€ 1.002,23
€ 1.144,75
€ 1.288,43
€ 790,56 € 5,49
18 jaar € 921,60 € 6,40
19 jaar € 1.052,64 € 7,31
20 jaar € 1.185,12 € 8,23
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
0 1 € 1.327,20 € 1.221,12 € 8,48
1 2 € 1.352,28 € 1.244,16 € 8,64
2 3 € 1.377,34 € 1.267,20 € 8,80
3 4 € 1.430,95 € 1.316,16 € 9,14
4 5 € 1.483,39 € 1.365,12 € 9,48
€ 8,80
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar € 890,50 € 819,36 € 5,69
18 jaar € 1.038,72 € 956,16 € 6,64
19 jaar € 1.186,95 € 1.091,52 € 7,58
20 jaar € 1.334,02 € 1.226,88 € 8,52
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
FWG 15
Aanloopperiodiek 0 5
€ 1.483,39
€ 1.365,12
€ 9,48
€ 9,14
Aanloopperiodiek 1 6
€ 1.511,90
€ 1.391,04
€ 9,66
€ 9,48
€ 1.551,80
€ 1.428,48
€ 9,92
€ 9,66
1
8
€ 1.590,58
€ 1.463,04
€ 10,16
€ 9,92
2
9
€ 1.632,76
€ 1.501,92
€ 10,43
€ 10,16
3
10
€ 1.678,36
€ 1.543,68
€ 10,72
€ 10,43
4
11
€ 1.729,67
€ 1.591,20
€ 11,05
€ 10,72
5
12
€ 1.783,27
€ 1.640,16
€ 11,39
€ 11,05
6
13
€ 1.843,70
€ 1.696,32
€ 11,78
€ 11,39
7
14
€ 1.904,12
€ 1.752,48
€ 12,17
€ 11,78
8
15
€ 1.960,01
€ 1.802,88
€ 12,52
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar € 907,59 € 835,20 € 5,80
18 jaar € 1.059,24 € 974,88 € 6,77
19 jaar € 1.209,74 € 1.113,12 € 7,73
20 jaar € 1.360,25 € 1.251,36 € 8,69
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
FWG 20
Aanloopperiodiek 0 3
€ 1.377,34
Aanloopperiodiek 1 4
€ 1.430,95
0
5
€ 1.483,39
1
6
€ 1.511,90
2
7
€ 1.551,80
3
8
€ 1.590,58
4
9
€ 1.632,76
5
10
€ 1.678,36
6
11
€ 1.729,67
7
12
€ 1.783,27
8
13
€ 1.843,70
€ 1.267,20
€ 1.316,16
€ 1.365,12
€ 1.391,04
€ 1.428,48
€ 1.463,04
€ 1.501,92
€ 1.543,68
€ 1.591,20
€ 1.640,16
€ 1.696,32
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar € 955,49 € 879,84 € 6,11
18 jaar € 1.113,96 € 1.025,28 € 7,12
19 jaar € 1.273,60 € 1.172,16 € 8,14
20 jaar € 1.432,09 € 1.317,60 € 9,15
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 6 € 1.511,90 € 1.391,04 € 9,66
Aanloopperiodiek 1 7 € 1.551,80 € 1.428,48 € 9,92
0 8 € 1.590,58 € 1.463,04 € 10,16
1 9 € 1.632,76 € 1.501,92 € 10,43
2 10 € 1.678,36 € 1.543,68 € 10,72
3 11 € 1.729,67 € 1.591,20 € 11,05
4 12 € 1.783,27 € 1.640,16 € 11,39
5 13 € 1.843,70 € 1.696,32 € 11,78
6 14 € 1.904,12 € 1.752,48 € 12,17
7 15 € 1.960,01 € 1.802,88 € 12,52
8 16 € 2.022,70 € 1.860,48 € 12,92
9 17 € 2.074,01 € 1.908,00 € 13,25
10 18 € 2.135,58 € 1.965,60 € 13,65
FWG 30
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar € 1.007,94 € 927,36 € 6,44
18 jaar € 1.175,54 € 1.081,44 € 7,51
19 jaar € 1.343,16 € 1.235,52 € 8,58
20 jaar € 1.510,76 € 1.389,60 € 9,65
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 8 € 1.590,58 € 1.463,04 € 10,16
Aanloopperiodiek 1 9 € 1.632,76 € 1.501,92 € 10,43
0 10 € 1.678,36 € 1.543,68 € 10,72
1 11 € 1.729,67 € 1.591,20 € 11,05
2 12 € 1.783,27 € 1.640,16 € 11,39
3 13 € 1.843,70 € 1.696,32 € 11,78
4 14 € 1.904,12 € 1.752,48 € 12,17
5 15 € 1.960,01 € 1.802,88 € 12,52
6 16 € 2.022,70 € 1.860,48 € 12,92
7 17 € 2.074,01 € 1.908,00 € 13,25
8 18 € 2.135,58 € 1.965,60 € 13,65
9 19 € 2.191,45 € 2.016,00 € 14,00
10 20 € 2.250,75 € 2.070,72 € 14,38
FWG 25
Leeftijd Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
17 jaar € 930,40 € 856,80 € 5,95
18 jaar € 1.086,61 € 999,36 € 6,94
19 jaar € 1.241,67 € 1.141,92 € 7,93
20 jaar € 1.396,74 € 1.284,48 € 8,92
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 6 € 1.511,90 € 1.391,04 € 9,66
Aanloopperiodiek 1 7 € 1.551,80 € 1.428,48 € 9,92
0 8 € 1.590,58 € 1.463,04 € 10,16
1 9 € 1.632,76 € 1.501,92 € 10,43
2 10 € 1.678,36 € 1.543,68 € 10,72
3 11 € 1.729,67 € 1.591,20 € 11,05
4 12 € 1.783,27 € 1.640,16 € 11,39
5 13 € 1.843,70 € 1.696,32 € 11,78
6 14 € 1.904,12 € 1.752,48 € 12,17
7 15 € 1.960,01 € 1.802,88 € 12,52
8 16 € 2.022,70 € 1.860,48 € 12,92
9 17 € 2.074,01 € 1.908,00 € 13,25
FWG 40
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 10 € 1.678,36 € 1.543,68 € 10,72
Aanloopperiodiek 1 11 € 1.729,67 € 1.591,20 € 11,05
0 12 € 1.783,27 € 1.640,16 € 11,39
1 14 € 1.904,12 € 1.752,48 € 12,17
2 16 € 2.022,70 € 1.860,48 € 12,92
3 17 € 2.074,01 € 1.908,00 € 13,25
4 18 € 2.135,58 € 1.965,60 € 13,65
5 19 € 2.191,45 € 2.016,00 € 14,00
6 20 € 2.250,75 € 2.070,72 € 14,38
7 21 € 2.308,90 € 2.124,00 € 14,75
8 22 € 2.365,90 € 2.177,28 € 15,12
9 23 € 2.424,05 € 2.230,56 € 15,49
10 24 € 2.483,35 € 2.285,28 € 15,87
FWG 45
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 16 € 2.022,70 € 1.860,48 € 12,92
Aanloopperiodiek 1 18 € 2.135,58 € 1.965,60 € 13,65
0 20 € 2.250,75 € 2.070,72 € 14,38
1 21 € 2.308,90 € 2.124,00 € 14,75
2 22 € 2.365,90 € 2.177,28 € 15,12
3 23 € 2.424,05 € 2.230,56 € 15,49
4 24 € 2.483,35 € 2.285,28 € 15,87
5 25 € 2.543,77 € 2.340,00 € 16,25
6 26 € 2.606,48 € 2.397,60 € 16,65
7 27 € 2.671,49 € 2.458,08 € 17,07
8 28 € 2.728,48 € 2.509,92 € 17,43
FWG 50
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 18 € 2.135,58 € 1.965,60 € 13,65
Aanloopperiodiek 1 20 € 2.250,75 € 2.070,72 € 14,38
0 21 € 2.308,90 € 2.124,00 € 14,75
1 23 € 2.424,05 € 2.230,56 € 15,49
2 25 € 2.543,77 € 2.340,00 € 16,25
3 27 € 2.671,49 € 2.458,08 € 17,07
4 28 € 2.728,48 € 2.509,92 € 17,43
5 29 € 2.792,33 € 2.568,96 € 17,84
6 30 € 2.855,06 € 2.626,56 € 18,24
7 31 € 2.914,33 € 2.681,28 € 18,62
8 32 € 2.973,62 € 2.736,00 € 19,00
9 33 € 3.036,33 € 2.793,60 € 19,40
10 34 € 3.099,05 € 2.851,20 € 19,80
FWG 55
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 19 € 2.191,45 € 2.016,00 € 14,00
Aanloopperiodiek 1 21 € 2.308,90 € 2.124,00 € 14,75
0 23 € 2.424,05 € 2.230,56 € 15,49
1 26 € 2.606,48 € 2.397,60 € 16,65
2 28 € 2.728,48 € 2.509,92 € 17,43
3 30 € 2.855,06 € 2.626,56 € 18,24
4 32 € 2.973,62 € 2.736,00 € 19,00
5 34 € 3.099,05 € 2.851,20 € 19,80
6 35 € 3.157,21 € 2.904,48 € 20,17
7 36 € 3.215,35 € 2.959,20 € 20,55
8 37 € 3.282,62 € 3.021,12 € 20,98
9 38 € 3.351,04 € 3.083,04 € 21,41
10 39 € 3.418,31 € 3.144,96 € 21,84
11 40 € 3.478,75 € 3.201,12 € 22,23
FWG 60
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 27 € 2.671,49 € 2.458,08 € 17,07
Aanloopperiodiek 1 29 € 2.792,33 € 2.568,96 € 17,84
0 32 € 2.973,62 € 2.736,00 € 19,00
1 34 € 3.099,05 € 2.851,20 € 19,80
2 36 € 3.215,35 € 2.959,20 € 20,55
3 38 € 3.351,04 € 3.083,04 € 21,41
4 40 € 3.478,75 € 3.201,12 € 22,23
5 42 € 3.609,86 € 3.322,08 € 23,07
6 44 € 3.736,41 € 3.437,28 € 23,87
7 45 € 3.792,30 € 3.489,12 € 24,23
8 46 € 3.849,30 € 3.542,40 € 24,60
9 47 € 3.908,59 € 3.597,12 € 24,98
10 48 € 3.965,61 € 3.648,96 € 25,34
FWG 65
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 34 € 3.099,05 € 2.851,20 € 19,80
Aanloopperiodiek 1 36 € 3.215,35 € 2.959,20 € 20,55
0 38 € 3.351,04 € 3.083,04 € 21,41
1 40 € 3.478,75 € 3.201,12 € 22,23
2 41 € 3.546,01 € 3.263,04 € 22,66
3 42 € 3.609,86 € 3.322,08 € 23,07
4 43 € 3.674,85 € 3.381,12 € 23,48
5 44 € 3.736,41 € 3.437,28 € 23,87
6 46 € 3.849,30 € 3.542,40 € 24,60
7 48 € 3.965,61 € 3.648,96 € 25,34
8 50 € 4.083,04 € 3.756,96 € 26,09
9 52 € 4.199,33 € 3.863,52 € 26,83
10 54 € 4.316,78 € 3.971,52 € 27,58
FWG 70
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 44 € 3.736,41 € 3.437,28 € 23,87
Aanloopperiodiek 1 46 € 3.849,30 € 3.542,40 € 24,60
0 48 € 3.965,61 € 3.648,96 € 25,34
1 50 € 4.083,04 € 3.756,96 € 26,09
2 51 € 4.142,33 € 3.811,68 € 26,47
3 52 € 4.199,33 € 3.863,52 € 26,83
4 53 € 4.259,77 € 3.919,68 € 27,22
5 56 € 4.434,22 € 4.079,52 € 28,33
6 59 € 4.609,81 € 4.242,24 € 29,46
7 62 € 4.785,40 € 4.403,52 € 30,58
8 64 € 4.902,84 € 4.511,52 € 31,33
9 66 € 5.047,66 € 4.644,00 € 32,25
FWG 75
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 54 € 4.316,78 € 3.971,52 € 27,58
Aanloopperiodiek 1 56 € 4.434,22 € 4.079,52 € 28,33
0 58 € 4.549,37 € 4.186,08 € 29,07
1 60 € 4.667,95 € 4.295,52 € 29,83
2 62 € 4.785,40 € 4.403,52 € 30,58
3 63 € 4.842,41 € 4.455,36 € 30,94
4 64 € 4.902,84 € 4.511,52 € 31,33
5 65 € 4.974,67 € 4.577,76 € 31,79
6 68 € 5.194,72 € 4.779,36 € 33,19
7 71 € 5.412,51 € 4.979,52 € 34,58
FWG 80
Periodiek Volgnr. Maandsalaris Periodesalaris Uurloon
Aanloopperiodiek 0 66 € 5.047,66 € 4.644,00 € 32,25
Aanloopperiodiek 1 68 € 5.194,72 € 4.779,36 € 33,19
0 70 € 5.340,68 € 4.914,72 € 34,13
1 72 € 5.487,76 € 5.050,08 € 35,07
2 74 € 5.633,71 € 5.184,00 € 36,00
3 75 € 5.706,68 € 5.250,24 € 36,46
4 76 € 5.780,79 € 5.319,36 € 36,94
HOOFDSTUK 3 INPASSINGSTABELLEN SALARISSEN
Tabel B3 Inpassingstabel thuiszorg met ingang van 1 januari 2007 dan wel periode 1 van 2007
Artikel 6
B1 Inpassingstabel FWG (exclusief wettelijk minimumloon) per 1 januari 2007, en bij toepassing van periodesalarissen per
periode 1 van 2007 (beide bij een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week) en uurlonen van werknemers van 21 jaar en
ouder.
volgnr maandsalaris periodesalaris uurloon volgnr maandsalaris periodesalaris uurloon
1 € 1.285,42 € 1.182,24 € 8,21 41 € 3.434,39 € 3.159,36 € 21,94
2 € 1.309,71 € 1.205,28 € 8,37 42 € 3.496,23 € 3.216,96 € 22,34
3 € 1.333,99 € 1.226,88 € 8,52 43 € 3.559,18 € 3.274,56 € 22,74
4 € 1.385,91 € 1.275,84 € 8,86 44 € 3.618,80 € 3.329,28 € 23,12
5 € 1.436,70 € 1.321,92 € 9,18 45 € 3.672,93 € 3.379,68 € 23,47
6 € 1.464,31 € 1.347,84 € 9,36 46 € 3.728,14 € 3.430,08 € 23,82
7 € 1.502,95 € 1.382,40 € 9,60 47 € 3.785,56 € 3.483,36 € 24,19
8 € 1.540,51 € 1.416,96 € 9,84 48 € 3.840,78 € 3.533,76 € 24,54
9 € 1.581,37 € 1.454,40 € 10,10 49
10 € 1.625,53 € 1.496,16 € 10,39 50 € 3.954,52 € 3.638,88 € 25,27
11 € 1.675,23 € 1.540,80 € 10,70 51 € 4.011,94 € 3.692,16 € 25,64
12 € 1.727,14 € 1.589,76 € 11,04 52 € 4.067,15 € 3.742,56 € 25,99
13 € 1.785,67 € 1.643,04 € 11,41 53 € 4.125,69 € 3.795,84 € 26,36
14 € 1.844,18 € 1.696,32 € 11,78 54 € 4.180,90 € 3.847,68 € 26,72
15 € 1.898,31 € 1.746,72 € 12,13 55
16 € 1.959,03 € 1.802,88 € 12,52 56 € 4.294,64 € 3.951,36 € 27,44
17 € 2.008,73 € 1.848,96 € 12,84 57
18 € 2.068,36 € 1.903,68 € 13,22 58 € 4.406,17 € 4.053,60 € 28,15
19 € 2.122,47 € 1.952,64 € 13,56 59 € 4.464,71 € 4.108,32 € 28,53
20 € 2.179,90 € 2.005,92 € 13,93 60 € 4.521,02 € 4.160,16 € 28,89
21 € 2.236,22 € 2.057,76 € 14,29 61
22 € 2.291,43 € 2.108,16 € 14,64 62 € 4.634,77 € 4.265,28 € 29,62
23 € 2.347,75 € 2.160,00 € 15,00 63 € 4.689,99 € 4.315,68 € 29,97
24 € 2.405,18 € 2.213,28 € 15,37 64 € 4.748,51 € 4.368,96 € 30,34
25 € 2.463,70 € 2.266,56 € 15,74 65 € 4.818,08 € 4.433,76 € 30,79
26 € 2.524,44 € 2.322,72 € 16,13 66 € 4.888,77 € 4.498,56 € 31,24
27 € 2.587,40 € 2.380,32 € 16,53 67
28 € 2.642,60 € 2.432,16 € 16,89 68 € 5.031,21 € 4.629,60 € 32,15
29 € 2.704,44 € 2.488,32 € 17,28 69
30 € 2.765,19 € 2.544,48 € 17,67 70 € 5.172,57 € 4.759,20 € 33,05
31 € 2.822,60 € 2.597,76 € 18,04 71 € 5.242,14 € 4.824,00 € 33,50
32 € 2.880,02 € 2.649,60 € 18,40 72 € 5.315,02 € 4.890,24 € 33,96
33 € 2.940,76 € 2.705,76 € 18,79 73
34 € 3.001,50 € 2.761,92 € 19,18 74 € 5.456,38 € 5.021,28 € 34,87
35 € 3.057,83 € 2.813,76 € 19,54 75 € 5.527,05 € 5.086,08 € 35,32
36 € 3.114,14 € 2.865,60 € 19,90 76 € 5.598,83 € 5.152,32 € 35,78
37 € 3.179,29 € 2.924,64 € 20,31 77
38 € 3.245,56 € 2.986,56 € 20,74 78 € 5.746,81 € 5.287,68 € 36,72
39 € 3.310,71 € 3.045,60 € 21,15 79
40 € 3.369,25 € 3.100,32 € 21,53 80 € 5.904,71 € 5.433,12 € 37,73
Bijlage B Overgangsbepalingen Thuiszorg 2008
Tabel B4 Inpassingstabel thuiszorg met ingang van 1 januari 2008 dan wel periode 1 van 2008
Artikel 6
(Met ingang van 1 januari 2008 dan wel periode 1 van 2008)
B1 Inpassingstabel FWG (exclusief wettelijk minimumloon) per 1 januari 2008, en bij toepassing van periodesalarissen per
periode 1 van 2008 (beide bij een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week) en uurlonen van werknemers van 21 jaar en
ouder.
volgnr maandsalaris periodesalaris uurloon
1 € 1.327,20 € 1.221,12 € 8,48 41 € 3.546,01 € 3.263,04 € 22,66
2 € 1.352,28 € 1.244,16 € 8,64 42 € 3.609,86 € 3.322,08 € 23,07
3 € 1.377,34 € 1.267,20 € 8,80 43 € 3.674,85 € 3.381,12 € 23,48
4 € 1.430,95 € 1.316,16 € 9,14 44 € 3.736,41 € 3.437,28 € 23,87
5 € 1.483,39 € 1.365,12 € 9,48 45 € 3.792,30 € 3.489,12 € 24,23
6 € 1.511,90 € 1.391,04 € 9,66 46 € 3.849,30 € 3.542,40 € 24,60
7 € 1.551,80 € 1.428,48 € 9,92 47 € 3.908,59 € 3.597,12 € 24,98
8 € 1.590,58 € 1.463,04 € 10,16 48 € 3.965,61 € 3.648,96 € 25,34
9 € 1.632,76 € 1.501,92 € 10,43 49
10 € 1.678,36 € 1.543,68 € 10,72 50 € 4.083,04 € 3.756,96 € 26,09
11 € 1.729,67 € 1.591,20 € 11,05 51 € 4.142,33 € 3.811,68 € 26,47
12 € 1.783,27 € 1.640,16 € 11,39 52 € 4.199,33 € 3.863,52 € 26,83
13 € 1.843,70 € 1.696,32 € 11,78 53 € 4.259,77 € 3.919,68 € 27,22
14 € 1.904,12 € 1.752,48 € 12,17 54 € 4.316,78 € 3.971,52 € 27,58
15 € 1.960,01 € 1.802,88 € 12,52 55 € 4.374,93 € 4.024,80 € 27,95
16 € 2.022,70 € 1.860,48 € 12,92 56 € 4.434,22 € 4.079,52 € 28,33
17 € 2.074,01 € 1.908,00 € 13,25 57 € 4.491,23 € 4.132,80 € 28,70
18 € 2.135,58 € 1.965,60 € 13,65 58 € 4.549,37 € 4.186,08 € 29,07
19 € 2.191,45 € 2.016,00 € 14,00 59 € 4.609,81 € 4.242,24 € 29,46
20 € 2.250,75 € 2.070,72 € 14,38 60 € 4.667,95 € 4.295,52 € 29,83
21 € 2.308,90 € 2.124,00 € 14,75 61
22 € 2.365,90 € 2.177,28 € 15,12 62 € 4.785,40 € 4.403,52 € 30,58
23 € 2.424,05 € 2.230,56 € 15,49 63 € 4.842,41 € 4.455,36 € 30,94
24 € 2.483,35 € 2.285,28 € 15,87 64 € 4.902,84 € 4.511,52 € 31,33
25 € 2.543,77 € 2.340,00 € 16,25 65 € 4.974,67 € 4.577,76 € 31,79
26 € 2.606,48 € 2.397,60 € 16,65 66 € 5.047,66 € 4.644,00 € 32,25
27 € 2.671,49 € 2.458,08 € 17,07 67
28 € 2.728,48 € 2.509,92 € 17,43 68 € 5.194,72 € 4.779,36 € 33,19
29 € 2.792,33 € 2.568,96 € 17,84 69
30 € 2.855,06 € 2.626,56 € 18,24 70 € 5.340,68 € 4.914,72 € 34,13
31 € 2.914,33 € 2.681,28 € 18,62 71 € 5.412,51 € 4.979,52 € 34,58
32 € 2.973,62 € 2.736,00 € 19,00 72 € 5.487,76 € 5.050,08 € 35,07
33 € 3.036,33 € 2.793,60 € 19,40 73
34 € 3.099,05 € 2.851,20 € 19,80 74 € 5.633,71 € 5.184,00 € 36,00
35 € 3.157,21 € 2.904,48 € 20,17 75 € 5.706,68 € 5.250,24 € 36,46
36 € 3.215,35 € 2.959,20 € 20,55 76 € 5.780,79 € 5.319,36 € 36,94
37 € 3.282,62 € 3.021,12 € 20,98 77
38 € 3.351,04 € 3.083,04 € 21,41 78 € 5.933,58 € 5.459,04 € 37,91
39 € 3.418,31 € 3.144,96 € 21,84 79
40 € 3.478,75 € 3.201,12 € 22,23 80 € 6.096,61 € 5.610,24 € 38,96
Bijlage B Overgangsbepalingen Thuiszorg 2008
Hoofdstuk 4 Leerlingsalarissen
Artikel 7 Leerlingsalarissen (OCenW-opleidingsstelsel)
1. Voor de leerling-werknemers met een leerarbeidsovereenkomst die – anders dan in vervolg op een reeds lopende
arbeidsovereenkomst bij dezelfde werkgever – een mbo- of een hbo-opleiding volgen in het kader van het OCenWopleidingsstelsel
(beroepsbegeleidende leerweg, BBL) gelden de navolgende salarisbedragen, die zijn vermeld op basis
van een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week. Bij een geringere gemiddelde arbeidsduur worden deze bedragen
naar rato daarvan toegepast. Indien het wettelijk minimum(jeugd)loon hoger ligt dan de vermelde bedragen, geldt het
wettelijk minimum(jeugd)loon.
a. Salarisbedragen bij mbo-opleiding Zorghulp
Voor de leerling-werknemer geldt gedurende de opleiding tot Zorghulp een salaris op basis van het wettelijk
minimum(jeugd)loon.
b. Salarisbedragen bij mbo-opleiding Helpende
Met ingang van 1 januari 2007 dan wel periode 1 van 2007
Per 1 januari 2007 per maand per periode per uur
1e praktijk leerjaar 930,92 856,80 5,95
2e praktijk leerjaar 1064,56 979,20 6,80
Salarisbedragen bij mbo-opleiding Helpende
Met ingang van 1 januari 2008 dan wel periode 1 van 2008
Per 1 januari 2008 per maand per periode per uur
1e praktijk leerjaar 961,17 884,16 6,14
2e praktijk leerjaar 1099,16 1010,88 7,02
c. Salarisbedragen bij mbo-opleiding Verzorgende, Verzorgende IG en mbo/hbo-opleiding Verpleegkundige
Met ingang van 1 januari 2007 dan wel periode 1 van 2007
Per 1 januari 2007 per maand per periode per uur
1e praktijk leerjaar 1056,82 972,00 6,75
2e praktijk leerjaar 1246,75 1147,68 7,97
3e praktijk leerjaar 1610,07 1481,76 10,29
4e praktijk leerjaar 1610,07 1481,76 10,29
Salarisbedragen bij mbo-opleiding Verzorgende, Verzorgende IG en mbo/hbo-opleiding Verpleegkundige
Met ingang van 1 januari 2008 dan wel periode 1 van 2008
Per 1 januari 2008 per maand per periode per uur
1e praktijk leerjaar 1091,170 1003,68 6,97
2e praktijk leerjaar 1287,270 1185,12 8,23
3e praktijk leerjaar 1662,400 1529,28 10,62
4e praktijk leerjaar 1662,400 1529,28 10,62
2. Voor leerling-verpleegkundigen hbo kan gedurende het tweede leerjaar van het voorafgaande worden afgeweken
indien dat jaar, in het verlengde van het eerste jaar, een overwegend theoretisch karakter draagt en waarin stages
zijn opgenomen. Voor een periode van 12 maanden kan dan een leerovereenkomst met de leerling worden
aangegaan. Gedurende dat jaar is artikel 16 van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing. In het derde
leerjaar, waarin met de leerling (weer) een leerarbeidsovereenkomst is aangegaan, begint de leerling met een salaris
behorend bij het tweede leerjaar.
Artikel 8 Leerlingsalarissen verkorte opleiding tot kraamverzorgende
1. Voor leerling-werknemers die een verkorte opleiding tot kraamverzorgende volgen, gelden de navolgende
salarisbedragen waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:
a. de verkorte opleiding voor anders opgeleiden: zij die al een andere zorgopleiding hebben genoten;
b. de verkorte opleiding voor niet-opgeleiden: zij die nog geen relevante opleiding voor de zorg hebben genoten.
2. De salarisbedragen zijn vermeld op basis van een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week. Bij een geringere
gemiddelde arbeidsduur worden de bedragen naar rato daarvan toegepast. Indien het wettelijk minimum-(jeugd)loon
hoger ligt dan de vermelde bedragen, geldt het wettelijk minimum(jeugd)loon.
3. Voorts geldt voor reeds bij de werkgever in een andere functie in dienst zijnde werknemers die de verkorte opleiding
gaan volgen dat de bestaande salarisaanspraak wordt gehandhaafd.
4. Als uitgangspunt geldt dat een arbeidsduur van gemiddeld 32 uur per week wordt afgesproken. Daarbij wordt de
opleidingstijd, zijnde de op school doorgebrachte tijd, gerekend tot de arbeidsduur. Werkgever en leerling-werknemer
kunnen in overleg afwijken van het uitgangspunt van de gemiddelde 32-urige arbeidsduur.
5. Na het behalen van het certificaat van de opleiding wordt de werknemer bij totstandkoming van de arbeidsovereenkomst
ingeschaald in de bij de functie kraamverzorgende behorende salarisschaal. Inschaling geschiedt in beginsel in
aanloopperiodiek 1, met dien verstande, dat de werkgever op basis van artikel 2, lid 4 en artikel 4 van deze regeling een
hoger volgnummer kan toepassen.
Salarisbedragen met ingang van 1 januari 2007 dan wel periode 1 van 2007 bij verkorte opleiding voor anders
opgeleiden
Per 1 januari 2007 per maand per periode per uur
eerste maand 1287,84 1185,12 8,23
vanaf tweede maand Bedrag van salarisschaal
FWG 20, aanloopperiodiek 0
Bedrag van salarisschaal
FWG 20, aanloopperiodiek 0
Bedrag van salarisschaal
FWG 20, aanloopperiodiek 0
Salarisbedragen met ingang van 1 januari 2007 dan wel periode 1 van 2007 bij verkorte opleiding voor nietopgeleiden
Per 1 januari 2007 per maand per periode per uur
eerste leerjaar 1104,17 1016,64 7,06
vanaf dertiende maand Bedrag van salarisschaal Bedrag van salarisschaal Bedrag van salarisschaal
FWG 20, aanloopperiodiek 0 FWG 20, aanloopperiodiek 0 FWG 20, aanloopperiodiek 0
Salarisbedragen met ingang van 1 januari 2008 dan wel periode 1 van 2008 bij verkorte opleiding voor anders
opgeleiden
Per 1 januari 2008 per maand per periode per uur
eerste maand 1329,69 1224,00 8,50
vanaf tweede maand bedrag van salarisschaal bedrag van salarisschaal bedrag van salarisschaal
FWG 20, aanloopperiodiek 0 FWG 20, aanloopperiodiek 0 FWG 20, aanloopperiodiek 0
Salarisbedragen met ingang van 1 januari 2008 dan wel periode 1 van 2008 bij verkorte opleiding voor nietopgeleiden
Per 1 januari 2008 per maand per periode per uur
eerste leerjaar 1140,06 1048,32 7,28
vanaf dertiende maand bedrag van salarisschaal
FWG 20, aanloopperiodiek 0
bedrag van salarisschaal
FWG 20, aanloopperiodiek 0
bedrag van salarisschaal
FWG 20, aanloopperiodiek 0
Hoofdstuk B2 Arbeidsduur
Artikel B2.1 Definitie arbeidsduur
1. Arbeidsduur: de – met inachtneming van deze CAO – tussen werkgever en werknemer overeengekomen tijd waarin
arbeid wordt verricht, waarbij inbegrepen:
– reis- en wachttijden die hun oorzaak vinden in de door de werkgever opgedragen werkzaamheden inclusief de door
gebroken diensten veroorzaakte extra reistijd;
– het houden van spreekuren;
– het noodzakelijk bijwonen van de direct uit de werkzaamheden voortvloeiende vergaderingen;
– opleiding of bijscholing;
– reistijd verbonden aan werkzaamheden buiten de plaats van tewerkstelling en/of het werkgebied aan het begin en/of
het einde van het werk, voor zover deze reistijden meer bedragen dan de voor de werknemer gebruikelijke
reistijden van het woon-/werkverkeer;
– werkoverleg
Artikel B2.2 Arbeidsduur
1. De tussen werkgever en werknemer overeen te komen arbeidsduur wordt uitgedrukt in een gemiddeld aantal uren per
week, dat is afgeleid van een totaal aantal uren per jaar.
2. Deze arbeidsduur is bij een volledig dienstverband gemiddeld 36 uur per week.
3. Werkgever en werknemer kunnen in afwijking van lid 2 overeenkomen dat, gelet op het solistisch karakter van de
uitgeoefende functie in samenhang met de voortgang van de werkzaamheden, een arbeidsduur geldt die hoger ligt dan
gemiddeld 36 uur per week met een maximum van gemiddeld 40 uur per week.
Hoofdstuk B3 Werktijden
Artikel B3.1 Werktijden algemeen
1. Met inachtneming van de tussen werkgever en werknemer overeengekomen arbeidsduur en de toepassing van artikel
B3.1.1, en bij kraamverzorgenden in aanvulling hierop, artikel B3.6, stelt de werkgever –na overleg met de werknemer–
de werktijden vast al dan niet in de vorm van roosters.
2. De werkgever meldt de vastgestelde werktijden ten minste tien etmalen van tevoren aan de werknemer. Na overleg
tussen werkgever en werknemer kan van de vastgestelde werktijden worden afgeweken. Voor kraamverzorgenden wordt
bij de toepassing van dit lid uitgegaan van vastgestelde werkdagen in plaats van vastgestelde werktijden.
3. Bij toepassing van roosters, zoals bedoeld in artikel B3.1.1, lid 2 sub d, dienen de werktijden ten minste één maand van
tevoren bij de werknemer bekend te zijn. Voor kraamverzorgenden wordt hierbij uitgegaan van te werken dagen in
plaats van werktijden. Na overleg tussen werkgever en werknemer kan van vastgestelde roosters worden afgeweken.
4. Bij de regeling van de werktijden wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de levensbeschouwing van de
werknemer. De werknemer krijgt de gelegenheid de plichten te vervullen die voortvloeien uit de bij zijn
levensbeschouwing behorende feestdagen.
Artikel B3.1.1 Randvoorwaarden bij de inrichting van de werktijden
Bij de inrichting van de werktijden gelden in samenhang met artikel B2.1, B3.1 en B3.6 en met gebruikmaking van de
mogelijkheden die de Arbeidstijdenwet en het daarop gebaseerde Arbeidstijdenbesluit bieden de volgende randvoorwaarden:
1. Waar in dit artikel het begrip ‘dienst’ wordt gehanteerd, is bedoeld hetgeen de Arbeidstijdenwet daaronder verstaat, te
weten: een aaneengesloten periode waarin arbeid wordt verricht en die gelegen is tussen twee opeenvolgende
onafgebroken rusttijden van ten minste 8 uren.
Waar in dit artikel het begrip ‘(werk)overleg’ wordt gehanteerd, is bedoeld al het overleg dat de uitvoerende
werkzaamheden ondersteunt.
2. a. de werknemer werkt per 13 kalenderweken maximaal gemiddeld 36 uur per week, indien artikel B2.2, lid 3 van
toepassing is, werkt de werknemer per 13 kalenderweken maximaal gemiddeld 40 uur per week; bovendien geldt
dat gemeten over 4 kalenderweken maximaal gemiddeld 45 uur per week wordt gewerkt; indien gebruik wordt
gemaakt van roosters, geldt in plaats van genoemd tijdvak van 13 kalenderweken een tijdvak van 26 weken;
b. de werknemer werkt per dienst maximaal 10 uur;
c. voor de werknemer met een geringere arbeidsduur dan gemiddeld 36 uur per week geldt bovendien dat de
werktijden zodanig worden ingericht dat bij inzet van de werknemer per dienst minimaal 3 uur aaneengesloten
werkzaamheden worden verricht en dat per 13 kalenderweken maximaal op 65 dagen wordt gewerkt; gelet op de
samenstelling van het cliëntenaanbod kan het noodzakelijk zijn dat het minimum aantal aaneengesloten uren per
dienst niet op 3 maar op 2 wordt gesteld; het minimum aantal uren van 3, respectievelijk 2 geldt niet voor zover de
werkzaamheden (werk)overleg betreffen;
d. de voor de werknemer geldende gemiddelde arbeidsduur per week wordt zodanig ingericht, dat dit gemiddelde per
blok van maximaal 13 weken wordt bereikt, met dien verstande, dat per blok ten hoogste 20 te veel of te weinig
gewerkte uren kunnen worden overgeheveld naar een volgend tijdvak van maximaal 13 weken, naast de
mogelijkheid als bedoeld onder sub e;
in afwijking hiervan kan bij toepassing van roosters de gemiddelde arbeidsduur per week zodanig worden ingericht
dat dit gemiddelde per blok van maximaal 26 weken wordt bereikt, in welk geval er geen uren naar een volgend
tijdvak kunnen worden overgeheveld, afgezien van de mogelijkheid als bedoeld onder sub e;
e. werkgever en werknemer kunnen schriftelijk vast te leggen afspraken maken over een zodanige inrichting van de
werktijden dat de gemiddelde arbeidsduur per 13 weken als bedoeld onder sub a en sub c wordt overschreden tot
een maximum van gemiddeld 40 uur per week, waardoor met die overschrijding corresponderende vrije tijd wordt
opgespaard die ofwel op een later tijdstip wordt opgenomen dan wel op een later tijdstip in salaris wordt uitbetaald;
f. voor de werknemer die jonger is dan 18 jaar zijn de navolgende leden 4 tot en met 6 niet van toepassing, maar
gelden de standaardbepalingen van de Arbeidstijdenwet.
3. De werknemer heeft ten minste 21 vrije weekeinden per jaar; tijdens deze vrije weekeinden mag geen
bereikbaarheidsdienst worden opgedragen. Op deze bepaling zijn twee uitzonderingsmogelijkheden:
– de werknemer die uitsluitend in weekeinden werkt, heeft ten minste 13 vrije zondagen per 52 weken;
– de overige werknemers kunnen er op verzoek van de werkgever voor kiezen om in plaats van ten minste 21 vrije
weekeinden, ten minste 13 vrije zondagen per 52 weken te hebben; de werknemer kan deze keus met een
opzegtermijn van twee maanden of twee periodes intrekken.
4. Indien de werknemer arbeid verricht in nachtdienst zoals gedefinieerd in de Arbeidstijdenwet (een dienst waarin meer
dan een uur arbeid wordt verricht tussen 00.00 uur en 06.00 gelden de volgende aanvullende regels:
a. de minimumrust na een nachtdienst die eindigt na 02.00 uur is 14 uur (1 x per periode van 7 x 24 uur in te korten
tot 8 uur);
b. de minimumrust bedraagt 48 uur na een reeks van ten minste 3 en ten hoogste 6 achtereenvolgende nachtdiensten
indien deze eindigen vóór of op 02.00 uur en in andere gevallen na een reeks van ten minste 3 en ten hoogste vijf
achtereenvolgende nachtdiensten;
c. de maximumarbeidstijd per nachtdienst bedraagt 9 uur;
d. de maximumarbeidstijd per 13 weken bedraagt gemiddeld 36 uur per week, indien artikel B2.2, lid 3 van
toepassing is, bedraagt de gemiddelde arbeidsduur maximaal gemiddeld 40 uur per week;
e. het maximum aantal nachtdiensten bedraagt 28 per 13 weken en 52 per 13 weken indien de nachtdiensten vóór of
op 02.00 uur eindigen.
5. Indien de werknemer arbeid verricht in overwerk gelden de volgende aanvullende regels:
– de werknemer werkt per dienst maximaal 12 uur, per week maximaal 54 uur en per periode van 13
achtereenvolgende weken maximaal gemiddeld 40 uur per week.
6. Indien de werknemer zijn arbeid geheel of gedeeltelijk in nachtdienst verricht en bovendien overwerk verricht, bedraagt
de arbeidstijd per nachtdienst maximaal 10 uur en de totale arbeidstijd per 13 achtereenvolgende weken maximaal
gemiddeld 40 uur per week.
7. De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat indien de werknemer van 18 jaar of ouder meer dan 5,5 uur arbeid per
dienst verricht, deze arbeid wordt afgewisseld door een pauze van ten minste een halfuur aaneengesloten, welke pauze
mag worden gesplitst in twee pauzes. Voor de werknemer met een leeftijd beneden 18 jaar geldt hetzelfde, met dien
verstande dat als norm niet 5,5 uur, maar 4,5 uur van toepassing is.
8. Bij de inrichting van de werktijden kan de werkgever per dag één breuk toepassen, tenzij de werknemer instemt met
meerdere breuken. Als breuk wordt beschouwd een onderbreking van het werk zonder dat de tussenliggende tijd
werktijd of een pauze is; bij toepassing van de mogelijkheid van een of meer breuken per dag, geldt dat de werknemer
per dag minimaal twee maal twee uur aaneengesloten wordt ingezet. Het minimum van twee uur geldt niet voor zover de
werkzaamheden (werk)overleg betreffen.
De kosten, verbonden aan het na een breuk heen en weer reizen tussen woon- en werkplaats worden aan de werknemer
vergoed overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.1 van de CAO.
9. De beperkende bepalingen van lid 8 zijn niet van toepassing op werknemers die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend
werkzaamheden verrichten tijdens de avond (vanaf 20.00 uur), de nacht en de weekeinden.
10. Aan de werknemer die 55 jaar of ouder is mag tegen zijn wil geen overwerk, werk tijdens inconveniënte uren,
bereikbaarheidsdienst en slaapdienst worden opgedragen.
Artikel B3.2 Overwerk
1. Overwerk is de arbeid die de werknemer in opdracht van de werkgever verricht en waarmee de voor de werknemer
geldende gemiddelde arbeidsduur per week, gemeten over een tijdvak van 13 weken, wordt overschreden in verband
met een incidentele onvoorziene wijziging van omstandigheden of indien de aard van de arbeid incidenteel een
dergelijke afwijking noodzakelijk maakt.
2. Geen vergoeding voor overwerk wordt toegekend indien het overwerk incidenteel gedurende minder dan een half uur
aansluitend aan de bij rooster of regeling vastgestelde werktijd wordt verricht.
3. Indien het overwerk wordt verricht gedurende een periode langer dan een half uur, wordt deze periode afgerond op een
heel uur.
4. Indien het overwerk wordt verricht gedurende een periode langer dan een uur, wordt deze periode naar boven afgerond
op halve, respectievelijk hele uren.
Artikel B3.2.1 Uitzonderingen overwerkvergoeding
Niet in aanmerking voor overwerkvergoeding komen werknemers:
a. die een volledig dienstverband hebben dat gesalarieerd wordt volgens salarisschaal FWG 65 of hoger;
b. die niet op verzoek of in opdracht van de werkgever overwerk verrichten.
Artikel B3.2.2 Overwerkvergoeding deeltijdwerker
1. De vergoeding voor overwerk voor de deeltijdwerker die gesalarieerd wordt volgens salarisschaal FWG 65 of hoger,
bestaat uit verlof gelijk aan de duur van het overwerk indien het aantal overuren niet méér bedraagt dan het verschil
tussen de voor de werknemer geldende contractuele arbeidsduur en de arbeidsduur bij een volledige dagtaak.
2. De werkgever kan besluiten het verlof om te zetten in een financiële vergoeding op basis van het voor de werknemer
geldende uurloon. In dat geval vindt over die uren ook een opbouw van vakantiedagen en vakantiebijslag plaats.
Artikel B3.2.3 Overwerkvergoeding
1. De vergoeding voor overwerk, verricht door andere werknemers dan bedoeld in artikel B3.2.2, bestaat uit verlof gelijk
aan de duur van het overwerk.
2. De werkgever kan besluiten het in lid 1 bedoelde verlof om te zetten in een financiële vergoeding op basis van het voor
de werknemer geldende uurloon. Voor deeltijders is de vergoeding in dat geval, indien het aantal overwerkuren niet
meer bedraagt dan het verschil tussen de voor de werknemer geldende contractuele arbeidsduur en de arbeidsduur bij
een volledige dagtaak, het voor de werknemer geldende uurloon en vindt over die uren ook een opbouw van
vakantiedagen en vakantiebijslag plaats.
Artikel B3.2.4 Opnemen overwerkvergoeding
Het in de artikelen B3.2.2 en B3.2.3 bedoeld verlof dient uiterlijk te worden opgenomen in het kwartaal volgend op dat
waarin is overgewerkt, tenzij tussen werkgever en werknemer uitdrukkelijk anders is/wordt overeengekomen.
Artikel B3.2.5 Maximum aantal uren overwerk
De werknemer mag niet meer dan 10% boven de overeengekomen arbeidsduur voor een periode van vier maanden aan
overwerk verrichten. Indien het percentage van 10% wordt overschreden, wordt op verzoek van de betrokken werknemer
overgegaan tot het verlenen van assistentie of het stellen van een vacature.
Artikel B3.3 Inconveniënte uren
Inconveniënte uren zijn de uren waarin de werknemer in opdracht van de werkgever arbeid verricht, indien deze uren vallen:
– op maandag tot en met vrijdag vóór 07.00 uur en vanaf 20.00 uur;
– op zaterdag;
– op zondagen, alsook feest- en gedenkdagen als bedoeld in artikel 1.1, lid 6 van de CAO.
Artikel B3.3.1 Vergoeding inconveniënte uren
1. Aan de werknemer die in opdracht van de werkgever arbeid verricht op de in artikel B3.3 gedefinieerde inconveniënte
uren, wordt over die uren een brutotoelage toegekend van 40% van het uurloon.
2. Het percentage wordt ten hoogste berekend over het salaris overeenkomstig het maximum van salarisschaal FWG 35.
Artikel B3.4 Bereikbaarheidsdienst
Onder bereikbaarheidsdienst wordt verstaan dat de werknemer zich in opdracht van de werkgever gedurende bepaalde uren in
zijn vrije tijd bereikbaar dient te houden voor spoedopdrachten van onvoorziene aard.
Artikel B3.4.1 Compensatie bereikbaarheidsdienst
1. De werknemer die zich bereikbaar houdt ontvangt daarvoor een compensatie in vrije tijd. Deze compensatie bedraagt:
– voor elk vol etmaal op maandag tot en met vrijdag: 1,5 uur;
– voor elk vol etmaal op zaterdagen, zondagen, feest- en gedenkdagen: 3 uren.
2. Indien gedurende minder dan 12 uur bereikbaarheidsdienst wordt opgedragen, wordt de compensatie naar
evenredigheid van het aantal uren vastgesteld.
3. Indien de werknemer zelf bij cliënten spoedopdrachten uitvoert, wordt dit aangemerkt als overwerk en vindt
vergoeding plaats conform het gestelde in B3.2 t/m B3.2.5.
4. Op verzoek van de werknemer wordt de in lid 1 genoemde compensatie in vrije tijd vervangen door een bruto
financiële vergoeding op basis van het voor de werknemer geldende uurloon.
Artikel B3.5 Slaapdienst
1. Onder slaapdienst wordt verstaan het door de werknemer in opdracht van de werkgever ’s avonds en/of ’s nachts in de
nabijheid van de cliënt slapen met de bedoeling om in voorkomende acute situaties aanwezig te zijn om hulp te
kunnen bieden.
De werknemer die een slaapdienst verricht ontvangt een vergoeding voor de in slaapdienst doorgebrachte uren. Deze
vergoeding bedraagt 30 % van de tijd doorgebracht in slaapdienst en wordt toegekend op basis van het salaris
behorend bij de door de werknemer beklede functie.
Artikel B3.6 Inrichting van werktijden kraamverzorgenden
Voor kraamverzorgenden geldt naast de randvoorwaarden bij de inrichting van werktijden als gesteld in artikel B.3.1.1 dat bij
de inrichting van de werktijden, de volgende patronen voor de wekelijkse onafgebroken rust kunnen worden toegepast:
– in een aaneengesloten tijdruimte van 11 maal 24 uur een onafgebroken rust van tenminste 72 uur;
– ofwel een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uur per elke aaneengesloten periode van 7 x 24 uur , of een
onafgebroken rusttijd van ten minste 60 uren aaneengesloten in elke aaneengesloten periode van 9 x 24 uur. Bij de
tweede variant geldt de mogelijkheid van de bekorting tot 32 uur in elke periode van 5 achtereenvolgende weken.
Tijdens de op grond hiervan geldende periodes van onafgebroken rust mag geen wachtdienst worden opgedragen.
De werkgever kan gebruik maken van de in dit lid genoemde afwijkingsvariant van de Arbeidstijdenwet mits hij voor die
toepassingsmogelijkheid de instemmingsprocedure heeft gevolgd, die is opgenomen in artikel 27 van de Wet op de
ondernemingsraden.
Artikel B3.7 Wachtdienst voor kraamverzorgenden
1. De werkgever kan aan de kraamverzorgende wachtdiensten opdragen. Een wachtdienst duurt maximaal 24 uur,
waarbinnen de kraamverzorgende zich beschikbaar moet houden om op eerste oproep een partusassistentie en/of
verzorging te verrichten.
2. Aan de kraamverzorgende worden geen bereikbaarheidsdiensten opgedragen.
3. Werkgever kan in overleg met de ondernemingsraad voor werknemers die uitsluitend in partusdiensten werken,
afspraken maken die afwijkend zijn van de artikelen B3.7.1 t/m B3.7.3.
Artikel B.3.7.1 Vergoeding wachtdiensten
1. Als vergoeding voor een wachtdienst kent de werkgever aan de kraamverzorgende een bruto bedrag toe volgens de
navolgende normen:
– op maandag tot en met vrijdag:
• een vergoeding van bruto € 24,– bij een wachtdienst met een lengte van meer dan zestien uur en
maximaal vierentwintig uur;
• een vergoeding van bruto € 16,– bij een wachtdienst met een lengte van meer dan acht uur en maximaal
zestien uur;
• een vergoeding van bruto € 8,– bij een wachtdienst met een lengte van maximaal acht uur.
– op zaterdagen en zondagen alsook op feest- en gedenkdagen als bedoeld in artikel 32, lid 5 van het algemeen
gedeelte van de CAO:
• een vergoeding van bruto € 36,– bij een wachtdienst met een lengte van meer dan zestien uur en
maximaal vierentwintig uur;
• een vergoeding van bruto € 24,– bij een wachtdienst met een lengte van meer dan acht uur en maximaal
zestien uur;
• een vergoeding van bruto € 12,– bij een wachtdienst met een lengte van maximaal acht uur.
2. De werkgever kan, in afwijking van het gestelde in lid 1, met de ondernemingsraad afspraken maken om de in lid 1
bedoelde geldelijke bedragen om te zetten in een vergoeding in tijd. Naar analogie van de in het vorige lid genoemde
normen bedragen de vergoedingen in dat geval:
– op maandag tot en met vrijdag: 120, 80 respectievelijk 40 minuten;
– op zaterdagen en zondagen alsook op feest- en gedenkdagen als bedoeld in artikel 1.1, lid 6 CAO: 180, 120
respectievelijk 60 minuten.
Artikel B3.7.2 Oproep tijdens wachtdienst
Bij een oproep tijdens de wachtdienst worden alle gewerkte uren als arbeidsduur aangemerkt. De wachtdienst wordt bij een
oproep als onderbroken dan wel als beëindigd beschouwd.
Artikel B3.7.3 Maximum aantal oproepen tijdens wachtdienst
Een kraamverzorgende kan als onderdeel van de wachtdienst ten hoogste tweemaal worden opgeroepen voor een
partusassistentie, waarvan slechts eenmaal voor een partusassistentie plus verzorging. Bovendien kan aan de
kraamverzorgende maximaal drie aaneengesloten dagen een wachtdienst worden opgedragen. Indien de kraamverzorgende
twee respectievelijk drie aaneengesloten dagen een wachtdienst wordt opgedragen en hierbij niet wordt opgeroepen, wordt de
tweede respectievelijk de tweede en de derde wachtdienst geacht niet te behoren tot de wekelijkse onafgebroken rusttijd zoals
bedoeld in artikel B3.6.
Bijlage C Garantieregelingen verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorgorganisaties
Artikel 1 Garantiebepalingen verpleeg- en verzorgingshuizen ex artikel 1.1 lid 17 sub 1
1. Voor werknemers in dienst van een verpleeg- en/of verzorgingshuis blijven de in lid 2 genoemde garantieregelingen uit
de CAO-Verpleeg- en Verzorgingshuizen 2006-2007 gehandhaafd onder de daarbij behorende voorwaarden en duur.
2 De in lid 1 genoemde garantieregelingen zijn:
a. artikel 3.1.6 CAO-V&V;
b. artikel 3.4 leden 4, 5 en 6 CAO-V&V;
c. artikel 6.2.5 CAO-V&V. Deze 55+-regeling wordt vanaf 1 januari 2009 toegepast met inachtneming van de
navolgende (vakantie)verlofuren als bedoeld in artikel 6.1 van deze cao:
-bij een salaris dat het bedrag behorend bij inpassingstabel nr. 35 niet overschrijdt: 242 uren
-bij een salaris dat het bedrag behorend bij inpassingstabel nr. 35 overschrijdt: 243 uren
d. artikel 10.2.7 CAO-V&V;
e. artikel 13.4 CAO-V&V.
Artikel 2 Garantiebepalingen thuiszorgorganisaties ex artikel 1.1 lid 17 sub 2
1. Voor werknemers in dienst van een Thuiszorgorganisatie blijven de in lid 2 genoemde garantieregelingen uit de CAO-
Thuiszorg 2007-2008 gehandhaafd onder de daarbij behorende voorwaarden.
2 De in lid 1 genoemde garantieregelingen zijn:
a. artikel 89 CAO-Thuiszorg;
b. artikel 93 CAO-Thuiszorg;
c. Uitvoeringsregeling A, artikel 9 leden 3 en 4 CAO-Thuiszorg;
d. Uitvoeringsrege ling A, artikel 10 CAO-Thuiszorg.
Bijlage D Professioneel statuut voor een arts werkzaam in een thuiszorginstelling
Overwegende:
-dat de arts zijn werkzaamheden zal verrichten met inachtneming van de voor de arts geformuleerde code;
-dat een regeling van professionele aangelegenheden ten aanzien van de arts, werkzaam op basis van een
arbeidsovereenkomst en vallend onder de werkingssfeer van deze CAO, noodzakelijk is;
-dat er geen verschil in medisch functioneren mag zijn tussen een op arbeidsovereenkomst werkzame arts en diens
collega die vrijgevestigd is;
-dat de arts een eigen specifieke en persoonlijke verantwoordelijkheid heeft voor zijn geneeskundig handelen,
rechtstreeks betrekking hebbend op een persoon c.q. cliënt met het doel een ziekte te voorkomen dan wel zijn
gezondheidstoestand te beoordelen en het geven van raad;
-dat de arts voor dit handelen verantwoording verschuldigd is aan deze persoon c.q. cliënt;
-dat de arts met de andere artsen, werkzaam in een zelfde verband, de medeverantwoordelijkheid draagt voor een
verantwoord niveau van de beroepsuitoefening van iedere in hetzelfde verband werkzame arts;
-dat de werkgever een algemene verantwoordelijkheid draagt voor de dienstverlening dan wel de zorgverlening;
-dat derhalve deze overeenkomst noodzakelijk is, waarbij zowel de individuele verantwoordelijkheid van de arts, de
collectieve verantwoordelijkheid van alle in het verband werkzame artsen alsook de verantwoordelijkheid van de
werkgever voor de dienstverlening c.q. de zorgverlening in haar totaliteit nader worden geregeld;
is het navolgende overeengekomen:
Artikel 1
In dit statuut wordt verstaan onder:
Instelling:
De privaatrechtelijke instelling die valt onder de werkingssfeer van de CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg.
Werkgever:
De privaatrechtelijke organisatie met wie de arts een arbeidsovereenkomst heeft gesloten.
Arts:
De arts, werkzaam op het terrein van de jeugdgezondheidszorg, die als werknemer in een instelling werkzaam is en uit
hoofde van zijn werkzaamheden geneeskundige handelingen verricht.
Artikel 2
1. De arts verbindt zich ten aanzien van de individuele jeugdigen die aan zijn zorg zijn dan wel worden toevertrouwd, op
het gebied van zijn deskundigheid, die geneeskundige handelingen te verrichten, die gericht zijn op bevordering en
bewaking van diens gezondheid, groei en ontwikkeling en het opsporen van afwijkingen daaronder begrepen.
2. Indien de arts gegronde redenen meent te hebben dat klachten en/of afwijkingen van de jeugdigen niet op het terrein van
zijn specifieke deskundigheid liggen, verwijst hij de jeugdigen rechtstreeks naar de huisarts, specialist of andere
deskundigen dan wel daarvoor in aanmerking komende instanties.
Artikel 3
Het handelen als genoemd in artikel 2 geschiedt door de arts onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid.
Artikel 4
1. De arts is verplicht mee te werken aan de kwaliteitsbewaking.
2. De werkgever moet de kwaliteitsbewaking mogelijk maken.
Artikel 5
1. De werkgever verschaft de arts de benodigde personele, instrumentele en ruimtelijke voorzieningen.
2. Van de hem ter beschikking gestelde hulpmiddelen en instrumenten dient de arts een zorgvuldig gebruik te maken met
inachtneming van het doel waarvoor deze zijn aangeschaft.
3. De werkgever zal de in lid 1 genoemde instrumentele en ruimtelijke voorzieningen in een zodanige staat houden dat
voldaan wordt aan de eisen van technische behoefte, bedrijfszekerheid en medisch wetenschappelijk werk.
4. De arts is verplicht zich bij de uitoefening van zijn werkzaamheden te houden aan de aanwijzingen welke door of
namens de werkgever worden gegeven. Indien deze aanwijzingen door de arts als onredelijk worden ervaren of
indruisen tegen de belangen van de cliënten, kan hij zich tot de werkgever wenden.
Artikel 6
1. De arts is gehouden van iedere persoon, ten aanzien van wie hij geneeskundige handelingen verricht, op de in de
instelling gebruikelijke wijze de medische en/of multidisciplinaire dossiers op te maken en bij te houden.
2. De werkgever is verplicht ervoor zorg te dragen dat deze medische en/of multidisciplinaire dossiers op behoorlijke wijze
kunnen worden opgeborgen in de instelling en wel zodanig dat geheimhouding van de inhoud daarvan is verzekerd
overeenkomstig de privacywetgeving.
3. De medische (en multidisciplinaire) dossiers zullen zowel tijdens de duur van het dienstverband als ook na het einde
daarvan overeenkomstig daartoe vastgestelde normen in het (medisch) archief van de instelling rusten en ter beschikking
staan van de behandelende arts en in het geval van het multidisciplinair dossier ter beschikking staan van alle betrokken
hulpverleners.
4. Inzage van een medisch dossier (in tegenstelling tot het multidisciplinaire dossier) door derden kan slechts geschieden
met toestemming van de arts c.q. diens opvolger.
5. Publicatie van gegevens uit een medisch dossier geschiedt niet dan met toestemming van de betrokken arts
respectievelijk diens opvolger, waarbij hij ervoor zorg draagt dat de belangen van de cliënt niet worden geschaad. Indien
de betrokken arts dit wenst, geschiedt publicatie slechts met vermelding van de bron.
Artikel 7
1. De arts zal op verzoek van de werkgever medewerking verlenen aan de opleiding en/of de bijscholing van het in de
instelling werkzame personeel voor zover dit is gelegen binnen het raam van zijn deskundigheid en in tijd is in te passen
in het geheel van de overeengekomen werkzaamheden.
2. Indien de arts in het kader van de sociaal-geneeskundige opleiding tot supervisor is benoemd door de sociaalgeneeskundige
Registratie Commissie, zal het supervisorschap onderdeel zijn van zijn werkzaamheden en de werkgever
draagt, indien nodig, zorg voor de faciliteiten.
Artikel 8
De arts is verantwoordelijk voor het op peil houden van zijn professionele kennis en vaardigheden, welke vereist zijn voor
een goede vervulling van zijn taak en/of functie binnen de thuiszorginstelling en wordt daartoe door de werkgever
overeenkomstig de uitvoeringsregeling studiefaciliteiten in de gelegenheid gesteld. De werkgever draagt er tevens zorg voor
dat de werknemer kennis kan nemen van voor de beroepsgroep gebruikelijke vakliteratuur.
Model individuele arbeidsovereenkomst van de CAO VVT
Ondergetekenden,
De Stichting / Vereniging________________,
gevestigd te__________________________ verder te noemen werkgever, ten deze rechtsgeldig
vertegenwoordigd door
en
wonende te___________________________
(adres),______________________________
geboren______________________________
te___________________________________
nationaliteit___________________________
verder te noemen werknemer
verklaren hierbij een arbeidsovereenkomst te hebben aangegaan onder de navolgende voorwaarden:
Artikel 1 Dienstverband
De werknemer treedt met ingang van___________________in dienst van de werkgever in de functie
van___________________, waarvoor de volgende hoofdlijnen als omschrijving gelden:________________ .
Artikel 2 Arbeidsplaats(en)
De plaats(en) / het (de) werkgebied(en) waar de arbeid wordt verricht is (zijn): ___________________ .
Artikel 3 Duur van de arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd* / voor bepaalde tijd*
tot___________________op grond van ___________________ .
Artikel 4 Proeftijd
De eerste maand* / eerste twee maand(en)* na indiensttreding zal / zullen gelden als de wettelijke proeftijd als
bedoeld in artikel 7:652 van het Burgerlijk Wetboek___________________ .
Artikel 5 Arbeidsduur
De arbeidsduur bedraagt___________________uren gemiddeld per week, te meten per half jaar* ( in geval
sprake is van een voltijd arbeidsduur / op jaarbasis* (ingeval geen sprake is van een volletijd arbeidsduur).
Artikel 6 Salaris
Het salaris bij indiensttreding bedraagt op het niveau van ___________________ € __________________bruto
per maand volgens de (jeugd/aanloop/functionele*) salarisschaal, behorende bij FWG functiegroep
___________________ .
Dit salaris zal overeenkomstig artikel 3.1.7 van de cao worden gewijzigd. De eerste periodieke verhoging zal
plaatsvinden op___________________.
Artikel 7 Vakantie-uren
Het aantal vakantie-uren waarop de werknemer recht heeft is___________________ en bedraagt voor het
lopende kalenderjaar___________________ .
Artikel 8 Pensioen
De werkgever draagt zorg voor aanmelding bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW).
Artikel 9 Opzegging / tussentijdse opzegging
De opzeggingstermijn bedraagt voor de werkgever___________________ maand(en) en voor de
werknemer___________________ maand(en).
Artikel 10 Geschillen
De beslechting van geschillen uit deze arbeidsovereenkomst vindt plaats door de kantonrechter* / door het
Scheidsgerecht Gezondheidszorg*. De aanwijzing van genoemd Scheidsgerecht in de arbeidsovereenkomst met
een werknemer, die niet volgens de bepalingen van het reglement van het Scheidsgerecht is aan te merken als
een hogere functionaris, is nietig.
Artikel 11 Professionele aangelegenheden*
Op deze overeenkomst is van toepassing de regeling van professionele aangelegenheden als vervat in de
bijlagen.
Slotbepalingen
Artikel 12
De CAO voor de Verpleeg-, Verzorgingshuizen en de Thuiszorg, zoals deze luidt of zal komen te luiden en de
krachtens die cao vastgestelde arbeidsvoorwaarden, vormen met deze arbeidsovereenkomst één geheel.
Artikel 13
De werknemer verklaart van de werkgever te hebben ontvangen:
1. een exemplaar van de in artikel 12 bedoelde Collectieve Arbeidsovereenkomst;
2. een exemplaar van het pensioenreglement van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn;
De werknemer verklaart met de inhoud van bovenvermelde regelingen, voor zover op hem van toepassing, zoals
zij luiden of zullen komen te luiden, akkoord te gaan.
3. een exemplaar van de ondernemingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.1 lid 2 cao.
Artikel 14
Arbeidsvoorwaarden die niet in de bepalingen van deze cao zijn geregeld en die vóór de datum van
inwerkingtreding van deze cao voor de werknemers golden, zijn de volgende:
1. ______________________________
2. ______________________________ .
Artikel 15
Regeling van aangelegenheden, waarvoor de Collectieve Arbeidsovereenkomst geen bepalingen geeft en die
werkgever en werknemer toch wensen te regelen.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en ondertekend
te___________________de___________________20___________________
(werkgever) (werknemer)
(wettelijk vertegenwoordiger)
* doorhalen wat niet van toepassing is.
Adressen van de partijen bij het cao-overleg
I. Werkgeversorganisatie
ActiZ Postbus 8258, 3503 RG Utrecht, tel. 030 2739393
www.ActiZ.nl,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
II. Werknemersorganisaties
ABVAKABO FNV
Hoofdkantoor Boerhaavelaan 1, Postbus 3010, 2700 KT
Zoetermeer, tel. 0900 22825226
www.abvakabo.nl
Regiokantoren
Regio Noord Leonard Springerlaan 23, Postbus 11043
9700 CA Groningen
Regio Oost Binnensingel 3, Postbus 538, 7400 AM
Deventer
Regio Midden-Nederland Oudenoord 170, Postbus 1555,
3500 BN Utrecht
FBZ: Federatie van Beroepsorganisaties in de Zorg en
daaraan gerelateerd onderwijs en onderzoek
Postbus 20058, 3502 LB Utrecht, tel. 030 2823368
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, www.fbz.nu
-Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband
Postbus 20058, 3502 LB Utrecht, tel. 030 6702705
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, www.artsennet.nl/ad
-Nederlands Instituut van Psychologen
Postbus 9921, 1006 AP Amsterdam, tel. 020 4106222
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, www.psynip.nl
-Vereniging van Geestelijk Verzorgers in
Zorginstellingen, Neckardreef 6, 3562 CN Utrecht, tel.
030-2628618,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, www.vgvz.nl
-Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
Postbus 248, 3800 AE Amersfoort, tel. 033 4672900
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, www.kngf.nl
-NU’91, Beroepsorganisatie van de Verpleging
Postbus 6001, 3503 PA Utrecht Tel. 030 2964144
www.nu91.nl
De Unie Zorg en Welzijn
Multatulilaan 12, 4103 NM Culemborg, Postbus 400, 4100
AK Culemborg, tel. 0345 851291
www.uniezorgenwelzijn.nl
VHP-Zorg, belangenorganisatie voor middelbaar en hoger
personeel in de zorg en welzijnssector, Postbus 400, 4100
AK Culemborg, tel. 0345 851291
www.vhp-zorg.nl
Agora, Landelijke Beroepsvereniging Vrijwilligerswerk
p/a De Unie, Postbus 400, 4100 AK Culemborg, tel. 0345
851932
www.agora-beroepsvereniging.nl
NBvK, Nederlandse Beroepsvereniging voor
Kraamverzorgenden
www.nbvk.nl
V&VN, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland,
Churchilllaan 11, 3527 RE Utrecht, tel. 030-2919050
www.venvn.nl
Regiokantoren:
Regiokantoor Noord
Lauwers 10, 9405 BL Assen, Postbus 987, 9400 AZ
Assen, tel: 0345 851 851
Regio Noord-West,Naritaweg 10, Postbus 58077, 1040
HB Amsterdam
Regio Zuid-Holland-Noord Boerhaavelaan 1, Postbus
3010, 2700 KT Zoetermeer
Regio Zuid-Holland-Zuid, Pegasusweg 200, Postbus 8572,
3009 AN Rotterdam
Regio Zuid-Oost Noordkade 3, Postbus 540, 6000 AM
Weert
-Nederlandse Vereniging voor Psychomotorische
Therapie, Fivelingo 253, 3524 BN Utrecht, 0302800432,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, www.nvpmt.nl
-Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie,
sectie Gezondheidszorg (NVLF/G), Postbus 75, 3440
AB, Woerden, tel. 0348 457070,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
www.nvlf.nl
-Nederlandse Vereniging voor Ergotherapie
Kaap Hoorndreef 56b, 3563 AV Utrecht, tel. 030
2628356,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
www.ergotherapie.nl
-Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de
Gezondheidszorg, Museumlaan 2, 3581 HK Utrecht,
030 2155065,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, www.vhig.nl
-Nederlandse Vereniging van Diëtisten
Postbus 526, 3990 GH Houten, tel. 030 6346222
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, www.nvdietist.nl
Regiokantoor Oost
Parallelweg 36, 6922 HR Duiven, Postbus 8000, 6920 CA
Duiven, tel: 0345 851851
Regiokantoor Midden
Multatulilaan 12, 4103 NM Culemborg, Postbus 400, 4100
AK Culemborg 0345 851851
Regiokantoor Noord West
Hoofdweg Oostzijde 616, 2132 MJ Hoofddorp, Postbus
649, 2130 AP Hoofddorp, tel: 0345 851851
Regiokantoor West
Voltairetuin 4, 2908 XJ Capelle a/d IJssel, Postbus 34,
2900 AA Capelle a/d IJssel, tel: 0345 851851
Regiokantoor Zuid Oost
Noord Brabantlaan 66, 5652 LE Eindhoven, Postbus 8663,
5605 KR Ein dhoven, tel: 0345 851851
Regiokantoor Zuid West
Zuidoostsingel 36, 4611 BC Bergen op Zoom, tel: 0345
851851
Regiokantoor Zuid
Poststraat 12, 6135 KR Sittard, Postbus 5162, 6130 PD
Sittard, tel: 0345 851851