CAO voor de Banden- en Wielenbranche
1 april 2007 tot en met 31 december 2008
Inhoud
Deel I RECHTEN EN PLICHTEN
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen
1.1 Hij en zij
1.2 Werkgever
1.3 Werknemer
1.4 CAO
Hoofdstuk 2 Salaris
2.1 Salaris
2.2 Hoeveel salaris?
2.3 Functies en functiegroepen
2.4 Salarisschalen
- Aanvangssalarissen
- Inloopschaal
- Salarisschaal o
2.5 Salarisverhogingen
- Geen salarisverhoging bij onvoldoende functioneren
- Algemene salarisverhogingen per CAO
- Diplomatoeslag
- Maximumsalaris
2.6 Vakantiegeld
2.7 Doorbetaling van het salaris
- Bij kort verlof
- Bij ziekte
2.8 Salarisoverzicht
- Per salarisbetaling
- Per jaar
Hoofdstuk 3 Vergoedingen
3.1 Vergoedingen
3.2 Vergoeding voor overwerken
- Wat is overwerk?
- Hoeveel vergoeding?
- Vergoedingspercentages bij overwerk op maandag tot en met vrijdag
- Vergoedingspercentages bij overwerk op zaterdag
- Overwerk door handelsvertegenwoordigers
- Overwerk door leidinggevenden
- Overwerkvergoeding: tijd of geld?
3.3 Vergoeding voor werken op zondagen
- Vergoeding bij overwerk op zondag
3.4 Vergoeding voor werken op feestdagen
- Vergoeding bij overwerk op feestdagen
3.5 Urenbank
- Werktijden bij een urenbank
- De algemene regels
3.6 Bereikbaarheidsdienst
- Toeslagen tijdens bereikbaarheidsdienst
- Overwerkvergoeding bij bereikbaarheidsdienst
- Werktijden bij bereikbaarheidsdienst
3.7 Vergoeding voor werken in een ploegendienst
- Toeslagen tweeploegendienst
- Toeslagen drieploegendienst
- Toeslag na overstap naar andere dienst
3.8 Vergoeding voor werken in ploegendienst bij ‘Incidentele wijziging van het dienstrooster’
3.9 Onkostenvergoeding
Hoofdstuk 4 Bijdragen en uitkeringen
4.1 Bijdragen en uitkeringen
4.2 Studiekosten
4.3 Ouderdomspensioen
4.3.1 WAO hiaatpremie 2004
4.4 VUT (Vrijwillig Vervroegd Uittreden)
4.5 Vakbondscontributie
4.6 Schadevergoeding bij arbeidsongeschiktheid
4.7 Overlijden
Hoofdstuk 5 Werk en werktijden
5.1 Werk
5.2 Tijdelijk ander werk
5.3 Arbeidsduur per week
- Voltijdwerkweek
- Voltijdwerkweek in vier dagen
- Deeltijdwerkweek
- Recht op deeltijdwerk
5.4 Arbeidstijdverkorting (ATV)
5.5 Werktijden
- Per dag
- Per week
- Werktijden Pilot
Hoofdstuk 6 Vakantie
6.1 Vakantie
6.2 Opbouw vakantiedagen
- Extra vakantiedagen voor oudere werknemers
6.3 Opnemen van vakantiedagen
6.4 Ziek tijdens de vakantie
Hoofdstuk 7 Verlof
7.1 Ziekteverlof
7.2 Scholingsverlof
7.3 Calamiteitenverlof
7.4 Kort verlof
7.5 Kortdurend zorgverlof
7.6 Levensloop
Hoofdstuk 8 In en uit dienst
8.1 In dienst
- Arbeidscontract
8.2 Uit dienst
- Arbeidscontract voor bepaalde duur
- Arbeidscontract voor onbepaalde duur
- Opzegtermijnen voor de werkgever
- Opzegtermijnen voor de werknemer
- Opzegtermijn oudere werknemers
- Opzegtermijn handelsvertegenwoordigers
- Geen opzegtermijn bij ontslag op staande voet
- Ontslagverbod
Hoofdstuk 9 Sociaal en veilig
9.1 Uitzendkrachten
9.2 werknemers uit andere lidstaten
9.3 Voorrang bij sollicitaties
9.4 Levensfasebewust personeelsbeleid
9.5 Ongewenste intimiteiten
9.6 Voorzieningen voor vakbondswerk
9.7 Ingrijpende veranderingen in de onderneming
9.8 Veiligheid in de onderneming
9.9 Veiligheid van chauffeurs en handelsvertegenwoordigers
9.10 Privacy
9.11 Respect
9.12 Alcohol en drugs
9.13 Nevenwerkzaamheden
9.14 Scholing in de branche
9.15 Leerarbeidsplaatsen
9.16 Klachten of bezwaren
9.17 Collectieve AOW-hiaatpensioenverzekering
Deel II PARTIJEN EN VERHOUDINGEN
Ondertekenaars van de CAO
Looptijd van de CAO
Vaste Commissie
Samenstelling van de Vaste Commissie
Overleg over economische ontwikkelingen
Preventie- en reïntegratiebeleid (ketenaanpak)
CAO-teksten
Branche RI&E
Arbo catalogus
Scholing via Stichting SVOB
Uitzendkrachten
Functiebeschrijvingen, functie- en salarisstructuur
Deel III AANBEVELINGEN EN ADVIEZEN
Behoud en instroom gehandicapte werknemers
Scholing verbetert kwaliteit van de branche
Werkgelegenheid in de branche
CAO Collectieve Belangen
Fonds Collectieve Belangen
Trefwoordenregister
- Van Aanstellingsbrief tot Zorgverlof
Adressenlijst
- CAO-partijen en Stichtingen
Bijlagen
- Reglement Vaste Commissie
- Voorbeeld aanstellingsbrief
- Verklaring inzake bandenkooi
- Reglement vergoeding lidmaatschapskosten werknemersorganisatie
- Declaratieformulier vergoeding lidmaatschapskosten werknemersorganisatie
Hoofdstuk 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
In de CAO komen sommige begrippen vaak voor. Hieronder staat wat ze precies betekenen.
1.1 Hij en zij
Vrouwelijke en mannelijke werknemers zijn gelijkwaardig. Waar ‘werknemer’ staat, kan dus ook ‘werkneemster’ worden gelezen. Bij ‘hij’ ook ‘zij’.
1.2 Werkgever
Werkgever is degene die een onderneming voert, die zich geheel of in hoofdzaak bezighoudt met het produceren, bewerken, verwerken, kopen, verkopen en verhuren van banden of wielen of aanverwante producten.
Deze CAO geldt daarom in ieder geval voor alle ondernemingen in de volgende sectoren:
- Het bandenimportbedrijf
Onder het bandenimportbedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling importeren en/of in voorraad houden en/of verkopen op basis van exclusiviteit van nieuwe en/of vernieuwde personenwagenbanden en/of wielen en/of vrachtwagenbanden en/of -wielen en/of landbouwbanden en/of -wielen en/of industriebanden en/of -wielen en/of andere banden
en/of wielen en/of binnenbanden en/of ventielen en/of velgen en/of velglinten en/of andere banden-/automaterialen en/of gereedschappen, het distribueren daarvan aan wederverkopers en/of eindgebruikers.
- Het bandengroothandelsbedrijf
Onder het bandengroothandelsbedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling importeren en/of exporteren en/of in voorraad houden en/of verkopen niet op basis van exclusiviteit van nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden en/of -wielen en/of vrachtwagenbanden en/of -wielen en/of landbouwbanden en/of -wielen en/of industriebanden en/of -wielen en/of andere banden en/of wielen en/of binnenbanden en/of ventielen en/of velgen en/of velglinten en/of andere banden/automateriaal, het distribueren daarvan aan wederverkopers en/of (bedrijfsmatige) eindgebruikers.
- Het bandenservicebedrijf
Onder het bandenservicebedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling inkopen, in voorraad houden en verkopen van nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden en/of wielen en/of vrachtwagenbanden en/of -wielen en/of landbouwbanden en/of -wielen en/of industriebanden en/of -wielen en/of andere banden en/of wielen en/of binnenbanden en/of ventielen en/of velgen en/of velglinten en/of ander bandenmateriaal en/of het repareren van banden en/of het balanceren van banden en wielen en/of het corrigeren van sporing en wielstanden, voor zover niet uitgevoerd door motorvoertuigbedrijven wiens bedrijfsuitoefening valt onder (algemeen verbindend verklaarde) bepalingen van de CAO voor het Motorvoertuigbedrijf en
- Tweewielerbedrijf
- Het bandensnelservicebedrijf
Onder het bandensnelsvervicebedrijf wordt verstaan het uitsluitend of in hoofdzaak inkopen, in voorraad houden en verkopen van nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden en/of wielen en of andere vervangingsdelen en/of het repareren van banden en/of het balanceren van banden en wielen en/of het corrigeren van sporing en wielstanden en/of andere snelservice verrichtingen, voor zover
niet uitgevoerd door motorvoertuigbedrijven wiens bedrijfsuitvoering valt onder (algemeen verbindend verklaarde) bepalingen van de CAO voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf.
- Het bandeninzamelingsbedrijf
Onder het bandeninzamelingsbedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling inkopen, importeren, in voorraad houden, keuren, vervoeren, opslaan, verkopen, exporteren van gebruikte afgesleten personenautobanden en/of vrachtwagenbanden en/of landbouwbanden en/of industriebanden en/of andere banden en/of binnenbanden en/of velglinten en het doorleveren van niet meer bruikbare karkassen aan bandenverwerkingsbedrijven en/of daartoe aangewezen recyclingdepots.
- Het bandenproductie- en vernieuwingsbedrijf
Onder het bandenproductie en vernieuwingsbedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling, het geheel of gedeeltelijk produceren/vernieuwen, in voorraad houden, verkopen, exporteren van personenautobanden en/of vrachtwagenbanden en/of landbouwbanden en/of industriebanden en/of vliegtuigbanden en/of andere banden en/of delen daarvan en/of binnenbanden en/of velglinten en/of ander bandenmateriaal.
- Het bandenbe- en verwerkingsbedrijf
Onder het bandenbe- en verwerkingsbedrijf wordt verstaan het uitsluitend, in hoofdzaak, in belangrijke mate of in afzonderlijke afdeling het voor hergebruik be- of verwerken tot granulaat, regeneraat of anderszins van afgekeurde of afgesleten nieuwe en/of vernieuwde personenautobanden en/of vrachtwagenbanden en/of landbouwbanden en/of industriebanden en/of andere banden en/of delen
daarvan en/of binnenbanden en/of velglinten en/of ander bandenmateriaal. Het keuren, selecteren, in voorraad houden en verkopen van deze grondstoffen.
De CAO is niet van toepassing op ondernemingen die vallen onder de CAO voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf.
1.3 Werknemer
Werknemer is iedereen jonger dan 65 jaar met een arbeidscontract in de banden- en wielenbranche.
1.4 CAO
In deze Collectieve Arbeidsovereenkomst staan de rechten en plichten van alle werknemers en werkgevers in de banden- en wielenbranche. Ieder van hen is verplicht de afspraken zorgvuldig na te leven.
In individuele gevallen kunnen werkgever en werknemer samen andere schriftelijke afspraken vastleggen. Maar dat mag alléén als die andere afspraken voor de werknemer gunstiger zijn dan de algemene in deze CAO.
In collectieve gevallen (alles wat voor meerdere werknemers van belang is) mogen de regels alleen van de CAO afwijken als de werkgever daarvoor toestemming krijgt van de Vaste Commissie Collectieve Arbeidsovereenkomst inzake arbeidsvoorwaarden in de Banden- en Wielenbranche. Ook als de werkgever inderdaad op een bepaald punt de CAO niet hoeft toe te passen, blijft de Wet op de Ondernemingsraden nog gewoon van kracht.
Hoofdstuk 2 SALARIS
Hoeveel geld de werknemer precies verdient, is afhankelijk van zijn functiegroep en salarisschaal. Ook van invloed is het aantal dienstjaren (of de leeftijd). Soms stijgt het salaris door algemene salarisverhogingen. Die zijn het gevolg van CAO-onderhandelingen tussen werkgevers- en vakorganisaties. Er zijn ook omstandigheden waarin de werknemer niet werkt en toch krijgt doorbetaald. Dit hoofdstuk gaat over geldzaken die te maken hebben met het salaris.
2.1 Salaris
De werknemer heeft recht op:
• salaris (het brutoloon, plus eventueel provisie en ploegentoeslag)
• vakantiegeld.
Hij heeft recht op doorbetaling van zijn salaris bij:
• kort verlof
• ziekte.
2. 2 Hoeveel salaris?
De hoogte van het salaris is mede afhankelijk van:
• de functiegroep
• de salarisschaal
• de leeftijd (tot 24 jaar), óf het aantal dienstjaren (vanaf 24 jaar).
2. 3 Functies en functiegroepen
Elke functie is opgenomen in een functiegroep. Bij elke functiegroep hoort een salarisschaal. Bij zijn aanstelling hoort de werknemer wat zijn functiegroep is, en welke salarisschaal daarbij hoort. Deze gegevens staan ook in zijn arbeidscontract.
De werknemer maakt binnen één maand schriftelijk bezwaar als hij het niet eens is met de hem toegewezen functiegroep. Als hij en zijn werkgever geen overeenstemming bereiken, kan hij zijn bezwaar voorleggen aan de Vaste Commissie (zie hoofdstuk 9.14, bladzijde 59).
Functiegroepen
Groep 1
Functies met uitsluitend zeer eenvoudige, steeds wederkerende werkzaamheden van hetzelfde karakter en waarvoor geen kennis en/of praktijkervaring nodig is. Dit zijn onder andere:
• corveeër
• hulpmagazijnbediende
• hulpexpeditiebediende
• administratief medewerker (eenvoudig tel- en rekenwerk)
• aankomend bandenruwer
• aankomend extruderbediende
• aankomend monteur
• hulpkracht
• leerling-verkoper
• leerling-magazijnbediende
• leerling-bandenruwer
• leerling-extruderbediende
• leerling-monteur
• leerling-keurmeester
• junior-monteur
• afwerker
• kantinebediende
• kantinehulp
• magazijnmedewerker, geen ervaring
• expeditiemedewerker, geen ervaring
• hulpchauffeur
• sorteerder
• schoonmaakster
• heftruckchauffeur terrein
• magazijnmedewerker met enige ervaring
• expeditiemedewerker met enige ervaring
Groep 2
Functies met uitsluitend eenvoudige, steeds wederkerende werkzaamheden van hetzelfde karakter en waarvoor zeer weinig kennis en/of praktijkervaring nodig is. Dit zijn onder andere:
• typiste (Nederlands)
• telefoniste/receptioniste klein tot middelgroot bedrijf
• chauffeur bestelwagen (tot 3.500 kg)
• expeditiebediende met ervaring
• magazijnbediende met ervaring
• heftruckchauffeur
• administratief medewerker (bijhouden van gegevens, registrerend karakter)
• monteur
• bandenmonteur
• keurmeester met enige ervaring
• bandenruwer
• extruderbediende
• fabrieksmedewerker
• onderhoudsmonteur
• monteur uitlijnen enige ervaring
• vulcaniseur
• reparateur
• assistent-boekhouding
• opmeter/insmeerder/balanceerder
• eindkeurder
• facturist(e)
• solutioneerder
• stoker
• heftruckchauffeur magazijn
• tweede-monteur banden
• monteur diversificatie, enige ervaring
• aankomend medewerker, orderdesk
• aankomend keurmeester
• servicemonteur
Groep 3
Functies met minder eenvoudige, steeds wederkerende werkzaamheden van hetzelfde karakter en waarvoor enige kennis en/of praktijkervaring nodig is. Dit zijn onder andere:
• typiste
• telefoniste/receptioniste middelgroot tot groot bedrijf
• beeldschermtypiste
• productie controleur
• aankomend routeverkoper
• all-round onderhoudsmonteur
• all-round monteur
• eerste-monteur
• afstomer
• all-round vulcaniseur/reparateur
• chef-monteur (leidinggevend aan minder dan vijf monteurs)
• elektromonteur
• chauffeur vrachtwagen boven 3.500 kg, binnenland
• medewerker orderdienst
• all-round servicemonteur
• eerste-monteur banden
• monteur diversificatie, met ervaring
• werkplaats-administrateur
• laborant
• keurmeester met ervaring
• administratief medewerker (debiteuren-crediteuren)
• monteur uitlijnen (ervaring)
• voorman technische afdeling
• medewerker klantenservice
• aankomend manager
• APK keurmeester
Groep 4
Functies met minder moeilijke werkzaamheden en waarvoor kennis en/of praktijkervaring nodig is. Dit zijn onder andere:
• eerste-keurmeester
• wagenpark inspecteur
• aankomend handelsvertegenwoordiger
• aankomend verkoper
• routeverkoper
• chefmonteur (leidinggevend aan minimaal vijf monteurs)
• afdelingsassistent
• medewerker personeelszaken
• voorman rubberfabriek
• draaier/fijnbankwerker
• machinebankwerker
• secretaresse (Nederlands)
• administratief medewerker
• assistent-chef vestiging
• all-round keurmeester
• chauffeur internationaal vervoer
• meewerkend voorman werkplaats
• assistent-bedrijfsleider
• kwaliteitscontroleur
• assistent-chef werkplaats
• junior manager
• chef afdeling technische dienst
• all-round APK keurmeester
Groep 5
Functies met vrij moeilijke werkzaamheden waarvoor kennis en/of praktijkervaring nodig is. Dit zijn onder andere:
• chef magazijn en chef expeditie (klein magazijn)
• chef vestiging
• filiaalmanager
• administratief medewerker (bijhouden van in- en verkoop, debiteuren- en crediteurenadministratie)
• secretaresse (Nederlands en steno)
• kwaliteitscontroleur
• chef werkplaats algemene dienst
• chef keurmeester
• assistenthandelsvertegenwoordiger
• aankomend commercieel medewerker
• administratief medewerker (ervaren)
• verkoper binnendienst
• handelsvertegenwoordiger
• meewerkend-chef bestelafdeling
Groep 6
Functies met moeilijke werkzaamheden waarvoor specifieke kennis en/of in ruimere mate praktijkervaring nodig is. Dit zijn onder andere:
• secretaresse (Nederlands, steno en vreemde talen), met ervaring
• receptionist/werkvoorbereider
• chef magazijn en expeditie (middelgroot magazijn)
• administrateur
• bedrijfsleider (kleine vestiging)
• handelsvertegenwoordiger klein district
• systeemoperator
• chef vestiging (grote vestiging)
• assistent-chef technische dienst
• commercieel medewerker
• groepsleider verkoop (eerste verkoper)
• verkoper buitendienst
• hoofd verkoop binnendienst
Groep 7
Functies met verantwoordelijkheid en waarbij vakkennis en ervaring nodig zijn, of waarbij leiding wordt gegeven aan werkzaamheden van eenvoudig karakter. Dit zijn onder andere:
• directiesecretaresse (vreemde talen)
• chef magazijn en expeditie (groot magazijn)
• handelsvertegenwoordiger (middelgroot district)
• chef technische werkplaats
• commercieel medewerker (middelgroot district)
• bedrijfsleider (middelgroot district)
• hoofd bewaking en beheer debiteuren en crediteuren
• administrateur/boekhouder
• chef expeditie binnenland/buitenland
Groep 8
Functies met verantwoordelijkheid en waarvoor vakkennis met specialisatie en ervaring nodig is, of waarbij leiding wordt gegeven aan een grotere groep van minder gespecialiseerde werknemers, of leiding wordt gegeven aan werkzaamheden van minder eenvoudig karakter. Dit zijn onder andere:
• systeembeheerder
• filiaalchef (groot filiaal)
• districtsleider
• programmeur
• hoofd administrateur
• hoofd-handelsvertegenwoordiger/commercieel coördinator
• bedrijfsleider grote vestiging
• controller
• office manager
• hoofd afdeling inkoop
• hoofd afdeling verkoop
• verkoopleider buitendienst
Bij elke functiegroep hoort een salarisschaal.
Een salarisschaal is als een trap. De traptreden heten ‘periodieken’. Steeds klimt de werknemer naar een hogere periodiek in zijn salarisschaal.
Het salaris wordt altijd uitbetaald per week of, per periode van vier weken of, per (kalender)maand.
| Leeftijd | week | periode | maand |
| 23 jaar | 308,10 | 1232,40 | 1335,00 |
| 22 jaar | 261,85 | 1047,40 | 1134,75 |
| 21 jaar | 223,35 | 893,40 | 967,90 |
| 20 jaar | 189,45 | 757,80 | 821,05 |
| 19 jaar | 161,75 | 647,00 | 700,90 |
| 18 jaar | 140,20 | 560,80 | 607,45 |
| 17 jaar | 121,70 | 486,80 | 527,35 |
| 16 jaar | 106,30 | 425,20 | 460,60 |
| 15 jaar | 92,40 | 369,60 | 400,50 |
Weeksalarissen per 1 november 2007 (in euro’s)
| Functiegroep | 0 | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
| 16 jaar | 114,29 | 133,92 | 138,95 | ||||||
| 17 jaar | 131,41 | 151,53 | 156,59 | 161,61 | |||||
| 18 jaar | 153,06 | 175,72 | 182,25 | 189,28 | 198,37 | ||||
| 19 jaar | 172,69 | 200,39 | 208,43 | 216,99 | 226,56 | 238,13 | |||
| 20 jaar | 206,42 | 233,11 | 243,68 | 252,73 | 264,32 | 278,40 | 296,03 | ||
| 21 jaar | 238,13 | 267,34 | 278,40 | 289,48 | 301,07 | 317,67 | 338,83 | ||
| 22 jaar | 280,42 | 300,55 | 312,65 | 325,74 | 339,32 | 357,46 | 381,62 | 408,30 | |
| 23 jaar | 328,76 | 334,29 | 347,38 | 361,49 | 377,59 | 397,73 | 423,40 | 454,12 | 489,87 |
| Trede |
||||||||
| 1 | 338,83 | 352,41 | 369,53 | 385,64 | 408,81 | 437,00 | 468,21 |
506,47 |
| 2 | 342,35 | 357,96 | 377,08 | 394,20 | 422,91 | 450,08 | 482,81 |
522,08 |
| 3 | 347,38 | 362,98 | 383,13 | 403,28 | 435,48 | 463,18 | 496,90 |
538,70 |
| 4 | 351,92 | 369,53 | 390,17 | 411,32 | 447,58 | 476,77 | 511,02 |
554,29 |
| 5 | 373,56 | 397,73 | 421,90 | 459,65 | 489,87 | 525,60 |
570,42 |
|
| 6 | 378,09 | 402,77 | 428,45 | 471,24 | 502,44 | 540,20 |
586,02 |
|
| 7 | 382,13 | 407,29 | 433,47 | 481,80 | 512,00 | 554,29 |
601,63 |
|
| 8 | 410,32 | 438,51 | 487,33 | 521,59 | 563,86 |
615,22 |
||
| 9 | 494,89 | 529,13 | 572,94 |
624,79 |
||||
| 10 | 536,68 |
578,98 |
636,38 |
|||||
| 11 | 587,03 |
643,42 |
||||||
| 12 |
652,48 |
Onder de streep is het maximum salarisbedrag vermeld inclusief diplomatoeslag. Zie artikel 5 lid 1, sub b.
Periodesalarissen per 1 november 2007 (in euro’s)
| Functiegroep | 0 | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
| 16 jaar | 460,16 | 534,66 | 555,81 | ||||||
| 17 jaar | 526,10 | 600,61 | 624,79 | 650,95 | |||||
| 18 jaar | 608,88 | 700,31 | 729,50 | 759,21 | 791,43 | ||||
| 19 jaar | 691,24 | 802,00 | 834,22 | 867,45 | 904,71 | 952,53 | |||
| 20 jaar | 822,64 | 934,92 | 973,68 | 1011,45 | 1055,25 | 1112,62 | 1184,14 | ||
| 21 jaar | 953,04 | 1068,83 | 1112,13 | 1158,46 | 1205,76 | 1271,72 | 1353,80 | ||
| 22 jaar | 1117,67 | 1202,25 | 1251,09 | 1301,43 | 1355,81 | 1429,80 | 1522,95 | 1635,23 | |
| 23 jaar | 1316,04 |
1335,67 |
1389,53 |
1446,42 |
1506,84 |
1588,40 |
1692,11 |
1816,97 |
1958,94 |
| Trede |
||||||||
| 1 | 1352,77 |
1410,67 |
1475,12 |
1542,09 |
1639,75 |
1744,97 |
1873,36 |
2023,89 |
| 2 | 1371,40 | 1431,82 | 1504,34 | 1577,83 | 1689,09 | 1799,36 | 1931,25 | 2088,34 |
| 3 | 1389,53 | 1454,48 | 1532,01 | 1615,08 | 1737,92 | 1853,21 | 1987,63 | 2152,28 |
| 4 | 1407,65 | 1475,12 | 1561,21 | 1648,81 | 1787,77 | 1907,09 | 2045,03 | 2215,20 |
| 5 | 1492,75 | 1588,40 | 1685,07 | 1838,62 | 1958,94 | 2101,42 | 2279,65 | |
| 6 | 1509,86 | 1613,06 | 1710,73 | 1888,45 | 2012,82 | 2159,32 | 2344,09 | |
| 7 | 1526,46 | 1630,18 | 1732,89 | 1924,19 | 2049,06 | 2215,20 | 2408,53 | |
| 8 | 1646,79 | 1753,52 | 1953,90 | 2083,80 | 2256,47 | 2457,36 | ||
| 9 | 1978,06 | 2116,01 | 2292,21 | 2503,18 | ||||
| 10 | 2141,69 | 2319,92 | 2543,46 | |||||
| 11 | 2349,62 | 2579,70 | ||||||
| 12 |
2610,42 |
Onder de streep is het maximum salarisbedrag vermeld inclusief diplomatoeslag. Zie artikel 5 lid 1, sub b.
Maandsalarissen per 1 november 2007 (in euro’s)
| Functiegroep | 0 | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
| 16 jaar | 497,91 | 577,96 | 601,63 | ||||||
| 17 jaar | 570,42 | 651,48 | 677,65 | 705,34 | |||||
| 18 jaar | 659,02 | 760,20 | 790,93 | 823,65 | 856,38 | ||||
| 19 jaar | 748,65 | 867,95 | 903,71 | 940,45 | 979,22 | 1032,08 | |||
| 20 jaar | 890,12 | 1011,95 | 1053,73 | 1097,02 | 1142,34 | 1204,76 | 1283,31 | ||
| 21 jaar | 1033,09 | 1158,96 | 1204,27 | 1253,10 | 1305,97 | 1376,96 | 1466,57 | ||
| 22 jaar | 1211,81 | 1301,94 | 1354,80 | 1409,68 | 1469,08 | 1549,64 | 1648,81 | 1772,66 | |
| 23 jaar | 1424,78 | 1446,94 | 1505,83 | 1567,25 | 1632,19 | 1720,81 | 1833,07 | 1968,51 | 2122,56 |
| Trede |
||||||||
| 1 | 1466,57 | 1528,48 | 1598,47 | 1670,98 | 1775,68 | 1891,47 | 2029,41 | 2192,54 |
| 2 | 1485,70 | 1551,63 | 1628,16 | 1710,24 | 1830,06 | 1948,86 | 2092,86 | 2262,02 |
| 3 | 1505,83 | 1574,30 | 1659,90 | 1749,00 | 1883,43 | 2007,29 | 2154,29 | 2330,49 |
| 4 | 1524,46 | 1598,47 | 1691,11 | 1786,77 | 1937,31 | 2066,18 | 2214,70 | 2400,47 |
| 5 | 1618,60 | 1720,81 | 1825,53 | 1991,67 | 2122,56 | 2276,62 | 2469,95 | |
| 6 | 1635,23 | 1745,97 | 1853,72 | 2046,04 | 2180,47 | 2339,55 | 2539,93 | |
| 7 | 1652,85 | 1766,61 | 1876,90 | 2084,31 | 2219,73 | 2400,47 | 2608,90 | |
| 8 | 1783,75 | 1897,52 | 2116,01 | 2257,49 | 2444,78 | 2663,27 | ||
| 9 | 2143,70 | 2292,74 | 2483,55 | 2710,60 | ||||
| 10 | 2319,92 | 2513,24 | 2755,90 | |||||
| 11 | 2545,48 | 2793,67 | ||||||
| 12 | 2828,92 |
Onder de streep is het maximum salarisbedrag vermeld inclusief diplomatoeslag. Zie artikel 5 lid 1, sub b.
Weeksalarissen per 1 juli 2008 (in euro’s)
| Functiegroep | 0 | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
| 16 jaar | 117,15 | 137,27 | 142,42 | ||||||
| 17 jaar | 134,70 | 155,32 | 160,50 | 165,65 | |||||
| 18 jaar | 156,89 | 180,11 | 186,81 | 194,01 | 203,33 | ||||
| 19 jaar | 177,01 | 205,40 | 213,64 | 222,41 | 232,22 | 244,08 | |||
| 20 jaar | 211,58 | 238,94 | 249,77 | 259,05 | 270,93 | 285,36 | 303,43 | ||
| 21 jaar | 244,08 | 274,02 | 285,36 | 296,72 | 308,60 | 325,61 | 347,30 | ||
| 22 jaar | 287,43 | 308,06 | 320,47 | 333,88 | 347,80 | 366,40 | 391,16 | 418,51 | |
| 23 jaar | 336,98 |
342,65 |
356,06 |
370,53 |
387,03 |
407,67 |
433,99 |
465,47 |
502,12 |
| Trede |
||||||||
| 1 | 347,30 |
361,22 |
378,77 |
395,28 |
419,03 |
447,93 |
479,92 |
519,13 |
| 2 | 350,91 | 366,91 | 386,51 | 404,06 | 433,48 | 461,33 | 494,88 | 535,13 |
| 3 | 356,06 | 372,05 | 392,71 | 413,36 | 446,37 | 474,76 | 509,32 | 552,17 |
| 4 | 360,72 | 378,77 | 399,92 | 421,60 | 458,77 | 488,69 | 523,80 | 568,15 |
| 5 | 382,90 | 407,67 | 432,45 | 471,14 | 502,12 | 538,74 | 584,68 | |
| 6 | 387,54 | 412,84 | 439,16 | 483,02 | 515,00 | 553,71 | 600,67 | |
| 7 | 391,68 | 417,47 | 444,31 | 493,85 | 524,80 | 568,15 | 616,67 | |
| 8 | 420,58 | 449,47 | 499,51 | 534,63 | 577,96 | 630,60 | ||
| 9 | 507,26 | 542,36 | 587,26 | 640,41 | ||||
| 10 | 550,10 | 593,45 | 652,29 | |||||
| 11 | 601,71 | 659,51 | ||||||
| 12 |
668,79 |
Onder de streep is het maximum salarisbedrag vermeld inclusief diplomatoeslag. Zie artikel 5 lid 1, sub b.
Periodesalarissen per 1 juli 2008 (in euro’s)
| Functiegroep | 0 | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
| 16 jaar | 471,66 | 548,03 | 569,71 | ||||||
| 17 jaar | 539,25 | 615,63 | 640,41 | 667,22 | |||||
| 18 jaar | 623,90 | 717,82 | 747,74 | 778,19 | 811,22 | ||||
| 19 jaar | 708,52 | 822,05 | 855,08 | 889,14 | 927,33 | 976,34 | |||
| 20 jaar | 843,21 | 958,29 | 998,02 | 1036,74 | 1081,63 | 1140,44 | 1213,74 | ||
| 21 jaar | 976,87 | 1095,55 | 1139,93 | 1187,42 | 1235,90 | 1303,51 | 1387,65 | ||
| 22 jaar | 1145,61 | 1232,31 | 1282,37 | 1333,97 | 1389,71 | 1465,55 | 1561,02 | 1676,11 | |
| 23 jaar | 1348,94 | 1369,06 | 1424,27 | 1482,58 | 1544,51 | 1628,11 | 1734,41 | 1862,39 | 2007,91 |
| Trede |
||||||||
| 1 | 1386,59 | 1445,94 | 1512,00 | 1580,64 | 1680,74 | 1788,59 | 1920,19 | 2074,49 |
| 2 | 1405,69 | 1467,62 | 1541,95 | 1617,28 | 1731,32 | 1844,34 | 1979,53 | 2140,55 |
| 3 | 1424,27 | 1490,84 | 1570,31 | 1655,46 | 1781,37 | 1899,54 | 2037,32 | 2206,09 |
| 4 | 1442,84 | 1512,00 | 1600,24 | 1690,03 | 1832,46 | 1954,77 | 2096,16 | 2270,58 |
| 5 | 1530,07 | 1628,11 | 1727,20 | 1884,59 | 2007,91 | 2153,96 | 2336,64 | |
| 6 | 1547,61 | 1653,39 | 1753,50 | 1935,66 | 2063,14 | 2213,30 | 2402,69 | |
| 7 | 1564,62 | 1670,93 | 1776,21 | 1972,29 | 2100,29 | 2270,58 | 2468,74 | |
| 8 | 1687,96 | 1797,36 | 2002,75 | 2135,90 | 2312,88 | 2518,79 | ||
| 9 | 2027,51 | 2168,91 | 2349,52 | 2565,76 | ||||
| 10 | 2195,23 | 2377,92 | 2607,05 | |||||
| 11 | 2408,36 | 2644,19 | ||||||
| 12 |
2675,68 |
Onder de streep is het maximum salarisbedrag vermeld inclusief diplomatoeslag. Zie artikel 5 lid 1, sub b.
Maandsalarissen per 1 juli 2008 (in euro’s)
| Functiegroep | 0 | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
| 16 jaar | 510,36 | 592,41 | 616,67 | ||||||
| 17 jaar | 584,68 | 667,77 | 694,59 | 722,97 | |||||
| 18 jaar | 675,50 | 779,21 | 810,70 | 844,24 | 877,79 | ||||
| 19 jaar | 767,37 | 889,65 | 926,30 | 963,96 | 1003,70 | 1057,88 | |||
| 20 jaar | 912,37 | 1037,25 | 1080,07 | 1124,45 | 1170,90 | 1234,88 | 1315,39 | ||
| 21 jaar | 1058,92 | 1187,93 | 1234,38 | 1284,43 | 1338,62 | 1411,38 | 1503,23 | ||
| 22 jaar | 1242,11 | 1334,49 | 1388,67 | 1444,92 | 1505,81 | 1588,38 | 1690,03 | 1816,98 | |
| 23 jaar | 1460,40 | 1483,11 | 1543,48 | 1606,43 | 1672,99 | 1763,83 | 1878,90 | 2017,72 | 2175,62 |
| Trede |
||||||||
| 1 | 1503,23 | 1566,69 | 1638,43 | 1712,75 | 1820,07 | 1938,76 | 2080,15 | 2247,35 |
| 2 | 1522,84 | 1590,42 | 1668,86 | 1753,00 | 1875,81 | 1997,58 | 2145,18 | 2318,57 |
| 3 | 1543,48 | 1613,66 | 1701,40 | 1792,73 | 1930,52 | 2057,47 | 2208,15 | 2388,75 |
| 4 | 1562,57 | 1638,43 | 1733,39 | 1831,44 | 1985,74 | 2117,83 | 2270,07 | 2460,48 |
| 5 | 1659,07 | 1763,83 | 1871,17 | 2041,46 | 2175,62 | 2333,54 | 2531,70 | |
| 6 | 1676,11 | 1789,62 | 1900,06 | 2097,19 | 2234,98 | 2398,04 | 2603,43 | |
| 7 | 1694,17 | 1810,78 | 1923,82 | 2136,42 | 2275,22 | 2460,48 | 2674,12 | |
| 8 | 1828,34 | 1944,96 | 2168,91 | 2313,93 | 2505,90 | 2729,85 | ||
| 9 | 2197,29 | 2350,06 | 2545,64 | 2778,37 | ||||
| 10 | 2377,92 | 2576,07 | 2824,80 | |||||
| 11 | 2609,12 | 2863,51 | ||||||
| 12 | 2899,64 |
Onder de streep is het maximum salarisbedrag vermeld inclusief diplomatoeslag. Zie artikel 5 lid 1, sub b.
Aanvangssalarissen
Iedereen wordt beloond volgens de aan zijn functiegroep gebonden salarisschaal. Voor twee categorieën werknemers geldt een uitzondering. Zij beginnen hun dienstverband in óf de inloopschaal, óf salarisschaal 0.
Inloopschaal
De inloopschaal is bestemd voor beginnende werknemers, zonder relevante werkervaring, uit drie speciale doelgroepen (herintredende vrouwen, langdurig werklozen en gedeeltelijk arbeidsgeschikten). De werknemer komt na maximaal één jaar in ten minste salarisschaal 1.
Salarisschaal 0
Salarisschaal 0 is bestemd voor beginnende werknemers zonder enige werkervaring, zoals schoolverlaters. De werknemer komt na maximaal één jaar in de salarisschaal die bij zijn functie hoort.
2.5 Salarisverhogingen
Tot zijn 24ste krijgt de werknemer er ieder jaar, met ingang van de eerste salarisbetaling na zijn verjaardag, een leeftijdsperiodiek bij. Vanaf zijn 24ste verjaardag geldt het aantal dienstjaren als uitgangspunt. Dan krijgt de werknemer zijn salarisverhoging telkens op 1 januari.
Geen salarisverhoging bij onvoldoende functioneren
Als een werkgever vindt dat een werknemer - ouder dan 24 jaar - slecht functioneert, kan hij besluiten hem géén extra periodiek te geven. De werknemer krijgt een brief waarin duidelijk staat waarom hij dat jaar zijn periodiek misloopt. De werknemer kan bezwaar maken. De werkgever moet dat binnen veertien dagen schriftelijk voorleggen aan de Vaste Commissie (zie hoofdstuk 9.14, bladzijde 59). Als een werkgever iemand twee jaar achter elkaar geen salarisverhoging wil geven, moet hij daarvoor eerst toestemming vragen aan de Vaste Commissie.
Algemene salarisverhogingen per CAO
De salarisschalen in deze CAO en de werkelijk betaalde salarissen gaan omhoog met:
• 3% per 1 november 2007
• 2,5% per 1 juli 2008
Aan werknemers die hebben deelgenomen aan de pilot verruiming arbeidstijd (dagspiegel en urenbank) wordt een eenmalige uitkering van 1% over het basissalaris (zie artikel 2.1 van de arbeidsvoorwaarden CAO) uitgekeerd uiterlijk op 1 juli 2008
Diplomatoeslag
Werknemers in de functiegroepen 2 tot en met 8 krijgen een ‘diplomatoeslag’ als zij een diploma halen dat voor hun functie van belang is. De toeslag bestaat uit één extra periodiek, met ingang van de eerste salarisbetaling na de diploma-uitreiking. SVOB-diploma’s geven automatisch recht op de diplomatoeslag. Voor andere diploma’s geldt dat de werkgever bepaalt of die inderdaad van belang is voor de uitoefening van de functie, of voor de vakbekwaamheid van de werknemer. Bij een meningsverschil kan de werknemer de Vaste Commissie om advies vragen.
Maximumsalaris
De werknemer die alle periodieken heeft doorlopen en bovendien alle belangrijke diploma’s heeft, bereikt de grens van de salarisschaal van zijn functiegroep. Hij krijgt daarna alleen nog algemene salarisverhogingen conform de CAO.
2.6 Vakantiegeld
Iedere werknemer krijgt steeds tussen 1 mei en 1 juli vakantiegeld.
Het vakantiegeld bedraagt 8 procent van het salaris (inclusief eventuele provisie en ploegentoeslag) over het jaar voorafgaande aan 1 mei. Het vakantiegeld zelf wordt niet meegerekend.
Winstdelingsuitkeringen, bonussen, onkosten- en overwerkvergoedingen tellen ook niet mee.
Werknemers vanaf salarisgroep 0, die ouder zijn dan 23 jaar, krijgen als vakantiegeld minimaal het maandsalaris voor 23-jarigen in functiegroep 1.
2.7 Doorbetaling van het salaris
Soms krijgt de werknemer ook salaris als hij niet werkt.
• Bij kort verlof
Iedereen heeft soms recht op betaald vrijaf (kort verzuim). In hoofdstuk 7 staat wanneer de werknemer niet hoeft te werken en toch zijn normale salaris krijgt.
• Bij ziekte
Wie wegens ziekte niet kan werken, heeft een halfjaar lang recht op 100 procent van zijn brutosalaris, daarna gedurende maximaal anderhalf jaar 90 procent van zijn brutosalaris.
2.8 Salarisoverzicht
De werknemer krijgt zijn salaris op bank- of girorekening. Hij moet kunnen bijhouden waaruit het bedrag precies bestaat. Daarom ontvangt hij bij elke betaling (per week, periode van vier weken of per maand) een salarisoverzicht.
• Per salarisbetaling
Op het salarisoverzicht staat de naam van de werknemer en de periode waarop de betaling betrekking heeft. Het geeft een specificatie van het bedrag: vast salaris, vakantiegeld, en alle eventuele toeslagen, vergoedingen, bonussen, uitkeringen en inhoudingen. Dit overzicht bevat ook een opsomming van inhoudingen door de overheid.
• Per jaar
Eén keer per jaar krijgt de werknemer een schriftelijke jaaropgave van zijn salaris en de daarop ingehouden belastingen en premies in het voorgaande jaar.
Hoofdstuk 3 VERGOEDINGEN
Extra werk betekent extra geld. Overwerken en werken op zon- en feestdagen leveren dus meer salaris op. Voor de meeste werknemers gaat het om uitzonderingen. Maar niet voor ploegenwerkers in de banden- en wielenbranche. Zij werken altijd onder extra belastende omstandigheden en krijgen daarvoor een vaste vergoeding bovenop hun salaris. In dit hoofdstuk staan alle speciale vergoedingen op een rij.
3.1 Vergoedingen
De werknemer krijgt een vergoeding voor:
• overwerken
• werken op zondagen
• werken op feestdagen.
De ploegenwerker krijgt een vergoeding voor:
• werken in ploegendienst
• werken op ‘verschoven uren’.
Chauffeurs en handelsvertegenwoordigers krijgen:
• vergoeding van hun onkosten.
3.2. Vergoeding voor overwerken
Wat is overwerk?
Overwerk is extra werk op verzoek van werkgever na afloop van het contractueel overeengekomen aantal arbeidsuren per dag. Deze bepaling geldt ook voor deeltijdwerknemers.
Een werkdag duurt normaal gesproken acht uur. Er is pas sprake van overwerk (met extra geld) als de werknemer langer dan een half uur extra werkt. Werkt een werknemer één uur over, dan tellen de eerste 30 minuten wel mee.
Soms staat in het arbeidscontract dat de werknemer altijd een half uur extra werkt. In dat geval is het overwerk structureel. De werknemer krijgt dan wel de overwerkvergoeding over de eerste 30 minuten na afloop van de achturige werkdag.
Overwerk is ook al het extra werk buiten de normale werktijden.
De normale werktijden liggen tussen 07.00 en 19.00 uur.
Wie vóór 07.00 en/of ná 19.00 uur moet werken, verricht overwerk. Hij krijgt daarvoor dus extra geld.
De algemene regels
• De werkgever probeert overwerk te voorkomen. Maar in bijzondere omstandigheden - als het onvermijdelijk is - kan hij de werknemer ertoe verplichten.
• De werknemer hoort tijdig wanneer hij moet overwerken.
• Niemand is verplicht méér dan vijf uur per week, of méér dan zestien uur per periode van vier weken over te werken.
• Oudere (vanaf 50 jaar) werknemers hoeven nooit over te werken.
Hoeveel vergoeding?
De overwerkvergoeding is een percentage van het normale uursalaris. De hoogte van dat percentage is afhankelijk van het moment waarop wordt overgewerkt, en van de duur van het overwerk.
Vergoedingspercentages bij overwerk op maandag tot en met vrijdag:
• De eerste twee uren overwerk: 25 procent.
• De uren daarna: 50 procent.
• De uren tussen 23.00 en 05.00 uur: 100 procent.
De uren tussen 05.00 uur en het begin van de gebruikelijke werkdag: 25 procent
Vergoedingspercentages bij overwerk op zaterdag
Als de werknemer normaal gesproken op zaterdag werkt, gelden voor hem dezelfde vergoedingen als op doordeweekse dagen. Vanaf 23.00 uur tot en met maandagochtend 05.00 uur, krijgt hij voor overwerk een vergoeding van 100 procent.
Alléén de werknemer die normaal niet op zaterdag werkt, krijgt daar een extra vergoeding bovenop:
• de uren tot 13.00 uur: 25 procent
• de uren na 13.00 uur: 50 procent
• de uren na 23.00 uur: 100 procent.
Overwerk door handelsvertegenwoordigers
Handelsvertegenwoordigers krijgen geen aparte vergoeding voor overwerk.
Overwerk door leidinggevenden
Leidinggevenden van hoofd- en nevenvestigingen die anderen kunnen opdragen overwerk te doen, krijgen zelf géén vergoeding voor overwerk.
Overwerkvergoeding: tijd of geld?
De werknemer kiest hoe de overwerkvergoeding wordt uitgekeerd, helemaal in geld of helemaal in tijd. Bij vergoeding in vrije tijd, heeft de werknemer recht op net zoveel vrije uren als het aantal uren dat hij heeft overgewerkt. Hij krijgt dus de uren overwerk in vrije tijd, en daar bovenop het vergoedingspercentage in tijd. Hij moet deze vrije uren binnen vier weken (na het laatst gemaakte overwerkuur) kunnen opnemen. Als dat vanwege bedrijfsomstandigheden niet mogelijk is, krijgt de werknemer alsnog de totale overwerkvergoeding in geld.
3.3 Vergoeding voor werken op zondag
De zondag geldt niet als een gewone werkdag. Wie toch werkt, krijgt daarvoor een extra vergoeding van 100 procent. Ook hier kan de werknemer kiezen: vrije tijd óf geld.
Werken op zondag levert in ieder geval tweemaal het gebruikelijke salaris op. Of twee vrije dagen. De werkgever probeert het werken op zondag zoveel mogelijk te vermijden. Maar als het noodzakelijk is voor het bedrijf, kan hij de werknemer ertoe verplichten. Oudere (vanaf 50 jaar) en zwangere werknemers hoeven nooit op zondag te werken.
Vergoeding bij overwerk op zondag
Op werken op zondag staat een vergoeding van 100 procent. Als er sprake is van overwerk komt daar nog 100 procent bovenop. Op overwerk op zondag staat dus een vergoeding van 200 procent bovenop het normale salaris.
3.4 Vergoeding voor werken op feestdagen
Wie op christelijke of nationale feestdagen werkt, krijgt daarvoor een vergoeding van 100 procent. De werknemer kiest vrije tijd of geld.
Werken op een feestdag levert in ieder geval tweemaal het gebruikelijke salaris op. Of het gebruikelijke salaris én één vrije dag. Of twee vrije dagen. Werken op feestdagen kan alléén maar op basis van vrijwilligheid.
Christelijke feestdagen zijn: Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag.
Nationale feestdagen zijn: nieuwjaarsdag, Koninginnedag, en éénmaal in de vijf jaar Bevrijdingsdag (2010).
Vergoeding bij overwerk op feestdagen
Op werken op feestdagen staat een vergoeding van 100 procent. Als er sprake is van overwerk komt daar nog 100 procent bovenop. Op overwerk op feestdagen die op een normale werkdag vallen, staat dus een vergoeding van 200 procent bovenop het normale salaris.
3.5 Urenbank
In het kader van verruiming arbeidstijden wordt een pilot ingevoerd. Deze pilot is voor elk bedrijf in de banden- en wielenbranche toegankelijk. De pilot heeft een tijdelijk karakter en de looptijd is gelijk aan die van de cao, dus van 1 april 2007 tot en met 31 december 2008. De vaste commissie ziet toe op de juiste wijze van invoering en toepassing van de pilot. Ruim voor het einde van de pilot zal deze door sociale partners worden geëvalueerd.
In deze pilot wordt de dagspiegel verruimd van 07.00 uur tot 20.00 uur en kan een urenbank worden opgebouwd.
De urenbank maakt een onderneming flexibel. De werknemer werkt extra als het druk is en minder als er slechts weinig te doen is. Maar de werknemer hoeft geen gebroken diensten te draaien. Hij kan dus niet worden verplicht ’s-morgens te werken en later in de middag nog eens een keer.
Per jaar kunnen maximaal 2 periodes van 16 weken worden aangewezen waarbinnen gedurende maximaal 13 weken gebruik gemaakt mag worden van een verruimd rooster met een gemiddelde van 46 uur per week.
3.6 Bereikbaarheidsdienst
Soms moet een werknemer ook buiten zijn normale werktijd voor overwerk beschikbaar zijn. Zijn werkgever verstrekt een mobiele telefoon of semafoon, zodat de werknemer niet aldoor thuis hoeft te blijven.
Toeslagen tijdens bereikbaarheidsdienst
De werknemer krijgt een toeslag over de uren waarop hij beschikbaar moet blijven. De bereikbaarheidstoeslag is bruto per uur:
• minimaal € 0,45 op maandag tot en met vrijdag
• minimaal € 0,91 op zaterdag
• minimaal € 1,36 op zondag en op feestdagen.
Overwerkvergoeding bij bereikbaarheidsdienst
Na een oproep gelden de gewerkte uren als overwerkuren: vanaf de oproep tot aan thuiskomst, of tot aan het begin van de normale dienst. Deze uren worden dus beloond met de normale overwerkvergoeding.
Werktijden bij bereikbaarheidsdienst
• Na een oproep werkt de werknemer niet langer dan twaalf uur per dag. Per week mag niet langer worden gewerkt dan 54 uur.
• De werknemer heeft altijd recht op een ononderbroken nachtrust van minimaal acht uur. Als hij na een oproep werkt tot na 24.00 uur en voor 06.00 uur, dan heeft hij recht op acht uur ononderbroken rust. Als gedurende die rustperiode zijn normale dienst zou zijn begonnen, krijgt hij zijn salaris over deze uren doorbetaald. Ook als hij thuis rust.
• Als de werknemer na een oproep door moet werken tot na 06.00 uur, dan moet hij aansluitend zijn normale dagdienst draaien. Maar hij hoeft nooit langer te werken dan maximaal twaalf uur achter elkaar. Daarna neemt hij rust, ook al is zijn normale dagdienst nog niet afgelopen.
• Een bereikbaarheidsdienst duurt maximaal één week.
• Het maximum aantal bereikbaarheidsdiensten is twee per periode van vier weken, en vier per periode van dertien weken.
Algemene regels voor de bereikbaarheidsdienst
• Een bereikbaarheidsverplichting geldt alleen in combinatie met een dagdienst.
• Alleen werknemers tussen de 18 en 55 jaar mogen bereikbaarheidsdiensten draaien.
3.7 Vergoeding voor werken in een ploegendienst
Invoering van een ploegendienst kan pas plaats vinden na overleg met de Ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of met het personeel. Invoering van ploegendiensten dient gemeld te worden bij de Vaste Commissie. Werken in ploegendiensten wordt standaard beloond met een toeslag. Wie in ploegendienst werkt, krijgt dus altijd extra geld.
De toeslagen op ploegendiensten worden berekend over het gemiddelde maandsalaris (of het gemiddelde periodesalaris).
De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het type dienst. Hoe zwaarder de dienst, hoe hoger het toeslagpercentage.
Toeslagen tweeploegendienst
• Ochtend- en middagdienst: 13 procent.
• Dag- en nachtdienst: 16 procent.
Toeslagen drieploegendienst
• Als het rooster begint op maandagochtend om 06.00 uur: 18,5 procent.
• Als het rooster begint op zondagavond om 24.00 uur: 21 procent.
Let op!
Voor andere ploegendiensten (met andere aanvangstijden) of voor volcontinuroosters moeten werkgevers en werknemers in onderling overleg andere afspraken maken. De werkgever vraagt bovendien instemming van de Ondernemingsraad. Als er geen OR is, overlegt hij met een andere formele personeelsvertegenwoordiger.
Toeslag na overstap naar andere dienst
Als de werknemer overstapt naar een minder zwaar rooster gaat hij er in toeslag op achteruit. Als die overstap door de werknemer zelf is aangevraagd, krijgt hij de toeslag die bij zijn nieuwe rooster hoort. Ook al is die lager dan hij gewend was.
Als de werknemer door het bedrijf wordt overgeplaatst, houdt hij tijdelijk recht op zijn oude, hogere toeslag.
Voor welke periode hij die hogere toeslag krijgt, hangt af van de tijd die hij in zijn oude ploegendienstrooster werkte.
Bij overstap na:
• korter dan drie maanden in een hoger betaalde ploegendienst te hebben gewerkt, houdt de werknemer zijn oude toeslag voor de duur van de lopende maand/periode
• tussen de drie maanden en één jaar in een hoger betaalde ploegendienst te hebben gewerkt, houdt de werknemer zijn oude toeslag voor de duur van de lopende maand/periode plus een halve maand
• tussen één en drie jaar in een hoger betaalde ploegendienst te hebben gewerkt, houdt de werknemer zijn oude toeslag voor de duur van de lopende maand/periode plus een hele maand
• tussen de drie en vijf jaar in een hoger betaalde ploegendienst te hebben gewerkt, krijgt de werknemer tijdelijk een percentage van het verschil tussen de oude en de nieuwe dienst, gedurende drie maanden: 75 procent, daarna drie maanden 50 procent, ten slotte drie maanden 25 procent
• langer dan vijf jaar in een hoger betaalde ploegendienst te hebben gewerkt, krijgt de werknemer tijdelijk een percentage van het verschil tussen de oude en de nieuwe dienst. Eerst vier maanden 75 procent, dan vier maanden 50 procent, ten slotte vier maanden 25 procent.
Let op!
Ouderen vanaf 55 jaar die voorafgaand aan hun overplaatsing vijf jaar onafgebroken in een hoger betaalde ploegendienst hebben gewerkt, behouden de oude toeslag tot aan hun pensionering.
3.8 Vergoeding voor werken in ploegendienst bij ‘incidentele wijziging van het dienstrooster’
Werken in ploegendienst gebeurt in beginsel volgens een rooster, het dienstrooster. Het dienstrooster kent een vast patroon. In sommige gevallen of incidenteel is het voor de werkgever onvermijdelijk en noodzakelijk om met het dienstrooster te schuiven, dan is de ploegenwerker verplicht met deze wijziging in te stemmen. De totale werktijd blijft dan gelijk, maar de tijdstippen waarop het werk wordt uitgevoerd zijn dan gewijzigd.
Voor een incidentele wijziging van het dienstrooster krijgt de ploegenwerker in sommige gevallen een vergoeding. Voor een dagploegendienst krijgt de ploegenwerker pas een vergoeding voor de tijd welke hij werkt voor 06.00 of na 18.00 uur. Bij tijdelijk invallen in een andere ploegendienst dan waar de ploegenwerker normaal is ingedeeld, ontvangt hij geen vergoeding, er is dan geen sprake van een incidentele wijziging van het dienstrooster. Wordt de dagelijkse schafttijd verlengt zodat het dienstrooster wordt overschreden, dan is evenmin sprake van een incidentele wijziging van het dienstrooster.
Naast de vergoeding behorend bij de ploegendienst waarin de ploegenwerker zijn werk uitvoert, ontvangt hij bij een incidentele wijziging van het dienstrooster anders dan in de hiervoor genoemde gevallen, compensatie in vrije tijd of uitbetaling van de werktijd buiten het dienstrooster. De vergoeding wordt berekend over het normale loon zonder ploegentoeslag en bedraagt 50 procent op
doordeweekse dagen, van maandag 06.00 tot zaterdag 18.00 uur, en 100 procent in het weekend, van zaterdag 18.00 tot maandag 06.00 uur, en op zon- en algemeen erkende feestdagen. Over de vergoeding bestaat geen aanspraak op een ploegentoeslag.
Een chauffeur in een ploegendienst kan ook aanspraak op compensatie in tijd of vergoeding maken. Werkt de chauffeur incidenteel buiten het voor hem geldende dienstrooster, dan dient deze tijd op dezelfde dag met een extra rust- of lunchtijd te worden gecompenseerd. Pas als een extra rust- of lunchtijd niet mogelijk blijkt, heeft hij recht op de vergoeding in vrije tijd of in geld.
3.9 Onkostenvergoeding
Chauffeurs en handelsvertegenwoordigers krijgen de kosten die zij voor hun werk maken van de werkgever vergoed.
Hoofdstuk 4 BIJDRAGEN EN UITKERINGEN
De werkgever betaalt soms mee aan opleidingen, verzekeringen en zorgvoorzieningen. In dit
hoofdstuk staat op welke bijdragen de werknemer mag rekenen en wanneer.
4.1 Bijdragen en uitkeringen
De werknemer heeft recht op bijdragen aan
• studiekosten
• kinderopvang
• pensioenopbouw
• vakbondscontributie.
De werknemer heeft recht op een uitkering bij:
• arbeidsongeschiktheid
• overlijden.
4.2 Studiekosten
De werknemer moet zijn vakbekwaamheid op peil houden en uitbreiden. Dat is in zijn belang, en in het belang van de onderneming en de bedrijfstak. Daarom betaalt de werkgever (een deel van) de studiekosten. Het moet dan wel gaan om een cursus of opleiding die van belang is voor het vakgebied.
Werkgever en werknemer maken vooraf de nodige afspraken over de doeltreffendheid van de studie en over de precieze bijdrage. Als zij niet anders schriftelijk overeenkomen, moet de werknemer (een deel) van de studiebijdrage terugbetalen wanneer hij al snel na de studie ontslag neemt.
Bij ontslag binnen één jaar na afloop van de studie is hij zijn werkgever de hele bijdrage verschuldigd, bij ontslag binnen twee jaar 2/3 van de bijdrage en bij ontslag binnen drie jaar 1/3 van de bijdrage.
De werknemer hoeft de studiekosten niet terug te betalen als de werkgever hem ontslaat, ook niet als dat gebeurt ‘op staande voet’.
4.3 Ouderdomspensioen
Iedere werknemer van 21 jaar en ouder doet verplicht mee aan de opbouw van een ouderdomspensioen.
Dit pensioen wordt beheerd door het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Banden- en Wielenbranche.
De volgende wijzigingen van de pensioenregelingen zijn per 1 januari 2006 afgesproken.
De bestaande overgangsregeling wordt als volgt gewijzigd:
Iedere werknemer die op 31 december 2000 in dienst was van een werkgever in de banden- en wielenbranche en op 1 januari 2005 55 jaar of ouder was, kan gebruikmaken van de volgende overgangsregeling.
Voor deelnemers die minder dan 35 jaren in de branche hebben gewerkt:
| Kalenderjaar | Vroegst mogelijke uittredingsleeftijd |
| in de 1e helft van 2006 | 60 jaar |
| in de 2e helft van 2006 |
60 jaar en 3 maanden |
| in 2007 | 60 jaar en 6 maanden |
| in 2008 | 60 jaar en 9 maanden |
| in 2009 | 61 jaar |
| in 2010 | 61 jaar en 3 maanden |
| in 2011 | 61 jaar en 6 maanden |
Voor deelnemers die ten minste 35 jaren maar minder dan 40 jaren in de branche hebben gewerkt:
| Kalenderjaar | Vroegst mogelijke uittredingsleeftijd |
| in de 1e helft van 2006 | 59 jaar |
| in de 2e helft van 2006 | 59 jaar en 3 maanden |
| in 2007 | 59 jaar en 6 maanden |
| in 2008 | 59 jaar en 9 maanden |
| in 2009 | 60 jaar |
Voor deelnemers die ten minste 40 jaren in de branche hebben gewerkt:
| Kalenderjaar | Vroegst mogelijke uittredingsleeftijd |
| in de 1e helft van 2006 | 57 jaar en 6 maanden |
| in de 2e helft van 2006 | 57 jaar en 9 maanden |
| in 2007 | 58 jaar |
Toekenning van de overgangsregeling is per kalenderjaar en het recht op uittreden bij het bereiken van genoemde leeftijd.
De opbouw van het ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen wijzigt tot het bereiken van de pensioenleeftijd van 62 jaar voor de deelnemers aan de overgangsregeling niet, ook het uitkeringspercentage blijft gehandhaafd op 75 procent.
Met ingang van 1 januari 2006 wordt de opbouw van het ouderdomspensioen verruimd door middel van een verhoging van het opbouw percentage en een verlaging van de franchise.
De mogelijkheid om met behoud van de garantie-uitkering te blijven werken bij de oude werkgever of met toestemming van de oude werkgever bij een andere werkgever, is toegestaan mits de uitkering en bijverdiensten samen niet hoger zijn dan het laatst genoten loon.
Indien men van de Levensloopregeling gebruikmaakt, bouwt men in deze periode geen pensioen op. Vrijwillige voortzetting tijdens de opname van de Levensloop komt geheel voor rekening van de werknemer, zie ook artikel 7.6.
Meer informatie over de pensioenopbouw staat in het Pensioenreglement dat de werknemer krijgt bij zijn indiensttreding of bij het bereiken van de 21-jarige leeftijd.
4.3.1 WAO Hiaatpremie 2004
CAO partijen zullen het bestuur van het bedrijftakspensioenfonds adviseren om de gehele WAO-hiaatpremie 2004 in 2008 te besteden aan extra ouderdomspensioen voor de individuele werknemer.
4.4 VUT (Vrijwillig Vervroegd Uittreden)
Met ingang van 1 januari 2001 bestaat er geen VUT-regeling meer. De werknemer die vóór die datum met VUT is gegaan, kan natuurlijk op zijn VUT-uitkering blijven rekenen.
De VUT-uitkeringen worden verzorgd door de Stichting Fonds Vrijwillig Vervroegd Uittreden uit de Banden- en Wielenbranche.
4.5 Vakbondscontributie
De werknemer kan bij werkgever een verzoek indienen tot verlaging van het brutoloon ter hoogte van de door hem in het betreffende kalenderjaar betaalde kosten voor het lidmaatschap van een werknemersorganisatie. Werkgever is verplicht dit verzoek te honoreren.
4.6 Schadevergoeding bij arbeidsongeschiktheid
Arbeidsongeschiktheid kan het gevolg zijn van een gebeurtenis waarvoor iemand anders dan de werknemer of de werkgever aansprakelijk kan worden gesteld. In zo’n geval moet de werknemer alle inlichtingen verstrekken die de werkgever nodig heeft om de geleden schade vergoed te krijgen.
4.7 Overlijden
Wanneer een werknemer overlijdt, krijgt zijn partner het laatstverdiende brutosalaris tijdelijk doorbetaald. Als er geen partner meer is, gaat het geld naar eventuele minderjarige kinderen.
Het salaris loopt door tot de laatste dag van de maand na de maand van het overlijden.
Het wordt meestal in één keer uitgekeerd. Er worden geen sociale zekerheidpremies en belastingen op ingehouden.
Hoofdstuk 5 WERK EN WERKTIJDEN
Er zijn regels voor wanneer er mag worden gewerkt, en voor hoelang. Onder welke omstandigheden, bijvoorbeeld, mag de werkgever verlangen dat iemand langer werkt dan zij hebben afgesproken in het arbeidscontract? En wanneer kan hij eisen dat de werknemer ander werk doet dan dat waarvoor hij is aangenomen?
5.1 Werk
De werknemer moet zijn functie zo goed mogelijk vervullen. Hij houdt zich aan de desbetreffende aanwijzingen en voorschriften van zijn werkgever of leidinggevende.
5.2 Tijdelijk ander werk
Onder zeer bijzondere omstandigheden en als dat noodzakelijk is voor het bedrijf, kan de werkgever opdracht geven ander werk te verrichten. Het gaat dan om taken die niet tot de functie behoren.
Dit alternatieve werk is altijd voor een beperkte tijd en duurt maximaal drie maanden. Het heeft geen achteruitgang in salaris tot gevolg.
5.3 Arbeidsduur per week
De werknemer maakt met zijn werkgever afspraken over de ‘arbeidsduur’. Dat is het aantal per week te werken uren. Die arbeidsduur wordt vastgelegd in het individuele arbeidscontract.
Voltijdwerkweek
Een voltijds dienstverband is 40 uur per week. Inbegrepen zijn 38 werkuren, en twee vrije uren in verband met arbeidstijdverkorting (ATV). Tenzij contractueel anders is overeengekomen, een en ander binnen de standaardregeling van de Arbeidstijdenwet.
Voltijdwerkweek in vier dagen
Iedereen die dat wil, kan om een vierdaagse werkweek vragen. De werkgever mag zo’n verzoek weigeren. Maar alleen als er roostertechnisch onoverkomelijke problemen zouden ontstaan.
Die problemen moet de werkgever kunnen aantonen. Als werkgever en werknemer er onderling niet uitkomen, kunnen zij in beroep gaan bij de Vaste Commissie.
Deeltijdwerkweek
Er is sprake van een dienstverband in deeltijd als de werknemer in dienst is voor meer dan vier uur maar minder dan 40 uur per week.
Recht op deeltijdwerk
Iedereen die dat wil, kan parttimer worden. De werkgever mag dat alleen weigeren als het aantoonbaar schadelijk is voor het bedrijf wanneer een bepaalde functie in deeltijd wordt verricht.
5.4 Arbeidstijdverkorting (ATV)
De wekelijkse twee uren arbeidstijdverkorting hoeven niet per se per week te worden ingezet. Er zijn vier verschillende mogelijkheden voor het opnemen van ATV. Werkgever en werknemer kiezen in overleg de variant die het meest wenselijk is voor zowel de individuele werknemer als de onderneming.
De ATV-varianten gebaseerd op een voltijdwerkweek
• Eén dag per week twee uur vrij: op een vaste dag of op wisselende dagen, óf
• twee dagen per week één uur vrij: op een vaste dag of op wisselende dagen, óf
• per jaar twaalf vrije dagen extra, óf
• per jaar 24 vrije halve dagen extra.
De werkgever kan andere ATV-varianten invoeren. Maar daarvoor moet hij instemming vragen aan de Ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Als er geen OR of personeelsvertegenwoordiging is, moet hij overleggen met zijn werknemer(s).
Voor een deeltijdwerknemer geldt geen recht op ATV omdat dit dient te zijn verwerkt in het uurloon.
5.5 Werktijden
De werktijden liggen tussen 07.00 en 19.00 uur. Voor de werknemer die aan de pilot deelneemt liggen de werktijden tussen 07.00 en 20.00 uur
Per dag
De werknemer werkt normaal gesproken niet langer dan acht uur per dag.
Per week
De werknemer werkt normaal gesproken niet langer dan 40 uur per week. Als de werkgever dat noodzakelijk vindt, moeten er langere werkweken worden gemaakt. Dan is er sprake van overwerk, en dat wordt extra betaald.
De werknemer is overigens nooit verplicht méér dan vijf uur per week, of méér dan zestien uur per periode van vier weken over te werken.
Hoe de wekelijks te werken uren precies over de werkdagen worden verspreid, is afhankelijk van de afspraken in het arbeidscontract.
Deze afspraken over werktijden gelden niet voor handelsvertegenwoordigers en leidinggevenden die bevoegd zijn tot het geven van opdracht tot overwerk.
Indien een werkgever de werktijden en/of roosters wijzigt zal de werkgever dit in overleg doen met de werknemer. Bij de vaststelling van het rooster zal werkgever zoveel mogelijk rekening dienen te houden met de persoonlijke omstandigheden en wensen van de werknemer. Indien de werkgever geen rekening kan houden met de wensen van de werknemer wegens gewichtige redenen op grond
van zwaarwegend bedrijfsbelang dient hij dit beargumenteerd en schriftelijk aan de werknemer te melden.
Werktijden pilot
De werktijden van de pilot kunnen liggen tussen 07.00 en 20.00 uur en daarnaast kan een urenbank worden opgebouwd. (zie artikel 3.5 urenbank)
Hoofdstuk 6 VAKANTIE
Wie werkt, heeft van tijd tot tijd ook vakantie nodig. In dit hoofdstuk staat onder meer hoeveel vakantiedagen de werknemer krijgt, en wanneer hij ze mag opnemen.
6.1 Vakantie
Iedere werknemer krijgt vakantie: vrije dagen waarover gewoon salaris wordt betaald. De voltijdwerknemer heeft recht op 25 vakantiedagen per jaar (200 vrije uren). De deeltijdwerknemer krijgt vakantiedagen naar rato van zijn dienstverband.
6.2 Opbouw vakantiedagen
Elk jaar op 1 januari begint de opbouw van vakantiedagen. Elke gewerkte maand geeft de voltijdwerknemer recht op ruim twee dagen (2,08).
Een deeltijdwerknemer met, bijvoorbeeld, een dienstverband van 20 uur heeft jaarlijks recht op 12,5 vakantiedagen (100 uur). Elke gewerkte maand geeft hem recht op ruim één vakantiedag (1,04).
Nieuwe werknemers beginnen met de opbouw van hun vakantiedagen vanaf het moment van indiensttreding.
Wie het bedrijf verlaat, behoudt de al opgebouwde vakantiedagen.
Als er geen gelegenheid is die dagen op te nemen, krijgt hij de waarde ervan in geld uitgekeerd.
Als hij inmiddels méér dagen heeft opgenomen dan hij had opgebouwd, mag de werkgever die te veel opgenomen dagen verrekenen met het salaris.
De opbouw van vakantiedagen gaat gewoon door bij zwangerschaps- of bevallingsverlof. Als de werknemer ziek is, bouwt hij nog maximaal zes maanden lang vakantiedagen op.
Extra vakantiedagen voor oudere werknemers
Vanaf zijn 45ste krijgt de werknemer geleidelijk meer vakantiedagen.
Vanaf 45 jaar heeft hij jaarlijks 26, vanaf 50 jaar 27, vanaf 55 jaar 29 en vanaf 60 jaar 30 vakantiedagen.
De extra dag(en) krijgt hij vanaf de maand januari van het jaar waarin hij 45, 50, 55 of 60 jaar wordt.
6.3 Opnemen van vakantiedagen
Een gedeelte van de vakantiedagen moet aaneengesloten worden opgenomen. Voor voltijdwerknemers geldt dat voor 15 van de 25 dagen. De overige vakantiedagen zijn in te zetten als snipperdagen.
De werkgever mag per jaar maximaal vijf dagen aanwijzen als een verplichte vrije dag (collectieve snipperdag). De resterende vijf dagen zijn vrij op te nemen.
De werknemer mag per jaar maximaal vijf dagen laten overschrijven naar zijn tegoed op verlofdagen.
Alle vakantiedagen (zowel de aaneengesloten vakantie als incidentele snipperdagen) worden opgenomen na overleg met de werkgever.
Het is de bedoeling dat de werknemer de vakantiedagen opneemt in het jaar waarin ze worden opgebouwd. Niet-opgenomen dagen blijven maximaal vijf jaar staan. Daarna vervalt het recht op de niet gebruikte vakantiedagen.
Hoofdstuk 7 VERLOF
In een aantal gevallen heeft de werknemer recht op betaald verlof. In dit hoofdstuk staat wanneer hij vrij mag nemen, en voor hoe lang. Het spreekt voor zich dat de werknemer nooit zomaar wegblijft. Hij overlegt altijd vooraf met werkgever of leidinggevende over het doel van het verlof en over de verwachte duur daarvan.
7.1 Ziekteverlof
Bij ziekte kan de werknemer niet werken. Hij krijgt zijn salaris een half jaar lang volledig doorbetaald en daarna gedurende anderhalfjaar 90% van zijn brutosalaris.
Wie ziek is en niet kan werken, is verplicht dat onmiddellijk aan zijn werkgever (te laten) melden. Zo mogelijk vóór 09.00 uur.
7.2 Scholingsverlof
De werknemer krijgt per jaar maximaal acht extra verlofdagen als hij een beroepsgerichte of functiegerichte opleiding volgt.
Over acht van deze studiedagen krijgt hij gewoon salaris betaald.
7. 3 Calamiteitenverlof
De werknemer probeert voor een consult bij een arts een afspraak buiten werktijd te maken. Als dat niet mogelijk is, krijgt hij van zijn werkgever betaald verlof. Voor zo vaak als strikt noodzakelijk is maar per keer niet meer dan twee uur.
7. 4 Kort verlof
De werknemer heeft recht op kortdurend, betaald verlof:
• Bij ondertrouw: één dag.
• Bij huwelijk: twee dagen.
• Bij huwelijk van kind (ook van pleeg-, stief-, kleinkind), van broer of zus (ook half-, pleeg-, stiefbroer of -zus, zwager en schoonzus), van ouders, grootouders en schoonouders: één dag (mits de plechtigheid wordt bijgewoond).
• Bij bevalling van de partner: twee dagen.
• Bij adoptie van een kind in het gezin van de werknemer: twee dagen.
• Bij overlijden van partner of inwonend kind: vanaf het overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie.
• Bij overlijden van een niet-thuiswonend kind, een kleinkind, ouders, schoonouders, grootouders, overgrootouders, broer of zus (ook half-, pleeg-, stiefbroer of -zus, zwager en schoonzus): één dag.
• Als de werknemer verantwoordelijk is voor het regelen van de begrafenis of de crematie krijgt hij vrij vanaf het overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie.
• Bij 25-jarig huwelijk: één dag.
• Bij 40-jarig huwelijk: één dag.
• Bij 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van ouders, schoonouders en kinderen: één dag.
• Bij 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van grootouders: één dag.
• Bij 25-jarig dienstverband: één dag.
• Bij 40-jarig dienstverband: één dag.
• Bij 25-, 40-, en 50-jarig dienstverband van partner, ouders, schoonouders en kinderen: één dag
• Bij verhuizing: één dag (per kalenderjaar, in overleg vast te stellen).
• Voor het afleggen van examens: zoveel tijd als volgens de werkgever nodig is.
• Bij gedwongen ontslag na minstens vier weken dienstverband, voor het zoeken naar een andere baan: maximaal vijf uur.
• Bij militaire oefening: zoveel tijd als nodig is (in dit geval krijgt de werknemer niet zijn volledige salaris omdat hij van de overheid een vergoeding krijgt. De werkgever vult deze vergoeding aan tot 100 procent van het salaris van de werknemer).
Onbetaald verlof
Voor de viering van niet-christelijke religieuze hoogtijdagen kan een werknemer maximaal twee dagen per jaar verlof opnemen. Hij dient dit tijdig te melden bij de werkgever. De opgenomen verlofdagen zullen in mindering gebracht worden van het voor de werknemer aantal op te nemen vakantiedagen per jaar.
7.5 Kortdurend zorgverlof
De werknemer heeft recht op vijf dagen kortdurend zorgverlof. Hij mag vrij nemen om een ernstig zieke (partner, kind of pleegkind of ouder) te verzorgen. Tijdens het verlof wordt 70 procent van het salaris doorbetaald. Aan de pensioenopbouw verandert niets.
Als de werkgever dat nodig vindt, moet de werknemer een doktersverklaring overleggen.
7.6 Levensloop
Met de Levensloopregeling kunnen werknemers een deel van hun brutosalaris sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. De Levensloopregeling kan zo mogelijk worden gebruikt voor elke vorm van verlof, zoals: langdurig zorgverlof, sabbatical, ouderschapsverlof, scholingsverlof, overig onbetaald verlof of verlof voorafgaand aan het pensioen. De voorwaarden
waarop verlof kan worden opgenomen, dienen in een Levensloopreglement tussen werkgever en werknemer te worden vastgelegd.
CAO-partijen hebben een collectief contract afgesloten met een verzekeraar. Een werknemer is niet verplicht aan dit contract deel te nemen en kan kiezen voor een andere aanbieder.
Hoofdstuk 8 IN EN UIT DIENST
Hoe gaan werkgever en werknemer met elkaar om? Welke afspraken maken zij over hun werkverhouding? Welke spelregels gelden bij het begin en bij het eind van het dienstverband? Beide partijen moeten elkaar onder alle omstandigheden kunnen vertrouwen. Wederzijds respect is in ieders belang. Hieronder staan voorschriften voor een prettig werkklimaat.
8.1 In dienst
Arbeidscontract
Als een werknemer is aangenomen, krijgt hij een arbeidscontract. Dat is een schriftelijke overeenkomst tussen hem en zijn werkgever. Daarin staat in elk geval:
• per welke datum de werknemer in dienst treedt
• welke functie hij heeft
• welke functiegroep
• welke salarisschaal en welke salarisschaalperiodiek op hem van toepassing zijn
• hoeveel uur hij wekelijks werkt (de omvang van het dienstverband: voltijds of deeltijds) en hoe lang de overeenkomst duurt:
- voor bepaalde tijd (zoveel maanden/jaren precies, of voor de duur van een specifiek project), of
- voor onbepaalde tijd (dan is de werknemer in dienst tot zijn pensionering, tenzij hij of zijn werkgever tussentijds opzegt) en
- of er sprake is van een proeftijd. Als die er is, duurt die maximaal twee maanden.
Als er in de loop der tijd iets aan de afspraken verandert, dan worden die veranderingen schriftelijk vastgelegd. De werknemer krijgt dan een nieuw, aangepast arbeidscontract.
De nieuwe werknemer krijgt samen met zijn arbeidscontract een exemplaar van de CAO voor de Banden- en Wielenbranche. Als hij 21 jaar of ouder is, krijgt hij ook een exemplaar van het pensioenreglement.
• Arbeidscontract voor bepaalde duur:
Als het arbeidscontract van bepaalde duur is, eindigt het op de datum die daarin wordt genoemd. De werknemer krijgt een nieuw contract of hij gaat uit dienst.
Hoofdstuk 9 SOCIAAL EN VEILIG
In dit hoofdstuk staan de afspraken die de onderneming tot een harmonieuze en gezonde plek maken. Voor nieuwe en huidige werknemers, voor de werkgever en voor de omwonenden van het bedrijf.
9.1 Uitzendkrachten
Uitzendkrachten met een functie uit de functielijst in deze CAO gelden als vakkracht. Zij hebben in grote lijnen dezelfde rechten en plichten als werknemers in vaste dienst. Ze kunnen alleen niet meedoen aan een pensioenregeling.
Uitzendkrachten met een functie die niet voorkomt in de functielijst gelden drie maanden na hun aantreden ook als vakkracht. Vanaf dat moment gelden de CAO-regels over salarissen, vergoedingen, werktijden etc. ook voor hen.
Na maximaal zes maanden via een uitzendbureau te hebben gewerkt, wordt een uitzendkracht in dienst genomen. Hij krijgt een arbeidscontract voor ten minste het aantal uren dat hij tijdens de uitzendperiode heeft gewerkt.
9.2 Werknemers uit andere lidstaten
Werkgevers die werknemers in dienst nemen uit andere lidstaten zijn voor die werknemers ook gehouden aan de CAO-afspraken zoals in de banden- en wielenbranche is afgesproken. Uitzendbureaus moeten zich houden aan de ABU-voorwaarden.
9.3 Voorrang bij sollicitaties
Bij vacatures krijgen de eigen werknemers voorrang. In de tweede plaats geldt een voorkeur voor deeltijdinvulling van de vacature. In de derde plaats wordt voorrang verleend aan geschikte vrouwelijke sollicitanten.
9.4 levensfasebewust personeelsbeleid
Partijen zullen een projectgroep levensfasebewust personeelsbeleid instellen. Als basis voor de werkzaamheden zullen de beschikbare notities en beleidsuitgangspunten van partijen dienen.
CAO partijen wensen een beleid te ontwikkelen waarbij instrumenten worden aangereikt om de werkgever en werknemer bij te staan in mogelijke knelpunten die betrekking hebben op de loopbaanontwikkeling van een werknemer. Vereniging VACO kent al een pilot die zich richt op mobiliteit van de werknemers binnen de banden- en wielenbranche.
De werknemer moet kunnen werken op een manier die in de eerste plaats voor hemzelf, maar ook voor zijn werkgever, productief en plezierig is.
De volgende regels zijn bedoeld om de ouderwordende werknemer in staat te stellen optimaal te blijven functioneren.
• De werkgever nodigt hem ten minste één keer per jaar uit voor een functioneringsgesprek. Daarin wordt onder meer gepraat over de problemen die het ouder worden met zich meebrengt.
• Als de werknemer een minder zware functie wil, zal de werkgever hem daarin zoveel mogelijk tegemoet komen. De werknemer krijgt dan een nieuw arbeidscontract waarin de financiële gevolgen (voor salaris, pensioen en dergelijke) zijn vastgelegd.
• De werknemer krijgt vanaf zijn 45ste één vakantiedag extra per jaar. Vanaf zijn 50ste krijgt hij er twee extra, vanaf zijn 55ste vier en vanaf zijn 60ste vijf.
• De werknemer hoeft vanaf zijn 50ste niet meer over te werken of te werken op zon- en feestdagen.
• Werknemers van 55 jaar en ouder krijgen zo mogelijk een mentorfunctie.
• Werknemers van 55 jaar en ouder mogen zich jaarlijks medisch laten onderzoeken.
• Een jaar voordat hij met (vroeg)pensioen gaat, mag de werknemer tijdens werktijd en op kosten van zijn werkgever een cursus volgen ter voorbereiding op zijn pensionering.
• De werknemer kan twee jaar voorafgaande van zijn vroegpensioen gebruikmaken van de regeling partiele terugtredingregeling oudere werknemers (PTO).
• De werknemer wordt in de gelegenheid gesteld zijn contractuele arbeidstijd terug te brengen tot 80 procent van zijn oorspronkelijke arbeidstijd met evenredige verlaging van zijn salaris.
• Bij deelneming aan deze regeling wordt geacht voor de opbouw van pensioenaanspraken het dienstverband niet te zijn verminderd.
• De werknemers wordt in de gelegenheid gesteld twee jaar voorafgaande aan zijn vroegpensioen een lagere functie te aanvaarden met evenredige verlaging van zijn salaris, maar met handhaving van de opbouw van zijn pensioenaanspraken op basis van zijn oude functie.
Bij deelneming aan de regeling PTO worden de aanspraken op vakantie verminderd in verhouding tot de vermindering van de arbeidstijd.
De wijze waarop bovenstaande wijzigingen worden ingevoerd vindt plaats in overleg tussen werknemer en werkgever.
9.5 Ongewenste intimiteiten
De werkgever hanteert een beleid tegen ongewenste intimiteiten. Seksuele intimidatie wordt niet getolereerd en kan worden bestraft met ontslag.
9.6 Voorzieningen voor vakbondswerk
Vakorganisaties die CAO-partij zijn, mogen elk een eigen kaderlid of contactpersoon benoemen. De werkgever wordt van deze benoeming op de hoogte gesteld en dient deze ten volle te respecteren. Hij zorgt ervoor dat de vakbondscontactpersoon daardoor niet in zijn persoonlijke en professionele belangen wordt geschaad.
De contactpersoon onderhoudt de betrekkingen tussen zijn vakorganisatie en de in het bedrijf werkende vakbondsleden.
Hij doet dit buiten de normale werkuren.
Hij kan gebruikmaken van een ruimte om te vergaderen, en van kantoorapparatuur zodat hij belangrijke informatie kan verspreiden. Deze informatie kan afkomstig zijn van zowel de onderneming, als de werkgevers- of de werknemersorganisatie.
Hij krijgt vrij - met behoud van salaris - voor het bijwonen van belangrijke vakbondsactiviteiten (vergaderingen en cursussen en het vieren van 1 mei) en vergaderingen in het kader van CAOonderhandelingen.
Dit recht heeft ook de werknemer die lid is van een vakbondsbestuur en/of afdelingsafgevaardigde van een vakbond is. Allen vragen de werkgever tijdig toestemming voor het benodigde verlof. Het doorbetaalde verlof duurt niet langer dan strikt noodzakelijk is.
Alleen als het noodzakelijk is voor het voortbestaan van het bedrijf, mogen bovenstaande faciliteiten voor vakbondswerk tijdelijk worden opgeschort.
Bij onenigheid over de kwaliteit van de door de werkgever verleende faciliteiten kan de Vaste Commissie om advies worden gevraagd.
9.7 Ingrijpende veranderingen in de onderneming
Een reorganisaties, een fusie, de opheffing of verkoop van een bedrijfsonderdeel en ingrijpende automatiseringsmaatregelen hebben altijd gevolgen voor het personeel. Daarom moet de werkgever in die situaties op een zo vroeg mogelijk tijdstip overleg voeren met de vakorganisaties De Unie, FNV Bondgenoten en CNV Dienstenbond.
9.8 Veiligheid in de onderneming
De werkgever is verplicht veilige en gezonde arbeidsomstandigheden te bieden. Hij moet de werknemer informeren over mogelijke risico’s en gevaren. Hij moet erop toezien dat de werknemer op de hoogte is van de veiligheidsvoorschriften.
Als het gebruik van gevaarlijke stoffen absoluut onvermijdelijk is, moeten zij ten minste onder streng toezicht worden opgeslagen en met grote voorzichtigheid worden toegepast. De bepalingen in milieuen arbowetten zijn hierbij maatgevend.
9.9 Veiligheid van chauffeurs en handelsvertegenwoordigers
De werkgever sluit een ongevallenverzekering af voor chauffeurs en handelsvertegenwoordigers met een auto van de zaak.
De werkgever treft veiligheidsmaatregelen ter bescherming van chauffeurs en handelsvertegenwoordigers die zich met geld of waardevolle artikelen op de weg bevinden.
9.10 Privacy
Werknemer en werkgever hebben recht op privacy. Dit betekent onder meer dat de werknemer alle gegevens over hem of zijn functioneren mag inzien. De werkgever zorgt ervoor dat dergelijke persoonlijke gegevens niet zonder toestemming van de werknemer bij derden terechtkomen.
Anderzijds gaat de werknemer vertrouwelijk om met bedrijfsgegevens. Hij praat niet met derden over zaken waarvan hij weet - of kan weten - dat die geheim zijn.
9.11 Respect
Werknemer en werkgever tonen respect voor elkaar en voor elkaars bezittingen. Dit betekent onder meer dat de werkgever rekening houdt met de levenswijze en de levensbeschouwing van de werknemer. Hij maakt geen onderscheid naar sekse, leeftijd, huidkleur, nationaliteit, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, godsdienst of politieke keuze. De werknemer is voorzichtig met de eigendommen van de werkgever. Hij gebruikt en verzorgt alle bedrijfsmiddelen overeenkomstig de voorschriften. Bij verlies of schade meldt hij dat onmiddellijk aan zijn superieur.
9.12 Alcohol en drugs
Op het bedrijfsterrein en tijdens de uitoefening van de functie zijn alle alcohol en soft en hard drugs verboden.
Alléén als de werkgever daarvoor toestemming geeft, wordt er alcohol geschonken.
9.13 Nevenwerkzaamheden
De werknemer moet schriftelijk toestemming vragen als hij voor zichzelf zaken wil doen. Of als hij een tweede baan bij een andere werkgever wil nemen.
Als de werknemer een deeltijdbaan heeft, kan de werkgever die toestemming alleen weigeren als hij kan bewijzen dat het functioneren van de werknemer in gedrang komt, en/of dat er een belangenconflict ontstaat.
9.14 Scholing in de branche
Partijen zullen zich inspannen om de werknemers in de branche te enthousiastmeren om aan scholing te doen. De financiële middelen zullen beschikbaar worden gesteld door het Fonds Collectieve Belangen.
De werkgever hanteert een scholingsplan. Daarmee geeft hij de werknemer gelegenheid deel te nemen aan cursussen en studies, zodat hij kan doorstromen binnen het bedrijf (ondernemingen met minder dan 50 werknemers) of binnen de bedrijfstak als geheel (ondernemingen met meer dan 50 werknemers).
Het scholingsplan vereist instemming van de Ondernemingsraad of van een andere formele personeelsvertegenwoordiging.
Stichting SVOB Opleidingen & zorgsystemen voor de Banden- en Wielenbranche is een aan de branche gelieerd opleidingsinstituut. Zij verzorgt vakgerichte cursussen en staat werkgever en werknemer bij met scholingsadviezen.
9.15 Leerarbeidsplaatsen
Er zullen 100 arbeidsplaatsen worden gecreëerd, waarvan 25 plaatsen voor kansarme jongeren zullen worden gereserveerd. Voor deze groep zullen extra inspanningen worden gedaan. Vanuit het fonds Collectieve Belangen zullen financiële middelen ter beschikking worden gesteld om leermeesters ten behoeve van leerarbeidsplaatsen in de branche op te leiden
9.16 Klachten of bezwaren
De werknemer die het niet eens is met een beslissing van zijn werkgever, maakt zijn bezwaar zo spoedig mogelijk kenbaar. Hetzij bij de werkgever zelf, hetzij bij de personeelsfunctionaris.
De werkgever is verplicht binnen één maand inhoudelijk op de klacht te reageren.
De werknemer kan zich (eventueel na overleg met zijn vakorganisatie) ook schriftelijk wenden tot de Vaste Commissie Collectieve Arbeidsovereenkomst inzake Arbeidsvoorwaarden voor de Banden- en Wielenbranche (de procedure vermeld in art. 2.5 is een uitzondering op bovenstaand artikel).
De Vaste Commissie geeft advies bij onenigheid over de uitleg of bedoeling van de regels in deze CAO.
De werkgever of de werknemer kan, indien gewenst, na het advies van de Vaste Commissie de rechter vragen een bindende uitspraak te doen.
Het secretariaatsadres van de Vaste Commissie is: Postbus 33, 2300 AA Leiden.
9.17 Collectieve AOW-hiaatpensioenverzekering
Werkgevers zullen zich inspannen om te komen tot een collectieve AOW-hiaatpensioenverzekering.
Werkgevers zullen onderzoeken of dit via een mantelcontract kan worden afgesloten
Deel II CAO-PARTIJEN EN VERHOUDINGEN
In deze CAO staan de regels waaraan de individuele werknemer en individuele werkgever zich moeten houden. Maar overkoepelende organen (de CAO-partijen) sluiten haar af. Wie zijn die partijen, en aan welke regels dienen zij zich te houden?
Ondertekenaars van de CAO
Deze CAO is een overeenkomst tussen enerzijds Vereniging VACO, Bedrijfstakorganisatie voor de Banden- en Wielenbranche in Leiden en anderzijds de FNV Bondgenoten in Utrecht, De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening in Culemborg en CNV Dienstenbond in Hoofddorp.
Looptijd van de CAO
Deze CAO geldt van 1 april 2007 tot en met 31 december 2008.
De ondertekenaars kunnen haar uiterlijk één maand voor de einddatum schriftelijk opzeggen. Als zij dat niet doen, wordt de geldigheid van de CAO steeds met één jaar verlengd.
Als één van de betrokken partijen de CAO opzegt, werken ook de andere mee aan het vaststellen van een nieuwe CAO.
Ook na beëindiging van de CAO worden de kwesties die nog tijdens de looptijd aanhangig zijn gemaakt, behandeld volgens de regels van deze CAO.
De CAO kan ook tussentijds worden beëindigd. Omdat dat door overheidsmaatregelen noodzakelijk is, of omdat de uitgangspunten waarop ze is gebaseerd belangrijk zijn veranderd.
Wanneer één van de partijen tussentijds opnieuw wil onderhandelen, zijn alle betrokkenen verplicht om te proberen binnen één maand tot overeenstemming te komen over een eventuele wijziging.
Vaste Commissie Collectieve Arbeidsovereenkomst inzake Arbeidsvoorwaarden in de Bandenen Wielenbranche
De Vaste Commissie beslist bij onenigheid over bedoeling van de regels in deze CAO. Haar beslissing is een advies. De werkgever of de werknemer kan, indien gewenst, na dit advies de rechter vragen een bindende uitspraak te doen.
Werkgevers die willen afwijken van één of meer regels in deze CAO moeten daarvoor vooraf vergunning vragen bij de Vaste Commissie.
Samenstelling van de Vaste Commissie
‘De Vaste Commissie Collectieve Arbeidsovereenkomst inzake Arbeidsvoorwaarden voor de Bandenen Wielenbranche’ bestaat uit vier personen: twee vertegenwoordigers van werkgevers- en twee vertegenwoordigers van de drie vakorganisaties.
Telkens één maand voor het verstrijken van de CAO wordt de commissie opnieuw benoemd.
De Vaste Commissie mag alleen besluiten nemen en adviezen formuleren wanneer van beide organisaties ten minste één vertegenwoordiger aanwezig is. De Commissie doet in de regel uitspraak binnen een termijn van twee maanden.
Adres
Het secretariaat van de Vaste Commissie wordt gevoerd door Vereniging VACO, Postbus 33, 2300 AA Leiden.
Overleg over economische ontwikkelingen
Tijdig inspelen op economische ontwikkelingen is van belang voor zowel de werkgever als zijn werknemers. Daarom voeren de bij deze CAO betrokken partijen minimaal twee keer per jaar een informatief overleg. Hierin besteden ze aandacht aan alle ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de werkgelegenheid en de arbeidsvoorwaarden.
Preventie- en re-integratiebeleid (ketenaanpak)
Door CAO-partijen is een commissie samengesteld die het preventie- en reïntegratiebeleid verder vorm zal geven.
Ten aanzien van de ketenaanpak is het volgende vastgesteld:
“Het streven is dat alle werknemers in de branche hun werk veilig en gezond uitoefenen tot het einde van hun actieve werkzame leven.
Sociale partners hebben onderkend dat bij het te voeren arbeidsongeschiktheidsbeleid sprake dient te zijn van een integrale ketenaanpak, waarbij preventie, ziekteverzuim en verzuimbegeleiding, loondoorbetaling, re-integratie en beleid rondom ziekte niet los van elkaar kunnen worden gezien.
CAO-partijen onderkennen dat er sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. Alle mogelijke preventieve maatregelen dienen binnen bedrijven ingevoerd te worden of beschikbaar te zijn (zoals PMB’s) om de kans op arbeidsongeschiktheid te minimaliseren.
Willen wij dit doel bereiken dan dienen werkgevers en werknemers gebruik te maken van allerlei producten en diensten die ten behoeve van de branche zijn en worden ontwikkeld.
CAO-teksten
Om te voorkomen dat teksten, zoals opgenomen in de CAO verouderd zijn, juridisch voor meerdere uitleg vatbaar zijn of een niet-toegelaten onderscheid naar leeftijd maken (WGBL), zal de werkgevers CAO-partij gedurende de looptijd van deze CAO dit in kaart brengen en aan CAO-partijen voorleggen.
Branche RI&E
Er is een Branche Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) voor de banden- en wielenbranche door werknemersorganisaties CNV Bedrijvenbond, FNV Bondgenoten, De Unie voor industrie en dienstverlening en werkgeversorganisatie Vereniging VACO vastgesteld. Deze branchespecifieke RI&E is gebaseerd op de stand der techniek en is actueel, volledig en betrouwbaar.
Deze RI&E is te vinden op de websites van de hiervoor genoemde werknemersorganisaties en werkgeversorganisatie. Tevens is deze RI&E te downloaden via www.rie.nl.
Arbo-catalogus
Er zal een specifiek op de branche gerichte Arbo-catalogus worden ontwikkeld. Sociale partners zullen zich met de verdere uitwerking van deze catalogus bezighouden.
Scholing via Stichting SVOB
SVOB Opleidingen & zorgsystemen ontwikkelt en beheert alle scholings-, herscholings-, bijscholingsen trainingsprogramma’s voor werkgevers en werknemers in de banden- en wielenbranche.
Uitzendkrachten
Partijen melden de CAO-afspraken over uitzendkrachten bij de SMU (Stichting Meldingsbureau Uitzendbranche).
Functiebeschrijvingen, functie en salarisstructuur
Onderzocht dient te worden in hoeverre de functiebeschrijvingen en functiestructuur gedateerd zijn. CAO partijen zullen met elkaar in overleg gaan om te bepalen welke invalshoek gekozen moet worden om tot een goed onderbouwd onderzoekt te komen. CAO partijen hebben hiervoor een commissie samengesteld, die gedurende de looptijd van deze cao met voorstellen zullen komen over de invulling van het onderzoek
Deel III AANBEVELINGEN EN ADVIEZEN
De banden- en wielenbranche bestaat uit een groot aantal ondernemingen. Die werken in de eerste plaats voor zichzelf, maar hechten ook aan belangenbehartiging van de bedrijfstak als geheel. Samen staan zij immers sterker dan alleen.
Wat neemt de branche zich voor? Welke ontwikkelingen wil zij stimuleren, welke wil zij liever tegengaan? Waarvoor wil zij zich als geheel inzetten, nu en in de toekomst?
Behoud en instroom gehandicapte werknemers
Werkgevers proberen het personeelsbestand voor twee procent uit gehandicapten te laten bestaan. Dat doen zij door zoveel mogelijk gehandicapte werknemers aan het werk te houden. Waar mogelijk worden vacatures vervuld door gehandicapte sollicitanten.
Scholing verbetert kwaliteit van de branche
De banden- en wielenbranche streeft ernaar de werkgelegenheid binnen de bedrijfstak uit te breiden. Bovendien wil zij de kwaliteit van de bestaande werkgelegenheid verbeteren. Meer en betere scholing van werknemers is bij uitstek het instrument om dat laatste streven te verwerkelijken.
Werkgevers zullen daarom maatregelen treffen die ertoe bijdragen dat hun werknemers (verder) worden opgeleid of bijgeschoold.
Werkgelegenheid in de branche
Vacatures worden regelmatig geïnventariseerd en centraal geregistreerd. In samenspraak met het CWI wordt gestreefd naar evenwicht op de interne arbeidsmarkt. Bedrijfstakgewijze scholingsactiviteiten kunnen zo in overleg met het CWI worden ontwikkeld.
CAO Collectieve belangen
Naast deze CAO, die de collectieve rechten en plichten van werkgevers en werknemers bevat, is er ook een CAO Collectieve belangen van de Banden- en Wielenbranche. Hierin staan de afspraken die de bedrijfstak als geheel ten goede komen.
Fonds Collectieve Belangen
Dit Fonds beheert een budget waarmee werkgevers- en werknemersorganisaties (gezamenlijk of apart) initiatieven kunnen financieren op het gebied van scholing, arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen.
TREFWOORDENREGISTER
A
Aanstellingsbrief
Aanvangssalarissen
- Inloopschaal
- salarisschaal 0
Adressen
Alcoholbeleid
Arbeidscontract
Arbeidsduur
Arbeidsongeschiktheid
- ziekteverlof (bij arbeidsongeschiktheid)
- arbeidsongeschikt tijdens vakantie
- arbeidsongeschikt tijdens verlof
- schadevergoeding bij arbeidsongeschiktheid
Arbeidstijdverkorting (ATV)
Automatiseringsmaatregelen
B
Banden- en wielenbranche
Bereikbaarheidsdienst
- bereikbaarheidstoeslag
- overwerkvergoeding
- bij bereikbaarheidsdienst
Branche RI&E
C
Calamiteitenverlof
CAO
CAO Collectieve belangen van de Banden- en Wielenbranche
CAO-looptijd
CAO-partijen
Christelijke feestdagen
Cursussen
D
Deeltijdwerk
- recht op deeltijdwerk
Dienstjaren
Dienstverband
- voor bepaalde tijd
- voor onbepaalde tijd
Diplomatoeslag
Discriminatie
Drugs
E
Extra geld
- zie vergoedingen
Extra werk
- zie vergoedingen, overwerk
F
Fonds Collectieve Belangen voor de Bandenen Wielenbranche
Functiegroepen
Functies
Functioneren, onvoldoende
Fusies
G
Gedeeltelijk arbeidsgeschikt
Geheimhoudingsplicht
Gevaarlijke stoffen
H
Herintredende vrouwen
I
Individuele arbeidsovereenkomst
Inloopschaal
Instroombeleid
K
Klachten en bezwaren
Kort verlof
Kortdurend zorgverlof
L
Langdurig werklozen
Leeftijdsbewust personeelsbeleid
Levensloop
M
Maximumsalaris
N
Nevenwerkzaamheden
O
Onbetaald verlof
Ondernemingsraad
Ongevallenverzekering
Ongewenste intimiteiten
Onkostenvergoeding
Ontslag op staande voet
Ontslagverbod
Opzegtermijnen
Ouderdomspensioen
Oudere werknemers
Overlijden
Overwerk
- door leidinggevenden
- door handelsvertegenwoordigers
Overwerkvergoeding
- tijd of geld?
Overwerk en urenbank
Overwerk en bereikbaarheidsdienst
P
Pensioen
Periodieken, salaris-
Ploegendienst,
- overstap naar ander rooster
Ploegendienst
Privacy
Proeftijd
PVF Pensioenen
R
Reorganisaties
Respect
S
Salaris
- de hoogte van het
Salarisoverzicht
Salarisschaal 0
Salarisschalen
Salarisverhogingen
- verhogingen per CAO
Scholing
- via Stichting SVOB
- branchegericht
Scholingsonderzoek
Scholingsverlof
Schoolverlaters
Snipperdag
Sollicitatie, voorrang bij
Speciale doelgroepen
(SVOB)
Studie
Studiekosten
SVOB-diploma
T
Toeslagen drieploegendienst
Toeslag bij urenbank
Toeslag bereikbaarheidsdienst
Toeslag tweeploegendienst
Tweede baan
U
Uitzendkrachten
Urenbank
- werktijden bij de urenbank
Urenbanktoeslag
V
Vacatures
Vakantie
- extra vakantiedagen voor ouderen
- opbouw vakantiedagen
- opnemen van vakantiedagen
- ziek tijdens de vakantie
Vakantiedagen
Vakantiegeld
Vakbondscontributie
Vakbondswerk
Vaste Commissie
Veiligheidsbeleid
Vergoedingen
Vergoeding voor werken op zon- en feestdagen
Vergoedingspercentages
- bij een bereikbaarheidsdienst
- bij een drieploegendienst
- bij een tweeploegendienst
- bij een urenbank
- bij overwerk
- bij wijziging rooster
Verklaring bandenkooi
Verlof
Verlofsparen
Verschoven uren
- van chauffeurs
- van ploegenwerker in dagdienst
Volcontinuroosters
Voltijdwerkweek
Voltijdwerkweek in vier dagen
VUT (Vrijwillig Vervroegd Uittreden)
W
WAO hiaatpremie 2004
Werk, tijdelijk ander
Werkdruk
Werkgelegenheidsbeleid
Werkgever
Werknemer
- werknemer, gehandicapt
- werknemer, 55 jaar en ouder
Werktijden
- per dag
- per week
- pilot verruiming arbeidstijden
Werktijden bij bereikbaarheidsdienst
Werktijden bij een urenbank
Wet op de Ondernemingsraden
Z
Ziekte
Ziekteverlof
Zorgverlof
Adressenlijst
Werknemersorganisaties
FNV Bondgenoten
Varrolaan 100, 3584 BW
Postbus 9208, 3506 GE Utrecht
Telefoon (030) 273 82 22
Fax (030) 273 82 25
Internet www.fnvbondgenoten.nl
E-mail
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
CNV Dienstenbond
Polarisavenue 175, 2132 JJ
Postbus 3135, 2130 KC Hoofddorp
Telefoon (023) 565 10 52
Fax (023) 565 01 50
Internet www.cnvdibo.nl
E-mail
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening
Multatulilaan 12, 4103 NM
Postbus 400, 4100 AK Culemborg
Telefoon (0345) 85 18 51
Fax (0345) 85 15 00
Internet www.unie.nl
E-mail
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Werkgeversorganisatie
Vereniging VACO
Bedrijfstakorganisatie voor de Banden- en Wielenbranche
Archimedesweg 31, 2333 CM
Postbus 33, 2300 AA Leiden
Telefoon (071) 568 69 70
Fax (071) 568 69 71
Internet www.vaco.nl
E-mail
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Overige adressen
Vaste Commissie Collectieve Arbeidsovereenkomst inzake arbeidsvoorwaarden voor de Banden- en Wielenbranche
Archimedesweg 31, 2333 CM
Postbus 33, 2300 AA Leiden
Telefoon (071) 568 69 70
Fax (071) 568 69 71
Internet www.vaco.nl
E-mail
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Banden- en Wielenbranche
p/a Zie artikel 5 lid 1, sub b.
Syntrus Achmea
Postbus 9251, 1006 AG Amsterdam
Stichting Fonds Vrijwillig Vervroegd Uittreden (VUT) uit de Banden- en Wielenbranche
p/a Syntrus Achmea
Postbus 9251, 1006 AG Amsterdam
Stichting Fonds Collectieve Belangen voor de Banden- en Wielenbranche
p/a Syntrus Achmea
Postbus 9251, 1006 AG Amsterdam
Stichting SVOB Opleidingen & zorgsystemen voor de Banden- en Wielenbranche
Archimedesweg 31, 2333 CM
Postbus 33, 2300 AA Leiden
Telefoon (071) 568 69 40
Fax (071) 568 69 41
Internet www.vaco.nl
E-mail
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
BIJLAGEN:
1. Reglement voor de Vaste Commissie
2. Voorbeeld aanstellingsbrief
3. Verklaring inzake bandenkooi
4. Reglement vergoeding lidmaatschapskosten werknemersorganisatie
5. Declaratieformulier vergoeding lidmaatschapskosten werknemersorganisatie
Bijlage 1 REGLEMENT VOOR DE VASTE COMMISSIE
Artikel 1 Definities
1. Voor wat de in dit reglement gebezigde terminologie betreft, is artikel van de CAO voor de Bandenen Wielenbranche van toepassing.
2. De Vaste Commissie wordt hierna aangeduid als ‘de Commissie’.
Artikel 2 Samenstelling van de Commissie
De Commissie zal bestaan uit een gelijk aantal leden, dat gelijkelijk door de werkgevers- en door de werknemersorganisaties wordt aangewezen, met een maximum van vier personen.
Artikel 3 Voorzitterschap
De leden der Commissie benoemen bij meerderheid van stemmen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, respectievelijk uit werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers.
Het voorzitterschap wisselt om het jaar, zodat het ene jaar één der werkgeversleden voorzitter is en het volgende jaar één der werknemersleden.
Artikel 4 Duur van het lidmaatschap
4.1. De leden der Commissie hebben daarin voor onbepaalde tijd zitting.
4.2. In een vacature wordt binnen één maand voorzien door de organisatie die het aftredende lid had benoemd.
Artikel 5 Beëindiging van het lidmaatschap
Het lidmaatschap der Commissie eindigt door:
5.a. bedanken
5.b. overlijden
5.c. de verklaring van de organisatie dat de benoeming deed, dat betrokkene niet langer als lid fungeert.
Artikel 6 Secretariaat
De Commissie benoemt een secretaris. Het secretariaat is bereikbaar via Vereniging VACO, Postbus 33, 2300 AA Leiden.
Artikel 7 Behandeling van geschillen
7.1. Een geschil wordt door een der partijen of beide partijen schriftelijk en in tweevoud bij het secretariaat van de Commissie aanhangig gemaakt.
7.2. Het secretariaat stelt de wederpartij in kennis van het geschil door toezending van een afschrift van de brief van de klagende partij.
7.3. De wederpartij is bevoegd binnen veertien dagen na verzending door het secretariaat van de in het vorige lid bedoelde brief, schriftelijk van haar zienswijze kennis te geven.
7.4. Partijen in het geschil zijn bevoegd, na de wisseling van de in de vorige leden bedoelde stukken, nogmaals met inachtneming van een termijn van veertien dagen hun zienswijze aan het secretariaat kenbaar te maken, waarna de schriftelijke uiteenzetting van het wederzijdse standpunt wordt gesloten.
7.5. Partijen bij het geschil, hun waarnemer of één of meer leden der Commissie zijn bevoegd één of meer getuigen of deskundigen bij de mondelinge behandeling van het geschil mede te brengen, opdat deze door de Commissie kunnen worden gehoord.
Artikel 8 Beraadslaging en stemming
8.1. Beslissingen kunnen slechts worden genomen, indien ten minste twee leden der Commissie aanwezig zijn.
8.2. Bij dispariteit in de aanwezigheid brengt elk der leden zoveel stemmen uit als van de andere Partij aanwezig zijn.
8.3. De Commissie neemt haar beslissingen bij gewone meerderheid van stemmen.
8.4. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
8.5. Bij staking der stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
Artikel 9 Inlichtingen
9.1. De Commissie is bevoegd, alvorens een beslissing te nemen, nadere inlichtingen in te winnen zowel bij Partijen als bij derden. Zij is bevoegd Partijen, getuigen en deskundigen ter nadere toelichting op te roepen om in haar vergadering te verschijnen.
9.2. Uit de weigering van Partijen om de gevraagde inlichtingen te verstrekken of om ter vergadering te verschijnen, zal de Commissie conclusies trekken, welke haar geraden voorkomen.
Artikel 10 Indienen van verzoeken
10.1. Verzoeken als bedoeld in artikel 9.14 en op grond van overige bepalingen in deze CAO moeten schriftelijk en in tweevoud worden ingediend bij het secretariaat van de Commissie.
10.2. Deze verzoeken moeten een toelichting bevatten op de omstandigheden die aanleiding zijn tot het verzoek.
10.3. Wanneer de Commissie aanleiding vindt een verzoek geheel of gedeeltelijk toe dan wel af te wijzen dient deze toe- of afwijzing schriftelijk te geschieden en met redenen omkleed. Bij geschillen is er sprake van een advies.
Artikel 11 Kosten
De leden van de Commissie brengen de gemaakte reis- en verblijfkosten in rekening bij de organisatie, die zij vertegenwoordigen. De overige kosten worden omgeslagen over de verschillende organisaties, naar rato van het aantal leden, dat zij in de Commissie hebben.
Artikel 12 Wijziging reglement
Dit reglement kan door partijen bij de CAO voor de Banden- en Wielenbranche te allen tijde in gezamenlijk overleg worden gewijzigd.
Bijlage 2 AANSTELLINGSBRIEF
Ondergetekenden,
____________________________________________________________________(hierna: werkgever) en
____________________ wonende te ___________________________________ (hierna: werknemer)
verklaren het volgende arbeidscontract te zijn aangegaan:
1. Tijdsduur
Werknemer treedt met ingang van ___________ (datum) als _________________________(functie) voor onbepaalde tijd in dienst bij de werkgever.
óf
Werknemer treedt met ingang van ___________ (datum) als _________________________(functie) voor de duur van _____________________ weken/maanden/jaren in dienst bij werkgever.
Deze overeenkomst eindigt daarom op _______________________ (datum).
óf
Werknemer treedt met ingang van ____________________ (datum) als _________________(functie) in dienst bij werkgever voor de tijd dat de _______________________ (te vervangen functionaris) afwezig is wegens ____________________ (verlofreden).
Deze overeenkomst eindigt daarom op het moment dat _________________________ (te vervangen functionaris) zijn/haar werk hervat.
De eerste twee maanden gelden als de proeftijd. Tijdens die periode kan zowel werknemer als werkgever de overeenkomst op elk moment, zonder opgaaf van redenen, beëindigen.
2. Werktijden
De werktijden zijn op maandag tot en met vrijdag van ___________ uur tot ____________ uur, met een middagpauze van ____ (minuten).
Op zaterdag van____________ uur tot ________ uur.
De werkgever is gerechtigd opdracht te geven tot overwerk.
3. Aard van de werkzaamheden
Werknemer verricht in hoofdzaak de volgende werkzaamheden:
___________________________________________________________________________________
___________________________________________________________________________________
___________________________________________________________________________________
De werkgever mag - als bedrijfsomstandigheden dat eisen - gedurende korte tijd (maximaal drie maanden) aan werknemer ook andere, alternatieve werkzaamheden opdragen.
4. Beloning
Het aanvangssalaris bedraagt € _______________ bruto per maand.
Werknemer ontvangt een vakantietoeslag van 8 procent berekend over het vast jaarinkomen (inclusief eventuele provisie en ploegentoeslag, exclusief winstdelingsuitkeringen, bonussen, overwerk- en onkostenvergoedingen) die gedurende het desbetreffende vakantietoeslagjaar zijn betaald. Het vakantietoeslagjaar loopt van 1 mei tot en met 30 april.
Werknemer wordt ingedeeld in functiegroep:
Salaristrede:_________
5. Vakantie
Werknemer heeft recht op 25 vakantiedagen per vakantiejaar, in overleg op te nemen. Werknemer dient ten minste vijftien vakantiedagen aaneengesloten op te nemen.
Werkgever is gerechtigd om ten hoogste vijf collectieve snipperdagen per vakantiejaar vast te stellen.
6. CAO
Voor zover in deze overeenkomst niet anders is bepaald, zijn de bepalingen van toepassing zoals neergelegd in de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor de Banden- en Wielenbranche. De werknemer verklaart hierbij een exemplaar van de CAO voor de Banden- en Wielenbranche te hebben ontvangen.
7. Pensioen
Werknemer is deelnemer aan het Bedrijfspensioenfonds voor de Banden- en Wielenbranche. De deelnemersbijdrage zal maandelijks op zijn salaris worden ingehouden.
8. Bijzondere bepalingen
(eventueel op te nemen)
Werknemer is gehouden de bepalingen van het Bedrijfsreglement stipt na te leven, een exemplaar van dit reglement is hem/haar ter hand gesteld.
- Geheimhoudingsplicht
- Nevenwerkzaamheden
- Concurrentiebeding
- Eigendombescheiden
Door medeondertekening verklaart de werknemer met het bovenstaande akkoord te gaan op basis van de voorwaarden in voornoemde CAO.
Opgemaakt in tweevoud en ondertekend te
Op ______________ 20 __________
Naam werkgever: _______________________ Naam werknemer: ___________________________
______________________________________ __________________________________________
(handtekening werkgever) (handtekening werknemer)
Datum: _______________________________
Bijlage 3 VERKLARING INZAKE BANDENKOOI
Verklaring
(opgemaakt in duplo)
Hiermede verklaart werkgever ___________________ dat aan werknemer ___________________ de volgende werkinstructie is gegeven. Werknemer verklaart deze werkinstructie in goede orde te hebben ontvangen en volledig te hebben begrepen:
BEDRIJFSWAGENBANDEN (TRUCK-, BUS- EN TRAILERBANDEN)* VOOR GOEDEREN- EN PERSONENVERVOER ALSMEDE LUCHTBANDEN VOOR INTERN TRANSPORT (BIJVOORBEELD HEFTRUCKS), GRONDVERZET-, LANDBOUW- EN
LANDBOUWAGENBANDEN DIENEN UITSLUITEND OP SPANNING GEBRACHT TE WORDEN NADAT DE BETREFFENDE BAND/WIELCOMBINATIE EERST IN DE DAARTOE BESTEMDE BANDENKOOI IS GEPLAATST.
* voor voertuigen zwaarder dan 3.500 kg.
Indien om bepaalde redenen geen bandenkooi gebruikt kan worden (bijvoorbeeld bij werkzaamheden bij klanten of tijdens pechserviceverlening of indien de band niet in de kooi past) dient de band met een lange slang te worden opgepompt. Hierbij dient men niet naast de band maar in het verlengde van het loopvlak te staan.
Deze werkinstructie dient nauwgezet opgevolgd te worden, omdat bij nalatig zijn, de persoonlijke veiligheid en de veiligheid van anderen ernstig in gevaar kan worden gebracht.
Werknemer zal bij het uitvoeren van deze werkinstructie steeds de uiterste zorgvuldigheid in acht nemen.
Datum: ___________________
______________________________________ __________________________________________
(handtekening werkgever) (handtekening werknemer)
Bijlage 4
REGLEMENT VERGOEDING LIDMAATSCHAPSKOSTEN WERKNEMERSORGANISATIE VOOR WERKNEMERS WERKZAAM IN DE BANDEN- EN WIELENBRANCHE
Artikel 1
De werknemer kan bij de werkgever een verzoek indienen tot verlaging van het brutoloon ter hoogte van de door hem in het betreffende kalenderjaar betaalde kosten voor het lidmaatschap van een werknemersorganisatie. De werkgever zal dit verzoek inwilligen in ruil voor een onkostenvergoeding gelijk aan de op de voormelde brutolooncomponent ingehouden bedrag, zoals nader bepaald in dit reglement.
Artikel 2
1. De werknemer dient schriftelijk opgave te doen van de werkelijke kosten van het lidmaatschap. Daartoe dient hij het ‘Declaratieformulier vergoeding lidmaatschapskosten werknemersorganisatie’ volledig in te vullen en te ondertekenen of de door zijn/haar werknemersorganisatie verstrekte overzicht van betaalde vakbondscontributie in het betreffende kalenderjaar aan zijn/haar werkgever te overleggen.
2. Om aanspraak te kunnen maken op een vergoeding van de lidmaatschapskosten van de werknemersorganisatie, dient de werknemer uiterlijk op 15 november van het betreffende kalenderjaar het in lid 3 genoemde declaratieformulier aan de werkgever te overleggen. Hierbij worden kopieën van betalingsbewijzen van de kosten van het lidmaatschap in januari en oktober van het betreffende jaar of verklaring van de werknemersorganisatie bijgevoegd. Bij bankafschriften mogen, behoudens naam, adres en afschrijving van kosten van het lidmaatschap, de overige gegevens onleesbaar worden gemaakt. Overschrijding van genoemde datum leidt tot uitsluiting van deelname.
3. De in lid 1 bedoelde vergoeding wordt vastgesteld op basis van de door de werknemer op het declaratieformulier vermelde gegevens en op basis van de toepasselijke fiscale en premierechtelijke wet- en regelgeving.
4. Indien door de werknemer is voldaan aan het gestelde in lid 2 wordt de vergoeding zoals bedoeld in artikel 1 door de werkgever aan de werknemer betaald tezamen met de salarisbetaling in de maand december van het betreffende kalenderjaar.
Artikel 3
Bij beëindiging van het dienstverband, ongeacht de reden hiertoe, eindigt het recht op vergoeding als bedoeld in artikel 1.
Artikel 4
Indien bij controle door de inspecteur der belastingen of de inspecteur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen blijkt dat de belastingen premievrije vergoeding ten onrechte of tot een te hoog bedrag is uitbetaald en dientengevolge naheffing bij de werkgever plaatsvindt, dan komt deze naheffing (inclusief eventuele rente en boete) voor rekening van de werknemer indien de oorzaak van de naheffing aan de werknemer kan worden verweten.
Bijlage 5 DECLARATIEFORMULIER VERGOEDING LIDMAATSCHAPSKOSTEN WERKNEMERSORGANISATIE
Door de werknemer uiterlijk 15 november van het betreffende kalenderjaar in te leveren bij de werkgever.
Ondergetekende, _______________________________________ (naam werknemer)
sofinummer: ___________________________________________
is ter zake van zijn arbeidsovereenkomst bij __________________________ (naam werkgever) lid van ____________________________ (naam werknemersorganisatie) en betaalt in dit verband kosten voor het lidmaatschap;
a. b. verklaart akkoord te gaan met het gestelde in het Reglement Vergoeding Lidmaatschapskosten werknemersorganisatie voor werknemers werkzaam in de banden- en wielenbranche en verklaart dat de kosten voor het jaar ____________ (jaartal) die krachtens
dit reglement voor vergoeding in aanmerking komen als volgt bedragen:
kosten voor lidmaatschap van de onder a. genoemde werknemersorganisatie in _____ (jaartal):
________euro;
b. verklaart afstand te doen van een deel van zijn brutoloon in december ______ (jaartal) met een geldswaarde ter grootte van het hierboven onder c. aangegeven bedrag;
c. verklaart zich bewust te zijn van het feit dat door vergoeding van de kosten een tijdige declaratie bij zijn werkgever nodig is (uiterlijk 15 november van het betreffende kalenderjaar);
d. verklaart zich er van bewust te zijn dat het afzien van een deel van het salaris gevolgen kan hebben voor het brutoloon sociale verzekeringen en andere arbeidsvoorwaardelijke berekeningsgrondslagen;
e. als bijlage bij dit formulier betalingsbewijzen overlegt als bedoeld in artikel 2, lid 2 van het reglement.
Datum: ___________________
______________________________________
(handtekening)
| 578,98 |




